Hildo's Kropatschek M1886
Een antiek 8 mm small bore zwartkruit infanterie geweer!

 Back to Zwartkruit Index

- Grendelen naar Oostenrijks principe -

De Portugese Kropatschek M1886. Het meest moderne zwartkruitgeweer ooit?

14 februari 2015. Antonia, een Steyr Kropatschek M1886 in 8x60R

Hildo's allernieuwste aanwinst heet Antonia. Met dank aan Kropatschek-expert Mr. Mouse voor de levering. Dit in Oostenrijk ontwikkelde en geproduceerde Portugese legergeweer is antiek en telt niet mee voor de maximaal vijf verlofplichtige wapens die een sportschutter op het verlof mag hebben staan. Dat scheelt. Leuk om te verzamelen voor wie nog wacht op het schip met geld want vreselijk duur zijn ze niet, maar wel erg leuk. In mint-staat verkeert het geweer niet: het hout heeft nogal wat butsen en de grendel is tamelijk gepit aan de buitenzijde, maar de technische staat is uitstekend. Dit is de gewone infanterie-uitvoering. In die uitvoering zijn de grootste aantallen gemaakt, een kleine 50.000 stuks, voorzien van een buismagazijn voor acht patronen. Da's even wat anders dan een voorlader! Er is ook nog een iets kortere uitvoering, de lichte infanteriekarabijn (4800 stuks) met een magazijn voor zes patronen en een korte cavaleriekarabijn (4000 stuks) waar vijf patronen in het magazijn passen. Van het infanteriegeweer zijn er verscheidene in 1889 voorzien van een stuk hout boven op de loop om de opstijgende hitte die het richten bemoeilijkt tegen te houden. De met-hout-boven-op-de-loop geweren zijn een koloniale uitvoering en hebben, u raadt het al, dienst gedaan in de Portugese koloniën.

Waarom een Kropatschek?

Een grendelgeweer had Hildo nog niet en de Kropatschek is een mooi geweer om te zien, van uitstekende kwaliteit en voor een redelijke prijs. Het geweer is absoluut ondergewaardeerd want in schuttersland is het al snel 'Ach, het is maar een Kropatschek'. Het is inderdaad één van de goedkoopste antieke grendelgeweren, voor 500 euro mag u een heel mooie verwachten. Tien jaar geleden kreeg u het nog voor 250 of minder. Maar dat heeft niets van doen met de kwaliteit, want die is prima.

De Mle1878 Marine

Het eerste Kropatschek grendelgeweer, ontworpen door de Oostenrijkse artillerie generaal Alfred Ritter von Kropatschek (1938-1911) en gemaakt door de Oostenrijkse wapenfabriek Steyr en gedeeltelijk door de Fransen zelf, is de M1878 voor de Franse marine. Een zwartkruit grendelgeweer met ruimte voor acht patronen in het buismagazijn onder de loop en in het kaliber 11x59 van de Franse Mle1874 Gras. Het is uiteindelijk niet de opvolger geworden van de Gras, die plaats werd toebedeeld aan de Mle1886 Lebel, die eveneens was uitgerust met een buismagazijn. Overigens, de Mauser 71/84 is rechtstreeks gebaseerd op de grendel en het buismagazijn van deze Mle1878 Kropatschek.

De Kropatschek M1886: Het modernste zwartkruitgeweer ooit?

Rond 1886 willen de Portugezen een nieuw militair geweer en bij Steyr wordt in eerste instantie het door de Portugese luitenant Castro Guedes Dias ontwikkelde M1885 Guedes geweer besteld, een enkelschots achterlader met een systeem wat wel wat lijkt op de Martini-Henry. In eerste instantie ontworpen voor de 11 mm Gras patroon, maar uiteindelijk is er gekozen voor een modern 'kleinkaliber' van maar 8 mm, de 8x60R Guedes. Het geweer heeft wat technische issues met de actie/het afsluitmechanisme en extractie van de huls. Ook komen de Portugezen er tamelijk laat achter dat een enkelschots echt niet meer van die tijd was, een schrijnend gebrek aan inzicht. De order bij Steyr wordt uiteindelijk tijdens de productierun geannuleerd, maar er zijn dan, volgens Steyr, al 18.000 gemaakt. Het werkelijke aantal schijnt echter rond de 8000 stuks gelegen te hebben. Portugal heeft Steyr voor de M1885 Guedes, al dan niet gedeeltelijk, betaald, al heeft het land deze geweren nooit ontvangen. De geweren zijn uiteindelijk door Steyr verkocht aan Zuid-Afrika, waar ze zijn gebruikt in de Boerenoorlog. De Portugezen hebben hun bestelling waarschijnlijk in 1885 gewijzigd naar een grendelwapen met een buismagazijn, net zoals de populaire 71/84 Mauser dat heeft. Het wordt de M1886 Kropatschek, ook door Steyr gemaakt, en voorzien van hetzelfde 8 mm 'small bore' kleinkaliber van de Guedes. De Kropatschek is het eerste militaire zwartkruit grendelgeweer, maar wél in een modern nitrokaliber(!) terwijl de rest het nog 'doet' met ouderwets grote zwartkruit kalibers van rond de 11 mm. Dat is best bijzonder!

Nitro/rookloos kruit

De ontwikkelingen gaan echter razendsnel en al in datzelfde 1886 komt het einde van het zwartkruit tijdperk rap in zicht. De Fransen waren in 1884 al in het geheim bezig met het ontwikkelen van bruikbaar nitrokruit en komen in 1886 zomaar op de proppen met de 8 mm Lebel, het eerste militaire nitrogeweer ter wereld. 'Sodeknetters zeg', zullen de Portugezen gedacht hebben want het maakt hun gloednieuwe Kropatschek M1886 bij introductie al achterhaald. Want ondanks het moderne 8 mm kaliber doet die het nog steeds met de beperkte kracht van het sterk rokende 'kijk hier zit ik' zwartkruit. In 1895 stapt de Krop de moderne tijd in door in plaats van zwartkruit in de 8x60R patroon nitrokruit in de 8x56R patroon te stoppen. De hulzen zijn verder gelijk, alleen is de nek vier millimeter korter. Het geweer zelf  blijft ook ongewijzigd, zelfs de kamer verandert niet. Het enige wat wijzigt, is het laddervizier dat een andere graduatie krijgt. Het doek voor de M1886 Kropatschek valt uiteindelijk in 1910 wanneer het Portugese leger wordt voorzien van Mauser M1904 geweren in 6,5 mm. De M1886 Kropatschek is na die tijd nog in gebruik geweest bij inlandse troepen in de Portugese koloniën tot aan, naar het schijnt, 1961 en dat is, als Hildo goed rekent, 85 jaar. Da's een best lange diensttijd. En nu, na 130 jaar, is Hildo eigenaar van zo'n wapen. Mooi hè?

 

Kamer

Het is allemaal erg netjes. De kamer lijkt roestig maar het is alleen bruin, meer een soort patina. Van pitting lijkt geen sprake. Er zit hier en daar ook nogal wat vet. Een voormalige eigenaar heeft klaarblijkelijk het wapen uit elkaar gehad en het geprobeerd zo goed mogelijk te conserveren. Goede zaak.

Buismagazijn

De ingang van het buismagazijn zit onder de kamer, net als bij een shotgun. Er kunnen acht patronen naar binnen geschoven worden, eentje kan op de patroonlepel blijven liggen en eentje in de kamer. Tien stuks dus. De munitie mag niet voorzien zijn van een spitse kogel, omdat de punt daarvan tegen het slaghoedje komt te liggen van de patroon die ervoor zit. Patronen die afgaan in het buismagazijn is dan een mogelijkheid en bepaald ongewenst.

Regulier magazijn

Zelfs al tijdens, en nog iets vóór, de invoering van de Kropatschek M1886 worden geweren uitgerust met een regulier magazijn, zoals de Mannlicher M1885 en in verbeterde vorm in de Mannlicher M1886. Een groot voordeel daarvan is dat er spitse kogels, met betere ballistische eigenschappen, gebruikt kunnen worden en dat een pakketje patronen in één keer in het wapen gestopt kan worden. Dat gaat stukken vlotter dan het patroon voor patroon laden van een buismagazijn. In oorlogstijd kan het verschil tussen langzaam en snel van levensbelang zijn. Saillant detail... ook de Mannlicher geweren met regulier magazijn werden door Steyr gemaakt, op hetzelfde moment als de Kropatschek.

Steyr, ooit de grootste wapenfabriek ter wereld, bestaat overigens nog steeds onder de naam... Steyr Mannlicher. Frappant is dat Steyr Mannlicher een hele serie militaire geweren op hun site hebben staan die ze over de jaren heen gebouwd hebben, waarbij het 1885 Guedes geweer dat door de Portugezen geannuleerd werd wél wordt afgebeeld, maar de M1886 Steyr-Kropatschek schittert door afwezigheid...

 

OE.W.F.G. Steyr 1886

Op de linker voorkant van het grendelhuis staat de stempel van de producent: Österreichische Waffenfabrikgesellschaft Steyr 1886.

 

Kroontje met L.I.

Ten tijde van de invoering van deze Kropatschek was Portugal een koninkrijk en Koning Ludwig I zat op de troon. Vandaar.

 

M.1886

Model 1886, de invoerdatum van deze Kropatschek.

 

Loop

Met 8 mm erg klein voor een zwartkruitgeweer. De voorkant van het geweer zit aardig vol met handige attributen. De pompstok zit links en het buismagazijn zit  onder de loop. Rechts van de loop zit de aansluiting voor een bajonet. De korrel is verstelbaar met een zwaluwstaartverbinding.

 

Binnenzijde loop

De binnenkant van de loop fotograferen is en blijft lastig. Dit is de foto met het beste resultaat. In het echt ziet het er veel beter uit. De velden zijn glimmend, de trekken donker. En de precisie? Daar gelooft Hildo wel in.

                    _______________________________________

 

 

Herladen van Antonia, de M1886 Steyr Kropatschek!

9 maart 2015. Schietaccessoires voor Antonia!

Als u denkt dat u er met een relatief goedkoop geweer wel bent, zit u er naast. Er zijn nogal wat attributen nodig, hulzen en kogels zijn wel het minimale. Daarnaast is een die-set een optie, maar niet direct noodzakelijk want de kogel kan er ook los in gezet worden, hij blijft wel plakken op het kogelvet. Hildo heeft zijn eigen kijk op het herladen... gewoon een paar kogels door de loop blazen is niet voldoende voor hem. Hij wil er alles van weten.

8x60R Kropatschek hulzen

Gemaakt in Duitsland door Horneber, een fabrikant van hulzen die in het reguliere circuit uit productie genomen zijn. Goedkoop zijn ze niet, maar ruim drie euro per stuk is beter dan geen hulzen. Ook bestaat er de mogelijkheid om hulzen van een modern kaliber die er een beetje op lijken, 348 Winchester in dit geval, om te vormen zodat ze passen, alhoewel ze niet helemaal 60 mm lang zijn. Voorlopig hoeft Hildo dat nog niet te proberen, want met de Horneber hulzen gaat het vast prima lukken.

Flinke inhoud

Hildo gooit even wat kruit in de huls en laat de nek leeg. Even tikken en de inhoud blijkt 74 grain zwartkruit te zijn, met nog steeds voldoende ruimte voor de kogel. 'Verbazingwekkend veel', meent Hildo, want vreselijk groot lijken de hulzen niet. Het zal de relatief lichte kogel vast een flinke snelheid kunnen geven. Met een gereduceerde lading schieten lijkt hem beter. Misschien voor de precisie, maar zeker voor de portemonnee.

 

CH4D die-set 8x60R Kropatschek

Diepte-investering want ze zijn stukken duurder dan die-sets van Lee. Met een Lebel 8 mm die-set van Lee schijnt bij de Kropatschek-patroon de kogel gezet en gekrompen te kunnen worden, maar de full length sizer-die is niet de juiste. Daarom gaat Hildo voor de CH4D die-set, kan hij ook full length sizen mocht dat, om wat voor reden dan ook, nodig zijn.

 

Cerrosafe

Om de kamer van de Roling Block op te meten, heeft Hildo een keer kaarsvet gebruikt. Dat werkt heel redelijk en u krijgt een behoorlijke indruk. Een loop en kamer afgietsel maken met Cerrosafe is nog veel mooier en de resultaten duidelijker. Cerrosafe is een metaal dat al bij 85 graden Celcius smelt. Nadat het gestold is, krimpt het en dient u het afgietsel onmiddellijk te verwijderen. Daarna begint het weer uit te zetten. Dat is bijzonder én erg handig, want een uur na het stollen bereikt het afgietsel de juiste afmeting en kunt u de exacte dimensie van uw loop of kamer opmeten. Na 200 uur zet het niet meer verder uit en zal het 0,025% groter zijn. Het is eindeloos opnieuw te gebruiken.

 

Lee universal decapping die

Deze had Hildo al en het ding is echt super handig, kaliber onafhankelijk, inzetbaar. Hiemee kunt u een huls decappen zonder dat ie gesized wordt met de reguliere full-length sizer die, want als u niet hoeft te full length sizen doet u dat toch ook niet? Zoiets betekent alleen maar een onnodige belasting voor de hulzen. Tot nu toe  gebruikt voor de 45-70 en 12,4x44R en binnenkort voor de 8x60R voor Antonia.

 

Lee nr.17 shellholder

Dit is de passende shellholder voor de 8x60R hulzen. Jammer dat Lee shellholders niet op een RCBS slaghoedjeszetter te gebruiken zijn, tenzij u aan de onderkant van de shellholder er een stuk uit haalt/boort waardoor ze wél op het plastic tapse gedeelte van de slaghoedjeszetter geplaatst kunnen worden. Maar Hildo gebruikt een RCBS nr.31 shellholder o.a. voor de 12,7x44R van de Rolling Block. Deze past ook, alhoewel hij iets aan de brede kant is. In de RCBS Rock Chucker past de Lee nr.17 shellholder wel.

 

RCBS 321-170 kogels

Gekregen van Paint Peter, super aardig natuurlijk. Met deze kogels schiet hij prima groepjes. Wel met gereduceerde ladingen. Hoe hard het lood is, weet Hildo niet. Hij zal een gereduceerde lading gebruiken om het strippen van de kogel te voorkomen. Veel lood zal er in de trekken niet zijn, deze kogel is gemaakt voor gebruik met een gascheck wat alweer een stuk driving band weghaalt. Niet direct de ideale kogel voor een Kropatschek.

 

The Paper Jacket

Een boekje van 140 bladzijden, uitgegeven in 1991 door Wolfe Publishing Company en geschreven door Paul Matthews. Dit boek is wat u hebben wilt als u meer wilt weten over paper patched bullets. Het heeft inmiddels de tweede druk achter de rug en is weer nieuw leverbaar. Maar ook tweedehands exemplaren circuleren nog voldoende op het internet.

De inhoud

Hildo is soms best een beetje kritisch, maar dit boekje vindt hij erg interessant leesvoer voor historisch geïnteresseerden en al helemaal voor diegenen die de theorie van het paper patchen in de praktijk willen brengen. Van alles komt uitvoerig aan bod én de schrijver lijkt zo op het oog heel aardig te weten waarover hij het heeft. Op verschillende forums wordt de man gezien als een soort halfgod. Allerlei combinaties worden door de heer Matthews geprobeerd en geanalyseerd. Er wordt niet alleen over zwartkruit gesproken als voordrijvende lading, er worden met name veel voorbeelden gegeven van moderne, stevige nitroladingen. Soms zelfs met van puur lood gegoten zachte kogels, voor jachtdoeleinden. Paul  Matthews' paper patch interesse lijkt voornamelijk te liggen bij nitrowapens voor de jacht op groot wild.

Toch kritiek? 

Het boek is al wat ouder en mogelijk daardoor is het gebruik van verduidelijkende plaatjes zeer beperkt. Dat is jammer, want een plaatje zegt soms meer dan duizend woorden. Waar wel foto's gebruikt worden zijn ze zwart/wit en af en toe van stencilkwaliteit, dus slecht. In sommige technische stukken is het voor Hildo lastig om precies te volgen wat de goede man nu uiteindelijk precies bedoelt, en dat ligt niet aan een gebrek aan Hildo's kennis van de Engelse taal. Evengoed, u komt gegarandeerd een stuk beter beslagen ten ijs als u wilt gaan paper patchen. Als u het hele boekje doorgelezen heeft, kunt u niet zeggen dat u minder weet.

Veilig?

Rustige nitrokruit ladingen gebruiken in antieke zwartkruit achterlaadgeweren, is iets waar Amerikanen hun hand niet voor omdraaien. Ook de auteur van dit boekje niet. Zogenaamde duplex ladingen, een mix van nitro en zwartkruit, om hogere kogelsnelheden te bereiken en, door een optimalere verbranding, een groot gedeelte van de zwartkruitvervuiling weer uit de loop te branden, zijn voor deze man geen enkel probleem. Hij heeft het niet over eventuele risico's, die niet onaanzienlijk zijn. Exploderende wapens kunnen u in het ergste geval het leven kosten. Als u een Nederlandse sportschutter hard gillend weg wilt zien rennen, hoeft u alleen maar te zeggen dat u uw zwartkruitwapen met een combi van nitro en zwartkruit geladen heeft. Kortom, in Nederland worden deze praktijken gezien als absoluut onaanvaardbaar herlaadgedrag. In Amerika ligt dat duidelijk anders. Voor Hildo ligt hier de grens, hij gaat hij zich op geen enkel moment bezig houden met duplex ladingen of nitroladingn in antieke zwartkruitwapens, hij wil er zelfs geen trailboss in hebben.

 

18 maart 2015. 'Blaasjes' op de hulsnek!

Inspectie na het schieten leert Hildo dat er nu een soort van blaasjes op de nek van de huls zitten. Alle verschoten hulzen hebben dit, maar de grootte, plaats en vorm van de uitstulpingen zijn niet niet overal gelijk. Dat de kamer de schuldige zou zijn lijkt Hildo derhalve onwaarschijnlijk, dan zou er minder verschil tussen de hulzen zitten.

Rijst?

Hildo heeft rijst als vulmiddel gebruikt, gemalen in een oude koffiemolen. Niet alle rijstkorrels zijn evengoed gemalen, soms zaten er nog bijna hele korrels bij. Tijdens het schot wordt de rijst met grote kracht uit de hulsnek geperst en daarom vermoedt Hildo dat rijstkorrels de deuken hebben veroorzaakt.

Paint Peter advies: lichtgewicht vulmiddel voor genekte hulzen

Paint Peter, een zwartkruitschutter met veel ervaring in het herladen van allerlei historische kalibers, meent dat het vulmiddel dat Hildo heeft gebruikt te zwaar is. Niet alleen rijst, maar ook koffie, couscous, e.d. ziet hij als ongeschikt omdat ze te zwaar zouden zijn. Het is allemaal onverbrande massa die door de vernauwing (de hulsmond) geperst moet worden en daarbij komen grote krachten vrij. Hij is in het bezit van een Martini-Henry in 577-450. Dat is de knots van een huls van de 577 Snider met een nek voor een .45 kogel. Er past erg veel kruit in en gereduceerd laden is iets wat derhalve aan te raden is. Het gebruik van  couscous als vulmiddel heeft hem verscheidene gescheurde hulzen opgeleverd. Brinta is wat hij nu gebruikt en met uitstekend resultaat, hij heeft sindsdien geen gescheurde hulzen meer gehad. Hildo denkt daarom dat ie ook maar weer 's aan de Brinta gaat, eens zien of de hulzen dan zonder deuken uit Antonia komen.

 

18 maart 2015. Teruggeblazen primers?

Wat Hildo ook opvalt is dat de slaghoedjes, CCI large rifle, buiten de hulsbodem uitsteken. Na het primen zaten alle slaghoedjes wel degelijk diep genoeg. Of dat komt doordat de drukken erg hoog opgelopen zijn door het gebruik van rijst of dat de, wel erg dikke slagpin, de slaghoedjes dusdanig naar binnen geperst heeft dat het metaal er omheen naar buiten gedrukt is? Hildo weet het niet, maar ook deze vragen zullen beantwoord worden tijdens een tweede serie met Antonia waar zij geladen zal worden met dezelfde kogel, slaghoedjes en kruitlading, maar zonder vulmiddel. Hildo is benieuwd naar het resultaat.

 

22 maart 2015. Lee 324-175 kogel

Gegoten van puur lood en de kogels vallen tussen de 3235" en 3240" uit het gietblok. Ze zijn nét en erg strak met de hand in de hulzen van Antonia te plaatsen.

 

29 maart 2015. Paper patches uittekenen

Eerst is wat rekenwerk noodzakelijk om de juiste patchlengte te kunnen bepalen. Alles is logisch, dat scheelt, want Hildo is geen bijzonder rekentalent en heeft geen wiskundeknobbel. De maten zijn die van Hildo's kogel, maar u kunt de berekening natuurlijk voor alle kogels gebruiken, alleen de kogeldiameter aanpassen en eventueel de dikte van het papier.

Lengte van de patch

U neemt de diameter van de kogel en vermenigvuldigt die met pi (3,14) om tot de omtrek te komen.

8,42 mm x 3,14 = 26,44 mm

Dit is één omwenteling en het is de bedoeling dat het papier twee keer rond gaat. De tweede keer is de kogel dikker omdat hij al een keer gewikkeld is, de dikte van het papier moet er nu bij.

8,42 mm + 2 x .004 mm papierdikte = 8,50 mm diameter, dus...

8,50 mm x 3,14 = 26,69 mm

26,44 mm + 26, 69 mm = 53,13 mm totaallengte van de paper patch.

Schuine kanten

Met schuine kanten is het gemakkelijker om te wikkelen en zo blijft de patch ook beter zitten. Aan de ene kant springt de schuine kant wat in, aan de andere kant springt ie er weer uit. De hoek is verder niet van belang, u kunt ze anders maken, zolang de hoeken maar gelijk zijn. Hildo houdt een hoek van 45 graden aan. De lengte van de patch moet 53,13 mm zijn. Hildo zet dus, bij benadering, om de 53,13 mm een streepje. De juiste hoeken tekent Hildo daarna af met een geo-driehoek... komt die na 40 jaar toch nog een keer van pas, wie had dát ooit gedacht?

Wikkelen

U maakt het papier zo nat mogelijk zonder dat het gaat scheuren. Even wat proberen. Hildo vindt het patroonpapier overigens ook nat verrassend sterk en heeft geen last van scheurend papier gehad, printer papier is er gevoeliger voor. Vervolgens wikkelt u het zo strak mogelijk om de kogel.

Rechtsom of linksom?

U kunt met de trekken en velden mee wikkelen, of er tegenin. In het laatste geval zal de patch de kogel eerder los laten als deze de loop verlaat. Het is niet de bedoeling dat de patch aan de kogel blijft hangen tijdens de vlucht, maar het is ook niet de bedoeling dat de patch al los komt van de kogel binnen in de loop.

De trekken en velden van Antonia gaan rechtsom en Hildo wikkelt zijn kogels linksom, de patch draait zich in principe dus los. Dat is geen bewuste keuze, maar toeval: hij dacht er later pas aan, toen het papier al geknipt was.

 

29 maart 2015. Huls getrompt... het past!

De hulsmond heeft Hildo een kleine tromp gegeven met behulp van de, prima werkende, Lee universele expander-die. Daarna is het een fluitje van een cent om de kogel in de huls te stoppen.

Kropatschek CH4D seat & crimp die

Als de bodem van de kogel er maar in zit. De volgende stap is de kogel op de juiste diepte te zetten en de juiste krimp te bepalen, zoveel krimp dat de patroon te kameren is. Niet meer dan dat, want dat betekent een onnodige belasting van de huls.

Buitendiameter hulsmond

Een gebruikte huls komt uit Antonia's kamer met een buitendiameter van .355" en de nieuw herladen huls heeft telkens iets meer krimp gekregen tot dat de buitendiameter ook .355" is, precies dezelfde maat dus. Er moest overigens wel behoorlijk wat krimp gebruikt worden om tot die maat te komen.

Niet alleen de nek

Dit is de eerste keer dat Hildo met genekte 'flessenhals'hulzen werkt en het valt hem op dat de krimp-die niet alleen de nek krimpt, maar ook de onderkant van de huls voor een groot gedeelte meepakt. Het zal wel zo horen, maar hij had liever alleen de nek gekrompen.

 

29 maart 2015. 8x60R Kropatschek of de 8x60R Guedes patroon?

Al zegt Hildo het zelf, deze zien er toch wel heel autentiek uit! Eigenlijk is dit niet de juiste patroon voor de Kropatschek, maar wél voor haar illustere voorganger, de destijds door Portugal geannuleerde M1885 Steyr Guedes. De M1886 Steyr Kropatschek kogels zijn nooit papier gewikkeld geweest, maar werden gemaakt van lood die met een losse koperen patch omwikkeld werden. Hetzelfde patch procedé als een papiermantel kogel, alleen van koper. Even later werden het loden kogels met een dunne mantel van een, waarschijnlijk, koper-nikkel-ijzer legering, een échte volmantel dus.

 

1 april 2015. Wa's dat nou?

Fatsoenlijke dreunen uit Antonia, heel wat mooier dan die ondermaatse knalletjes met die gereduceerde ladingen. Dit is de kaart na 10 schoten met Hildo's superieure paper patched kogels waar hij zoveel van verwachtte. De eerste drie schoten komen niet eens op de kaart, ook niet na wat pielen met de hoogte van de keep.

Van 50 naar 25 meter

Als u geen idee heeft waar de kogels blijven, is het tijd om de afstand van loop naar kaart te verkorten. Hildo stelt het kaarttransport daarom in op 25 meter en tracht met de overgebleven zeven patronen de kaart op 25 meter wél te raken. Peulenschil voor een geweer, zelfs met een musket een makkie. Helaas lukt het met Antonia maar vier keer, drie missen de kaart volledig. Dit is iets wat Hildo helemaal niet had verwacht: zijn patronen sucken big time en de paper patch werkt niet!

 

1 april 2015. Aha, duidelijk!

Komt het u bekend voor? Dit is een close-up van een schoonmaakdoekje en wat erop ligt, is lood. Alle schoonmaakdoekjes vertonen sporen van lood.

Het Snijbrandereffect

Patch na patch haalt Hildo door de loop en er komt steeds meer lood uit. Het is zelfs te voelen waar het zit, over de gehele looplengte. Hildo heeft geleerd, met z'n Norinco 1911 .45 ACP pistool, dat loodafzettingen met zacht lood en kleine nitro ladingen, snel kunnen gebeuren. Het strippen van de kogel ontstaat wanneer de kogel niet snel genoeg op toeren komt, loodafzetting daarvan vindt u in het begin van de loop, niet verder richting loopmonding. Als de loodafzetting terug te vinden is over de gehele looplengte, dan is dit veroorzaakt door brandend gas tussen kogel en loop. Het lood van de kogel smelt dan gedeeltelijk tijdens de tocht door de loop en wordt over de hele looplengte uitgesmeerd. Erg vervelend, met name het schoonmaken is tijdrovend en lastig.

Waarom dan?

Hildo's theorie: De trekken van Antonia zijn diep en die zouden in volledig gevuld moeten worden door de kogel zodat er geen gas tussen de kogel en de loop kan ontsnappen, zo werkt dat normaal bij zwartkruitwapens met loden kogels. De kogel moet eigenlijk iets groter zijn dan het diepste gedeelte van de trekken, zodat de kogel de loop hermetisch afsluit, kogelvet zorgt daar mede voor. Dat is echter bij de Kropatschek niet het geval. De trekken zijn diep, maar de diameter van de kamer, waar de kogel zit, is vrij klein. Dus een grotere kogel is niet te plaatsen. De ruimte tussen kogel en de diepe gedeeltes van de trekken zijn vast gedacht voor het opvangen van zwartkruit residu. Een grotere kogel plaatsen is onmogelijk. Dat de kogel opstuikt in de loop na het schot, lijkt niet te gebeuren. Het gas vliegt tussen kogel en loopwand door en de paperpatch heeft geen schijn van kans: het papier brandt gewoon weg.

 

2 april 2015. Originele Kropatschek patroon met een headstamp uit 1885

Deze afbeelding vond Hildo op een forum. Het laat de eerste uitvoering van de 8x60R Kropatschek zien met een losse koperen mantel, mogelijk gelegeerd met nikkel, om de kogel. Leuk hè? De bodem heeft een stempel uit het jaar 1885, waarschijnlijk werd de munitie al in 1885 gemaakt, een gedeelte van de M1886 Kropatschek geweren misschien ook wel. De opvolger van deze patroon, het jaar daarna, was een kogel met een dunne mantel van een, waarschijnlijk, koper-nikkel legering met, mogelijk, ook nog wat ijzer. Heden ten dage wordt volmantelmateriaal, naar wat Hildo ervan begrijpt, gemaakt uit een legering van koper-zink om afzettingen van het mantelmateriaal in de loop beter tegen te gaan.

 

5 april 2015. De kogel zit in de loop

U kijkt hier achter in de loop, de grendel is verwijderd. U kunt de kogel zien zitten. Op één grain kruit kwam hij niet ver, net uit de kamer en ìn de trekken en velden.

 

5 april 2015. Het 0,5 grain kruit schot

Onvoldoende kruit om de kogel de huls uit te krijgen, maar er zijn wel interessante dingen te zien. De onderkant van de kogel is zwart, maar ook verder omhoog is de kogel niet schoon meer. Dat betekent dat ook daar hete verbrandingsgassen in contact komen met het papier, zelfs al voordat de kogel de huls uit is. De ruimte tussen hulsnek en kogel wordt dus niet goed afgesloten, ondanks het 'pakking-effect' en de sterke krimp. Dit is niet goed.

 

5 april 2015. Het 1 grain kruit schot... de onderkant

Is het de kogelbodem, kogelbasis of kogelkont? In ieder geval is hier heel erg duidelijk te zien wat er bij deze kogel misgaat. Het papier op de kogelbodem zat er na het 0,5 grain schot nog een beetje op, na dit 1 grain schot is het papier op het kogelkontje helemaal weggebrand. Ook op de zijkant is de paper patch ernstig aangedaan aan de onderzijde van de kogel. Dit was een schot met 1 grain kruit, u kunt zich voorstellen wat een volle lading van 70 grain met de paper patch doet... Het omvouwen van de paper patch aan de onderkant van de kogel om de kogel te beschermen is zinloos. Het beschermt de kogel niet, het brandt gewoon weg. Het iets omvouwen dient alleen om te voorkomen dat de paper patch zich loswikkelt.

Bodembescherming is noodzakelijk

De volgende patronen zullen voorzien gaan worden van viltjes ter bescherming van de kogel en de paper patch. Viltjes zijn duidelijk noodzakelijk. Tevens gaat er een vetpil gebruikt worden, en dan maar zien of het wel werkt. Hildo heeft goede hoop!

 

15 april 2015. 76 grain FFG Elephant met Antonia

De huls vol, met het kruit tot in de nek want het onderste viltje wil Hildo in de nek hebben, niet iets eronder. Na het kruit dus een viltje, vetpil en nog een viltje. Er is dan niet bijster veel ruimte meer over om de kogel te zetten. Wat compressie met behulp van de Rock Chucker zorgt er voor dat de kogel wel gezet kan worden. Relatief ver naar buiten, maar nog lang niet in de trekken en velden. Als de kogel iets verder naar buiten gezet wordt, is er blijkbaar iets te weinig grip tussen huls en kogel en heeft de kogel de neiging om in de kogelzetter te blijven zitten in plaats van in de huls.

De kogel

Weer dezelfde Lee 329-205 die papier gewikkeld wordt en iets vettig gemaakt en gesized wordt naar .329. De kogel is ook ditmaal van gewoon zacht lood.

Lood in de loop?

Nee, helemaal niets van te bespeuren tijdens het schoonmaken. De paper patch doet, in combinatie met de vetpil, zijn werk uitstekend.

Op de schietbaan... precisie is drama

Tien patronen zijn er gemaakt en Hildo knalt ze er stuk voor stuk door. De klap is hard en wat scherp, duidelijk te horen dat er veel kruit in zit, maar de terugslag valt erg mee omdat de kogel niet erg zwaar is. Erg stabiel staat Hildo vanavond niet, maar de kaart missen, zo erg is het niet. Toch treffen van de tien kogels maar drie de kaart. De precisie is, wederom, ver te zoeken. Het gebruik van grover FFG kruit maakt geen verschil.

De volgende keer

Hildo denkt dat hij de oplossing heeft: hard lood. Hij vermoedt dat de kogel, na het afgaan van het schot, de huls verlaat en vervolgens niet helemaal recht in de trekken en velden terechtkomt. De punt van de kogel is erg zacht en laat zich gemakkelijk vervormen. Daardoor komt de kogel iets scheef in de loop en is het schotbeeld beroerd. Hij vermoedt dat bij hard lood de kogel zich beter zal centreren en dat daarmee de precisie zal verbeteren. Of hij gelijk heeft? Dat ziet u als Hildo met harde kogels de baan op gaat. Ze moeten nog wel even gegoten worden.

 

27 april 2015. Staartjes knippen

Nadat de kogel gedroogd is, knipt Hildo de overbodige staartjes er af. Doet ze niet zeer hoor.

 

27 april 2015. Kogel sizen met margarine

De kogels sizen met bijenwas/ossewit gaat niet lekker. Dan maar een lik margarine. Zoals Hildo al verwachtte, gaat dit nog slechter. Margarine is wel glad, maar bevat veel water waardoor het papier nat wordt, z'n sterkte verliest en nog sneller scheurt.

 

11 mei 2015. Een Lee sizer-die in .321

De .321 is een 'special order' maat, want erg gangbaar is deze kogeldiameter niet. Hartstikke mooi dus dat Hildo via het internet toch deze die weet te bemachtigen, want hiermee kan de kogel voor Antonia, de Kropatschek, behoorlijk richting de ideale maat gesized worden. Een fractie te dik wellicht, maar een .321 kogel kan zeker gepaperpatched worden. Er komt iets van .006" in totaal aan patch bij, dan nog door de .329 sizer die die de kogel naar .327" sizet, de huls iets trompen met de universele expander-die, de kogel zetten, een krimpje en klaar. Als u denkt dat het nu wel erg ingewikkeld wordt... dat valt mee hoor, lezen is stukken lastiger dan gewoon doen.

Theorie

De theorie is sluitend en Hildo weet dat het verder wel gaat lukken. Maar of deze patroon dan ook nog goed gaat schieten, blijft natuurlijk de vraag.

Size probleempje met hard lood

Hildo heeft deze kogels gegoten van puur wiellood en daarna, 'tsssssjjj', in het water gegooid. Daarvan zijn ze nog harder geworden en het blijkt dat ze haast niet meer te sizen zijn. De kogel gewoon door de sizer-die duwen wil niet. Hildo neemt daarom een 'aanloopje' met de ram van de Rock Chucker en 'slaat' de kogels door de .321 sizer-die. Het helpt niet als hij ze eerst door de .329" sizer-die haalt, het zorgt er niet voor dat ze merkbaar lichter door de .321" gaan, het lood is echt knetterhard. Voor de toekomst, mocht dit goed schieten, moet er een kogel komen die niet gesized hoeft te worden.

 

12 mei 2015. De .321 kogel gepatched

De patch blijkt niet .006" maar .0065" dik te zijn. Maar het lukt, ze passen precies in de huls en morgen is het uur der waarheid. Zou dit dan de kogel zijn die het goed gaat doen? Nog even een opsomming: gehard wiellood, gesized naar .321, gepatched naar .3275, gesized naar .327, kruitlading 74 grain Elephant FFG met een vetpil direct op het kruit en tussen vetpil en kogel een 8 mm bierviltje. Geen krimp, de kogel kon met de hand gezet worden.

 

13 mei 2015. Schietkaart Antonia

'Nou', zegt Hildo, die beteuterd naar de kaart staat te kijken, 'Dit ligt niet aan mij hoor.' Natuurlijk doet het dat wel, want wie heeft de munitie gemaakt dan? Maar Hildo heeft gedeeltelijk gelijk: zo beroerd als deze kaart eruit ziet, ligt niet direct aan zijn schutterskunsten. Hij is geen topper, maar een groepje schieten dat kleiner is dan wat u hierboven afgebeeld ziet lukt hem altijd.

 

13 mei 2015. Kantelaar met Antonia

Ondanks het gebrek aan precisie zijn de meeste kogels wel mooi recht door de kaart gegaan, op een paar na. Hierboven ziet u de ergste kantelaar, een close-up van de kogel die de kaart rechtsonder in de hoek trof. Er gaat duidelijk iets niet helemaal goed.

 

13 mei 2015. Het schoonmaken... met 17 doekjes!

Het eerste doekje is de meest linker, de laatste ligt rechts. De procedure is de reguliere, met water en afwasmiddel. De loop van Antonia lijkt na het vierde doekje aardig schoon, daarna komen de droge doekjes die weer vuiler worden naarmate de loop droger wordt. Dan een doekje met WD-40 olie, die komt er weer vuil uit, weekt toch wat meer vuil los. Wederom wat droge doekjes, daarna weer doekjes met olie... het laatste doekje is er eentje met WD40 en Hildo vindt het welletjes. Dit lijkt op een typisch geval van een rauwe loop, meestal veroorzaakt door pitting. En toch lijkt die van Antonia op het eerste gezicht helemaal niet zo beroerd. Dit soort lopen kunt u blijven schoonmaken en telkens komt er weer vuil uit. Hier zou u over kunnen gaan dromen, telkens weer poetsen en poetsen en poetsen en de loop wordt maar niet schoon. Nachtmerries worden die dromen genoemd en Hildo hoeft er in dit geval niet eens voor te slapen.

 

Alfred von Kropatschek

Het gezicht achter het geweer: Alfred. Eem echte lolbroek lijkt het niet, maar u mag niet vergeten dat lachen iets was wat vroeger op foto´s niet werd gedaan. Misschien viel de man in de praktijk wel mee. In ieder geval, hij is geboren in het jaar 1838 in Bielitz (Bilsko), tegenwoordig heet het Bielsko-Biala, gelegen in het zuiden van het huidige Polen. Alfred is overleden in 1911 in Lovrana op het schiereiland Istrië, het huidige Kroatië. In de tussentijd een glansrijke carrière gemaakt in het leger, het tot generaal geschopt en met medailles overladen. Nauwelijks boeiend, wat Hildo betreft. Maar enig technisch talent kan de man niet ontzegd worden. Hij is in ieder geval mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling van dit wapen dat, naar het lijkt, zich nooit in een grote populariteit heeft mogen verheugen. De naam 'Kropatschek' is niet daadwerkelijk te vinden op het geweer, ondanks dat iedereen het een Kropatschek noemt. Sneu voor Alfred, maar het is en blijft gewoon een 'Steyr 1886'. Wilt u meer over Alfred weten? Het wereldwijde web is uw vriend.

 

Grendel

Helaas voorzien van nogal wat pitting, de prijs was ernaar. De pitting zit alleen aan de buitenkant. De grendel lijkt niet bij het geweer te horen, het is niet nummergelijk, minpuntje voor de verzamelwaarde. Achterop zit een hevel, de veiligheidspal. Aan de rechterkant van het geweer zit ook een heveltje. Daarmee kunt u kiezen of u single shot wilt schieten of dat de patronen automatisch aangevoerd worden vanuit het buismagazijn. Een handige constructie omdat u, als soldaat in nood, bij een charge van de tegenstanders bijvoorbeeld, over uw volledig gevulde magazijncapaciteit kunt beschikken terwijl u de rest van de tijd gewoon enkelschots schiet. De grendelwerking gaat licht en soepeltjes. De hoofdveer voor de slagpen wordt gespannen als u de grendel naar de verticale positie beweegt. Om de veer te ontspannen haalt u vanaf die stand de trekker over en begeleidt u de grendel weer naar beneden.

 

Open grendel

Voor wie alleen maar voorladers gewend is, herbergt een grendelgeweer als dit toch wel ingenieuze techniek die zelfs de automatische aanvoer van patronen mogelijk maakt.

 

Patroonlepel

Tijdens het grendelen wordt de lege huls uit de kamer getrokken. De lepel die u hier ziet, lift de nieuwe patroom die uit het buismagazijn komt omhoog. Als u de grendel sluit, wordt de nieuwe patroon de kamer ingeschoven en bent u klaar voor het volgende schot.

 

Ingewikkeld laddervizier

Het laddervizier kan voorover geklapt, achterover geklapt en natuurlijk rechtop gezet worden. In liggende stand voorover is 100 meter (niet afgebeeld). De liggende stand achterover is voor 300 meter. Het is in deze stand nog iets afstelbaar door middel van het horizontaal verschuiven van de ladder, misschien een traploze verstelling van 200 tot 300 meter. Staand zijn er drie verschillende kepen waar overheen getuurd kan worden.

Met de schuif in de onderste stand, kijkend naar de linker cijferrij, staat het vizier op stand 5 en dat loopt op van 5, 6, 7, 8, enz. tot en met 15 (=1500 m). Dit geldt voor de onderste keep van het verschuifbare gedeelte. De bovenste keep in het onderste vaste gedeelte van het laddervizier is voor 1600 meter. De rechter rij is voor de hoogste keep, daar zijn de afgebeelde nummers 17, 18, enz. tot en met 22 (2200 m). De originele kogel was een kleine 250 grain en dan lijkt méér dan twee kilometer schieten wel heel erg optimistisch en waarschijnlijk weinig zinvol, tenzij het een wel heel erg groot doel betreft.

Nitrovizier

De schaalverdeling laat zien dat dit geweer is voorzien van een vizier voor een Kropatschek waar nitroladingen mee verschoten werden want in 1896 werden de vizieren aangepast aan de ballistiek van de 8x56R patroon die met nitrokruit geladen werd. Het nitrovizier begint op de linker schaal verdeling met 500 m, het zwartkruitvizier begint met 400 m. Nitrostempels staan echter niet in de loop, het is en blijft derhalve een vrij geweer. Nitroladingen verschieten gaat Hildo sowieso niet doen. Het is staal uit 1886 en veiligheid voor alles. Het blijft voor Hildo niets anders dan een gewoon zwartkruitgeweer.

 

Bevestiging van het vizier

De vizierbevestiging en een stempeltje van een kroontje. Ondanks dat het hout niet nieuw is en de grendel gepit, is het wapen van dichtbij toch best wel netjes, meent Hildo, die er erg blij mee is.

Verlofplichtige spullen

Binnenkort even bij de politie langs voor de bijschrijving van het geweer op het verlof zodat hij de noodzakelijke verlofplichtige artikelen, zoals hulzen en kogels, in bezit mag hebben. Afgezien daarvan, als een antiek wapen niet op het verlof is bijgeschreven mag er niet mee worden geschoten en dat is iets wat Hildo toch graag af en toe zou willen doen. U ziet het vanzelf als het zover is!

                       _____________________________________

 

 

9 maart 2015. Lee giettangen voor Antonia

Kogels moeten er zijn en veel zwartkruitschutters gieten ze zelf. Hildo doet dat ook en voor Antonia zal hij ze ook gieten. De originele 8x60R kogel weegt 247 grain. Gietmalfabrikant Lee Precision maakt er twee die wel geschikt zijn, maar ze zijn er niet in het historisch juiste gewicht. Niet getreurd, schieten zullen ze vast wel en een speciaal gietblok laten maken, ruim 130 euro voor een enkelvoudige versie, dat gaat Hildo op dit moment even te ver. Eerst is nader onderzoek nodig. Beide kogels zijn geschikt voor het monteren van een gascheck (een koper of messing kuipje dat om de voet van de kogel gekrompen kan worden) in een sizer die om de kogel voor hete gassen te beschermen. Gaschecks wil Hildo niet gaan gebruiken. 'Dat is voor nitro', meent hij.

324-175-R giettang (bovenste foto)

.324" in diameter en 175 grain zwaar. Een tamelijk lichtgewicht, voor zwartkruitbegrippen in ieder geval. Dit is ongeveer de originele kogeldiameter, maar die kogel had een mantel. Manteltje maken kan Hildo inmiddels zelf, dus dit lijkt een goede kandidaat om te gaan paper patchen. Officieel was de 8x60R ontwikkeld voor het Guedes geweer in 1885 en die patroon was voorzien van een papier omwikkelde kogel.

329-205-1R giettang (onderste foto)

Deze is met 329" wat dikker en kan waarschijnlijk geladen worden zonder verdere toestanden, behalve invetten, en zal naar verwachting de trekken behoorlijk kunnen vullen.

 

Lee .329" bullet sizer die-set

.329" is de binnenmaat van de trekken in de meeste Kropatschek lopen, naar het schijnt, dus deze is goed te gebruiken met de .329-205 Lee kogel. Maar misschien ook wel niet, want Hildo heeft inmiddels van medeschutter Spaghetti begrepen dat een 329 kogel niet fatsoenlijk in een Kropatschek huls past en dat de patroon zelf klem kan komen te zitten in de kamer. Verder onderzoek is daarom noodzakelijk.

 

Lee .22 tot .42 universal expanding die-set

Met deze die is de tromp aan een huls te maken, zonder de full length sizer te gebruiken. Te gebruiken bij allerlei kalibers, van .22 tot .42 volgens Lee. Hiermee wil Hildo de hulsmond iets verder open kunnen zetten, alleen als het nodig is. Bijvoorbeeld met paper patched kogels, zodat de kogel probleemloos naar binnen geschoven kan worden zonder de paper patch te beschadigen.

 

RCBS past

Hildo meet de RCBS 321-170 op en hij komt op de maat 323 uit, schommelend van 322 tot 324, met een praktijkgewicht van 181 grain. Deze kogel past strak in een nieuwe, nog niet verschoten, Horneber huls die een binnenmaat heeft van 8,2 mm. Hoeveel de huls zal groeien na het eerste schot, weet Hildo nog niet. Dat zal de bepalende factor zijn voor de grootst mogelijke diameter kogel die te gebruiken is in Antonia. Natuurlijk is ook deze kogel veel lichter dan het originele 247 grain exemplaar.

 

15 maart 2015. De eerste patronen voor Antonia

Hildo is een beetje grieperig, maar het lukt hem om even een paar patronen te maken. Veel stelt het niet voor: slaghoedje, kruit, vulmiddel en de kogel kan in de meeste gevallen zelfs zonder pers op de huls gezet worden. De patronen zijn geladen met de RCBS 321-170 kogel, 35 grain Explosia 0 (FFFG) kruit en opgevuld met rijst, net zoals hij ook bij de 45-70 patronen doet. In de 45-70 gaat er een viltje tussen kruit en rijst. In deze flessenhalshuls gaat dat niet zo gemakkelijk. Daarom is de rijst eerst even door een koffiebonenmachine gegaan, dan is de rijstgranulatie wat fijner, en wanneer de kogel met een tikje compressie erop gezet wordt zal vermenging van kruit en rijst, naar Hildo's verwachting, niet plaatsvinden. Niet te veel, maar ook niet te weinig vulmiddel gebruiken.Hildo heeft bij een paar patronen wat weinig rijst gebruikt, vandaar dat deze kogels wat dieper zitten. Maar het schiet vast wel.

Zwartkruit opvulmiddelen met een flessehalshuls?

Met een gewone recht-voor-z'n-raap rechte huls is er geen enkel probleem, maar de flessehals betekent een vernauwing. Dat boudt in dat bij de ontbranding het  vulmiddel door een vernauwing perst moet worden. Het is immers niet brandbaar, zoals het kruit zelf. De rijst mag natuurlijk niet gaan verstoppen of een prop gaan vormen. Sommige kalibers zijn daar gevoelig voor, heeft Hildo begrepen. Hij meent dat de 577-450 Martini Henry huls de neiging heeft om uitelkaar getrokken te worden bij vulmiddel met een te hoog eigen gewicht, maar hij weet dat niet zeker.

 

18 maart 2015. Schietkaart Antonia

Dit is de eerste keer, na tien dagen, dat Hildo weer schiet. Dergelijk grote tussenpozen tussen het schieten heeft hij niet vaak. Maar gelukkig schijnt het hardnekkige griepje goeddeels overwonnen. Deze eerste kaart van Antonia laat geen geweldige resultaten zien, maar dat is iets wat waarschijnlijk met name aan Hildo ligt.

Onderkant zwart

Gericht is onderkant zwart en daar lijken de kogels ook uit te komen. Dit is met de basisinstelling van het vizier zoals die door mr. Mouse aan Hildo is verteld. Maar het vizier is achterovergeklapt en de schuif staat op '10', dat zou iets van ergens tussen de 200 en 300 meter moeten zijn, mits Hildo het vizier goed geïnterpreteerd heeft.

 

18 maart 2015. Zwaar sluitende grendel

Het valt Hildo op dat het kameren van de patroon prima gaat, maar het sluiten van de grendel gaat zwaar, te zwaar. Na het schot blijk dat er krassen op de huls zitten, net onder de nek, waar de huls van dun naar dik gaat. Hildo denkt dat de nek van de Horneber hulzen een fractie hoger zit dan de kamer van Antonia toelaat, duidelijk te zien aan de krassen op de huls. Met de overall lengte van de hulzen is niets mis. Komt vast vanzelf goed tijdens gebruik, een huls zet zich immers naar de kamer van het wapen. Een lege huls grendelt nu al een stuk gemakkelijker.

 

22 maart 2015. Lee 329-205 & Lee 324-175 kogels

Tijdens een gietsessie vandaag heeft Hildo voor het eerst een kleine serie kogels gegoten van beide Lee giettangen die aangeschaft zijn voor Antonia de Kropatschek. Het gieten valt niet mee, het lood is slecht op temperatuur te houden met de relatief lage buitentemperatuur. Een frisse wind die de gietlepel en het gietblok verder afkoelt, helpt ook niet. Flink wat kogels zijn niet helemaal perfect en laten tekenen van te koud lood zien. De 329-205 is geschikt voor een gascheck. De 324 kogel laat bovenaan een schuine inkeping zien, geschikt voor een roll krimp, vreemd. De voet van de 324 is wat onduidelijk vorm gegeven, geen driving band, maar de voet lijkt Hildo ook niet geschikt voor een gascheck.

Puur lood

Beide kogels zijn gegoten van puur lood en waarschijnlijk niet echt geschikt om zonder paper jacket te schieten. Op een met lood versmeerde loop zit Hildo niet te wachten.

 

22 maart 2015. Lee 329-205 kogel

Ook gegoten van puur lood en ze vallen behoorlijk consistent, een duizenste inch te groot, als 330" uit het gietblok. Omdat Hildo ook een .329" sizer-die heeft, heeft hij daar gelijk een paar doorheen gehaald. Over het algemeen heeft Lee de afmetingen aardig correct, maar de .329 sizer-die blijkt naar .327 te sizen. Gelukkig komt dat in dit geval prima uit. Nog een fractie te groot, maar met een beetje geluk is na het zetten van de kogel en een taperkrimp de patroon straks nog nét te kameren.

Paper patchen?

Natuurlijk kunnen straks ook papier omwikkelde kogels door de sizer-die om ze op maat te krijgen. Eerst nog even op zoek naar wat dunner papier dan 80 grams printerpapier, dat heeft een dikte heeft van rond 0.0035" en dat is teveel van het goede.

 

29 maart 2015. Patroonpapier, what's in a name?

Via het internet besteld en binnengekregen: 1 meter breed en 10 meter lang patroonpapier. Dit wordt gebruikt door dames en heren om kleding op uit te tekenen. Het is dun, 30 grams, en sterk. En dat is precies wat Hildo nodig heeft om zijn kogels mee te kunnen onwikkelen. Of het werkbaar spul is, zal blijken.

Hoe dik is dik?

Regulier printerpapier is 80 grams, dat houdt in dat een vierkante meter van het spul 80 gram weegt. Hildo meet het en komt op 0,004" (0,10 mm). Dit patroonpapier is maar 30 grams en meet een dikte van ongeveer 0,0015" (0,04 mm).

Binnen- en buitenzijde?

De ene kant is wat glanzend, de andere mat. Wat de binnen- en buitenkant is, weet Hildo nog niet. De eerste keer zal hij de gladde kant naar binnen doen. De papier onwikkelde kogel moet, pas als hij klaar is, gevet worden en Hildo denkt dat het vet beter hecht op de niet gladde kant.

 

29 maart 2015. Kogels drogen

Natuurlijk kunt u uw kogels na het wikkelen in de vensterbank zetten maar geforceerd drogen kan natuurlijk net zo goed. In deze tijd van het jaar heeft Hildo de verwarming aan en de bovenkant van de kachel lijkt wel geschapen voor het drogen van de papier gewikkelde kogels. Droog voor u het weet.

De hoogte van de patch

Op de afbeelding hierboven is goed te zien dat het papier iets onder de kogel uitsteekt, dan kunt u het in een puntje draaien om later, als ze zijn opgedroogt, het puntje eraf te knippen. Het in een punt draaien of anderzins vouwen is lastig want het overstekende stuk is iets te kort. Volgende keer maakt hij de patch iets hoger, dan gaat het vast beter.

 

29 maart 2015. Gesizede en ongesizde kogel

Het is gelukt en dit is het eindresultaat. De maat zit rond de .335" voor een ongesizede .329"/.330" Lee kogel. Daarna is het papier van de kogel gevet en door de Lee .329" sizer-die gedrukt, die toevallig en gelukkigerwijze naar .327" sizet. Dat gaat prima en het papier blijft mooi zitten. De buitendiameter van de driving bands is nu .327", de kogel zelf is wat dunner. Maar hoe dan ook, zo gaat ie de huls in.

 

29 maart 2015. Kameren... het gaat!

Nu is het even oppassen, want een patroon kameren betekent dat uw wapen geladen is. In principe geen wenselijk scenario thuis, maar er is niet aan te ontkomen. Het is belangrijk om te weten of de patroon het wapen in wil en er ook weer uit kan. Loop de goeie kant op, zodat wanneer het wapen afgaat de kogel geen ongelukken veroorzaakt. Grendel dicht en de grendel weer open, hartstikke goed, hier kan straks mee geschoten worden.

Een historisch correcte kruitlading. Tot aan de nok toe vol!

De kogels zijn gegoten van puur daklood en de kruitlading bedraagt 73 grain Explosia 0 (FFFG), een fijne granulatie om zo hoog mogelijke drukken te genereren zodat de kogel kan opstuiken. Iedereen schiet gereduceerd met een Kropatschek omdat het goedkoper is, maar ook omdat de kogels dan geen sleutelgaten produceren, dus niet zijwaarts door de kaart gaan. Die sleutelgaten worden veroorzaakt door het strippen van de kogel, want de spoed is behoorlijk vlot voor een zwartkruitwapen, iets van 1:16, heeft Hildo gemeten, en een kogel van .323" is niet erg dik en vult de trekken niet goed. Bovendien wordt er met lichte kogels geschoten, de originele was 247 grain, 32 mm lang en had geen vetgroeven en dus maximale grip over vrijwel de gehele lengte van de kogel. Als er gehard lood wordt gebruikt, kan het strippen verergeren omdat de kogel zich minder goed kan uitzetten in de trekken. Vroeger werd er niet met een gereduceerde lading geschoten, dus moet dat nu ook niet nodig zijn. Kortom... Hildo denkt dat Antonia met de zachtloden kogels en de huls tot aan de nok toe gevuld toch mooie ronde gaten schiet in de kaart. Of hij daarin gelijk krijgt, of de loop versmeerd raakt met lood, zal binnenkort blijken.

 

1 april 2014. Sleutelgat

Op 25 meter is dit gat in de kaart geschoten. Nog nooit is zijn trefzekerheid zo beroerd geweest. Er gaat duidelijk iets faliekant mis met de kogels. Wat dat precies is, weet Hildo niet. Strippen van de patch? Strippen van de kogel? Gas cutting, of in het Nederlands: het gasbrandereffect? Veel meer kan het niet zijn, want het geweer zelf is best wel goed. Het ging bij de vorige schietbeurt, met gereduceerde lading, heel aardig.

Weer blaasjes op de huls

Ook ditmaal is er met gloednieuwe hulzen geschoten, maar zonder vulmiddel. De blaasjes vlak onder de hulsnek die zich op 18 maart aftekenden, zijn ditmaal wéér aanwezig. De blaasvorming heeft duidelijk niet gelegen aan de gemalen rijst die Hildo toen als vuldmiddel heeft gebruikt. Het zal liggen aan bepaalde onregelmatigheden in de kamer op de plek waar de nek van de huls begint. Het is lastig om de nek te inspecteren, maar met een Cerrosafe afgietsel van de kamer zal vast duidelijk worden wat er aan de hand is.Dat gaat Hildo later nog doen.

 

2 april 2015. 8 mm holpijp

Hildo gaat niet naar gereduceerde ladingen, maar zoekt naar een andere oplossing. Dus snel een holpijpje gehaald bij de bouwmarkt in 8 mm. De uitgeslagen viltjes, uit gewone bierviltjes, passen prima in de huls. Ze zitten relatief strak. Uit de huls vallen doen ze niet. En ook met de mond, via het zundgat, eruit blazen, lukt niet. Dit lijkt goed.

Wat is de bedoeling hiervan?

De bedoeling is de huls volgooien met kruit, daarna een viltje erop, daarna een vetpil en daarna weer een viltje en dan de papier gewikkelde kogel. De vetpil achter de kogel werd vroeger ook gedaan. Hildo gebruikt het altijd in zijn voorlaadrevolvers, dan blijft de zwartkruitvervuiling mooi zacht. Hildo denkt dat op het moment dat het schot afgaat het vet tussen de viltjes uitgeknepen wordt. Daardoor kan het vet de kogel beschermen tegen het snijbrandereffect. Het kogelvet dat hij gaat gebruiken is het reguliere 50/50 buienwas/ossewit. Mocht dit niet afdoende zijn, dan laat hij het onderste viltje weg en zet hij de vetpil direct op het kruit zodat het beter kan smelten.

 

2 april 2015. Borstels en zo

Vanwege het lood in de loop is Hildo gegaan voor wat extra rigoureuze poetsmiddelen, onder andere een paar messing borstels. Dit lijkt Hildo de beste manier om de resterende loodafzettingen uit de loop te krijgen, al dan niet in combinatie met een speciaal loopreinigingsmiddel als bijvoorbeeld 'Shooter's Choice'. De zwarte is een nylonborstel die, uiteraard, de loop minder aantast, maar niet zo goed schrobt. Normaal gebruikt Hildo geen borstels, maar schoonmaakdoekjes in combinatie met de onderste twee afgebeelde opzetstukken.

Een schoonmaakdoekje in combinatie met een nylonborstel schijnt ook goed te voldoen, omdat het schoonmaakdoekje beter in de trekken wordt geduwd. Witte wolborstels, om de loop in te oliën, gebruikt Hildo nooit want dat doet ie ook met een schoonmaakdoekje. Waarom hij deze in 8 mm gekocht heeft, zal wel een raadsel blijven. Witte wolborstels gebruikt hij wel om zijn rechte 45-70 hulzen in afwaswater schoon te maken, best handig. Het grappige? Iedere schutter ontwikkelt zijn eigen, persoonlijke, manier om zijn/haar wapens weer spik en span te krijgen.

 

2 april 2015. 8x60R Kropatschek met koper mantel (klik plaatje groter)

Fantastisch plaatje met een doorsnede van de eerste Kropatschek patroon met een in dun koper gewikkelde kogel, compleet met verduidelijkende tekst in het Frans. Of de tekening en tekst uit 1886 komen weet Hildo niet, maar het lijkt er wel op. Vooralsnog ziet hij geen reden tot het in twijfel trekken van deze gegevens. Het laat duidelijk zien dat onder de kogel een vetpil zit met zowel onder als boven een viltje. Volgens de tekst is de kogel van gehard lood, 16 gram (247 grain) en heeft deze een lengte van 32 mm. De totale patroon was 82 mm, wat bij een hulslengte van 60 mm zou betekenen dat de kogel er 22 mm uitsteekt en 10 mm in de huls zit. De huls is van messing en aan de binnenzijde gelakt, volgens Hildo's beste Frans. De patch is van koper en waar deze buiten de huls uitsteekt is hij gevet.

De snelheid

De opgegeven snelheid van deze patroon was 532 m/s, maar tijdens testen met een chronograaf kwam l'Ecole Normale de Tir (Franse militaire schietschool en wapentesten) maar tot een snelheid van 510 m/s. De kruitlading lijkt te hebben bestaan uit 4,5 gram, wat 70 grain is. Wat de Franse schietschool moest met de Portugese Kropatschek is Hildo onduidelijk. Misschien geïnteresseerd in de ballistiek van de 8x60R Kropatschek? De Fransen zelf waren in 1886 druk bezig  met het 8 mm nitro Lebel geweer en het testen van de munitie, voorzien van een koper-nikkel legering volmantel kogel, onder supervisie van Nicolas Lebel zelf.

 

5 april 2015. Met 0,5 tot 1 grain kruit en een paper patched kogel

Knallen in de schuur met een Kropatschek lijkt onverstandig, maar er is iets anders gaande dan wat u mogelijk zou kunnen denken. De kogel moet in de loop blijven steken!

0.5 grain kruit

Met alleen het slaghoedje de kogel in de loop krijgen, wat met een pistool wel wil, gaat met zo'n grote huls waarschijnljk niet lukken. De kleinste schijfladingen waar mee geschoten wordt, liggen wellicht rond de 9 grain met een .36 bal, en hard gaat dat niet. Hildo heeft een 8x60R Kropatschek huls geladen met een halve grain zwartkruit en de bedoeling is dat de kogel de huls uitgaat en in de loop blijft steken, voor nader onderzoek.

0,5 grain kruit: het schot

De huls is voorzien van een CCI 200 large rifle primer, maar hij lijkt te weigeren. Het enige wat Hildo hoort, is de klik van de slagpin. Hildo wacht even, je weet maar nooit of ie alsnog afgaat, en opent de grendel. De kogel blijkt gewoon nog in de huls te zitten en is geen millimeter verschoven. Hij klopt de kogel uit de patroon met de ontlaadhamer. De kogel is zwart aan de onderkant. Het kruit is dus wel ontbrand, maar er was te weinig druk om de kogel uit de huls te krijgen.

1 grain kruit: het schot

Een verdubbeling van de lading, en Hildo prepareert nogmaals een patroon met ditmaal één grain zwartkruit. Hij haalt de trekker over en wederom lijkt er niets te gebeuren, alleen de klik van slagpin is hoorbaar. Na het openen van de grendel blijkt de kogel echter niet meer in de huls te zitten. Succes!

 

5 april 2015. Het 1 grain kruit schot

De kogel is met één grain zwartkruit als voortdrijvende lading in de trekken en velden terecht gekomen. Het had ook 1,5 grain mogen zijn, want de kogel zit net niet helemaal in de loop. Het papier is er niet afgestroopt, iets waar Hildo aan twijfelde of dat zou gebeuren. De velden hebben een duidelijke afdruk gemaakt en omdat de Kropatschek er zes heeft, is de diameter gemakkelijk op te meten. Hildo komt op 0,317". De trekken lijken niet of nauwelijks geraakt en de kogel heeft daar nog steeds een diameter van .327". Ook lijken de velden dieper aan de ene zijde dan aan de andere zijde in de kogel te staan. Mogelijk gaat de kogel wat scheef de loop in. De kogel corrigeert zich natuurlijk niet weer tijdens de reis door de loop. Maar de snelheid lag erg laag op het moment dat de kogel de loop in ging en de vrije vlucht is erg groot, dat zou een oorzaak kunnen zijn én de kogel is van zacht lood.

Erg zwart

Dat er veel van de gassen bij de kogel langs geperst zijn is duidelijk te zien aan het zwarte roet, vooral in de trekken die dieper zijn dan de kogel dik is. Een garantie voor het snijbrandereffect, wat het probleem was tijdens de laatste schietbeurt. Dit heeft er ook voor gezorgd dat er loodafzettingen in de loop terecht kwamen.

 

8 april 2015. Antonia: SuperCharge met vetpil!

Hildo heeft 2 x 5 schoten met 70 grain Explosia 0 gedaan, maar is vergeten de tweede keer de kaart te fotograferen. U zult het met vijf gaten minder moeten doen. Van de tweede serie misten er twee kogels de kaart.

Twee verschillende patronen

1e serie van 5: papier gewikkelde kogel + viltje + vetpil + kruit

2e serie van 5: papier gewikkelde kogel + viltje + vetpil + viltje + kruit

Bij de tweede serie zat er nog een viltje tussen vetpil en kruit, bij de eerste niet. Hoe dan ook: beide series zijn geen succes waar het de precisie betreft en Hildo weet niet precies wat hij daar aan moet doen.

Harde kogels?

Er is tot op heden nog steeds met kogels van puur lood geschoten. Mogelijk doen kogels van gehard lood het beter. Misschien gaan die rechter de trekken en velden in, maar die moet hij eerst nog gieten. Ook kan er natuurlijk zonder of met paper patch geschoten worden. En dan zijn er nog de verschillende soorten papier, verschillende diktes...

Langere OAL?

Misschien is het ook beter om de kogel nog verder naar buiten te zetten zodat de kop dichter of zelfs al iets in de trekken en velden zit.

Slaghoedjes?

Hildo gebruikt momenteel CCI 200 large rifle. Met nitro zit er verschil in kogelsnelheid, dus in de verbranding van het kruit, met gebruik van magnum slaghoedjes. Ook met zwartkruit maakt het merk of type slaghoedje vast wat uit.

Ander kruit

De volgende keer gaat er eerst ander kruit gebruikt worden, het veel grovere Explosia Jagdschwarzpulver 1 met een granulatie die ongeveer overeen komt met FG. Ook kan er nog Zwitsers kruit gebruikt worden. Dat is een stuk krachtiger en dat komt misschien meer overeen met het orginele kruit.

Veel combinaties

Er zijn zeer veel combinaties met lading en kogels mogelijk en minstens eentje ervan zou de goede moeten zijn, want vroeger schoot het wapen natuurlijk ook met volle zwartkruitladingen en was er best iets mee te raken. Hildo geeft niet op!

 

27 april 2015. Lee 329-205 uit wiellood. De oplossing?

Volle ladingen in Antonia, de M1886 Kropatschek, in combinatie met zacht loden kogels geven niet het gewenste resultaat. Daarom heeft Hildo nu een serie van ruim honderd kogels van gehard (wiel)lood gegoten.

Paper patchen

Dat lukt Hildo inmiddels prima. De achterkant van de patch laat hij nu iets langer en draait dat in een staartje direct na het patchen.

 

27 april 2015. Sizen van .330" naar .327" gaat niet goed

En hier gaat het mis. Er zit verschil tussen het sizen van een zachtloden kogel en een hardloden kogel. Het sizen van gehard lood gaat natuurlijk zwaarder en dit zijn behoorlijk harde kogels. Gewoon sizen wil wel, zie de onderste kogel. Maar nogmaals sizen, omdat de kogel inclusief paper patch nu eenmaal niet dikker mag zijn dan .327", geeft problemen. Het lood is hard en het papier wordt zwaar belast. Dusdanig zwaar, dat het de neiging heeft kapot te gaan. En waar het heel blijft, is het op de driving bands flinterdun geworden en zit de rest van het papier in de vetgroef. Da's niet goed.

.327" wordt .328"

Hildo's .329" Lee sizer-die maakt van een .330" kogel een .327 kogel die precies past. Deze harde kogels komen iets groter, .328", uit de sizer-die. Waarschijnlijk komt dit doordat de de sizer-die iets uitzet of het harde lood iets meer terugveert.

 

27 april 2015. De .328" kogel in de huls

Wat er hier mis is gegaan? Hildo heeft zijn drie hersencellen niet optimaal benut en met de .328" dikke kogels 18 patronen gemaakt. Tijdens een poging om een patroon te kameren blijkt de .328" kogel te dik en komt de nek van de patroon shocking klem te zitten in de kamer. Hij heeft met de pompstok een tik tegen de kogel gegeven waardoor de patroon weer los is gekomen. De kogel is hierdoor wel een stuk dieper in de huls terechtgekomen. Hildo kan de 18 patronen voor Antonia weer uit elkaar gaan kloppen. Leuk is anders, maar gelukkig blijft het kruit mooi in de huls zitten omdat de vetpil en het viltje, die in de nek zitten, het mooi op de plaats houdt. Een nieuwe kogel kan er straks zo weer bovenop.

Duidelijk

Zacht loden kogels doen het wat precisie betreft niet écht goed en hard loden kogels kan Hildo niet ver genoeg terug sizen. Een .320" sizer/die zou mooi zijn omdat dan de .006" dikte van de paper patch het mogelijk zou maken de kogel te zetten zonder dat de kogel met patch door de die-set moet. Later wellicht. Of misschien toch een custom gietmal.

Even niet meer

Voorlopig legt Hildo het herladen met full loads in de Kropatschek even stil, want hij zit momenteel niet op de goede weg. Maar wanhoop niet, het gaat later weer verder met... kleinere kogels!

 

12 mei 2015. De betere paper patch!

Een grote snijmat, die met 90x60 cm net iets te kort is voor de stevige RVS liniaal van 100 cm, en een hobbymesje. Dit zijn de attributen om sneller recht en precies paper patches te kunnen snijden. Recht knippen met een schaar in een groot vel dun papier is erg lastig. Het snijden met behulp van een stalen rij of liniaal geeft een strak resultaat en gaat vlotter. Natuurlijk zijn er betere, snellere en mooiere manieren om te snijden, maar vast niet voor zo weinig geld.

 

13 mei 2015. Korte OAL (Over All Length)

De OAL is de totale lengte van een patroon, van de voet van de huls tot de bovenkant van de kogel. Een te korte OAL zorgt voor minder hulsinhoud omdat de kogel dieper zit. Een kleinere hulsinhoud creëert hogere drukken. Een te lange OAL zorgt voor meer hulsinhoud en lagere drukken, tot het moment dat de kogel geen of te weinig ruimte heeft om nog op gang te komen, waardoor weer hogere drukken gegenereerd worden. Met name bij nitrokruit kunnen drukken tot enorme hoogte stijgen waarbij, in het meest extreme geval, het wapen niet heel blijft. Een zeer gevaarlijke situatie voor de schutter.

Vrije vlucht

De vrije vlucht is de afstand die de kogel aflegt vanuit de huls tot het de velden van de loop raakt. De vrije vlucht is een 'aanloopje' van de kogel voordat deze weerstand gaat ondervinden doordat het in contact komt met de loop. Hierdoor lopen de drukken niet te hoog op. Jammer genoeg kan een kogel tijdens de vrije vlucht gaan afwijken van zijn rechte baan, omdat hij verder niet ondersteund wordt. Als de kogel scheef de loop ingaat, zal hij zich niet meer zelf centreren en uiteindelijk scheef de loop uitvliegen. En dat is fnuikend voor de precisie.

Kortom

Als u zelf herlaad voor uw vuurwapen, dan is een korte vrije vlucht het beste. Voor nitrokruit is vrije vlucht meestal noodzakelijk om de drukken niet te hoog te laten oplopen. Bij zwartkruit valt dat erg mee, omdat de drukken niet zo hoog oplopen. Topschutters met zwartkruitwapens maken de OAL dusdanig lang dat de kogel de velden al raakt en er dus geen vrije vlucht meer is. Dat bouwt goed druk op en zorgt ervoor dat de kogel recht door de loop vliegt.

Wat heeft Hildo gedaan?

Bij de originele Kropatschek zwartkruitpatroon is de kogel 32 mm lang. De totale patroon was 82 mm, wat bij een hulslengte van 60 mm zou betekenen dat de kogel er 22 mm uitsteekt en 10 mm in de huls zit. De totale lengte van de Lee 329-205 kogel is maar 26,3 mm lang terwijl ook het ogief (het model van de kogelpunt) puntiger is en de velden daardoor later geraakt worden. De juiste OAL is met deze te korte LEE kogel niet fatsoenlijk te halen. Ditmaal heeft Hildo de kogel wel erg kort gezet. De verschillen die u ziet in de OAL's van de patronen op de foto komen door het verschil in dikte van de vetpillen die met de hand gesneden zijn. De volgende keer gaat Hildo de kogels zo ondiep mogelijk zetten. Wellicht dat dat helpt en dan zal er uiteindelijk een maatwerk kogelgietmal gemaakt moeten worden die de originele kogel zoveel mogelijk benadert.

 

13 mei 2015. Loop doorspoelen

Hildo verwijdert de grendel van Antonia en met een injectiespuit, vanzelfsprekend zonder naald, spuit hij vanaf de achterkant wat warm water door de loop. Dat verwijdert al veel vuil. Daarna is het een kwestie van poetsen en wat er nog uit komt ligt hier op de vloer. Dat valt op zich best mee.

 

 

 

 

 

 

 
 Back to Zwartkruit Index