Hildo's Rigby!
De lange afstand met Eleanor!

 Zwartkruit Index   

 

Eleanor... Geen Gibbs maar een Rigby!

21 januari 2012. Hildo's Rigby... Eleanor!

Eleanor Rigby kent u van The Beatles. Omdat het wapen hierboven een Rigby is, leek het Hildo niet meer dan logisch om haar de naam Eleanor te geven. Natuurlijk is Eleanor geen èchte Rigby. Die is te duur. Dit is een verlofplichtige replica, met een iets kortere (32") en waarschijnlijk iets dunnere loop dan het origineel (die heeft een loop van 34" en 36"). De spoed is 1:24 en dat is snel, maar niet zo snel als de 1:18 van de Gibbs van Pedersoli waarmee 1000 yards kan worden geschoten. Door de wat tragere spoed is de 1000 yards te ver voor Eleanor. Volgens de Greenhillformule komt een .451 kogel van 485 grain, zoals de exemplaren uit een Hensel gietblok die bij Eleanor geleverd werden, aardig in de buurt van de perfecte lengte. Een fractie langer kan nog, maar niet veel. De standaard 530 tot 540 grains .451 kogel, die gebruikt wordt op de 1000 yards, is te lang en zou niet goed gestabiliseerd kunnen worden. In ieder geval, Eleanor zou tot goed mee moeten kunnen komen tot 500 yards, 450 meter... en wie zal het zeggen, misschien nog wel 600 meter ook. Met een te lichte kogel de 1000 yards overbruggen lukt natuurlijk wel, maar niet met de precisie die nodig is.

Eleanor is omstreeks 1984-1985 gemaakt door de Spaanse wapenfabrikant Intermarco. Dit Creedmoor matchgeweer is slechts een paar jaar in productie geweest: Intermarco, of Inter Marco, ging failliet en is intussen al een paar namen verder. Het werd Armas Aral en ging mogelijk uiteindelijk over naar het huidige Ardesa. Dit laatstste wordt wel her en der op het internet beweerd, maar na een vraag van Hildo hierover aan de firma, heeft Ardesa hem in een mail laten weten dat er geen connecties bestaan tussen Ardesa en Intermarco of Armas Aral.

Creedmoor style oftewel... Long Range!

U wist het al langer: 'Die Gibbs komt er wel', beweerde Hildo ooit eens. Maar eerst... gaat hij voor de Rigby. De Gibbs is een voorlader waar door de firma Pedersoli een mooie replica van wordt geproduceerd en ze zijn ruimschoots aanwezig. De Rigby is ook een lange-afstands voorlader waarmee destijds, rond 1860 tot 1875 op 800, 900, 1000, 1100 en mogellijk zelfs 1200 yards geschoten werd. Daarna kwamen de achterladers in zwang.
George Gibbs was een Engelsman en hij maakte de Gibbs wedstrijdgeweren. Daarnaast er was ook nog ene Joseph Withworth die geweren maakte met speciale hexagonale kogels. En er was nog een man genaamd John Rigby, een gerenommeerd wapenmaker uit Dublin, Ierland, die meedeed aan de productie van superwedstrijdwapens. Er waren nog meer fabrikanten, zoals Alexander Henry, Thomas Turner, Charles Ingram en misschien nog wel meer, maar die laat Hildo gemakshalve even buiten beschouwing anders wordt het verhaal een beetje te lang.

Volkssport nummer één

U denkt bij volkssport natuurlijk aan voetballen, dat is al sinds jaar en dag nummer één. Maar vroeger, in de tijd dat deze wedstrijdwapens gemaakt werden, was het geweerschieten, natuurlijk niet persé het schieten over de zeer lange afstand, een tijdlang de meest populaire sport in zowel Ierland, Engeland als Schotland. Het verbaasde Hildo zelf ook, het is nu niet meer voor te stellen dat zoveel mensen voor de schietsport warmlopen. Even later, in 1873, brak voor de Verenigde Staten van Amerika de gouden periode van het langeafstandschieten aan, na de wedstrijd op Creedmoor, waarover later meer. Voor de gegoede burgerij, Heren van Stand die wel een paar guineas over hadden (Hildo las ergens 23 guineas voor een luxe Rigby and 17 voor een standaard modelletje), werden wapens gemaakt van hoge kwaliteit die met de grootst mogelijke precisie een projectiel konden afvuren over een afstand tot 1100 yards, iets van een kilometer. Da´s best interessant en wellicht verbazingwekkend voor diegenen die nog nooit van langeafstandschieten met zwartkruit gehoord hebben.

 

1) Creedmoor 1874. Het legendarische verhaal

Creedmoor was een schietbaan bij New York op Long Island. De staat New York kocht het land van een boer genaamd 'Creed' in 1872 om het open te stellen voor geweerschieten voor de NRA (National Rifle Association)  en de National Guard. In 1873 werden de eerste wedstrijden gehouden, maar het was nog niet overlopen met publiek en wedstrijdschutters. Het long range schieten stond in Amerika nog in de kinderschoenen. In Engeland was dat anders. Daar werd al lang long range geschoten en niet veel hadden ook maar een schijn van kans tegen de Britten.

 

Het winnende Schotse Team in 2011 van de Elcho Shield Contest

(Foto National Rifle Club of Schotland)

2) Elcho Shield

Ene Lord Elcho, een rijke Britse edele, had een groot gegraveerd ijzeren schild laten maken dat sinds 1862 dienst doet als wisseltrofee voor het best schietende team op Wimbledon-common, destijds een schietbaan vlakbij Londen. De teams, acht man per team, die meededen kwamen uit Engeland, Schotland, en vanaf 1865, ook Ierland. Ieder jaar werden de beste schutters geselecteerd om mee te doen in het team van hun land voor The Elcho Shield Contest. De eerste keer won Engeland, toen Schotland, daarna Engeland drie maal, toen weer Schotland, daarna Engeland twee maal en toen opeens, in 1873, won Ierland voor de eerste maal. De Ieren waren dus dat jaar voor het eerst kampioen, maar dat was niet genoeg. Ze stuurden een bericht naar Amerika en daagden de Verenigde Staten uit tot een schietwedstrijd. Als ze die wonnen, konden ze zich daadwerkelijk wereldkampioen noemen. De Amerikanen, die in 1873 voor het eerst op Creedmoor schoten, waren nog niet zo ver en schieten tegen het onoverwinnelijke Ierland, dat immers net de Engelsen verslagen had, zagen ze eigenlijk helemaal niet zitten. De Amerikaanse club die op Creedmoor schoot, The Amateur Club, was samengesteld uit enthousiaste schutters, maar schutters met weinig wedstrijdervaring. Evengoed namen ze uiteindelijk de uitdaging aan. Niet om te winnen, maar om in ieder geval eervol ten onder te gaan. Een sportieve inslag mag de Amerikanen niet ontzegd worden. Pogingen om topschutters te krijgen voor de aanstaande wedstrijd mondden uit in een advertentiecampagne in de nationale dagbladen, waar gevraagd werd om ´renowned rifleman of the plains´ om deel te nemen aan het Amerikaanse team. Reacties van de 'legendarische topschutters' van de plains bleven uit en de leden van The Amateur Club moesten de deelnemers bij zichzelf zoeken. Uiteindelijk was het Amerikaanse team samengesteld, oefende het vlijtig, en de scores werden beter. In juli 1874 kwam het bericht dat Ierland in het jaarlijkse Elcho Shield Contest verslagen was door Schotland. Dat gaf de Amerikanen moed! Uiteindelijk was het zover... Het Ierse team arriveerde in Amerika voor de wedstrijd op Creedmoor. De Ieren werden rondgesleept in New York om alle leuke plaatsen te zien, en waarschijnlijk de nodige whisky's naar binnen te slubberen, maar intussen oefenden de leden van The Amateur Club gewoon door. Uiteindelijk was het zover dat de Ieren en Amerikanen naast elkaar stonden op Creedmoor en bij het oefenen viel het de Amerikanen op dat hun scores helemaal niet zo ver van die van de Ieren afzaten.

 

3) Creedmoor... De wedstrijd

Dan begint de wedstrijd. De deelnemers lagen er soms bijzonder bij omdat de regels verboden dat het geweer afgesteund werd op enig object. Vandaag de dag is dat anders. De Amerikanen schoten met moderne Sharps en Remington Rolling Block achterladers, de Ieren allemaal met een Rigby voorlader. Het was erg druk, wel vijfduizend bezoekers, en het krioelde van de pers. De wedstrijd begon alle tekenen te vertonen van een epic battle. Er werd achtereenvolgens op de 800, 900 en 1000 yards geschoten. De 1100 yards werd op Creedmoor niet verschoten omdat de baan daar voor niet lang genoeg was. Jammer voor de Ieren, want die geloofden dat hun sterkste punt toch wel die afstand was. Elke schutter diende 15 schoten af te vuren op elke afstand. Het doel was zo groot als een groep mannen, 6 voet hoog en 12 voet breed, het ´center´ 6 bij 6 voet en de bullseye in het midden van het ´center´, 3 bij 3 voet, dus ongeveer.zo groot als twee naast elkaar zittende heren. Het begin van de wedstrijd, de 800 yards, liet de Amerikanen een voorsprong opbouwen, op de 900 yards begonnen de Ieren in te lopen en op de 1000 yards lagen de Ieren uiteindelijk op kop. Vreselijk spannend allemaal, want Ierland lag op het allerlaatst 3 punten voor op Amerika.

De laatste schutter van de Amerikanen, ene John Bodine, moest het beslissende schot afvuren. Een schot in het buitenste gedeelte en Amerika zou verliezen, een schot in het center en het zou gelijkspel zijn. Bodine moest een bullseye schieten om te winnen. Knal! Even later hoste de menigte Amerikanen met John Bodine op de schouders in het rond.

Dat was het begin van de legende van Creedmoor, nu een schietbaan met een legendarische naam. Als er nu over een Creedmoor geweer gesproken wordt, weet iedere schutter over wat voor soort wapen het gaat. Long range, voorzien van een diopter... net als destijds.

Er mag bij worden opgemerkt dat één van de Ieren tijdens de wedstrijd per ongeluk op het doel van een Amerikaan schoot, in plaats van op zijn eigen. Zijn bullseye treffer werd als misser gezien. Had deze Ier niet op het Amerikaanse doel geschoten... dan hadden de Ieren wel degelijk met hun Rigby voorladers gewonnen van de Amerikanen met hun moderne achterlaad Sharps en Remington geweren. Zo beroerd schiet een Rigby dus ècht niet! De Creedmoor baan werd in 1892 al gesloten vanwege ondermeer... geluidsoverlast. Sommige dingen veranderen nooit. Heden ten dage huist er op het terrein van de baan een psychiatrische kliniek.

Informatie & afbeeldingen van The Rifleman's Journal

Het einde van de long range voorladers in 1896

Het lange-afstandsschieten nam een vogelvlucht begin jaren vijftig van de 19e eeuw, na de invoering van de minié-kogel, want pas na invoering van lange kogels werd het mogelijk om op langere afstanden te schieten. Begin jaren zestig kwamen er achterladers met papierpatronen en laat jaren zestig de eerste achterladers met gewone patronen. Rond 1877 waren de voorladers voorbij gestreefd door de achterladers. In 1896 werd het kaliber van de klasse 'any rifle', waarmee onder andere ook de creedmoors werden aangeduid, door de Engelse NRA verkleind tot .315". Daarmee was het afgelopen met de zwartkruit wapens op de lange afstand.

Van Wimbledon naar Bisley Engeland... opnieuw long range zwartkruit!

Dat Engeland een lange traditie heeft van sportschieten weet u inmiddels. Maar waar gebeurde dat dan? Op Wimbledon-common, een gbied grenzend aan Londen. Dit kwam als volgt: In 1859 leek het de Engelsen onder de dreiging van een Franse invasie een goed idee om de NRA (National Rifle Association) op te richten. Deze organisatie zou een legertje van vrijwilligers (het corps volunteers) het precisie schieten bijbrengen om de Fransen, mocht het zo ver komen, aardig te kunnen raken. In 1860 werd voor het eerst een wedstrijd georganiseerd op de nieuwe schietbaan: Wimbledon Common. De Franse invasie bleef uit, maar het schieten ging door. Vanaf toen werd, op de beide wereldoorlogen na, elk jaar een competitie georganiseerd. Het schieten in Engeland was bijzonder populair, maar onder druk van de groeiende bevolking moest worden omgezien naar een alternatieve locatie. Wibledon Common is nu een recreatiegebied. De nieuwe schietbaan werd Bisley, op zo'n 50 kilometer afstand van Londen. Het is heden ten dage nog steeds in gebruik als schietbaan met vrijwel nog steeds een ongewijzigde baan layout sinds het begin in 1890. Er worden nog steeds grote wedstrijden georganiseerd en het is nog steeds mogelijk om er de 1000 yards met uw voorlader te schieten. Bisley is zelfs het grootste schietbanencomplex ter wereld. En alles is nog steeds in de stijl van toen het werd gebouwd, want als er iemand hangt aan traditie dan zijn het de Engelsen wel. De meeste gebouwen stammen nog uit het eind van de 19e eeuw, of begin 20e. Na 1914 schijnt er weinig bijgebouwd te zijn en als dat al gebeurd is, dan in passende stijl. Een keertje op Bisley schieten? Dat lijkt Hildo wel wat, al is het alleen maar voor het historisch besef.

Long range voor Hildo in Denemarken?

In Denemarken is ergens een baan waar 400 en misschien wel tot 600 meter geschoten kan worden. Hij weet dat er in ieder geval éénmaal per jaar een soort Quigley-shoot gehouden wordt, waarbij op 400 meter, en misschien wel verder,  op metalen emmers geschoten wordt. Nu Hildo Eleanor heeft, is hij niet bang voor een paar meters meer. Sterker nog: het lijkt hem superleuk! Hij zal binnenkort eens verstaan naar de mogelijkheden om mee te doen.

 

21 januari 2012. De eerste schoten met Eleanor!

U ziet dat Hildo plotsklaps superserieus bezig is. Ziet u zijn nieuwe baankijker staan? Let op de messing droptube om het kruit mooi onder in de kamer te krijgen zodat er niet een gedeelte, zoals anders, aan de loopwand blijft plakken. Ook de kogels zijn mooi ingevet en optisch prima. Met gedeukte schiet hij natuurlijk niet. Na het kruit in de loop te hebben gegooid, wordt eerst een schijfje karton geplaatst op het kruit. Ook dat heeft hij nog nooit gedaan. Z'n vetpillen blijven achterwege, want die kunnen zomaar het resultaat beïnvloeden. De druk die Hildo uitoefent op het kartonnen schijfje probeert hij zoveel mogelijk constant te houden. De kogel wordt voorzichtig in de loop gebracht, alwaar hij langzaam naar beneden zakt, het gewicht van de pompstok erop, licht aandruwen om zeker te weten dat de kogel goed op het viltje zit en that's it! Gestamp met de pompstok blijft achterwege, voordat u het weet is het kruit vaster, of minder vast aangedrukt, of raakt de kogel zelfs vervormd. Je zult het maar hebben! Alles komt natuurlijk tot uiting in het resultaat. Nu alleen die oranje KNSA-stropdas nog om.. en even flink aanrukken dat ding!

 

Ready to fire!

Zie 'm staan met die 'Kijk mij nou, ik ga topscores schieten' gezichtsuitdrukking. Aan zelfoverschatting ontbreekt het Hildo niet. Hij is in ieder geval gelukkig, totdat ie de scores ziet natuurlijk...

 

Fire!

Eleanor doet haar best, en Hildo ook. Met een lading van 42 grain Zwitsers 2 in combinatie met de 485 grain zware kogel is prima te schieten. De ontsteking is lekker vlot zonder merkbare vertraging. Duidelijk voelbare terugslag, dat wel, maar niets extreems. 'De hele dagen zo door schieten, wil best wel!', aldus Hildo.

De diopter kantelt door de terugslag iets naar voren. Even terugklappen voor het volgende schot, anders ziet u niets.

Trekkerdruk

Die is miniem. U legt uw vinger tegen de trekker aan en het schot is weg voor u er erg in hebt. De trekker overhalen is niet nodig, er tegen aan komen lijkt al voldoende. Hildo meent dat het misschien wel mogelijk is om het schot af te doen gaan door tegen de trekker aan te blazen. Misschien moet u wel heel hard blazen, maar het blijft een feit dat de trekker erg licht gaat. Hildo vindt het perfect, zolang de hamer maar niet vanzelf valt.

 

25 januari 2012. Schietkaart Eleanor

De rode gaten zijn van de van 454 naar 452 teruggesizede 298 grain minié kogel uit een Lee gietblok. De 452 gesizede kogels pastten mooi strak in de loop en waren  gemakkelijk naar beneden te drukken, zonder stampen. De blauwe zijn de 451-485 grain kogels die bij het geweer geleverd werden uit het Hensel gietblok. De Hensel kogels gaan erg gemakkelijk in de loop, misschien iets te gemakkelijk, een fractie dikker zou geen bezwaar zijn.

Loop doorhalen

Wat het met die loop is weet Hildo niet, maar het geweer lijkt nauwelijks te vervuilen. Dat heeft hij nog nooit gehad. De trekken en velden zien er ook een beetje bijzonder uit, heel ondiep en niet scherp, net alsof ze versleten zijn. Zou de loop misschien een Metfordrifling hebben? Dat is een trekken en velden-systeem dat door Metford ontwikkeld werd en door Gibbs midden jaren 60 van de 19e eeuw toegepast werd op zijn geweren in combinatie met niet een zachte, maar hardere, loden kogel. Rigby begon in 1867 zijn lopen ook te voorzien van Metford trekken en velden, want het werkte blijkbaar beter dan de oudere methodes. In de Metford-style trekken hoopt zich minder vuil op en blijft de precisie langer goed, begrijpt Hildo. In ieder geval hoeft Eleanor tijdens het schieten tussentijds niet doorgehaald worden. Niet met de minié, direct op het kruit, en niet met de Hensel kogel waar een niet gevet schijfje van een bierviltje tussen de kogel en het kruit zit:  de kogel blijft bij beide kogels gemakkelijk te laden.

Precisie minié vs Hensel kogel

De minié werd met dezelfde lading geschoten maar lijkt het, in ieder geval dáármee, duidelijk minder goed te doen. De tien en de negens schoot Hildo er eerst in, daarna begon hij minder te zwaaien en dat is het onderste groepje van zes kogels. 'Aha!, denkt Hildo, 'als dat groepje van zes nu in het midden had gezeten, dan was het een echt goede score geweest, vast boven de 90'. Nu zit hij, als hij de blauwe kogels natelt, op 83. Maar het begin is er en de vooruitzichten zijn veelbelovend.

 

27 januari 2012. De 452-530 Lyman past!

En niet zomaar een beetje! De Lee 452 sizer lijkt wel geschapen voor de loop van Eleanor. Past exact, de kogel blijft waarschijnlijk nog net een beetje op het vet hangen, maar is gemakkelijk verder naar binnen te schuiven.

Proefschieten met de 452-530?

Jazeker, daarom heeft Hildo ze. Hij is benieuwd of deze lange kogel nog gestabiliseerd kan worden, gewoon met dezelfde 42 grain Zwitsers. De spoed van Eleanors loop is minder snel dan bijvoorbeeld de Pedersoli Gibbs, die het wel van dit soort kogels moet hebben. Als het goed gaat met deze 530 grain joekels, dan moet een 500 grain kogel geen probleem zijn, die maar iets zwaarder is dan de wel goed schietende huidige 485 grain van Hensel. Gaat de 452-530 niet meer mooi door de kaart dan laat Hildo een gietblok op maat maken, een 452-485, misschien dat zo eentje perfect is.

Eleanor in de koffer

De vorige eigenaar, laten we hem André noemen, heeft Hildo niet alleen voorzien van een heel mooie Intermarco Creedmoor in koffer, maar tevens van alle attributen die standaard bij het geweer zaten. Voor zover Hildo het weet is het helemaal compleet, zoals destijds afgeleverd, met originele pompstok en de originele, handmatig te bedienen, .451 kogel sizer.

Nog meer spul

Maar daar kwam Hildo de deur niet mee uit, want André meende dat Hildo tevens moest worden voorzien van een doosje van 100 Dynamit Nobel 1075 percussiekapjes, een doosje met patches voorzien van zwartkruit oplosmiddel, gewone schoonmaakpatches, een doosje ronde schijfjes die geslagen zijn uit dikke bierviltjes, voor gebruik achter de kogel. En dan nog een doos met 50 kruitbuisjes, alle gevuld met 42 grain Zwitsers 2 en een serie 485 grain kogels uit een Hensel gietblok. Heeft u wel eens een wapen gekocht waar u, verrassing!, zoveel bij kreeg? Hildo kan zó gaan schieten! Als u het nog niet wist: zwartkruitschutters zijn best aardige mensen hoor.

 

451 bullet sizer

Deze wilde Hildo u niet onthouden. Standaard geleverd bij Eleanor, af fabriek. Een handmatige bullet sizer, en het werkt perfect. Het linker gedeelte is de sizer. U stopt de, uiteraard ingevette, kogel erin en u plaatst het rechter gedeelte er bovenop. Met de duwstang duwt u de kogel door de sizer. Klaar. Vreselijk veel kracht heeft u er niet voor nodig.

Sizen is fout?

Tenminste: dat wordt hier en daar gezegd in de long range wereld. De concentriciteit van een kogel is erg belangrijk. Tijdens het sizen van een perfect gegoten kogel is het mogelijk dat het middelpunt niet meer in het middelpunt ligt. Uw kogels is dan uit balans! Met name op de zeer lange afstand kan dat u parten gaan spelen, want steeds sterker zwabberende kogels die steeds sterker afwijken wilt u niet. Met name vetpersen kunnen een kogel nadelig beïnvloeden. Sizers waar de kogel met de punt eerst door de sizer gaat, schijnen beter te zijn. Hildo denkt dat het uiteindelijk wel een beetje meevalt, zeker op de afstanden die hij schiet en als hij de kogel niet al teveel sizet. Maar een 458 terugsizen naar 451 bijvoorbeeld, zou best onregelmatigheden kunnen opleveren, vermoedt hij.

 

Het slot

Het is een percussie ontsteking, geschikt voor kleine percussiekapjes. RWS 1075 passen precies en Hildo schiet met deze kapjes op al zijn percussiewapens. Ze voldoen uitstekend, gevoelsmatig passen ze ook beter dan CCI #11, hoewel dat natuurlijk altijd afhankelijk is van een specifieke nippel.

Trekkerdruk

Superlaag, de trekker overhalen is niet aan de orde. U drukt zeer licht tegen de trekker en dat is voldoende.

Kruitkamer

Het breechblok is voorzien van een kruitkamer. De kamer is iets kleiner in diameter dan de loop. Dat betekent dat er minimaal een bepaalde hoeveelheid kruit noodzakelijk is, anders krijgt u de kogel niet meer op het kruit. Iets wat noodzakelijk is bij zwartkruit om detonatie, en daarmee mogelijke schade aan het wapen, te voorkomen. Het schoonmaken is, vanwege de iets kleinere diameter van de  kruitkamer, lastig. De reguliere poetstok gaat prima door de loop, maar blijft op het randje van de kruitkamer zitten. Prikt u door de patch heen, dan schiet het opzetstuk waarmee u normaal uw loop doorhaalt, iets door tot in het begin van de kamer en zit het shockingklem in de kruitkamer. De schrik sloeg Hildo al om het hart toen hem dit overkwam. Roest grijpt razendsnel om zich heen in een schone natte, ongeoliede loop! Met een hamer, een tang en een ferme tik kon de pompstok snel verwijderd worden. Om de kamer zelf droog/schoon te maken moet u met een apart opzetstuk, een patchpuller, de loop in. Een patchpuller heeft een kleinere diameter en met daaraan een schoonmaaklapje lukt het. De zin van een kruitkamer blijft Hildo vooralsnog onduidelijk. Zouden er minder gassen  aan de zijkant bij de kogel langs kunnen vliegen?

 

De diopter

Zelfs een iets stoffige diopter is het meest verfijnde precisie richtinstrument dat er bestaat, zolang u kijkers met glazen lenzen, meestal met een vergrotingsfactor, buiten beschouwing laat. Het is voorzien van een schotel met een zeer klein gaatje, waar u doorheen kijkt. In het verlengde daarvan ziet u de korrel op de loop. U houdt de korrel exact in het midden van het gat van de diopter... knal, en u treft waar u richt. In ieder geval als u zelf goed schieten kunt, het geweer goed schiet, voorzien is van het juiste kruit en een perfecte kogel, de diopter goed is afgesteld en de wind of andere atmosferische invloeden de kogel niet uit zijn baan brengen.

Nadeel van de diopter

Het is uitstekend geschikt voor wedstrijden, maar minder voor gebruk in het veld. Een diopter is een kwetsbaar richtmiddel waar u voorzichtig mee dient om te gaan, u begrijpt wat er gebeurt als u met de diopter per ongeluk ergens tegen aan tikt. De diopter moet stevig zijn en spelingsvrij gemonteerd zitten aan het geweer, zodat het niet ontregeld raakt door het schieten. Omdat u door een klein gaatje kijkt wordt het beeld verscherpt, maar ook iets donkerder, net alsof u door een spleetje van uw oogleden kijkt. Een goede verlichting is dus belangrijk. Rondom het gaatje van de diopter heeft u een klein zichtbaar beeld, direct er omheen ziet u niets. Dat maakt oriëntatie, net als bij het gebruik van een sterk vergrotende verrekijker of sterrenkijker, lastiger. Kan een nadeel zijn tijdens oorlog of jacht waarbij overzicht belangrijk is. Diopters zult u derhalve primair tegenkomen op matchwapens.

De diopter van Eleanor

In verhouding met de diopter van de Pedersoli Gibbs, die naar alle kanten verstelbaar is, is dit een eenvoudige. Na het losdraaien van de schotel is het alleen van boven naar beneden te verstellen, voor de hoogte. .

 

Ringkorrel

Hildo heeft, behalve dit inzet stuk voor de 50 meter, ook nog een inzetstuk met een kleiner ringetje voor de 100 meter. Meer afstanden of andere soorten korrels zitten er niet bij. Het zijwaarts afstellen, de 'windage', doet u met de onderste knop aan de rechterzijde. Een nadeel met een achterlader, maar voor een voorlader maakt het niet uit. U moet toch na ieder schot bij de loopmonding om te laden, kunt u gelijk de korrel verstellen. 'Eenvoudig is beter, want wat er niet opzit, kan ook niet stuk. En dat is een waarheid als een koe', beweert Hildo

 

Diopter-afstelling

Deze tekening kreeg Hildo er bij, met de juiste diopter-instelling voor de 50 en 100 meter in combinatie met 42 grain Zwitsers 2 en de 485 grain Hensel kogel. Dat maakt het hele gebeuren een stuk inzichtelijker en deze combinatie schijnt uitstekend te schieten volgens de vorige eigenaar.

Langere afstanden instellen

De diopter moet bij langere afstanden omhoog, dat is duidelijk, maar hoeveel weet Hildo niet. Er is aan de zijkant van de diopter een schaalverdeling van 0 tot 15. Hier moet hij nog eens induiken, en natuurlijk zijn er ook wel zwartkruitschutters die het weten en hem kunnen uitleggen.

Kleinkaliber

Hildo vraagt zich af waarom er nog steeds mensen zijn die kleinkaliber schieten. Dit is zoveel interessanter! Toch?

 

Gibbs vs Rigby

Hier zit u een Pedersoli Gibbs (boven) en de Intermarco Rigby (onder). De verschillen in opbouw zijn minimaal. Iets verschil in kolf en voorhout, de Intermarco lijkt iets slanker, maar waar dat precies in zit weet Hildo niet. In ieder geval is de loop van de Intermarco duidelijk dunner en korter. Geen van beide zijn voorzien van trekkerversnellers, onnodig omdat het geen jachtwapens zijn. Ook is bij beide de trekkerdruk laag.

De loop, het gewicht en twee pakken suiker

Het grote verschil tussen de Pedersoli en de Intermarco zit 'm in de loop. De lengte van de Pedersoli Gibbs is 32,7/8 inch (83,5 cm) volgens Pedersoli. De looplengte van de Intermarco 83,1 (32,7 inch) met breechplug of zonder 80,9cm (31,85 inch).Vreemd, want de loop van de Pedersoli Gibbs is veel langer, duidelijk te zien, minstens 2 tot 3 inch, en hij is bijzonder fors. Het wapen brengt 5,3 kilo op de schaal tegenover 3,6 kilo (3,554 kg exact) voor de Intermarco. Dat betekent dat er 1,7 kilo verschil in zit, bijna twee pakken suiker. Als u dus die twee pakken suiker halverwege de loop aan de Intermarco vastbindt, dan heeft u ongeveer het gewicht van de Gibbs, en dat is dan ook het probleem bij het Pedersoli product. Het wapen is erg (top)zwaar en die onzichtbare pakken suiker trekken aan de loop. Een serie van 13, vrijstaand geschoten, wil natuurlijk wel, maar de dertiende gaat vast lastiger dan de eerste. De Pedersoli is een wapen dat ondersteund geschoten dient te worden, net zoals het origineel. Bij de Intermarco ligt dat anders. Het is niet ècht een replica van het origineel, de loop is korter en waarschijnlijk minder dik dan het origineel. De spoed is minder snel, wat ook weer bewijst dat dit geweer nooit is gemaakt voor de 530-540 grain kogels die op de 1000 yards gebruikt worden. De Intermarco voelt aan als een licht geweer en dat is prettig schieten, hoewel het natuurlijk niet de stabiliteit heeft van de Pedersoli. Het is een trade-off. De Intermarco is primair gemaakt voor de kortere afstanden, zoals 50 en 100 meter staand en, u kunt er niet omheen, dat is toch waar u 99,9% van de tijd mee bezig bent.

Het maximale gewicht. Legaal?

Om in een long range wedstrijd mee te doen, 150 jaar geleden, mocht uw geweer niet meer wegen dan 10 Engelse ponden. Voor zover Hildo heeft kunnen nagaan, was een pond (lb.) destijds 0,45359265 kg, ongeveer 454 gram. Dat is vrijwel exact gelijk aan het huidige Engelse of Amerikaanse pond.

Maximaal 10 lb. is derhalve 4,5359265 kg. De Pedersoli Gibbs replica weegt 5,3 kilo (11.684 lb.) en heeft dus ruim 3 pond overgewicht. Het lijkt Hildo daarom onwaarschijnlijk dat de Pedersoli Gibbs een 1:1 kopie is van een originele Gibbs rond 1865. 'Jammer', meent Hildo, die liever ziet dat replica een èchte 1:1 getrouwe kopie is van het historische wapen, zonder aanpassingen en/of verbeteringen..

De huidige regels voor het long range schieten zijn aangepast en nu mag uw wapen 15 lb. wegen (6,8 kilo). Dat is hoogstwaarschijnlijk gedaan om het schieten voor de schutters comfortabeler te maken dan het vroeger was. Een 530-540 grain kogel met een lading van tegen de 100 grain Zwitsers 2 of 1½ erachter geeft meer dan een rustig duwtje.

De Intermarco Rigby weegt precies 3,554 kg en is daarmee lichter dan de destijds toegestane 4,536 kg. De Intermarco Rigby lijkt daarmee een lichtgewicht uitvoering van de originele Rigby's. Ook jammer, want als je dan toch een Rigby namaakt... Ongetwijfeld zijn er andere prioriteiten geweest die een rol speelden tijdens het ontwerp van dit geweer, net zoals bij de Pedersoli Gibbs. Uit puur historisch oogpunt blijft Hildo de ontwerpers van deze replica's twijfelachtige figuren vinden!

 

21 januari 2012. De Precisie

De precisie van Eleanor: tja, wat moet Hildo er over zeggen? Het fijnste, meest precieze geweer waar hij ooit mee geschoten heeft? Zou zo maar kunnen, want gevoelsmatig is dit geweer in staat tot gat in gat. Direct al de eerste keer loopt Hildo tegen het gevoel aan dat het niet het geweer, maar zijn eigen schietkunde de sterk beperkende factor is. .

Richtpunt = Raakpunt

De drie schoten vlak onder de 10: bij alle drie voelde Hildo dat ie goed zat. De ringkorrel past ruim om het zwart van de kaart heen, u ziet nog iets wit aan alle kanten. Beter kan het niet. Bij de andere schoten was hij aan het zwaaien en ging het schot nèt op het verkeerde moment af. Waar hij op dat moment toevallig net naar toe zwaaide, daar heeft de kogel de kaart getroffen. Het groepje lijkt niets bijzonders, maar dat is maar schijn: het geweer raakt de kaart daar waar Hildo richt. Kortom: met Eleanor lijkt Hildo een hele goede in huis gehaald te hebben. Dat worden af en toe vast hoge ogen. Nu nog oefenen natuurlijk.

Twee andere schutters

De blauwe schutter schoot twee maal naast de kaart, hoe is het mogelijk, en daarna was het raak, bijna een 10. De groene schutter schoot éénmaal en raakte de 3.

Diopter afstellen?
Dit is het eerste wapen waarbij de richtmiddelen echt (goed) afstelbaar zijn. Het meeste spul dat Hildo heeft is niet af te stellen en dient hij op een bepaalde manier naast de roos te richten. Tot nu toe heeft Hildo bij Eleanor niets aangepast. Met deze kogels, kruitlading en de afstelling van de diopter is het precies perfect op de 50 meter. Op een andere afstand, ander kruit en/of kogels wordt het natuurlijk heel anders en wordt het schroeven aan de diopter. Ook over het afstellen van diopters zijn er nog verscheidene geheimen die doorgrond dienen te worden. Het leerproces is in volle gang!

 

27 januari 2012. Verschillende kogels

Van links naar rechts: Een  458-530 Lyman teruggesized naar 452-530, de tweede is de ongesizde 458-530 Lyman, de derde de 451-485 Hensel met maar liefst zes vetgroeven en helemaal rechts de van 454 teruggesizde 452-298 Lee minié.

Voor de 45-70

De lange Lyman kogels kreeg Hildo van loodspecialist Cees, om te proberen, maar een 45-70 kogel is wel behoorlijk groot. De Lyman schommelt tussen de 457 en 458, maar een 45-voorlader zit rond de 451. Gelukkig heeft Hildo een 452 sizer die van Lee. De kogel ingevet en helemaal links ziet u het resultaat. Een in éénmaal van 458 naar 452 teruggesizde kogel, en het valt nog best mee. De pers heeft het er helemaal niet moeilijk mee en ook optisch is er niet zoveel mis. Het is wel te zien dat het lood iets vervormd is bij de vetgroeven, maar daar valt niet aan te ontkomen. Zeker niet bij het sizen van een veel te grote kogel. Het lood moet natuurlijk wel ergens heen en dus worden de vetgroeven smaller. 

 

 Zwartkruit Index