Hildo's Drie Gezusters!
Drie Franse grendelgeweren van 1866 t/m 1886!

 Back

De Drie Gezusters: Juliette de Chassepot, Bernadette de Chassepot-Gras en Claudette de Gras



Van voorlader tot nitro. Drie grendelgeweren uit de tijd van De Grote Zwartkruit Wapenrace!

De Drie Gezusters

Hildo heeft dit voorjaar het geluk dat hij deze drie voormalig militaire geweren kan overnemen van Drs. P. te Groningen. Een uitmuntend zanger, mocht u het zich afvragen. Helaas krijgt Hildo kort daarna een herseninfarct en dat gooit roet in het eten. Het belemmert in ieder geval danig de voortgang van dit verslag waar Hildo al een poosje achter de schermen aan gewerkt heeft, maar nu is het zover! Wat betreft de foutloosheid van dit verslag: Hildo geeft geen garanties hoor! De Drie Gezusters tezamen laten de volledige technische ontwikkeling zien van Het Franse Militaire Geweer tijdens 'De Grote Zwartkruit Wapenrace' van 1866 t/m 1886, een tijd waarin de ontwikkelingen razendsnel verliepen. In die twintig jaar ging het Franse militaire apparaat van hun .58 voorlader naar een 8 mm nitro grendelgeweer met buismagazijn. Vanaf 1866 werden er met de invoering van de Chassepot voor het eerst achterladers gebruikt in het Franse leger. Gebruikte de Chassepot nog papieren patronen, met de invoering van de Gras in 1874 was de overgang naar de moderne eenheidpatroon met slaghoedje en een messing huls een feit. Dit fantastisch drietal  is zelfs compleet met type correcte, originele bajonetten! Een joekel van een zogenaamd 'Yatagan' zwaardbajonet voor de M1866 Chassepot en Chassepot-Gras conversie en een iets ingetogener hulsbajonet voor de M1874 Gras. In het jaar 1886 komt de Lebel, het eerste Franse meerschots nitrokruitgeweer in een modern 8 mm 'kleinkaliber'. Daar houdt het voor Hildo op want een Lebel is geen zwartkruit geweer meer. Dat wapen is in Nederland dan ook verlofplichtig.

 


Juliette: Fusil Mle 1866 Chassepot (naaldvuur)

Juliette is gemaakt in september 1871, vlak na de Frans-Pruisische oorlog, door Manufacture d'Armes de ChÔtellerault (MAC) en aldaar voorzien van nr. 30701 en zij is nog steeds nummergelijk! De kolfstempel is nog duidelijk te zien en is van januari 1872. Zij verkeert in een uitstekende en nog steeds ongemodificeerde, originele staat. Dit terwijl verscheidene Chassepots na de invoering van de opvolger, het Mle 1874 Gras geweer, werden geconverteerd om de 11.59R Gras patroon te kunnen verschieten. Waarom het conversieverhaal aan Juliette voorbij is gegaan, is Hildo onduidelijk. De naald en het rubber missen bij Juliette. De vorige eigenaar, Drs. P te G., heeft nooit met haar geschoten. Rubber droogt uit en naalden breken, het zijn slijtagedelen zogezegd. Gelukkig lijken deze onderdelen relatief gemakkelijk zelf te fabriceren. Het rubber is noodzakelijk om de kamer zo goed mogelijk af te dichten tijdens het schot. Bij een normale achterlader zorgt de huls voor de afdichting maar bij de Chassepot, die met papierpatronen schiet, is dat dus de rubberen ring. Onder de druk van het schot wordt het rubber sterker tegen de kamerwand gedrukt voor een betere afdichting. De naald dringt van achteren de papierpatroon binnen, waarin een normaal musket percussiekapje voor de ontsteking zorgt. Hildo vindt het bijzonder dat de haan eerst gespannen moet worden, het gebogen gedeelte achter de grendel, alvorens de grendel geopend kan worden. Bij de opvolger, de Mle 1874 Gras, maar ook bij de Mle 1866-74 Chassepot conversie wordt het wapen gespannen als de grendel omhoog wordt gedaan bij het openen, net als bij een modern geweer. Juliette verkeert in een werkelijk uitstekende staat, voor zover Hildo het kan beoordelen. Hij wil zelf versterkt papier gaan maken (een papiermaaksetje heeft ie al) om uiteindelijk zijn eigen superautentieke papierpatronen te fabriceren. Jazeker, hij zal ooit met Juliette gaan schieten. Maar houdt uw adem niet in, het kan nog even duren.

Historie

Vanuit een technisch standpunt bekeken vindt Hildo Juliette, de Chassepot, het mooiste geweer van dit drietal omdat het zo'n mooie technische tussenvorm is. Geen voorlader meer, maar ook nog niet voorzien van een moderne patroon. Het werd ontwikkeld door Antoine Alphonse Chassepot, die al eerder een geweer had gemaakt dat toen niet door de Franse militaire keuring heen kwam. Met de Chassepot Mle 1866 lukte dat wel en het kwam in 1866 voor het eerst in handen van de Franse soldaat en in 1868 was het hele leger uitgerust met de Chassepot. Het was het eerste militaire grendelgeweer van de Fransen, want tot die tijd had het Franse leger alleen voorladers tot hun beschikking gehad. De Chassepot is een naaldvuurgeweer, een verbeterde versie van het systeem zoals dat voor het eerst in 1841 werd ge´ntroduceerd met het Duitse (Pruisische) Dreyse naaldvuurgeweer (ZŘndnadelgewehr). Het systeem is weliswaar gebaseerd op de moderne grendel actie, maar gebruikt nog een papieren patroon. Het principe van de Chassepot werkt, net als het Dreyse geweer, op een naald die van achteren in een papieren patroon prikt en daar een regulier percussiekapje doet afgaan. In 1866 was die techniek al verouderd omdat het systeem van de de randvuur messing huls, maar ook de messing huls met slaghoedje, al bestond. Naar het schijnt hebben de Fransen tˇch nog voor het naaldvuursysteem gekozen omdat de moderne messing hulzen als 'te duur' werden gezien. En dan zeggen dat Nederlanders krenterig zijn, ha! De Chassepot geweren werden al snel en-masse ingezet omdat er al vrij vlot, in 1870, een door de Pruisen uitgelokte oorlog uitbrak tussen de Pruisen (Duitsers, zou u nu zeggen) en de Fransen. De Fransen hadden met de 11 mm Mle1866 Chassepot en een grote kruitlading van ruim 70 grain het superieure geweer met veel betere ballistische eigenschappen dan het ouderwets grote 15,3 mm (ongeveer .60") Pruisische Dreyse naaldvuurgeweer. Ene Johannes Beck, werkzaam bij de 'K÷niglichen Preu▀ischen Gewehrfabrik' te Spandau, stelde een aanpassing voor om Dreyse naaldvuurgeweren betere ballistische eigenschappen te geven, meer zoals de Chassepot. Die aanpassing werd op verschillende Dreyse ZŘndnadelgewehren doorgevoerd in 1869. Er is een Chassepot ter hand genomen en daarvan is onder meer het betere principe van de gasafdichting overgenomen. Tevens is de kogel 10 gram lichter gemaakt om tot een vlakkere kogelbaan te komen. Maar het lag niet aan de last-minute veranderingen aan het veel oudere en daardoor inferieure Dreyse geweer dat de Fransen uiteindelijk het onderspit delfden in de oorlog. De Pruisen hadden de rest van hun organisatie beter geregeld: met name de dienstplicht (veel soldaten), een goede communicatie, efficiŰnt en snel vervoer van manschappen en materieel (trein) en last but not least de massale inzet van kanonnen. Ze wonnen uiteindelijk de 1870-1871 Frans-Pruisische oorlog zelfs relatief vlot.

 

Bernadette: Fusil Mle 1866-74 Chassepot-Gras ( 11x59R conversie)

Hildo vindt Bernadette, behalve net zo bevallig als haar zusters, een zeer net geweer. Het lichtjes opgeschuurde hout draagt daar zeker aan bij, op zich absoluut fout om zoiets te doen. Bernadette is tevens het oudste van de zusters, gemaakt in 1867 in de wapenfabriek van St. Etienne en erg laat geconverteerd in 1882, getuige het S.1867 S.82 stempel op de rechterzijde van de loop.

M80 veiligheidsbewerking

Ze heeft tˇch het M80 opschrift op de linkerzijde van de kast, wat betekent dat het wapen in 1880 de veiligheidsbewerking heeft ondergaan die ervoor zorgt dat bij een gescheurde huls de gasdruk niet in het gezicht van de schutter terecht komt. De stempel betekent dat de 'M80' bewerking is uitgevoerd, maar dat zegt klaarblijkelijk niets over het jaartal waarin dat gebeurd is: de conversie van papier patroon naar messing huls heeft immers pas plaats gevonden in 1882 gezien het stempel op de rechterzijde van de loop. Ondanks dat zij er netjes uit ziet, is zij toch geen kapitalen waard, anders had Hildo het wapen niet kunnen aanschaffen natuurlijk. Franse wapens zijn in het algemeen wat goedkoper dan Amerikaanse. Omdat Hildo een echte Europeaan is en soms zelfs een beetje weerzin voelt tegenover het brallerige van de gemiddelde Amerikaan, gaat hij liever voor een 'made in Europe'-wapen en Bernadette is er een mooi voorbeeld van. Zeg nu zelf, een 45-70 Springfield Trapdoor in vergelijkbare staat is veel duurder en absoluut niet zeldzamer. Enne... is een Trapdoor ook mooier dan Bernadette met haar tijgerhout en hypermoderne grendel? Echt niet. Vive La France! Alhoewel, de Amerikaanse revolvers zijn wel stukken mooier dan die lompe Europese en ook een Rolling Block, Sharps of Kentucky Long Rifle kan best wel heel erg begeerlijk zijn....

De conversiebus

Tijdens het doorhalen van de loop met een lapje met olie, vanuit de loopmonding, merkt Hildo dat de poetsstok even blijft haken achter een rand, in de buurt van de overgang van kamer naar loop. Daar zou geen rand horen te zitten, maar omdat  tijdens de conversie van papier naar messing hulspatroon de originele kamer is uitgedraaid en er een bus in de kamer is gezet, kon dat het wel eens zijn wat Hildo voelt. Omdat de kogel richting loopmonding gaat, gaat het niet om een obstructie. Maar netjes is het niet. Waarschijnlijk was een snelle conversie belangrijker dan een perfecte.

Historie

Na de invoering van de 1874 Gras zaten de Fransen nog met stapels technisch achterhaalde M1866 Chassepot naaldvuurgeweren, die tot 1874 werden geproduceerd, behalve natuurlijk de ongeveer 600.000 exemplaren die de Duitsers zichzelf hadden toegeigend nadat de Fransen de Frans-Pruisische oorlog van 70-71 hadden verloren. De Chassepot was soms vrijwel nieuw of nog maar een paar jaar oud, vaak nog in goede staat en in feite een prima geweer. Alleen dat verouderde naaldvuursysteem maakte het niet langer levensvatbaar. Het was een optie om dan ook maar de Chassepots om te bouwen naar de 11x59R Gras patroon, dus naar dezelfde patroon die ook in de M1874 Gras werd gebruikt. Dat is dan ook gebeurd met behoorlijke aantallen en Bernadette is een voorbeeld van zo'n geconverteerde Chassepot. Deze conversie heeft zelfs vrij laat, in 1882 pas, plaatsgevonden. Maar niet alleen de Fransen vergrepen zich aan hun Chassepot, ook de Pruisen converteerden veel van de in beslag genomen Chassepots, maar dan naar de 11x60R Mauser patroon. Daarnaast namen de Duitsers ook nog de zaag ter hand om er gelijk maar een karabijn van te maken: beter geschikt voor de Duitse cavalerie, artillerie en andere eenheden die zich niet direct aan het front bevonden. De Duitse infanterie hield de handjes gewoon om hun Mauser M1871 geklemd.

 


De 'Yatagan' bajonet op de Mle 1866 Chassepot

De bajonet op Claudette, de Mle 1874 Gras
De bajonet zit wat verder van de kogelbaan af dan bij de Chassepot. Waarschijnlijk verbetert dat de precisie tijdens schieten met gemonteerde bajonet doordat terugkaatsende gassen de kogel minder snel uit balans zullen brengen op het moment dat ie de loop verlaat.



De Franse bajonetten (klik foto's groter van liggende bajonetten)
De bajonetten van de Drie Gezusters. Het gigantische zogenaamde 'Yatagan' zwaardbajonet is voor de M1866 Chassepot en Chassepot-Gras conversie. Dit soort zwaardbajonetten hebben hun oorsprong gehad in Turkije. De iets ingetogener prikstok is de bajonet voor de M1874 Gras. Beide zijn voorzien van een metalen schede waaraan een draagriem kan worden bevestigd. Constant met deze grote en ook zware (wat met name voor het Yatagan zwaardbajonet geldt), bajonetten op het geweer rondlopen, was niet de bedoeling. Ze zijn onhandig en gevaarlijk, want voor uw het weet prikt u uw collega-soldaat er aan. Op de schietbaan, Hildo heeft het al eens eerder gezegd, zijn ze ook ongewenst vanwege hetzelfde gevaar voor een collega-schutter. Een geweer met een bajonet erop is in de praktijk erg onhandig, u blijft achter alles haken.
Voldoende lang
In theorie zou een Franse soldaat er zelfs twee Duitsers tegelijk aan kunnen prikken, maar het werkelijke doel is anders. De extreme lengte stamt nog uit de tijd van de voorladers waarbij soms de toevlucht tot de bajonetten genomen moest worden. Het bood bescherming tegen de cavalerie en tegen de tegenstander als u beide geen tijd meer had om opnieuw te laden. Hoe langer hoe beter, mocht het uitmonden in een bajonetgevecht. Met de invoering van de achterlader, en al helemaal met meerschots wapens, is die onhandig lange bajonet steeds minder gaan tellen. Waarom de Yatagan-stijl een poosje erg 'gewild' was bij verschillende legers? Kopieergedrag, want sabels hebben nauwelijks nut meer in de tijd van achterladers en lopen met trekken en velden. Nadat de Yatagan bajonet ingevoerd was door Frankrijk in 1840, begonnen ook andere landen deze bajonet in te voeren. Voor de 1866 Chassepot werd een iets afwijkende bajonet ontworpen, maar erg lang heeft de Yatagan-hype niet geduurd: het 1874 Gras geweer was al weer voorzien van een bajonet in een meer ouderwetse, iets kortere en smallere stijl, zoals u hierboven kunt zien. Later werden de bajonetten alleen maar korter en tegenwoordig zijn het niet meer dan een soort van grote messen, wat in de praktijk een stuk praktischer is.

Een Rapine Bullet Mold Mfg. Co. 446-355 giettang

Dit is een giettang die Hildo bij 'De Drie Gezusters' gekregen heeft. De mal leek nog nooit of nauwelijks gebruikt, want de snijplaat was nog niet blauw verkleurd door de hitte van het gieten. Nu wel, iets wat altijd gebeurt tijdens het gieten.

Frankrijk tussen 1866 en 1886

Eigenlijk verandert er soms niet veel. Ook vandaag de dag zijn er af en toe onlusten in de buitenwijken van Parijs door de minder bedeelden, op wat voor manier dan ook. Vroeger was dat niet anders. Er was de aristocratie, het gepeupel en alles daar tussenin. Daarnaast waren er politiek en sociaal geŰngageerde studenten die, zoals studenten dat ook nu nog plegen te doen, tegen de gevestigde orde in willen marcheren omdat zij menen dat er iets niet in orde is en het beter kan. Frankrijk was, net als nu, destijds geen rustige samenleving, het broeide overal.

 

Franse soldaten aan het front met de Mle 1866 Chassepot

Frankrijk, de dominante grootmacht

Vroeger, we spreken nu over het oorlogvoeren vˇˇr de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), bleven oorlogen en de slachtoffers binnen 'redelijke' perken. Tenminste als u 100.000 dode lichamen op een rij niet al te veel vindt.

Frankrijk was destijds een grootmacht, vergelijkbaar met een land als de Verenigde Staten nu. Ruzie zoeken met Frankrijk was onverstandig. De nipte nederlaag van Napoleon op het slagveld van Waterloo in 1815 was de laatste keer geweest dat de Fransen het onderspit moesten delven.

Veranderende landsgrenzen

Er waren destijds relatief veel oorlogen tussen de landen van Europa, maar als de verliezer zich overgaf was de vrede al snel weer getekend na wat landje-pik. De grenzen zijn daarom heel wat keren wat veranderd. Het komt nu minder voor, gelukkig maar, gezien de technologische ontwikkelingen in het massaal elkaar afslachten. De laatste keer was na het uiteenvallen van de voormalige Sovjet Unie. De bloedige burgeroorlog die een eind maakte aan het bestaan van JoegoslaviŰ was er ook eentje die de landsgrenzen heeft be´nvloed.

 

Pruisische aanval onder Frans Chassepot-vuur

De Pruisen hadden het Dreyse naaldvuurgeweer, de Fransen het Chassepot naaldvuurgeweer. De Pruisen achterlaad-kannonnen, de Fransen schoten nog met oude voorlaad-kanonnen. Kortom, de Duitsers hadden de betere kanonnen, de Fransen het betere geweer. Bestormingen over een open veld, zoals hierboven afgebeeld tijdens de slag van Gravelotte, hebben de Duitsers erg veel, duizenden(!), verliezen opgeleverd want terugschieten konden ze niet: het Dreyse geweer droeg niet zo ver. Bij geweer tegen geweer hadden de Duisers dus geen kans, maar gedurende de gehele Frans-Pruisische oorlog werden dan telkens weer de Pruisische kanonnen in stelling gebracht. De snel schietende achterladers van de Pruisen waren uiteindelijk telkens heer en meester in de duels tegen de Franse voorlaadkanonnen. Dat, Ún de betere organisatie van de Pruisen zijn uiteindelijk verantwoordelijk geweest voor de overwinning.

 

Een zeer bekende afbeelding: Napoleon III en Otto von Bismarck na de overgave van Frankrijk bij Sedan.

Frans-Pruisische oorlog 1870-1871 (klik afbeelding groter)

U kent ongetwijfeld de naam Bismarck. Die man, Otto von Bismarck dus, was destijds een bijzonder belangrijk politicus. Hij had extreem veel invloed en macht en een wil om de Duitse staten samen te voegen. Pruisen werd steeds machtiger, iets wat de Fransen met lede ogen aanzagen. Toen in 1870 Prins Leopold, een familielid van de Koning van Pruisen, koning van Spanje zou worden, was voor de Fransen de maat vol. Ze waren bang omringd te worden door Pruisen. Daarom stuurden ze een telegram naar de Pruisische koning Wilhelm I omdat ze wilden, eisten in feite, dat de koning zijn familielid zou terugfluiten. Bismarck maakte dit telegram openbaar in nationale kranten, in iets aangepaste bewoordingen, zodat het als een belediging klonk. De nationalistische gevoelens van de Pruisen, die u niet geheel onbekend zullen voorkomen, zorgen uiteindelijk voor wat mindere gevoelens tussen de Pruisen en Fransen. De Duitse staten sloten zich aaneen onder Pruisen om uiteindelijk oorlog te voeren tegen Frankrijk. Deze oorlog staat nu bekend als de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871. De oorlog, die op 19 juli 1870 door Frankrijk werd verklaard, liep uiteindelijk op een nederlaag uit voor Frankrijk. De Franse keizer, Napoleon III, werd gevangen genomen en het Franse leger definitief verslagen bij de slag bij Sedan op 2 september 1870. In het keizerrijk Frankrijk werd vervolgens de republiek uitgeroepen en die nieuwe Franse republiek bleef vechten. Uiteindelijk heeft de voorlopige regering van de republiek op 10 mei 1871 gecapituleerd en de vrede getekend. In Parijs bleef men echter doorknokken, tot grote irritatie van zowel de voorlopige Franse regering als van de Duitsers die dit 'geen eerlijke manier van oorlogvoeren' vonden. Op 21 mei 1871 zette het Franse regime de aanval in op de rebellen, de zogenaamde Commune van Parijs. Een week lang knokken en 20.000 doden (!) verder was de opstand neergeslagen. Een tragisch einde aan deze toch al tragische oorlog, want wat werd er uiteindelijk mee gewonnen?

 

Proklamation des Deutschen Kaiserreiches 1871 in Versailles

Zelfs voordat de Pruisen deze oorlog al helemaal gewonnen hadden, is het Duitse Keizerrijk op 18 januari 1871 uitgeroepen in de spiegelzaal van het paleis van Versailles. De afbeelding hierboven is in 1877 geschilderd door ene Anton von Werner. De Pruisische Koning Wilhelm I werd hiermee tevens Keizer van het nieuwe Duitse Keizerrijk. Otto von Bismarck werd de eerste Rijkskanselier, hoofd van de Duitse regering. Veel fantasie heeft u niet nodig om Otto brallend met z'n dikke buik achter het stuur van een Mercedes te zien zitten. Napoleon III, hij staat natuurlijk niet op deze afbeelding, komt op Hildo meer over als een een biologische groenteboer in een Renault 4.

 

Het Duitse Keizerrijk 1871-1918

Het donkerblauwe gebied is Pruissen, het zalmkleurige deel de rest van het Duitse Keizerrijk. Het was beduidend groter dan het huidige Duitsland nu, ondanks de toevoeging van de voormalige DDR in 1989. Na het verliezen van de Eerste Wereldoorlog veranderde deze kaart wederom en is de laatste Duitse keizer, Wilhelm II, gevlucht naar Nederland, naar Huis Doorn te Doorn, waar hij nu nog steeds in zijn mausoleum ligt. Staat ons binnenkort weer wat verandering te wachten?

 

Claudette: Fusil Mle 1874 Gras (11x59R centraalvuur)

Ook dit geweer is al weer bijna 150 jaar oud. ┤Waar blijft de tijd┤, zucht Claudette met nog een licht Frans accent. Ze is nog steeds netjes, maar heeft hier en daar toch iets pitting en het hout is het minst mooi van De Drie Gezusters. Oude gebruikssporen lijken er op te wijzen dat Claudette het langst heeft 'gediend'.  Evengoed lijkt ook Claudette goed bezien nog best redelijk de tands des tijds te hebben doorstaan, ook de binnenzijde van de loop is netjes. De stempels op de kast zijn er zeer ondiep ingeslagen en slecht te fotograferen. Zij is, net als Juliette, gemaakt door Manufacture d'Armes de ChÔtellerault (MAC) en heeft de M.80 veiligheidsconversie ook ondergaan. Hildo is vol verwachting en zal haar binnenkort uitnodigen voor een uitje naar de schietbaan en het lijkt erop dat ze daar wel oren naar heeft want ze begint al helemaal te glunderen!

Historie

Na de nederlaag in de Frans-Pruisische oorlog in 1870-1871 (en de vreselijke vernedering dat de Pruisen hun nieuwe Duitse Keizer kozen in Frankrijk, in de geconfisceerde spiegelzaal van het paleis van Versailles, met een aanvullende triomftocht door Parijs), zaten de Fransen nog steeds hun Chassepot papierpatronen te vouwen. Hun aartsvijand, het gloednieuwe oppermachtige Duitse Keizerrijk, kwam al in 1871 met de M1871 Mauser op de proppen. Dat is een enkelschots grendelgeweer in 11.15x60R met moderne messing hulzen, duidelijk het superieure wapen. Het mag gezegd dat bij de Mauser tijdens het ontwerp wel sterk naar de Chassepot is gekeken. Door die M1871 Mauser kregen de Fransen opeens erg veel haast om hun, nog niet erg oude maar intussen al wel hopeloos achterhaalde, Chassepots te vervangen door een soortgelijk wapen dat geschikt moest zijn voor moderne munitie. Wederom moest het een enkelschots grendelgeweer worden, in het ongewijzigd Chassepot 11 mm kaliber, maar ditmaal wÚl met messing hulzen. Dat werd de Fusil Mle 1874 Gras in het kaliber 11x59R Gras. Het wapen is ontworpen door ene Basile Gras, een kapitein in het Franse leger. Het Gras geweer is in feite nog steeds een haast volledige kopie van de Chassepot, op het grendelsysteem, de kamer en de bajonet na. Van een paar meter afstand ziet u vrijwel geen verschil. De Gras is uiteindelijk geproduceerd tot 1886 waarna het stokje overgenomen werd door de M1886 Lebel, een meerschots geweer met buismagazijn Ún het eerste militaire 8 mm geweer ter wereld dat op nitrokruit werkte. De vrij lichte kogel had voor die tijd een zeer vlakke kogelbaan. Met de Lebel is de eerste stap gezet naar moderne wapens met een kleiner kaliber, lichtere maar snellere kogels door gebruik van het sterkere moderne nitrokruit. Hierdoor had het wapen superieure ballistische eigenschappen.

 


1866 Chassepot/1866-74 conversie & 1874 Gras bajonet
Nog even rechtop, kunt u ze wat groter bewonderen. Even voor de statistici onder ons... Zonder pareerstang of handvat meet het lemmet van de Chassepot bajonet 57,5 cm en die van de Gras 52 cm. Lang genoeg voor de dikste Duitser en okay voor twee dunne. Wat Hildo opvalt, hij heeft verder geen verstand van bajonetten, dat ze beide erg stomp zijn aan de 'snijzijde'. Hij vermoedt dat ze ook nooit scherp geweest zijn. Ledematen afhakken met de Yatagan Chassepot bajonet zou in theorie misschien best kunnen, denkt Hildo, maar gaat lastig worden met de scherpte van dit lemmet. Hakken was iets wat met echte sabels door de cavalerie wel gedaan werd. Eigenlijk helemaal niet zo'n leuk spul, die bajonetten, maar er wordt niet meer mee gehakt en geprikt. De punten van beide zijn trouwens wel behoorlijk scherp. Beide bajonetten verkeren in uitstekende staat voor hun leeftijd. Weinig pitting en het hout van de Gras bajonet is beter dan die van de meeste. Van de Chassepot heeft Hildo twee Yatagans, eentje voor Juliette Mle 1866 en eentje voor Bernadette de Mle 1866-74 conversie. In principe zijn die bajonetten gelijk, maar in de praktijk zit er wel verschil in want onderling uitwisselbaar zijn ze niet echt. Verschil in de geweren zou ook kunnen, of allebei. Over bajonetten en hun herkomst kunnen boeken vol geschreven worden, maar Hildo wil hier niet al te diep op ingaan. Het intrigeert hem niet in het bijzonder en het mondt al snel uit in 'eindeloos geneuzel', iets wat Hildo al genoeg doet. Geen enkele bajonet is nummergelijk met de bijbehorende schede, jammer maar zeker niet rampzalig, behalve voor wie een nummerfreak is.

 

Rapine Bullet Mold kogel: slecht te gieten

Als alle gietmallen van Rapine zo zijn als deze, begrijpt Hildo wel waarom de Rapine Bullet Mold Company inmiddels niet meer bestaat. Het gietblok is van aluminium, maar giet vreselijk slecht. Dit is de beroerdste gietmal waar hij ooit mee gegoten heeft. Zelfs met een extra hoge temperatuur en met een lood/tin legering om het metaal beter te laten vloeien wil het blok niet goed vullen. De neus, het ogief van de kogel, is prima maar de vetgroeven, altijd al het meest lastige deel van een kogel en het eerste waar het fout gaat, hebben ronde hoeken en die zijn niet goed te krijgen. En het ligt niet aan Hildo, want die kan inmiddels best een aardige kogel gieten hoor. Waarschijnlijk is er iets mis met de ontluchting van het blok. Het sluit wel erg mooi, maar naast freesgroeven zijn er geen ontluchtingsgroeven op het oppervlak van het gietblok te zien. Het vakmanschap is goed, maar het lijkt erop dat Rapine toch niet helemaal wist waar ze mee bezig waren.

Voldoende kogels

Hoewel de kogels niet perfect zijn, denkt Hildo dat ze wel redelijk zullen schieten. Eventueel kan hij altijd nog een kogelgiettang laten maken naar origineel model, dus voor een te paper patchen kogel zonder vetgroeven.

Maat en gewicht erg netjes

Volgens de doos is dit een 446-355 kogel. Hildo weegt en meet er vijf stuks die met de lood/tin legering gegoten zijn. Ze zijn zeer constant en komen erg goed overeen met de opgegeven maat en het gewicht. De diameter zit tussen de .4465" (11,34 mm} en .4470" (11,36 mm) en ze wegen allemaal tussen de 355 en 356 grain per stuk. Jammer dat de driving bands rond zijn, maar misschien is de kogel toch beter dan dat ie er op het eerste gezicht uitziet. Het zal te zijner tijd blijken op de schietbaan.

 
 Back