Hildo's Zwartkruit
Vóór de schoten wordt er gegoten!

 Back to Zwartkruit Index 

 

7 oktober 2006. Een .457 kogelgiettang!

Het is zover, Hildo gaat ronde kogels gieten voor de Dragoon revolver. Hij heeft een Lee (aluminium) giettang in het kaliber .457 aangeschaft voor 42 Euro en er komen twee kogels tegelijk uit. De stalen uitvoering van RCBS, die langer schijnt mee te gaan, is twee keer zo duur dus dat maar even niet. Een zakje met 100 kogels kost 10 Euro dus u hoeft geen rekenwonder te zijn om te weten dat Hildo 420 kogels moet gieten om kiet te spelen. Elke kogel die daarna uit de giettang valt is winst. Hildo heeft nog een hele lading gratis nieuw daklood, vast wel 20 kilo, en laat dat nu net goed zijn om de zachte kogels te gieten die perfect zijn voor zwartkruit gebruik. Een mooie elektrische gietoven met thermostaat is tamelijk duur, ruim over de 100 Euro, dus gaat Hildo het op de ouderwetse manier proberen. In een pannetje op een paar bakstenen met een houtvuurtje er onder. Kost verder niets dus. Benieuwd of dit lukt? Hildo ook! De theorie kent hij al. Zie hier beneden.

Bij de groene pijlen zitten een plaat met een soort trechtertjes. Het gesmolten lood dient daarin gegoten te worden. De tang moet voorverwarmd zijn, poosje in het gesmolten lood houden (Edit: De tang niet in het gesmolten lood houden, het lood krijgt u er naderhand zeer slecht weer volledig af, dus nooit doen! Gewoon beginnen met gieten, de tang komt al snel op temperatuur), zodat de kogels niet stollen voordat het lood goed in de mal gevloeid is. Gewoon lekker doorgieten en de tang blijft op temperatuur.

Nadat het lood gestold is met een ferme tik de zwarte schuif openslaan. Daarmee snijdt u de kogel aan de bovenzijde precies af.

Tang openen en de kogels eruit schudden of rustig kloppen en op een zachte doek laten vallen zodat het nog hete en zachte lood niet vervormt en de kogel perfect rond blijft.

Belangrijk: In verband met de knap giftige looddampen nooit binnen gieten en altijd zo staan dat de looddampen van u wegwaaien. Ook belangrijk is onreinheden die naar boven komen drijven van het lood af te scheppen, vooral van toepassing op gebruikt lood. Het laten bovendrijven van de ongewenste rommel wordt fluxen genoemd. Naar het schijnt zijn verschillende middeltjes hiervoor te gebruiken. U kunt duur Flux kopen, goedkope bijenwas erin gooien of ook wel een kaars erin dopen. Hildo gaat voor de kaars want hij heeft hij nog wel eentje liggen.

Zo. Dit is de theorie van het kogels gieten. Of de praktijk net zo makkelijk is zal Hildo binnenkort aan den lijve ondervinden.

 

D) Het lood is gesmolten. Het valt Hildo op dat er zich een soort van drab vormt bovenop het gesmolten lood. Dit schuift hij aan de kant met de juslepel. Daaronder zit prachtig zilverkleurig glimmend fris lood. Perfect om te gieten lijkt het. Fluxen, om de onreinheden in het lood eruit te krijgen, heeft Hildo overigens tijdens het hele gietproces niet gedaan. Het leek niet nodig want telkens vormde zich vanzelf een nieuw laagje drab bovenop het gesmolten lood wat Hildo vervolgens weer weg schepte alvorens verder te gaan met gieten.

 

F) Het gieten in volle gang. Het lijkt simpel, en dat is het ook. U neemt een schep lood en giet het grofweg bovenop de giettang. Het lood loopt naar binnen en de twee kogels binnenin de giettang zijn een feit. Hildo heeft voordat het gieten begon zijn tang een poosje naast het vuur op gloeiende houtskool gehad om de tang op temperatuur te krijgen. Belangrijk, want het lood moet goed in de mal kunnen vloeien alvorens te stollen. Als u dat niet doet, geen ramp, de tang komt vanzelf op de juiste temperatuur om goed te kunnen gieten.

 

I) Het resultaat! Twee hoogglans schitterende zilveren, vampier geschikte, kogels. Zijn ze niet fantastisch?

 

K) Tussenstand. Het resultaat lijkt verbluffend... lijkt...

 

L) Aan het einde van de gietsessie heeft Hildo zo'n 350 kogels gegoten. Genoeg voor maandenlang schietplezier. Toch blijkt niet alles halleluja want niet alle kogels zijn even goed gelukt. Gelukkig kunnen die later probleemloos weer omgesmolten worden in een volgende poging om perfecte ballen te produceren.

 

Loodgieten

Kogels op, dus lood in de pan en vuurtje stoken. Voor het eerst had Hildo bijenwas bij de hand om het lood te 'fluxen'. In het oude gebruikte gesmolten lood gooit men een stukje bijenwas, ter grootte van een erwt. Hildo gooit er twee erwten in voor de zekerheid en vervolgens omroeren. De dampen willen wel branden! Ongerechtigheden in het lood komen vervolgens bovendrijven zodat het er af geschept kan worden en u fris schoon lood overhoudt om te mee te gieten.

 

Close-up van de gegoten kogels. Niet helemaal perfect, misschien de temperatuur niet helemaal goed, maar goed genoeg denkt Hildo want de maten zijn wel volgens de specificatie. Met tin als toevoeging schijnt daklood beter te vloeien. Er hoeft maar 1 1/2 tot 2% tin, gemeten in gewicht, door het lood om een goed in de mal vloeiend mengsel te krijgen heeft Hildo gelezen op de site van een professionele kogelmaker. Een optie voor de volgende keer. Hildo is er nu ook al gelukkig mee, en daar gaat het om!

 

Past niet! Snik, snotter. Hildo kijkt nu tamelijk beteuterd. Was hem nog verteld 'de kogel duw je er zo met je duim in, je hebt helemaal geen herlaadapparatuur nodig', blijkt niet waar met deze kogel. De binnendiameter van de huls is precies .50 inch en de kogel zit niet ver af van de .515 inch die hij zou moeten zijn. U snapt, net zoals Hildo zelf, ook wel dat die dikke kogel nooit zo in die huls past. Misschien als de huls afgeschoten geweest is, dat ie een beetje ruimer wordt, maar Hildo denkt niet dat het zoveel zal schelen. Veel van de kogel afhalen, moet ook weer niet anders zit de kogel straks niet lekker strak in de loop en een 50/70 kogel hoort wel .515 te zijn want die maat klopt ook wel met zijn loop. Dat heeft ie zelf, door een chocolade paaseitje door de loop te drukken, nog uitgevonden zoals u zich mogelijk zal kunnen herinneren. Allemaal wel een beetje vreemd hoor, aldus een gedeprimeerde Hildo.

 

Lee .450-200 kogelgiettang!

En weer een giettang. Deze is om kogels te gieten voor de .44 zwartkruit voorlaad revolvers. De diameter is .450" en elke kogel weegt zo'n 200 grain. Vroeger, Hildo heeft het nu over rond 1850-1860, schoot men niet meer met ronde ballen maar al met echte kogels. Zoiets als die met de hier boven zijn afgebeelde giettang gegoten kunnen worden. De cowboy van toen kon een pakje 'patronen' kopen met een kogel en los kruit in papier gewikkeld. Die werd als één geheel zo in de trommel gestopt. U raad het al... Hildo wil deze papieren patronen zelf proberen te maken.

 

De .450-200 kogel

Ze komen er iets anders uit dan Hildo in gedachten had. Deze kogel is helemaal geen .450 maar kleiner, alleen bij de onderste ring, en groter verder naar de punt. De kogel loopt als het ware een beetje taps. Natuurlijk gedaan om hem in het begin toch goed in de kamer te kunnen persen, het daarop volgende dikkere gedeelte zorgt voor een goede strakke passing. Aha, knikt Hildo goedkeurend 'Prima bedacht hoor'. Of het een beetje schiet moet eerst nog even geprobeerd worden natuurlijk. Hildo schat dat hij zo'n 100 stuks, alweer niet geheel perfect kogels, gegoten heeft. Perfecte kogels gieten valt niet mee, ach, zolang ze maar schietbaar zijn vindt hij. Hij heeft in ieder geval meer dan genoeg om deze .450-200 eens goed aan de tand te voelen.

 

Lee Pro 4-20 gietoven

Hildo heeft een gloednieuwe echte gietoven! Deze Lee is een hele fijne en Hildo kreeg hem zomaar gepresenteerd op zijn verjaardag. Het is misschien wel het mooiste cadeau dat hij ooit gehad heeft! Hoewel, de tweedehands treinset die hij als klein kereltje van zijn pa kreeg, en ook zijn luchtbuks, waren ook niet te versmaden. De typisch klassieke jaren 50 uitstraling van deze oven, met de ribbeltjes, is hartstikke leuk. De Lee heeft hij onmiddellijk gepolijst met Brasso, zo'n mooie gietoven mag best een beetje bling hebben.

Werking

De oven werkt elektrisch, het vermogen is 700 watt. Met hout slepen voor het vuur is niet langer nodig. De oven is zelfs voorzien van een instelbare thermostaat, zodat het lood continu op de juiste temperatuur blijft. De inhoud is voor een gietoven behoorlijk groot, en dat is wel prettig als u ronde ballen giet voor een Brown Bess, ze wegen iets van 550 grain per stuk en dan gaat het vlot met de loodvoorraad.

 

Gietmond

Hier het gietmondje, aan de onderkant van de pot, waaruit de lood komt tijdens het gieten. Als ie maar niet gaat lekken. Het lood mooi schoon houden en er geen vuil lood ingooien en het zou mee moeten vallen. Eerdaags wordt de Lee gietoven ingezet want de kogelvoorraad is inmiddels behoorlijk uitgedund.

 

RCBS gietmal voor loodbaartjes

Om van oud gebruikt lood schoon lood te krijgen, moet het eerst smelten en gefluxt. Het fluxen is een stukje bijenwas of kaarsvet, Hildo heeft het al eens eerder over gehad, door het gesmolten lood roeren. Dat helpt om de ongerechtigheden uit het lood te verwijderen, u kunt het dan gemakkelijk van het lood afscheppen. Vervolgens schept u het in een gietmal als deze, u kunt ook zelf wel een malletje maken maar Hildo verkeert in een luxe positie! De aldus verkregen loodbaartjes, die bestaan uit schoon lood, kunt u nadien gebruiken in een gietoven. Daarin wilt u geen dikke bende hebben, en Hildo al helemaal niet.

 

Afval

Dit is er uit het oude lood gekomen. Oude teerresten, aarde en andere zooi die u niet in uw kogels wilt hebben. Even roeren en krabben, en het komt allemaal vanzelf bovenop drijven, zelfs zand drijft... het ziet er gek uit, drijvend zand, maar logisch want het soortelijk gewicht van lood is met 11.35 kilo per liter stukken hoger dan dat van zand, steen of zelfs ijzer. Varend op een gesmolten zee van lood is er niets aan het handje wanneer u een gat in de romp van uw oceaanstomer heeft.

 

19 maart 2010. Kogelgieten met de nieuwe Lee Pro 4-20!

In de deuropening want de, stevige, wind staat precies goed. Hij waait zo door Hildo's huis en door de deur weer naar buiten. Kan Hildo mooi binnen zitten zonder al te veel looddampen op te snuiven.

De pot ziet er niet groot uit, en dat is ie ook niet in verhouding tot Hildo's oude soeppan waarmee hij lood placht te gieten. Evengoed gaat er toch nog behoorlijk wat in. Uiteraard gebruikt Hildo schoon lood zonder verontreinigen, waarschijnlijk beter voor de gietresultaten en ongetwijfeld ook beter voor de pot.

 

Ook het schone lood fluxt Hildo als het gesmolten is. Volgens Hildo is het gewoon het lood zelf wat door aanraking met zuurstof verbrandt en de korst vormt. Onder de korst is het lood mooi fris. Dat gegeven is een gigantisch voordeel met een gietoven waar u de lood onder uit tapt. De korst die op het lood drijft, laat Hildo lekker zitten. Zijn theorie is dat de korst op het lood net zo werkt als de slak bij het lassen, het beschermt het lood tegen verbranding door de inwerking van zuurstof.

 

12.5 kilo mooie kogels

Het resultaat van 4 uur gieten, met af en toe de benen strekken tussendoor. Gegoten werden 4 soorten, de .457 ballen (143 grain) en de 450-200 (197 grain)conische kogels voor de voorlaadrevolvers, de 457-340 (348 grain) kogels voor de 45-70 BFR en natuurlijk de 715 ronde ballen van 535 grain voor de Brown Bess. En het maakt niet uit, alle kogels zijn veel mooier dan ze ooit geweest zijn.

De gietoven is een succes!

 

22 april 2010. Lekkende Lee pro 4-20 loodoven

Tijdens deze gietsessie gaat het enige mis wat er mis zou kunnen gaan. met de nieuwe Lee gietoven. De gietmond lekt, en dat veroorzaakt de bijzondere loodbergjes die u op de foto hierboven ziet. Op zich geen verrassing, want Hildo zag het al aankomen. De perfecte gietoven, het was gewoon te mooi om waar te zijn. Het lekken gaat eerst langzaam maar dan in een steeds hoger tempo, tot een drup per seconde. Hoe het komt? Hildo weet het niet maar speculeert 'Een vuiltje in de gietmond?' Lee had er bij het design van deze gietoven aan moeten denken dat de stang die de afsluiter in de gietmond bedient, gemakkelijk met de hand rond te draaien zou zijn, net zoals u doet wanneer u kleppen inslijpt in een cilinderkop, zodat een vastplakkend vuiltje weg te werken zou kunnen zijn. Maar misschien werkt deze theorie in de praktijk niet.

(Edit: Het blijkt dat de stang, die de afsluiter bedient, rond kunt draaien met een schroevendraaier. Er zit een sleufgat bovenop. Waarom Hildo dit niet direct heeft geprobeerd weet hij niet. De afsluiter sluit nu weer af zoals het hoort, geen drup meer te zien. Voorlopig...)

Het belangrijkst vindt Hildo dat er eerst een flinke serie goede .380 ronde kogels is En die is er nu, zodat er met de Colt Navy geschoten kan worden om te zien of het wapen nu zuiverder schiet.

 

LEE 452 sizer die

Deze gaat gebruikt worden om de 454" minie kogel terug te sizen naar 452" zodat ie straks mooi strak past, voor het beste schietresultaat. Een losser zittende 450 minie doet het vast niet zo goed, scheelt wel sizen natuurlijk.

Hoe het gaat? De die in de pers en de kogel omhoog persen door de sizer en, floep, u heeft de kogel op de juiste maat. Wel van te voren de kogel iets invetten om te voorkomen dat het lood gaat versmeren in de sizer.

Liquid Alox

Een kogelvetmiddel dat bij die die set geleverd wordt. Er wordt gezegd dat het ongeschikt is om te gebruiken met zwartkruit. Het zou een hardnekkige laag achterlaten in de loop. Dat gaat Hildo binnenkort ook eens proberen, want al die dingen 'die gezegd worden' hoeven niet per se waar te zijn. U weet hoe het gaat op het internet..

 

3 februari 2011. Proefschieten, Lilly met de LEE 450-250 REAL!

Voor de eerste keer de LEE 450-250 REAL kogel in een voorlader, in dit geval Lilly, en het gaat prima. Erin drukken tot het bovenste ribbeltje, verder wil de kogel niet. Even met de hamer het laatste zetje geven en de kogel zit in de loop. Met de starter wat verder naar beneden duwen, zelfs alleen met de kogelstarter wil het ook wel. Met de pompstok verder naar beneden duwen is een fluitje van een cent, het loopt licht, ook als de loop wat vervuild raakt is het geen probleem. De kogels zijn overigens niet gevet, Hildo heeft er alleen een vetpil onder zitten. Met een normaal gevette REAL vervuilt de loop misschien minder snel, dat wordt een andere keer geprobeerd.

Tuimelende kogels

Eerst zijn de gaten nog rond, maar wat later beginnen de kogels toch iets te tuimelen ondanks dat LEE op de website verkondigt dat de kogel 'will not tumble'. Overall lijken de REAL kogels het toch goed te doen in Lilly, die overigens voorzien is van een spoed van 1:47. Of zou een iets snellere spoed misschien beter geweest zijn voor deze, in verhouding tot een rondbal, lange kogel?

 

11 februari 2011. Gietmallen van de Xenos!

U heeft gezien dat Hildo op 2 februari deze gietmallen, officieel bakvormen voor cake of iets dergelijks, heeft aangeschaft om loodbaartjes van te kunnen gieten. De prijs valt mee, veel goedkoper dan een reguliere LEE of RCBS gietijzeren gietmal, en er past meer lood in. Vandaag zijn ze voor het eerst ingezet.

Het resultaat

Het lijkt prima. Ze trekken niet krom, de teflon (PTFE) laag laat niet los en als de mal omgekeerd wordt, vallen de loodbaartjes er gemakkelijk uit. De bovenkant van de hartvormige baartjes is glad, maar de onderkant vertoont kraters. Misschien was het lood toch niet helemaal goed schoon, misschien heeft het een andere oorzaak.

Het voordeel

Hildo kan nu 12 hartvormige en 4 reguliere (RCBS) loodbaartjes in één keer gieten. Het gaat nu veel sneller en dat werkt prettiger als u op een houtvuur uw lood fluxt. Als het lood goed op temperatuur is moet het snel gaan, voordat de zaak begint te stollen. Niet al te snel de loodbaartjes uit de mallen gooien, de binnenkant is dan nog vloeibaar... merkte Hildo.

 

18 maart 2011. Lyman giettang voor Tijgertje

Hildo heeft z'n allernieuwste giettang binnen, het Lyman 508656 gietblok dat de 508-395 kogel (de plains bullet) giet. De handvatten moeten apart bijbesteld worden. Deze tang is stukken duurder dan eentje van Lee, maar Lee heeft een dergelijk tang niet in het assortiment. Het Lyman gietblok is van staal en.gaat vast een leven lang mee.

Opwarmen

Om de giettang even goed op te warmen, moet de giettang in het gesmolten lood worden gelegd. Dan warmt de tang mooi op en kunt u direct mooie kogels gieten. Als u de tang uit het lood haalt, is deze zo warm dat het lood er gewoon weer af loopt. Had Hildo ergens gelezen, maar nog nooit geprobeerd. Maar de giettang op deze manier opwarmen... is iets wat hij beter niet had kunnen doen

 

De Lyman 508-395 plains bullet

Het is toch nog gelukt om wat mooie kogels te gieten. Wel heeft het Lyman gietblok last van klevende kogels na het openen van het blok. Soms aan de ene, soms aan de andere kant. Mogelijk heeft het te maken met de overmaat aan lood op het gietblok.

De maat & het gewicht... klopt niet!

De kogel uit het 508656 gietblok zou 508 in diameter moeten zijn, maar is slechts .500 tot maximaal .502. Lyman maakt er een rommeltje van! Vreemd, vervelend en een beetje jammer. Lee doet het wat dat betreft stukken beter, daar kloppen de maten en gewichten wèl. Het gewicht van deze plains bullet zit overigens met 396 tot 398 grain wel goed in de buurt van de opgegeven 395 grain. De kogel is voorzien van maar liefst drie vetgroeven, da's mooi voor een goede smering. De onderkant loopt een fractie taps om het laden bij voorladers te vergemakkelijken

 

28 juni 2011. Een .666" giettang voor Betty!

Eindelijk een giettang voor Betty, zodat de bejaarde dame nu weer af en toe ingezet kan worden. Hildo kreeg het adres van deze fabrikant van een collega vuursteenschutter, die bijzonder tevreden is over het geleverde. Het hierbovenstaande is gemaakt door Jeff Tanner Ballmoulds, in Engeland. Aan de ene kant graveert hij de naam van de eigenaar, aan de andere kant de maat van het gietblok. De messing gietblokken, in een super simpele uitvoering zonder 'sprue plate cutter' (snijplaat), wordt speciaal voor u gemaakt op de maat die u wenst. Mèt of zonder stevige handvatten, die volgens Jeff ook op Lyman en Lee gietblokken passen. Overigens: Jeff maakt alleen gietblokken voor ronde ballen.

Kanon gietblokken

Ook gietblokken voor kanonnen behoren tot de mogelijkheden, naar wat Hildo er van begrijpt is er geen maximale maat. Er is zelfs een mogelijkheid om holle kanonskogels te gieten.

Kost dat?

Het gietblok kost £25.00, de handvatten £20.00, de vuursteenslijper £15.00. Verzending £5.00.  Totaal £65.00, en dat is iets van 75 euro want de Engelse Pond heeft het op dit moment erg moeilijk. Jammer voor de Engelsen, voordeeltje voor de inwoners van Euro-landen. Betaling gaat prima met Paypal en een paar dagen later heeft u uw bestelling al thuis.

 

Kogelmaat

Dit gietblok zou .666" diameter ballen moeten gieten, dus interessant om te weten wat er nu ècht uitvalt, want, zoals u weet, wil het wel eens afwijken. De digitale schuifmaat brengt uitkomst en .669" is de gemiddelde maat die naar boven komt tijdens het meten van vijf verschillende kogels, gemeten op verschillende plaatsen. De uitkomst schommelt vrijwel constant tussen 0.6690" en 0.6695", dus mooi rond.en constant. Deze ballen zijn, ondanks dat ze iets groter uitvallen, uitstekend en en zeker niet te groot voor Betty.

 

Verstopt

Het is jammer, maar iets wat Hildo al tijden zag aankomen: De gietmond van de LEE Pro 4-20 gietoven zit hopeloos verstopt. 'Laat dan maar', denkt Hildo, 'Ik pak de gietlepel wel'.

Loodafval is lastig gieten

Een gedeelte van het lood in de pot zal nooit gebruikt kunnen worden om kogels te gieten. Het verbrandt, oxideert eigenlijk, door de inwerking van zuurstof. Het vormt een, steeds dikker wordende, laag boven op het gesmolten lood. U ziet de rommel op de foto hier boven. Dat is een nadeel, want als er ook maar een beetje troep blijft hangen aan de gietmond van de gietlepel, dan bestaat de kans dat het meegegoten wordt, het gietblok in. Dat uw kogel dan niet perfect is, mag duidelijk zijn. Verscheidene malen tijdens de gietsessie ziet Hildo zich genoodzaakt om rommel van het lood te verwijderen.

Het aftappen van lood aan de onderzijde van de loodoven werkt beter, omdat het afgetapte lood niet met zuurstof in contact komt. Dat er rommel boven op het lood ligt, maakt niet uit: het vormt alleen een laag die, net als bij elektrisch lassen, een soort van slaklaag vormt die het lood beschermt en derhalve een groter percentage van het gesmolten lood in kogels om laat zetten. Het is echt jammer dat de gietmond aan de onderzijde van de oven momenteel verstopt zit.

Lood met tin

Vier procent tin bij het lood en de hardheid van de kogel gaat van 5 Brinell (puur lood) naar 8 Brinell. Het toevoegen van tin zou tevens het in de mal vloeien op een positieve manier beïnvloeden. Maar van het betere vloeien heeft Hildo niets kunnen merken. Als het lood en de giettang de goede temperatuur hebben en er geen verontreiniging in het lood zit, komen de kogels er eigenlijk altijd mooi uit. Wat Hildo wèl opvalt, is dat lood met tin minder oxideert en daarom minder afval geeft.

 

Lyman 457-292 gietblok voor de BFR

Op dit gietblok heeft Hildo al een poosje zitten wachten, want de tot nu toe gebruikte Drummen 458-300 kogels voor de BFR waren op. Nogmaals ruim 40 euro uitgeven voor 250 kogels ziet hij niet zitten, het moet een beetje leuk blijven om de trekker over te halen. Deze stalen gietmal is natuurlijk stukken duurder dan 250 kogels, maar de mal gaat vast nog 100 jaar mee. Dat ligt met de kant-en-klare kogels toch anders.

Roest

Stalen (ijzeren) gietmallen gaan lang mee, maar zijn erg roestgevoelig. Een stalen gietblok dat bij Hildo in de huiskamer boven op de kast lag, begon al vliegroest te vertonen. Daarvan heeft hij geleerd om het blok altijd in te oliën na het gieten. Voor het gieten natuurlijk wel de mal goed schoon maken: olie en kogels gieten vormen geen goede combinatie.

Kogelgewicht

Het Lyman blok giet kogels, met 4% tin, van gemiddeld 294 grain, wat zeer dichtbij de opgegeven 292 grain zit. De kogels met 8% tin zijn gemiddeld 291 grain.

Kogelmaat

De meeste zitten vrij consequent op 458, prima dus.

 

Hildo's mening

Veel keus is er niet in dit soort lichtgewicht kogels voor de 45-70 patroon. In de praktijk moet dit projectiel zich nog wel even bewijzen in de BFR want Hildo krijgt, nadat hij ze goed bekeken heeft, toch wat twijfels.

Krimpgroef & 'driving bands'. Een probleem?

Een vetgroef is het diepliggende gedeelte en 'driving bands' zijn de uitstekende ribbels die de trekken van de loop zullen volgen. Hoe een 'driving band' in het Nederlands heet weet Hildo niet, u zult het voorlopig met de Engelse benaming moeten doen. Een krimpgroef ontbreekt. Vervelend, want de huls moet worden gekrompen omdat de patronen in een revolver afgeschoten zullen worden, in een enkelschots geweer is krimpen niet nodig. In de bovenste vetgroef krimpen kan niet, die is te diep. Hildo gebruikt nog steeds zijn standaard RCBS roll-crimp die, die het bovenste randje van de huls omzet. Een taper crimp die, die over een grote lengte de kogel vasthoudt, heeft hij nog steeds niet. Dat was mogelijk een mooiere oplossing geweest. Financiële prioriteiten spelen helaas mee.

De eerste (bovenste) driving band zal de hulsmond uit elkaar drukken bij het vertrek van de kogel, en daarmee zal de diameter van die eerste driving band vast kleiner / verminkt worden, want het is maar een heel dun ribbeltje. Met drie vetgroeven is deze kogel ruim bemeten, maar de bovenste vetgroef vervangen door een ondiepe krimpgroef  had meer lood in de trekken opgeleverd. Het deel van de kogel dat daadwerkelijk in de trekken zit, is nu niet groot. Een slippende kogel lijkt Hildo derhalve goed mogelijk, met name omdat de trekken van de BFR ondiep zijn en er relatief zacht lood wordt gebruikt, gewoon daklood met wat tin. Het enige dat stevig is, is de onderste ring aan de basis van de kogel. De kop zelf lijkt relatief lang ten opzichte van de kogel. Mooi om te zien, maar of het de stabiliteit helpt, betwijfelt Hildo. Misschien valt het in de praktijk erg mee en schiet deze kogel als het spreekwoordelijke scheermes.

 

27 januari 2012. Verschillende kogels

Van links naar rechts: Een  457-535 Lyman (Kogel no. 457132, bestel no.2640132) Postell stijl long range kogel, teruggesized naar 452-535. De tweede is de ongesizede 457-535 Lyman, de derde de 451-485 Hensel met maar liefst zes vetgroeven en helemaal rechts de van 454 teruggesizede 452-298 Lee minié.

Voor de 45-70

De lange Lyman kogels kreeg Hildo van Loden Cees, om te proberen, maar een 45-70 kogel is wel behoorlijk groot. De Lyman schommelt tussen de 457 en 458, maar een 45-voorlader zit rond de 451. Gelukkig heeft Hildo een 452 sizer die van Lee. De kogel ingevet en helemaal links ziet u het resultaat. De in éénmaal van 458 naar 452 teruggesizede kogel, en het valt nog best mee. De pers heeft het er helemaal niet moeilijk mee en ook optisch is er niet zoveel mis. Het is wel te zien dat het lood iets vervormd is bij de vetgroeven, maar daar valt niet aan te ontkomen. Zeker niet bij het sizen van een veel te grote kogel. Het lood moet natuurlijk wel ergens heen en dus worden de vetgroeven smaller.

 

Juli 2012. Voorbereiding long range schieten in Denemarken

Hildo giet 453-500 Hensel kogels, teruggesized naar 452 voor de beste passing in Eleanor, zijn Rigby Creedmoor match geweer. Dan nog een serie 458-535 Lyman Postell kogels, ook teruggesized naar 452. Alle worden gegoten in een puur lood versie en in een lood met 4% tin legering..

Special order Hensel 452-540 gietblok

Op maat gemaakt, kosten nog moeite worden gespaard voor het beste resultaat. Dit blok heeft Hildo speciaal besteld voor het evenement in Denemarken, maar het komt net te laat binnen om nog kogels mee te gieten. Da's jammer.

 

Wolvet

Om niets aan het toeval over te laten, maakt Hildo zijn kogelvet precies zoals anders, een mengsel 50/50 bijenwas/frituurvet. Als extra komt er een forse lik wolvet bij in. Wolvet, een andere naam voor lanoline, is het vet uit schapenvacht. Na verluidt heeft het goede eigenschappen als ingrediënt in kogelvet en dat kan Hildo nu goed gebruiken. Het is relatief hard, maar stukken zachter dan bijenwas en heeft goede hittebestendige eigenschappen. Hildo heeft voor 26 euro online een kilo besteld bij De Hekserij en kan nu jaren vooruit. Als vet voor uw huid is het ook prima inzetbaar omdat het veel lijkt op menselijk huidvet. Het wordt in feite veel gebruikt als basisproduct voor crèmes. Maar bij Hildo gaat er een flinke lik in zijn kogelvet. Nadat het kogelvet klaar is, voelt het letterlijk wat 'vetter' aan dan zonder wolvet.

 

23 september 2012. Hensel 452-540 Blackpowder Express

Het speciale gietblok dat Hildo heeft laten maken voor Eleanor op de lange afstand in Denemarken. Dat dit blok net niet op tijd binnenkwam om de kogels daar te kunnen inzetten, betekent niet dat de deze tang weggegooid geld is. Als een kogel op de lange afstand goed schiet, dan gaat het op de kortere afstand natuurlijk ook goed.

Kost een op maat gemaakt Hensel gietblok?

Deze was dik 120 euri, inclusief verzendkosten, en dat is niet duur in de wereld van de voor u op maat gemaakte stalen gietblokken.

Hoe te bestellen?

U gaat naar de site van Hensel Giesskokillen en zoekt daar naar een gietblok dat u wilt hebben, en vergis u niet... die mensen hebben veel meer dan wat de populaire US gietblokleveranciers leveren. Er ging een wereld voor Hildo open! In long range met vetgroeven of paper patched, maxiball, allerlei soorten minié's, hollow point, diabolo's voor kal 12 en 16, maar ook kogels voor bijzondere kalibers van antieke wapens zoals, willekeurig voorbeeld, de Reichsrevolver of zelfs een blok voor de hexagonale kogel van een Whitworth die dan ook nog specifiek op de maat van het geweer wordt gemaakt. Kom daar maar eens om bij RCBS of Lyman. U kunt de blokken bestellen zoals ze zijn, maar u kunt het betreffende gietblok ook laten aanpassen naar de lengte en diameter zoals u die voor ogen heeft, kost niets extra. Hildo heeft de 451-530 Blackpowder Express besteld die is aangepast naar 452-540, dus een iets grotere diameter en iets zwaarder. Waarom? Hildo vindt 'm er goed uitzien, hij lijkt sterk op de ouderwetse Postell longrange-style kogel van de Lyman 458-535, en die schiet, zelfs gedownsized naar 452, eigenlijk prima. U vindt Hildo's Blackpowder Express blok op de website van Hensel op: 'Giesskokillen - Langgeschosse - bladzijde 7'. Zelfs een kogel volledig naar eigen tekening, mocht u daar behoefte aan hebben, is mogelijk. Op het moment dat er speciale dingen (tooling/gereedschappen) gemaakt/aangepast  moeten worden om uw specifieke gietblok te kunnen maken, gaat het meer geld kosten, maar dat is logisch en kan u van tevoren verteld worden. Bijzonder: een ronde neus lijkt niet mogelijk zonder aanpassing van de tooling. U geeft de bestelling door en krijgt een rekening. Nadat de rekening is voldaan en het geld ontvangen is door Hensel, gaan ze aan de slag. Een week na ontvangst van het geld was Hildo's gietblok klaar.

Edit: Hensel kan niet wegen?

De speciaal voor Hildo op maat gemaakte Hensel 452-540 Black Powder Express kogel is perfect, wat diameter betreft. Maar met een lengte van 34,40 mm valt het, gegoten uit 100% lood, niet als 540 grain uit de gietmal, maar komt het op slechts 516/517 grain, en dat is veel te weinig. Het leek allemaal zo mooi, maar niet alles is zo als het lijkt. Om even te vergelijken: De 457-535 Lyman Postell is 36,35 mm lang en komt op 538 grain, en dat is netjes aan het gewicht.

Edit: Wat heeft Hensel over de gewichtsafwijking te zeggen?

In een mail vertelt Heinrich Hensel dat het gewicht gebaseerd was op de opgave van een schutter. Het is echter geen probleem om het gietblok terug te sturen om de kop van de kogel met 1,5 mm te verlengen. Dat is erg aardig van meneer Hensel, maar Hildo vindt het zo ook wel goed. Wellicht schaft hij ooit het gietblok voor de Lyman Postell kogel nog eens aan, die doet het in Eleanor met allerlei soorten en hoeveelheden aan kruit altijd erg goed en... gietblokken heeft u nooit genoeg!

 

De goede loodtemperatuur?

Wat de goede temperatuur is weet Hildo niet, hij heeft geen loodthermometer. Wat hij wèl weet, is dat het gesmolten lood zo warm mogelijk moet zijn, zonder dat het té warm wordt.

Goudkleurig

Als het vliesje boven op het lood goudkleurig wordt, moet u uitkijken: dan wordt het te heet, begint het lood sneller te verbranden en dat geeft weer rommel in het lood en diezelfde rommel komt ook in uw kogels. De verbrandingsverschijnselen zijn duidelijk te zien aan alle hierboven afgebeelde verkleurde kogels.

Blauwe verkleuring

Blauw is de volgende stap en u ziet dat u nog meer verbrand lood krijgt (zie de kogel links onderaan). Het lood verbrandt zowaar letterlijk aan de gietlepel omdat het te heet is op het moment dat het aan de lucht, lees zuurstof, wordt blootgesteld. Maar met zilverkleurig lood in de smeltoven lijkt het lood soms nèt niet warm genoeg. U kunt dan wel mooi ronde ballen gieten, maar grote kogels worden dan al snel imperfect. Rechts onderaan zit u een vrijwel perfecte kogel.

Loodthermometer

Heeft Hildo niet, maar zo'n ding staat nu vrij hoog op het verlanglijstje. Altijd uitgesteld vanwege de kosten, het wil ook wel zonder. Maar de volgende keer dat hij gaat gieten, wil hij er eentje hebben. Niet gegarandeerd dat het dan beter gaat, maar dan weet hij in ieder geval wat er gebeurt bij welke temperatuur en tot hoe ver hij kan gaan.

Scherp gesneden kogels

Als u de draaigroeven van de mal in de kogel kunt zien zitten, lijkt het goed te gaan. De vetgroeven en driving bands dienen er scherp gestoken uit te zien. Wanneer het lood te koud is, of het blok nog niet op temperatuur, dan worden de driving bands wat ronder en dat betekent niet goed uitgevloeid lood in de gietmal. Ook rimpels in de kop van de kogel duiden er op dat het lood, of het gietblok zelf, nog niet op temperatuur is. Altijd ruim voldoende lood op de snijplaatopening gieten. Als het net gegoten lood afkoelt, krimpt het en bij onvoldoende lood op de snijplaat trekt er geen lood maar lucht naar binnen. U ziet dan een klein rond gaatje midden achterin de kogel, da's niet goed. Kortom: om een perfecte lange kogel te gieten heeft u geen bijzondere gieteigenschappen nodig, u moet alleen weten waar u op moet letten en dan lukt het soms gewoon, zelfs bij een onhandige jandoedel als Hildo. Toch leert hij nog steeds bij.

Tin gebruiken

Het gebruik van tin geeft een wat hardere kogel, maar zorgt ook voor een beter vloeien van het gesmolten lood in uw gietblok. Om de vloeieigenschappen te verbeteren is 2%  naar het schijnt al genoeg. In de praktijk heeft Hildo nog niet zo veel van verbeterde vloeieigenschappen gemerkt. Met puur lood lukt het ook. Het gebruik van tin om uw kogel iets harder te krijgen, werkt wel goed. Waar puur lood iets van 5 brinell schijnt te zijn, is lood met 4% tin al 8 brinell.

Vloeien... soms goed, soms niet

De omstandigheden zijn, in principe, gelijk. Hildo giet onophoudelijk door. Toch lukken sommige kogels beter dan andere. Schudden met het gietbok nadat u het lood er in gegoten hebt? Iets laten afkoelen alvorens de volgende kogel aan de beurt is? Of juist het blok zo heet mogelijk houden? Snel vullen of rustig aan? Soms is de ene kant van de kogel goed en de andere kant niet. Ligt dat aan het te snel willen openen van het blok omdat de kogel nog niet goed is gestold?

Lostikken, niet op het gietblok

Vaak vallen kogels niet zomaar uit het blok als u het opent. U tikt dan rustig met een stukje hout, maar niet op het gietblok zelf. Tikken doet u op het scharnierpunt van de tang. Waarom bij sommige blokken de kogels beter lossen dan bij andere, en wat er eventueel aan te doen is, waarom de kogel soms aan de ene en soms aan de andere kant van het blok blijft plakken? Het is Hildo een raadsel. Er is, ondanks inmiddels verscheidene jaren gietervaring, nog een hoop te leren... en dan met name die lange kogels, want die zijn lastig!

Hoe schieten ze?

Altijd een spannend moment. Vliegen ze mooi, zelfs met weinig kruit, of gaan ze tuimelen? Goed geïnvesteerd geld of kan het blok direct de prullenbak in? Op dit moment is er nog niet mee geschoten, maar morgen is het zover. U wordt op de hoogte gehouden.

 

Polyester hars in top punch

Wazige foto, maar u ziet al wel waar het heen gaat.

 

Top punch is op maat

Hildo monteert de top punch in de ram en gebruikt een van te voren ingevette kogel om de punch op maat te maken. Doordat de kogel al is ingevet, kan deze niet onverhoopt onder in de sizer blijven steken. Ook de kop van de kogel wordt licht ingevet zodat ie niet aan de polyesterhars blijft plakken. Vervolgens wordt de kogel de sizer in geduwd, de kogel centreert zich, en de polyesterhars vormt zich perfect naar de vorm van de kogelpunt. Niet te diep duwen, de polyesterhars mag de sizer natuurlijk niet in lopen. Dan nog even wachten tot het uitgehard is. Na het verwijderen van de top punch, de overtollige polyesterresten weghalen en klaar is de top punch. Mocht het niet helemaal 100% blijken, dan kan het altijd weer opnieuw.

 

Vullen met SPG kogelvet

De pers is schoon en het kogelvet kan erin. Hoeveel kogels hiermee uiteindelijk gevet kunnen worden weet Hildo niet, maar gek veel zullen het er vast niet zijn.

Lyman kogelvet

Er is ook nog een rolletje hard zwart vet door Lyman zelf bij de pers geleverd. Deze gebruikt Hildo niet, want hij weet niet wat voor vet het is en of het compatibel is met zwartkruit en loden kogels.

 

 

Vulopening Lyman vetpers

Direct achter de ram zit de vulopening om de pers van vet te voorzien. De staaf in het midden is van schroefdraad voorzien. Een zuiger komt bovenop het vet en door de 'zuigerstang' linksom te draaien schroeft u de zuiger naar beneden en zet u daarmee het vet onder druk zodat het de kogel uiteindelijk smeren kan.

Stukjes staal

Erg slordig vindt Hildo het dat er nog stukjes staal van het metaalbewerken achtergebleven zijn in deze ruimte. Twee stukjes ijzer wist hij te vinden. De pers van te voren goed schoonmaken, lijkt aan te raden.

 

2) sizen en vetten

Hier wordt de kogel naar beneden geduwd, de sizer die in. Vetten zonder te sizen lijkt niet mogelijk. De kogel is 452 en de die is ook 452, maar de 452 van de die is iets kleiner dan de kogel. En de kogel is al niets te groot. Een 453 die heeft Lyman niet, jammer.

 

4) vetten en sizen

Nou, prima! De vetgroeven zijn mooi gevuld, niets mis mee.

Of toch een probleempje?

Niets is perfect, en deze lubrisizer ook niet. De kogel moet minimaal twee, of zelfs drie keer op en neer om de kogel er zo uit te laten zien. Bij de eerste gang door de sizer heen worden de vetgroeven niet goed gevuld, beetje meer druk op het vet en nogmaals. Pas dàn is het goed, soms moet het nòg een keer.

Meer druk op het vet dan?

Nee, dat kan niet. Dan creëert u een ander probleem, een probleem dat ook al de kop opsteekt als u niet veel druk op het vet zet.

Zie de afbeelding bij '5) vetten en sizen'.

 

6) vetten en sizen

Nog maar een keer schoonmaken, en nog een keer, en nog een keer, en nog een keer, et cetera, et cetera. Zucht.

Lyman 4500 lube sizer volgens Lyman

De Lyman 4500 is de opvolger van de 450.

Volgens Lyman op hun website, quote: 'The new 4500 lube sizer is our most advanced lube/sizer to date! Lubricate and size your cast bullets in one easy step. The new 4500 Lube Sizer is the best bullet lubing system available anywhere'.

'Hmmm', denkt Hildo.

Geen probleem hoor!

Veel mensen kunnen kritiekloos en gelukkig door het leven gaan zonder besef van enig probleem, zonder te denken 'dat had ik zelf beter kunnen verzinnen'. Hildo is behept met een extreme vorm van kritisch zijn, hij heeft het met vrijwel alles, van de menu's van elektronica tot aan zijn ketchupfles toe. Een of andere designer heeft bedacht een buigzaam stuk plastic, met een kruisopening erin, in de spuitmond van een ketchupfles te monteren. Het plastic kruis sluit zichzelf weer na het gebruik van de fles. In de praktijk moet er, voordat ie open gaat, dusdanig hard in de fles geknepen worden, dat er alleen een volledig ongecontroleerde en ondoseerbare straal ketchup op een pizza kan worden gespoten. Hildo heeft de ´slimme´ spuitmond eruit gepulkt met z'n mes, maar nu is het gat zo groot dat er alleen dikke klodders ketchup uit de fles vallen. Zucht. Hildo hoopt dat de designer ondertussen is opgesloten en dat hij alleen maar pizza's krijgt die hij met zijn eigen design spuitmond van ketchup mag voorzien. Op een gegeven moment moet er toch iemand achter komen dat iets niet werkt?

 

Conclusie Lyman 4500

Het vetten gaat beter dan met de hand, maar vooralsnog is het apparaat verre van perfect vanwege de overmaat aan vet onderaan de kogel. Hildo doet vast wat fout, want zo beroerd kan de Lyman toch niet zijn? Wat de oplossing is, weet hij niet. Mogelijk dat iemand hem, te zijner tijd, op de goede weg kan helpen. Zou hij nogmaals voor de aanschaf van een lubrisizer staan, dan zou hij zowel de Lyman als RCBS links laten liggen, zijn portemonnee helemaal omkeren en tòch een Magma Star lubri-sizer aanschaffen. Uiteraard zelf importeren uit Amerika en het zou waarschijnlijk erg prijzig geworden zijn, zeker met de benodigde accessoires, want ook in Amerika zijn deze persen een stuk duurder.

Maar het geld is uitgegeven en Hildo veegt de kont van z'n kogels wel af!

 

6 december 2012. Bierviltjes bij de Mitra

Kogelviltjes, tussen kruit en kogel, worden gebruikt om de kogel te beschermen tegen de verbrandingsgassen. Bij de Mitra, de slijterijketen die u ongetwijfeld kent, krijgt u voor één euro iets van 100 viltjes per verpakking. Als er 20 kogelviltjes uit één bierviltje te maken zijn, staan hier 4000 kogelviltjes. Of Warsteiner 'eine Königin unter den Kugel' is of dat ons eigen Amstel de voorkeur gaat genieten, moet nog blijken. Wellicht dat het verschil in papier iets uitmaakt, maar Hildo denkt 'Karton is karton'.

 

Tegenvallertje?

Met een stevig stuk hout onder het viltje op de niet meeverende betonnen vloer van zijn keukentje, slaat Hildo er op los. Zinvol geweld. Eerst met een klein hamertje, maar dat werkt niet. Dan met een gewone klauwhamer, ook niks. Dan met zijn grootste hamer, een kleine moker. Des te dikker de hamer, des te beter het kogelviltje uit het bierviltje te bevrijden is, zou u denken. Evengoed lukt het niet: alle viltjes gaan kapot of vallen uitelkaar. Op het wereldwijde web slaat iedereen kogelviltjes, maar zonder de technische geheimen daarvan met Hildo te delen!

 

7 december 2012. Kogelvet karbonaatjes

Tot nu toe heeft Hildo zijn kogelvet gemaakt van 50/50 frituutvet/bijenwas en een lik wolvet (pure lanoline). Dat gaat prima. Maar niets zegt dat het niet beter zou kunnen. Frituurvet is plantaardig, maar dierlijk vet schijnt het bijzonder goed te doen, en dan met name schapenvet.

Karbonaadjes

Zelf eet Hildo niet veel vlees: te duur. Maar Bijtie, zijn kat, is natuurlijk een vleeseter pur sang. Dus af en toe koopt Hildo een paar kilo vlees, snijdt er porties van 90 gram af, verpakt het in plastic en gooit het in de diepvries. Af en toe wat ontdooien en Bijtie wordt prettig verrast! Echt rauw vlees smaakt stukken beter dan kattenbrokken of kattenvoer uit blik. De lekkere geur die u ruikt is nep en, volgens Hildo, alleen toegevoegd opdat mensen denken dat het lekker smaakt. Hildo heeft verschillende merken zelf geprobeerd en het smaakt allemaal zo muf als wat. Hij meent dat Felix een fractie beter smaakt dan ander blikvoer, maar het blijft beroerd: niets komt ook maar in de buurt van echt vlees en dat merkt u ook aan de enthousiaste reactie van uw kat!

Overblijfsel karbonaadjes.

Hildo heeft wat karbonaadjes gekocht en het vlees in porties verdeeld. De botten blijven over en ditmaal gooit hij deze niet weg, maar gooit ze in een pan water en kookt ze gedurende twee uur. Aks het goed is, dan zou het vet er uit moeten trekken en een dikke witte laag boven op het water moeten vormen, net zoals dat vroeger gebeurde bij de soep van zijn moeder. Als het afgekoeld was, kon het vet er in stukken afgebroken worden. Ondanks de lange karbonadebotjes-kooksessie komt er nauwelijks vet van de botten. Een beetje een tegenvaller want wat er nog afkomt, de witte in het water drijvende stukjes, is niet de moeite waard.

Reuzel bij de slager

Wilt u vet? De liposuctie-afdeling van een ziekenhuis ligt voor de hand, maar Hildo betwijfelt of hij daar wat meekrijgt. Een trip naar de slager lijkt hem beter. Zijn voorkeur, schapenvet, hebben ze niet en kunnen ze niet leveren ook. Jammer. Reuzel wel, maar alleen op bestelling. Reuzel is een soort van vette blubber wat in een aparte bak gegooid wordt in een varkensslachterij. Als u het ziet, krijgt u er geen zin in. Dat weet Hildo omdat hij zelf, jaren terug, eens bij een varkensslachterij gewerkt heeft. In ieder geval: Hildo heeft twee kilo reuzel besteld en zal het proberen te transformeren tot ingrediënt van kogelvet.

 

5 mei 2013. Het geheim van de perfecte kogel!

Kogels gieten heeft iets mystieks. Als u zich hier mee bezighoudt bent u in staat om oud en smerig afgedankt daklood te transformeren naar een volledig nieuwe, glimmende en perfect symmetrische vorm. U creëert perfectie!. Tenminste, dat is de bedoeling. In de praktijk valt er soms iets anders uit uw gietblok.

Hildo heeft het door... denkt ie

Zoals bij alles, is het simpel als u het weet. Ondanks dat kogels gieten eigenlijk eenvoudig is, duurt het wel een aantal jaren voordat alle puzzelstukjes samenvallen. U bent een poos bezig en dan vallen opeens de stukjes op hun plaats. De handleiding voor het gieten van perfecte kogels, volgens Hildo, vindt u hieronder. Een thermometer is daarbij, volgens hem, onontbeerlijk. Tenzij u het geen probleem vindt dat veel kogels mislukken..

De foute kogel

Die ziet u genoeg en Hildo het er zelf genoeg gegoten èn verschoten. De meest voorkomende fouten zijn verkleurde/ verbrande kogels, kogels met gaten in de bodem en gerimpelde kogels of anderszins kogels die niet goed uitgevloeid zijn in de gietmal.

Ronde kogel vs langwerpige kogel

Goede ronde kogels gieten is tamelijk eenvoudig. Het probleem ligt bij de lange zware kogels, voorzien van meerdere vetgroeven. Hoe langer, hoe lastiger het is om de perfecte kogel te produceren.

Thermometer

Zonder thermometer is het erg lastig om goede kogels te gieten, want u weet niet wat uw loodtemperatuur is. Het smeltpunt van lood ligt op 327 graden, maar dat zegt niets over de temperatuur die noodzakelijk is voor het gieten van perfecte kogels. Hildo heeft daarom, een tijdje terug al, een digitale thermometer gekocht, inclusief thermokoppels met meetstaven die zó in het gesmolten lood gestoken kunnen worden om de temperatuur van het loodbad te kunnen uitlezen. Hij zet het ding nu voor het eerst in, want het ontbrak hem bij de vorige gietsessie even aan een 9V batterij.

Thermometer ijken

Klopt de thermometer wel? Als Hildo u temperaturen gaat voorschotelen, moeten die wel een beetje juist zijn. Hildo kookt daarom water en houdt het staafje van de thermokoppel in het kokende water. Kokend water is ongeveer 100 graden op zeeniveau, de thermometer geeft 100,6 graden aan. Lijkt goed.

520 graden

Als het lood of de gietmal te koud zijn, vloeit het lood niet goed en krijgt u kogels die niet goed op gewicht zijn en niet juist van afmeting. Vanaf 520 graden begint het goed te gaan, in ieder geval voor ronde .445 ballen want die zijn het gemakkelijkst te gieten. Beneden de 500 graden krijgt Hildo, in combinatie met een goed op temperatuur zijnd stalen gietblok, geen perfecte resultaten. De ballen rimpelen een fractie en dat heeft zijn weerslag op het gewicht, maar ook op de diameter en daarmee op de juiste passing in de loop, allemaal zaken die het schotbeeld beïnvloeden.

540 graden

Grote lange kogels zijn het moeilijkst goed te gieten. Met een temperatuur van 520 graden lijkt het erop, maar zijn ze soms nog niet perfect. De ene kant van de kogel is dan goed, maar de andere kant vertoont enigszins afgeronde vetgroeven, met name bij Hildo's 543-500 Hensel gietblok. Tegen de 540 graden lijkt de juiste temperatuur voor de lange kogels, het lood begint haast een fractie goudkleurig te kleuren, een teken dat het begint te verbranden. Maar met 540 graden valt het afval erg mee en dit is, wat Hildo betreft, de juiste temperatuur. De kogels vallen nog steeds mooi glimmend uit de mal. Op de LEE gietoven staat de thermostaat in ieder geval iets over standje 3. Precies op stand 3 komt de LEE-oven tot 530 graden. Hildo weet echter niet of alle LEE thermostaten identiek zijn.

Gietmethode

Het gietblok moet goed schoon zijn, geen beschadigingen hebben en natuurlijk moet het perfect sluiten. U moet het lood en de gietmal goed op temperatuur houden door continu in een hoog tempo door te gieten. Een pauze neemt u als de gietoven leeg is en hervuld moet worden. Een gietblok kan niet te heet worden tijdens het gieten, wel te koud. Dus laat het blok niet afkoelen. De afstand tussen gietlepel en gietblok zo klein mogelijk houden. Door een onnodig grote afstand tussen gietlepel en gietblok koelt het lood onnodig af en dat is niet de bedoeling. Afkoelen doet het vanzelf in de gietmal. Als u het lood langzaam het gietblok ingiet (eventueel zelfs druppelt), kunt u op commando rimpelkogels produceren. Zorg ervoor dat er altijd een hobbeltje gesmolten lood bovenop de gietopening van het gietblok ligt. Als de kogel stolt, krimpt het lood en zuigt het lood mee naar binnen. Niet genoeg lood op de gietopening en er wordt lucht mee naar binnen gezogen en u hebt een kogel met een gaatje. Da's gewoon slordig gieten èn het doet de uniformiteit van de kogels geen goed.

Openen gietmal

Als een stalen blok goed op temperatuur is, kan het een poosje duren voordat de kogel voldoende gestold is. Valt de kogel niet gemakkelijk uit het gietblok, dan kunt u, beheerst, tikken met een houten stok op het scharnierpunt van uw handvatten. Niet tikken op het gietblok zelf. Houd er rekening mee dat de binnenzijde van de gestolde kogel wellicht nog vloeibaar is of in ieder geval erg zacht. Als de kogel uit de gietmal valt, kan hij zeer gemakkelijk vervormd raken. Met name de zware kogels zijn daar gevoelig voor. Zorg voor een voldoende dikke onderlaag van handdoeken of iets dergelijks en open de mal niet op een halve meter hoogte: de kogels moeten zachtjes kunnen landen zonder beschadigingen op te lopen die de symmetrie beïnvloeden. Met name de basis van de kogel moet onbeschadigd zijn, net zoals de monding van uw loop, zodat de kogel tijdens het schieten zonder afwijkingen recht de loop uitgeblazen wordt. Sommige mensen laten de kogels vanuit het gietblok in een ton water vallen om ze te harden. Puur loden kogels harden, wil volgens Hildo niet. Harden werkt alleen als u giet met legeringen. Wees in ieder geval voorzichtig met de combinatie water en gesmolten lood. Water explodeert op het het lood in uw smeltoven en kan gesmolten lood laten rondvliegen met alle gevolgen van dien. U kent ongetwijfeld het effect van een waterdruppel in hete olie op een fornuis, en de temperatuur van frituurvet is nauwelijks hoger dan 175 graden.

Alle kogels zijn perfect!

Alleen de kogels aan het begin van de sessie, toen het blok nog niet op temperatuur was, zijn niet goed. Met het lood richting de 540 graden is het opeens geen 'lukken of niet lukken'. Alle kogels, zonder uitzondering, zijn perfect met mooie scherp gesneden vetgroeven rondom, geen rimpels, geen luchtinsluitingen en mooi glimmend zonder verkleuringen of verbrandingsverschijnselen. Hildo heeft gegoten met puur lood, zonder tin toe te voegen, wat soms gedaan wordt om de vloeieigenschappen te verbeteren. Dat is, wat Hildo betreft, niet nodig. Maar als u de kogels iets harder wilt hebben, dan werkt een paar procent tin prima.

Gietmal inoliën

Nadat de gietmal voldoende is afgekoeld, spuit Hildo WD40 op het gietblok. Roest is ongewenst en... roesten willen gietblokken wel! Alvorens te gaan gieten ontvet Hildo het blok met een spuitbus remmenreiniger. Werkt uitstekend.

Gewichten

Hildo heeft een serie van de uit puur lood gegoten kogels uit het 453-500 Hensel gietblok nagewogen. De meeste zijn 501 grain met afwijkingen tot 0,3 grain. Eén kogel wijkt af tot 502 (maximale afwijking) en één kogel tot 500 grain (minimale afwijking).

Hildo heeft 'De Waarheid' in pacht?

Welnee. Hij wil u alleen maar laten zien waarmee hij goede resultaten heeft geboekt in combinatie met zijn gietijzer Pedersoli .445 rondbal en gietijzer Hensel 453-500 blok, misschien dat u er wat mee kunt. Wellicht giet u uw eigen perfecte kogels met heel andere gietblokken, temperaturen of methodes. Op het wereldwijde web leest Hildo veelal dat de goede temperatuur iets tussen de 750 Fahrenheit (399 Celsius) en 800 graden Fahrenheit (427 Celsius) is. Véél koeler dan Hildo's 520 Celsius (968 Fahrenheit) en 540 Celsius (1004 Fahrenheit.). Uitgeleerd is Hildo nog niet en er zullen ongetwijfeld meer gietsessies volgen. Mochten er dan interessante gietfeiten of resultaten aan het licht komen... hij houdt u op de hoogte!

 

 Back to Zwartkruit Index 

 

De kogelgietende mensch

A) 15 oktober 2006. De praktijk van het... kogels gieten!

De benodigdheden om zelf kogels te gieten zijn minimaal. Lood, giettang, oven, hout, juslepel en een pot. De oven was in een paar minuten klaar, en stukken goedkoper dan een elektrische gietoven. Een blik bami, waarvan de inhoud net nog genuttigd was voor de avondmaaltijd, werd gekozen als smeltpot. Hildo kan u nu al wel verklappen dat een bamiblik niet echt geschikt is. Het lood wilde niet/nauwelijks smelten. Waarschijnlijk door de beperkte oppervlakte die blootgesteld staat aan het vuur. Bamiblik is afgekeurd!

 

B) Poging twee om het lood te laten smelten met een oude soeppan.

 

C) De soeppan is OK! Met een passend deksel erop en een goed vuurtje gaat het smelten zowaar tamelijk vlot.

 

E) De drab die van het lood geschept wordt lijkt een kurkdroge bladerige substantie. Hier is niets van te gieten. Verbrand / geoxideerd lood?

 

G) Vervolgens slaat u de schuif open en de bovenkant van de kogel wordt afgesneden. Het stollen van de kogel is een kwestie van seconden dus u kunt rap doorwerken. U kunt ook beter geen pauze nemen want dan koelt uw giettang af.

 

H) De schuif is opengeslagen en de kogel afgesneden van de gietopening. Het teveel aan lood wat over de giettang gelopen is hecht niet en valt er gemakkelijk weer af. De tang blijft brandschoon.

 

J) Het gaat lekker en boven verwachting goed. De hoeveelheid vuur is belangrijk, als het niet hard genoeg gaat begint het lood te stollen. Paar stukken hout erbij, even wachten, en dan gaat het weer. Hildo let ondertussen wel goed op dat ie met z'n hoofd uit de giftige looddampen blijft, desondanks had ie hoofdpijn na afloop. Gewoon van de concentratie hoor!, aldus Hildo.

 

M) Een voorbeeld van typisch mislukte kogels. De beide helften van de kogelgiettang sloten hier niet goed op elkaar aan. Van de 350 kogels die gegoten zijn kunnen in ieder geval 50 als volledig mislukt beschouwd worden. Als Hildo de volgende keer weer gaat gieten zal hij de kogeltang smeren met kogelvet (brand niet in en laat geen resten na, zodat de tang makkelijker goed te sluiten is. Dit stond ook in de gebruiksaanwijzing, maar als je die van tevoren niet leest...

Geen vet smeren in de mal zelf waar de kogelgegoten wordt, dan schijnt niet te werken. Ook het scharnierpunt van de tang begon wat te wiebelen. Volgende keer een tangetje erbij om de moer af en toe te controleren zodat op het scharnierpunt tijdens het gieten geen speling ontstaat en altijd goed checken of de tang echt goed dicht is. Verder? Verder niets. Gieten kan iedereen, zelfs Hildo!.

 

Hildo's Lee 50/70 450 kogelgiettang!

Kijk eens aan, een close-up van het gietblok van de nieuwe kogelgiettang.

Ooohh, zegt Hildo, wat heeft deze kogel een verschrikkelijk mooie slanke klassieke stroomlijn met drie mooie subtiele vetgroeven. Een plaatje om te zien hoor! Sommige kogels zien er een beetje dom uit, en zijn zelfs helemaal plat aan de voorkant omdat dat mooie ronde gaten geeft in het papier. Dat kan wel zijn, maar Hildo is van mening dat een kogel er er ook esthetisch verantwoord uit moet zien, en dat doet deze! De diameter is .515" en hij weegt 450 grain. Dat is precies hetzelfde gewicht als wat de originele kogel van de 50/70 militaire patroon destijds ook had. Hildo wilde al wel beginnen te gieten, maar het weer werkt niet mee. Het waait tamelijk hard en dan wil het lood smelten in de tuin op een houtvuurtje niet zo goed. Nu moet Hildo nog wat hulzen en slaghoedjes hebben. Hildo heeft de bijlage van zijn verlof inmiddels terug van de politie en mag derhalve de verlofplichtige 50/70 onderdelen daarvoor nu in zijn bezit hebben.

 

Schoon lood

Zo ziet het lood er fris en fruitig uit, vind u niet? Klaar om te gieten... maar wat giet Hildo dan? Voor de eerste keer zijn nieuwe .515 kogels voor Meester Hansson, de Rolling Block, en natuurlijk ook een serie nieuwe .457 ballen voor de revolvers

 

De eerste kogels voor de 50/70 patroon vallen uit de kogelgiettang en ze lijken niet verkeerd. Maar één misbaksel, u ziet hem helemaal links op de foto. De handdoek ligt eronder om de kogels op te vangen. De kogels zijn nog heet en zacht dus voor u het weet vervormd door het vallen uit de giettang.

 

Maar liefst 4 uur is Hildo uiteindelijk met kogelgieten bezig geweest, en hierboven ziet u het resultaat. 14 kilo kogels! Links ongeveer 650 stuks .457 ballen voor de voorlaad revolvers en rechts zo'n 250 stuks .515-450 kogels (.515" diameter en 450 grain gewicht) die verschoten gaan worden in de Rolling Block. Maar voor het zover is, moet Hildo nog wel even z'n eigen patronen in elkaar zetten.

 

Lee .500-360 Minie kogelgiettang!

En nóg een kogelgiettang, want gelooft u Hildo maar... U heeft er nooit genoeg. Deze is om een .500" diameter, 360 grain zware Minie (spreek uit 'Mienjéé' te gieten. Een Minie kogel heeft een holle basis, u ziet het puntvormige object in het midden van de giettang die er voor zorgt dat de bodem hol wordt. Waarom een holle bodem in een kogel? Als u schiet zorgt de druk ervoor dat de Minie aan de onderzijde uit elkaar gedrukt wordt, en het hemd (rokje) zorgt aldus voor een perfecte gasafsluiting tussen kogel en loop. Minimaal drukverlies en maximale efficiëntie. De bekende diabolo in een luchtbuks werkt net zo. Het is wel van belang dat een Minie kogel altijd van puur lood gegoten word zodat ie mooi zacht is en het 'uitzettende hemd principe' goed werkt. Hildo is benieuwd hoe het schiet.

 

De .500-360 Minie kogel

Deze komt er goed aan de maat uit, ondanks dat ze er niet 100% perfect uitzien. Ze zijn prima in de huls te krijgen zonder gebruik van herlaad apparatuur. In een gebruikte huls die opgerekt is naar .509" zitten ze zelfs behoorlijk ruim, maar met een beetje vet ertussen blijven ze wel plakken meent Hildo. De tang giet lekker, Hildo heeft nu een stuks of 70 kogels gegoten om te proberen. Met name is de kogel makkelijk uit de tang te krijgen tijdens het gieten. U doet de mal open en hij valt er welhaast vanzelf uit. Prima.

 

Lee .50-320 REAL kogelgiettang

U weet het, hier heeft u er nooit genoeg.van. Kogelgiettangen! Vandaar deze nieuwe kogelgiettang voor de REAL (Rifling Engraved At Loading) kogel. Deze heeft Hildo overgenomen van zijn instructeur want na wat proefsessie schieten leek deze kogel de hoogste ogen te gooien in trefzekerheid met Tijgertje, Hildo's Zweedse Rolling Block.

 

Telkens met een lepel in de lood scheppen hoeft niet meer. U ziet dat aan de binnenkant van de pot een staafje naar beneden loopt. Het staafje is met het houten handvat te bedienen. Als u het houten handvat omhoog beweegt, stroomt het gesmolten lood er aan de onderkant uit. Het gietblok is op een daarvoor aanwezige, afstelbare, steun te leggen zodat het er niet naast gaat. De snelheid waarmee het lood gegoten wordt, is afstelbaar met een schroefje bovenop.

Tjonge, denkt Hildo, dit is echt super-de-luxe!

 

Loodbaartjes maken

Alweer met die soeppan op het houtvuur aan de gang, maar dit is geen kogels gieten maar oud gebruikt lood smelten en ontdoen van ongerechtigheden. Beetje koud en winderig en het lood smelt slecht want de wind blaast het vuur onder de pan vandaan. Hildo heeft zijn afvalcontainers neergezet in een poging de wind wat tegen te houden.

 

Gestold lood.

En dit is de ellende van het houtvuur in volle glorie. De temperatuur is zeer slecht constant te houden. Het smeltpunt van puur lood ligt, volgens allerlei bronnen op internet, op 327‘C maar om het te kunnen gieten moet het natuurlijk hoger zijn. U let even niet op en het lood stolt alweer. Nieuw hout erop, het vuur brandt eerst even lager... en het lood stolt. Teveel hout, het lood wordt te heet en verbrandt onnodig snel. Nu giet Hildo geen kogels, dus het maakt niet zoveel uit. Zou hij dit nu wel doen, dan kan hij u nu al wel vertellen dat veel van de kogels er niet lekker uit zouden zien omdat het lood niet goed op temperatuur is. Ook het telkens moeten slepen met hout is een storende factor, zelfs tijdens deze klus..

 

Loodbaartjes

Het is gelukt, de eerste loodbaartjes zijn een feit. U kunt er eventueel merktekens op in slaan, bijvoorbeeld de soort legering die het betreft. Voor Hildo niet van belang want dit is allemaal puur daklood. Wil hij er later wat tin bij in hebben om het harder te maken of om het beter te laten vloeien tijdens het gieten, dan kan dat altijd nog

 

Het oventje was zo mooi nieuw maar het krijgt al snel allerlei kleurtjes. Verwarmen doet ie goed en het lood smelt veel sneller dan op een houtvuur.

 

En hoe gaat ie?, vraagt u aan een zeer kritische Hildo...

Nummer 1 is de gietmond, nummer 2 is de opening van de gietmal waar het lood in moet stromen. Het mikken is vrij eenvoudig omdat de afstelbare gietmal-steun de tang prima op de juiste positie houdt. In de praktijk werkt het zelfs heel erg goed!

Gietmal-steun

Eenvoudig en vlot af te stellen met de hand. Dat is belangrijk want als u van giettang wisselt moet u mogelijk de hoek of hoogte van de steun anders instellen. De tangen zijn niet allemaal even dik, in verband met de dikte of lengte van de kogels, en het verschil kan behoorlijk zijn. Maar ook het afstellen van de steun werkt prima.

De lood flow

Hoe sneller het lood in de tang stroomt, hoe beter het is, denkt hij. Maar er is een limiet, merkt Hildo. Als het te hard gaat dan spat het lood, als het gietblok vol is, gewoon de tang weer uit. Maar de stroomsnelheid is uitstekend aan te passen door het schroefje bovenop de loodoven te verdraaien met een schroevendraaier. Dan wordt de slag beperkt die u kunt maken, en daarmee de loodstroom.

De gietresultaten

Het lijkt een eindeloos hoera verhaal, maar Hildo heeft inderdaad nog nooit zulke mooie kogels gegoten. Met de thermostaat op standje 5 gaat het precies goed, op stand 4 beginnen de kogels hier en daar iets te rimpelen. De thermostaat houdt de temperatuur heel mooi continu, daar kan geen houtvuur aan tippen. Cowboyhoed af voor de elektrische gietoven, en nog een keer voor de thermostaat!

Loodverbruik

Met de loodoven goed vol is het slechts één keer fluxen. Van de korst die zich bovenop vormt trekt Hildo zich niets aan want het lood wordt immers aan de onderkant afgetapt. Dat de korst het lood beschermt tegen verbranding lijkt daadwerkelijk het geval want uiteindelijk blijkt er na afloop veel minder afval te zijn dan dat eerder het geval was met de soeppan op het houtvuur.

Hildo's mening over de Lee Pro 4-20

Als iets hem dwars zit dan steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken. Herlaadfabrikant Lee heeft geen topnaam in schuttersland, het is over het algemeen wat goedkoper spul. Maar wat betreft deze Lee gietoven, overigens niet goedkoop met ruim over de 100 euro, heeft hij niets dan lof. Het ding lijkt warempel perfect! Geen designfouten, ergonomische irritaties of wat dan ook en dat is iets wat hij überhaupt al weinig tegen komt. Er is altijd wel iets te verbeteren, maar dat lijkt hier net het geval te zijn. Het enige wat er mis zou kunnen gaan, is dat ie begint te lekken doordat de gietmond niet goed sluit. Dit is Hildo eerste elektrische gietoven, maar mocht ie ooit stuk gaan dan koopt hij precies dezelfde weer! Dit ding is het geld, letterlijk, dubbel en dwars waard. En kogels gieten op een houtvuur? Nooit weer!, aldus Hildo, die het na een aantal jaren, met de houtvuurromantiek toch een beetje heeft gehad.

 

60 kilo gebruikt lood

Als u geluk hebt, krijgt u gratis lood. Na vijf jaar is Hildo's geluk ten einde en heeft hij zijn portemonnee moeten trekken. Bij een lokale oudijzer handelaar was de prijs 1,50 euro per kilo en dat leek Hildo niet duur. 'Doet u mij maar 60 kilo dan', en voorlopig is Hildo weer ruim voorzien van de noodzakelijke grondstof voor zijn gietoventje.

 

2 februari 2011. Gietmallen voor loodbaartjes

Gekocht bij de Xenos, een goedkope zaak voor thuisartikelen waarvan 95% onnodig is, maar deze bakvormen zijn dat niet. Hildo heeft een gietmal voor loodbaartjes van RCBS, hartstikke mooi, maar het ding giet maar 4 baartjes per keer en in de praktijk duurt het stollen toch eventjes. Daarom leek dit een goede investering om met een sneltreinvaart baartjes te kunnen gieten. Als Hildo aan het loodsmelten gaat op een houtvuur dan is hij er liever zo snel mogelijk klaar mee, het is best lastig om het lood continu op de juiste temperatuur te houden. En nu maar hopen dat die Teflon anti-aanbaklaag blijft zitten bij de 327+ graden van gesmolten lood.

 

De kogels

Een gietsessie later en Hildo is weer een paar kogels rijker. Links de 454-298 minie, rechts de 450 REAL kogels in 250 en 200 grain uitvoering.

Binnenkort schieten om de projectielen uit te proberen. De verwachtingen zijn hooggespannen.

 

5 februari 2011. Sizen van .454 naar .452

De lee sizerdie doet het prima. Het is een kwestie van de, iets ingevette, kogel er door heen drukken met de pers en de kogel is perfect op maat. Zwaar gaat het niet want er wordt niet veel gesized. Flop, flop, flop en de ene na de andere komt in het rode plastic bakje terecht.

 

50 stuks .452 Minié's

Voorlopig even voldoende om wat mee te kunnen knallen. Nu moeten de kogels nog gevet worden alvorens ermee te kunnen schieten. Panluben dus, maar daar heeft Hildo nu geen tijd meer voor want zo meteen gaat het richting schietbaan. De kogels smeert hij met de hand op de baan zelf wel even in met het noodzakelijke vet.

 

De kogeldoos van Loden Cees (klik foto groter)

Dit is fantastisch, vindt Hildo. Een speciale kogeldoos met alle verschillende kogels waarvoor u een giettang heeft. Het lijkt wel een vlinderverzameling. Nooit meer zoeken naar de juiste giettang, want behalve het kaliber en gewicht van de kogel staat ook het nummer van de giettang erbij geschreven. Perfect georganiseerd! Gewoon aan de wand in de huiskamer met een glasplaatje ervoor is dit ook een blikvanger. Zo'n kogeldisplay doosje lijkt Hildo ook wel wat!.

 

Giettang na loodbad

Het opwarmen van een giettang in gesmolten lood is een slecht idee. Het lood loopt maar gedeeltelijk van de tang af en de rest blijft plakken. Vervelend, maar een goede les. Dit gebeurt Hildo niet nogmaals! Met een brander, en een goede egale opwarming om vervormingen te voorkomen, lukt het Hildo niet om het lood eraf te smelten. Het schoonmaken wordt nog een vervelend en, naderhand bezien, onnodig klusje.

Zware handvatten

Bij Lyman moeten ze gedacht hebben 'groter is beter'. De handvatten van de giettang zouden ook geschikt zijn voor een kleine heggenschaar. Ook het metaal waaraan de twee helften van het gietblok gemonteerd worden, is (te) zwaar uitgevoerd. Het maakt de gehele tang onnodig lomp en zwaar.

 

16 april 2011. Kogels gieten

Het lijkt wel zomer, meent Hildo. Dus de gietspullen mee naar buiten en voor het eerst niet op de knieën maar zittend aan het tafeltje kogels gieten. Wat een luxe! Een lichte bries in de rug zorgt voor frisse lucht, zo kunt u het probleemloos urenlang volhouden. Binnenkort, als het wederom lekker weer is, nóg een keer want u weet, teveel kogels bestaat niet.

 

9 juli 2011. .666 kogels voor Betty

De Jeff Tanner gietmal wordt voor de eerste maal ingezet. Dat de kogels er anders uitzien dan uit een gewoon gietblok is duidelijk te zien. Het 'gietvoetje' blijft er aan zitten door het ontbreken van de 'sprue plate', de snijplaat die normaliter het uitstekende aanhangsel afknipt. Het handmatig afknippen blijkt prima te gaan met een gewone zijsnijtang uit de gereedschapskist. Het kleine uitstekende gedeelte dat nog een beetje uit blijft steken is met een paar tikjes van de zijsnijtang alweer behoorlijk plat. Het manueel afknippen van het gietvoetje betekent echter wel dat u, na het gieten, alle kogels nogmaals door uw handen moet laten gaan. De snelheid van de kogelproductie zal derhalve wat lager liggen dan bij het gebruik van een regulier gietblok.

 

Klemmend gietblok!

Ging het in het begin prima, na enige tijd gedurende de gietsessie begint het gietblok wat te klemmen. 'Oh?' Niet door hitte, het blok was al volledig op temperatuur, maar gewoon door het gebruik. Het klemt zowel bij het sluiten als bij het openen. Messing is natuurlijk zachter dan staal, en dit lijkt van invloed te zijn, net zoals dat bij de aluminium gietblokken van Lee dat ook na verloop van tijd het geval is.

Stoppen

Hildo is gedwongen te stoppen tijdens de gietsessie omdat het blok niet meer met goed fatsoen te openen en sluiten is. Het aantal kogels dat u hierboven afgebeeld ziet is wat er mee gegoten is, het zullen er iets van 70 zijn.

Ook na het volledig afkoelen van het gietblok blijft het klemmen bij zowel het openen als sluiten. Voorlopig heeft Hildo kogels genoeg, maar binnenkort wil hij even contact opnemen met Jeff Tanner voor advies. Die heeft zeker eerder van dit probleem gehoord en kent vast de oplossing. Waarschijnlijk iets als een zoekrandje met een nagelvijltje, hier of daar, voordat het gieten weer moeiteloos verloopt.

 

1 oktober 2011. Kogels gieten

Het weer is voor de tijd van het jaar buitengewoon zacht, zelfs zomers. Alles wat de verregende, bibberende Nederlanders gemist hebben, lijkt moeder natuur op het laatste moment te willen corrigeren met temperaturen die dicht tegen of zelfs over de 25 graden gaan. Alle ellende van afgelopen zomer weer rechttrekken gaat niet meer lukken, daarvoor is de herfst niet het juiste jaargetijde, maar het zijn toch dagen om er nog even extra van te genieten. Hildo weet uitzonderlijk goed het nuttige en het aangename te combineren: Heerlijk, met een zacht briesje in de rug, in het zonnetje kogels gieten.

 

Oud lood

Het gebruik van schone loodbaartjes heeft niet geholpen om de gietmond van de oven schoon en daarmee open te houden. Waarom nog moeilijk doen met een houtvuur om eerst baartjes te gieten? Hildo deponeert het gebruikte lood zo in de gietoven en fluxt het ter plekke met kaarsvet in de oven.

 

113 stuks 457-292 kogels met 8% tin

Gemiddeld gewicht 291 grain. 45 kogels kunnen in verband met imperfecties weer retour loodoven. Het valt Hildo op dat het Lyman gietblok wel heel erg langzaam op temperatuur komt, ondanks het warme weer.

193 stuks 457-292 kogels met 4% tin

Gemiddeld gewicht 294 grain. In één gietsessie, een volle loodoven, lukt het Hildo om 193 Lyman 457-292 kogels te gieten. Van tevoren de giettang opgewarmd met een brander, daarna duurt het nog tien kogels totdat het gietblok op de goede temperatuur is en mooie kogels giet.

 

Opbrengst van de mooie herfstdagen: ruim 31 kilo kogels!

Tweeëntwintig kilo Brown Bess kogels van puur lood, ruim 600 stuks, en daarmee goed voor minimaal 46 schietbeurten. Rond 5,8 kilo 45-70 kogels, 113 met 8% tin en 193 in de 4% tin variant. Dan nog iets van 3,5 kilo ronde ballen, van 100% lood. Knallen tot in de volgende zomer zou moeten lukken.

 

Pan lubing

Alle kogels als soldaten op een rijtje in een siliconen bakvorm en gesmolten vet er omheen gieten. Pan lubing! Als het vet gestold is en de kogels afgekoeld kunnen ze er stuk voor stuk uitgedrukt worden. Het resultaat is heel aardig, maar het is wel een vrij omslachtige manier om kogels te vetten en de kogels eruit drukken gaat soms ook niet goed. Als het vet knapt zijn de vetgroeven niet goed gevuld, en dat gebeurt regelmatig. De andere optie, gewoon met de hand de vetgroeven vol smeren, is ook geen lolletje. Dippen in heet vet gaat sneller maar geeft een overmatige hoeveelheid vet aan de kogel, ook aan de voet ervan. Dat is ook veel werk om het te verwijderen. Vandaar, voor een keertje weer panluben.

 

25 maart 2012. Hensel gietblok in 453-500 voor Eleanor

The cream of the crop, top of the bill. In ieder geval was 115 euro wel topdollar (euro), zonder handvatten. Gelukkig passen op deze tang de handgrepen van Lyman. Ondanks deze investering in topresultaten voor Eleanor, valt het blok zelf een beetje tegen want het sluit niet goed. De rechter paspen, vanaf de kogelpunt gezien, valt niet lekker in het gat van het tegenoverliggende gedeelte en het blok is niet goed te sluiten. Beetje balen is het wel, met name als u verwacht een stukje Deutsche Meisterschaft aangeschaft te hebben en voor die prijs mag dat toch?

453-500, beetje groot?

Eleanor is officieel kaliber 451, maar 452 kogels passen er in. Dus een 453 gietblok omdat de kogels dan minimaal teruggesized kunnen worden naar 452 en ze dan in principe allemaal perfect gelijk zouden moeten zijn in diameter.

De eerste kogels

Tijdens het gebruik begint het blok, ondanks hopen tegen beter weten in, niet beter te sluiten Het tegenovergestelde zelfs. Het probleem wordt erger. Van een niet goed sluitend gietblok kunt u geen topkogels verwachten. Het lood is deze dag misschien ook iets te koud. En als u uw tang boven op uw smeltoven hebt liggen om hem een beetje voor te verwarmen, verwacht u ook niet dat ie in de pot valt. Het zit niet mee! Het lukt Hildo niet alle lood uit de vetgroeven te krijgen. Zelfs niet met een messing borstel. Eerst maar eens wat loodoplossend spul aanschaffen om het gietblok weer goed schoon te kunnen krijgen. Hij is er wel in geslaagd een aantal kogels te gieten waar hij alvast wat mee kan proberen.

Over een sluitende oplossing voor 'het niet sluitende probleem' denkt hij nog even na. Misschien is het het best het gietblok terug te sturen. Zelf proberen is een te groot risico, in ieder geval als u zo handig bent als Hildo.

 

Het gieten

Voor de lange afstand moet alles kloppen: kruit, lading, vet en uiteraard de kogel zelf. Als een kogel niet perfect is kan ie ook niet perfect vliegen, dus Hildo giet de mooiste kogels van zijn leven. Als er eentje niet helemaal 100 punten is, gaat ie retour loodoven. Er gaan derhalve meer de loodoven in dan er uiteindelijk overblijven. Perfectie, niets minder. Bij deze Hensel 453-500 komen de driving bands er soms niet helemaal goed uit aan één kant van de kogel, hier aan de linkerzijde op de foto. Ze zijn niet goed gevuld en iets rond. Een, vooralsnog, mysterieus fenomeen. Deze is niet geschikt voor de lange afstand.

 

Kogelbakje

Alle kogels worden uiteindelijk meegenomen in speciaal daarvoor aangeschafte diepvriesbakjes. Laag kogels, dan een paar lagen keukenpapier, dan weer kogels, etc. Ze mogen niet met elkaar in contact komen, want beschadigingen aan het zachte lood zijn niet acceptabel. De bakjes met kogels worden ook tijdens het transport met de nodige voorzichtigheid behandeld.

 

Hensel set-screw

Het Hensel-blok wordt geleverd met een imbussleuteltje waarmee het verzonken imbusboutje vastgezet kan worden. De imbusbout (set-screw) zorgt ervoor dat de bout van de snijplaat niet verloopt tijdens het openen en sluiten van het blok in bedrijf. Het is de bedoeling dat, waneer het blok op temperatuur is, de snijplaat vanzelf heen en weer kan bewegen en dat ie niet stroef loopt. Door voldoende speling op de snijplaat te houden, doet u in ieder geval uw best om invreten tussen snijplaat en gietblok te voorkomen... helemaal voorkomen blijft toch lastig, heeft Hildo gemerkt.

En de anderen dan?

LEE heeft nog nooit van een set-screw gehoord. Pedersoli gebruikt een set-screw met schroevendraaier-aansluiting: de schroevendraaier glipt er uit voor u het in de gaten heeft, en dan is de schroefkop vernield. Bij Lyman is het prima voor elkaar met een imbus, alleen leveren ze er geen imbussleuteltje bij... in een US maat. Uw gewone metrische imbussleuteltje past dus niet. Details, maar toch irriterend slordig voor een gerenommeerde fabrikant die zou moeten beseffen dat niemand op de wereld nog het achterhaalde Amerikaanse maatstelsel gebruikt, behalve zijzelf. Maar, Hildo kent Amerikanen goed genoeg... de meesten beseffen het ècht niet en als u ze er op wijst, raken ze geïrriteerd omdat ze kritiek op hun superieure producten door zo'n sneue Europeaan niet kunnen verteren. Als u dan voet bij stuk houdt, heeft u zo ruzie. Hildo kletst uit z'n nek? 'Ha, ha', lacht Hildo, 'Amerikanen zijn niet allemaal over één kam te scheren, maar na vijfentwintig jaar in de Harley onderdelenhandel heb ik wel wat meegekregen van de gemiddelde Amerikaanse mentaliteit'.

 

Het resultaat

De Hensel 452-540 gietblok doet het verder prima. Om mooie kogels te gieten, is het van belang dat het blok goed op temperatuur is. Die temperatuur bereikt het blok vanzelf tijdens het gieten maar het duurt wel 20-25 kogels als u dit soort joekels giet, misschien wel langer als het buiten kouder is. Hildo warmt het blok van te voren even op met een hobby gasbrander. Voor de zekerheid erg voorzichtig. De vlam op afstand en het blok constant ronddraaien zodat het mooi gelijkmatig opgewarmd wordt om eventueel kromtrekken te voorkomen. Mooie kogels gieten lukt dan al binnen tien kogels. De temperatuur van het lood is zeer belangrijk, zeker bij lange kogels zoals deze. Het gieten van een rondbal stelt niet veel voor, maar voor de perfecte lange kogel moet u veel meer uw best doen en de uitval van niet helemaal perfecte kogels is veel groter.

 

24 november 2012. Lyman 4500 lubrisizer

Fikse investering in het perfecte schieten. Tegen de 280 euro verder en Hildo heeft de beschikking over een lubrisizer met verwarming, een sizer in de maat 452, een top punch voor de Hensel kogels en een staafje SPG vet voor gebruik met zwartkruit.

Wat is een lubrisizer?

Een vetpers. Het apparaat sizet de kogel naar de juiste maat en perst de vetgroeven vol vet. Één keer op en neer en uw kogel is klaar voor gebruik. Geen eindeloos geknoei meer met vetgroeven van kogels die handmatig vol vet gekliederd moeten worden. Perfect!

Waarom geen RCBS lubrisizer?

Het principe is hetzelfde en er lijkt weinig verschil in te zitten. Lyman is een gerenommeerd merk... en iets goedkoper.

 

Top punch & 452 sizer die

Dit heeft u nodig bij een lubrisizer. De top punch duwt de kogel naar beneden en de sizer/vetter sizet de kogel naar 452 en vult de vetgroeven. Lyman sizers passen ook in een RCBS lubrisizer.

 

Polyesterhars voor de top punch

De top punch is het ding links, de kogel is het ding rechts. De ram van de vetpers duwt de kogel naar beneden de sizer in. De top punch wordt onder aan de ram bevestigd met een imbusboutje. De top punch dient precies hetzelfde formaat te hebben als de kop van de kogel, anders wordt de (100% puur lood, dus zachte) kogel beschadigd en dat is niet de bedoeling.

Er bestaat geen top punch voor de Hensel kogel

Deze top punch is ruim, te groot in feite. Hildo moet dus eerst de top punch pas maken op de 452-540 Hensel BP Express kogel. Dat gaat simpel met wat spullen die hij al jaren in de schuur heeft liggen om z'n roestende auto's weer dicht te kunnen smeren. Wat polyesterhars en wat harder. De polyestermatjes zijn in dit geval niet nodig.

 

Gaatje boren

De vetpers moet natuurlijk nog wel ergens op bevestigd worden. Gelukkig is Hildo's salontafel van degelijke kwaliteit. In de schuur zitten wil hij niet, te koud: de kamer is de enige plek in huis die verwarmd is.

 

Vastzetten

Met een paar M10-bouten en vleugelmoeren zit de pers hartstikke vast en is deze ook snel weer te verwijderen, mocht dat nodig zijn.

Invetten

Vervolgens drukt Hildo her en der een beetje naaimachineolie op de scharnierende en schuivende gedeeltes van de vetpers. Klaar voor gebruik!

 

SPG kogelvet

Volgens de fabrikant superspul, maar Hildo moet de eerste fabrikant nog tegenkomen die z'n eigen spul rommel vindt. 'Mmmm...', denkt Hildo. Geen kleurstoffen, ziet eruit als vet met bijenwas. Snuf, snuf, ruikt wel een beetje anders dan zijn eigen vet. Het is vrij hard, iets minder plakkerig. Veel is het niet, het doosje is kleiner dan u denkt, en met zes euro stevig aan de prijs voor iets van 35 gram(!) vet.

Met gaatje

Het is gemaakt voor gebruik in een Lyman of RCBS lubrisizer, het is een rolletje vet met een gaatje... uit het midden. Past toch omdat het rolletje vet zo klein is

Eenmalig

Dit koopt Hildo nooit weer. Niet omdat het niet goed is maar omdat hij het zelf véél goedkoper kan, en vast niet veel minder goed. De laatste kilo bijenwas kostte hem de laatste keer 6 euro. Een kilo wolvet (pure lanoline) kost iets van 26 euro en iets als ossewit, frituurvet kost een habbekrats. Persoonlijk gelooft hij niet in het bestaan van supervet (zelfs Nivea werkt), maar Hildo wilde het SPG bullet lube vet wel eens een keertje zien.

 

Zuiger installatie

Als het vet in de pers zit, kunt u de zuiger installeren. De zuiger is voorzien van twee o-ringen die lekkage moeten tegengaan, een soort van 'zuigerveren' als het ware. Let wel op dat de zuiger recht naar binnen gaat en de o-ringen niet beschadigd raken. Met de bijgeleverde ratel kunt u de lange 'zuigerstangbout' linksom draaien zodat de zuiger langzaam naar beneden gaat en uiteindelijk het vet onder de noodzakelijke druk zet. Als het vet niet onder druk staat, kunt u natuurlijk geen kogels vetten. Een speciaal afsluitdopje komt bovenop de vetcilinder te liggen, het heeft geen andere functie dan de zuigerstangbout in het midden te houden en er voor te zorgen dat er geen vuil naar binnen kan.

 

1) Sizen en vetten

Plaatsing van de kogel. Hier is de kogel nog niet gesized en nog niet gevet.

Installatie sizer die

Vergeten te fotograferen. De sizer zit onder de kogel en wordt vastgezet met een grote moer met fijn extern draad, u ziet hem om de basis van de kogel zitten. Verder aandraaien lukt niet, de sizer die lijkt goed te zitten.

 

3) Sizen en vetten

Er zijn al verscheidene kogels gesized, dus de sizer zit vol met vet. Hier is de kogel gesized, maar is het vet niet onder druk gezet. Dat werkt niet. Bij elke nieuwe kogel dient u de vetzuiger iets naar beneden te draaien, iets van een kwart slag of een beetje meer, want de druk is na ieder kogel zover gedaald dat de volgende kogel niet meer goed gevet wordt.

 

5) vetten en sizen

Minimaal twee of drie keer moet de kogel op en neer door de lubrisizer om de groeven goed te vullen met vet. Zet u gewoon meer druk op het vet dan kruipt het vet onder de kogel, bijzonder vervelend. Toch weer een smeerboel, want u dient telkens het overtollige vet van de sizer en van de kogel af te halen.

Hildo nog vrolijk?

Op dit moment is het even iets minder. Hoe kan het hè?

Dunner vet dan?

Vet met een minder hoge consistentie zal de vetgroeven gemakkelijker met vet kunnen vullen: de druk op het vet hoeft niet zo hoog te zijn. Helaas, Hildo's eigen, minder harde, vet heeft nòg meer de neiging om onder de kogel te kruipen. Zelfs als de vetdruk zéér laag gehouden wordt en de kogel wel zes keer op en neer bewogen moet worden om de vetgroeven te voorzien van vet, blijft de kogelbodem niet vetvrij.

Andere kogelhoogte?

Hoe diep de kogel de die ingaat, wordt met een schroef aan de onderkant ingesteld. Die houdt het staafje tegen dat uit de sizer die schuift als de kogel er in gaat. Andere kogelhoogtes, van zo diep mogelijk (vlak voor de top punch de die raakt) tot zo hoog mogelijk (dat de bovenste vetgroef niet meer van vet wordt voorzien), geven geen ander resultaat.

 

453-500 Hensel kogel

De zes smalle vetgroeven lopen welhaast over de volledige lengte van deze kogel. Het lukt de Lyman 4500 niet om de bovenste vetgroef van vet te voorzien. 'Ach', denkt Hildo, 'met een vetgroef minder schiet het ook wel'. Het vet-onder-de-kogel-probleem blijft zich ook bij deze kogel onvermoeid voordoen. Met het sizen van 453 naar 452 heeft de Lyman 4500 duidelijk merkbaar meer moeite dan de LEE sizer die heeft heeft met het in één keer sizen van een 457 naar 452 in de Rock Chucker herlaadpers. Met name tijdens het terug omhoog halen, haakt de Lyman even. Een systeem wat de kogel er alleen maar doorheen drukt geniet, wat Hildo betreft, de voorkeur boven een heen en weer gaand systeem, dat tevens gemakkelijker concentrische afwijkingen kan veroorzaken doordat de kogel op twee plaatsen vastgehouden wordt, zowel door de top punch als door de sizer die. Als er ergens iets door slijtage of toleranties niet geheel in lijn ligt, dan weet u wel dat het niet echt lekker meer gaat. Van de andere kant: als een kogel een bobbel heeft aan één kant, wordt ie misschien wel beter gesized  met een top punch, die de kogel mooi in het midden houdt en alleen de bobbel eraf sizet? Van de wéér andere kant heeft u zèlf dan geen goede kogels gegoten en, u weet, problemen dienen bij de bron te worden aangepakt.

 

Loodthermometer, voor de perfecte kogel

Hij is binnen! Mechanische thermometers zijn vrij prijzig, maar Hildo heeft een goedkope digitale thermometer op Ebay aangeschaft, voor 26 euro, rechtstreeks uit China. Het apparaat kan temperaturen aan tot 1300 graden Celcius. Volgens de fabrikant met een nauwkeurigheid van 0,1 graad. Of dat zo is, maakt niet uit. 'Op tienden van graden komt het vast niet aan met kogels gieten', denkt Hildo  Een 9V blok batterij en vier thermokoppels zijn bijgeleverd, waarvan twee met een staaf die in het gesmolten lood gedoopt kunnen worden. Straks weet Hildo precies wat zijn loodtemperatuur is. Vast goed om te weten als hij, als het weer wat warmer is, een nieuwe poging zal doen tot het gieten van perfecte kogels.

 

12 mm Holpijp

Deze had Hildo al iets langer, vooruitziende blik natuurlijk. Gewoon bij de bouwmarkt gekocht voor iets van 5 euro, volgens Hildo. De maten lopen op per millimeter en 12 mm betekent dat ie net iets groter is dan kaliber 45. Da's mooi, want dan passen de kogelviltjes straks lekker strak in de loop. Dat ze naar beneden dwarrelen is natuurlijk niet de bedoeling. De trekken moeten goed gevuld worden om alle, kogelbeschadigende en anderszins kogelbaan veranderende, verbrandingsgassen zo goed mogelijk tegen te kunnen houden.

 

7 december 2012. Kogelviltjes ponsen!

Even nadenken en de oplossing komt al snel. Het bierviltje even bevochtigen onder de kraan, een paar seconden wachten tot het ingetrokken is en u slaat de mooiste kogelviltjes. U merkt vanzelf wanneer u de juiste vochtigheidsgraad bereikt heeft: te droog en het lukt niet goed om helemaal door het bierviltje heen te slaan. Hildo gebruikt de moker, een beetje zwaar maar lekker veel momentum. Warsteiner of Amstel bierviltjes, het maakt niets uit. De mooiste viltjes houdt Hildo. De slechte, en dat zijn er percentueel gezien niet veel, worden afgekeurd. Iets van 25 kogelviltjes kunnen er uit één bierviltje geslagen worden.

Geen vilten viltjes

'Da's niks voor Eleanor', meent Hildo. De kogel moet vervormen om zich in de trekken te kunnen zetten. Het allerlaatste wat Hildo wil, is de dempende werking van een verend echt vilten viltje. Zo dun en hard mogelijk moet het zijn met toch een goede bescherming en afdichting van de verbrandingsgassen. Uit bierviltjes geslagen kogelviltjes komen, Hildo's inziens, aardig dicht bij het perfecte materiaal. Er worden ook wel viltjes uit melkpakken geslagen, maar dat is geen puur papier en eventueel smeltende toestanden met plastic of aluminium wil Hildo niet in de loop hebben.

 

Nog even drogen

In een afgesloten potje kan het vocht niet weg, de laatste stap is de kachel.

Invetten?

Dat is een mogelijkheid, maar omdat het viltje vrij dun en hard is kan het niet veel vet opnemen. Of het invetten veel nut heeft, betwijfelt Hildo.

Geen kantelende kogels meer?

Of een kogelviltje tussen kruit en kogel de oplossing is tegen het kantelen van de 452-540 Hensel BP Express kogel in combinatie met 48 grain Explosia 0, ziet Hildo als hij weer op de baan staat.

Resultaat

Het kantelen van de kogels is iets verminderd maar is zeker niet geheel weg. De kogel en het soort kruit zijn ook van invloed.

 

2 mei 2012. 100 kilo lood

De eerste keer dat Hildo zelf lood moest kopen was eind januari 2011, destijds schafte hij 60 kilo aan. Daarna kreeg hij nog weer wat voor niets, misschien 25 kilo. Later nog een keer 45 kilo gekocht en nu is het op. Dat betekend dat er in 2 jaar en drie maanden zo'n 130 kilo lood getransformeerd is naar kogels, minus het loodafval wat u altijd krijgt bij het gieten natuurlijk. Bij Hildo's lokale schroothandelaar, zo'n echte ouderwetse in een oude boerderij op het platteland, krijgt Hildo een nieuwe voorraad van 100 kilo mee tegen inlevering van 110 euro, de huidige dagprijs voor oud lood. In theorie genoeg voor tegen de twee jaar schietplezier