Hildo's Zwartkruit! (page 32)
Blast from The Past!

 BACK

4 januari 2015. De nieuwe 508-460 Hensel kogel voor Tijgertje!

Hildo is nu in het bezit van 111 kogels, vers gegoten uit het nieuwe custom-made Hensel 508 gietblok. Weer gegoten rond de 520 graden Celsius. Er waren even een stuk of wat kogels nodig om het gietblok op temperatuur te krijgen, maar daarna kwamen ze er als gesneden uitvallen. Hildo heeft de Lee gietoven niet helemaal leeggegoten, maar gek veel scheelde het niet. Evengoed: met deze ene gietsessie heeft hij ruim voldoende kogels uit het nieuwe Hensel gietblok om zijn Rolling Block, beter bekend als Tijgertje, goed aan de tand te kunnen voelen. Deze Hensel kogel blijkt 460 grain zwaar te zijn en is daarmee behoorlijk op gewicht. Geen probleem, weet Hildo. De spoed/kogeldiameter-combinatie van een Rolling Block is dusdanig dat er van kantelende kogels in principe geen sprake zal zijn tenzij er extreme dingen gebeuren, zoals het strippen van de kogel. Dat ziet Hildo niet gebeuren met die mooie dikke driving bands, anders kan er altijd iets harder lood gebruikt worden. Dit is een mooie kogel!

Weinig gewichtsverschillen

Gewichtverschillen zijn er altijd, de Hensel schommelt tussen de 459 en 461 grain en dat vindt Hildo voor een kogel met dit gewicht prima te pruimen.

 

Hensel diameter 0.5105"

Met een diameter van ruim .510 past de kogel net niet in de huls, maar het scheelt erg weinig. De bodem van de kogel is een fractie on-rond en ook de kogel diameters verschillen fractioneel, afhankelijk van waar deze wordt gemeten. De meest extreme waarden zijn 507" en .5105". Dat lijkt veel verschil, maar in de praktijk valt het erg mee. De kogels zijn van puur (zacht) lood en er hoeft maar iets van een hobbeltje, dingetje, deukje of wat dan ook te zijn en u ziet dat direct terug op de schuifmaat.

Die-set 12.7x44 

Een 508 sizer die heeft Hildo niet. Deze zou ook custom gemaakt moeten worden, maar hij heeft wel een 3 die-set, van CH Tool & Die, voor de 12.7x44R. Full length sizen doet hij natuurlijk niet, dat is niet nodig en zonde van de hulzen die iets van 4,50 euro per stuk kosten. De vervorming door het sizen zou het materiaal extra belasten. Maar de tweede die, die bedoeld is om de huls iets te trompen, brengt uitkomst.

Weinig tromp

Na de hulzen door de 'tromp die' gehaald te hebben, zit er een trompje aan die met het blote oog niet eens te zien is. Alle kogels kunnen nu probleemloos met de hand in de huls gezet worden. Perfect!

Krimpen

De CH Tool & Die company maak deze 12.7x44 die-set met een taperkrimp die. Na even checken op de site van het bedrijf ziet Hildo dat deze die-set gemaakt is voor kogels met een .510" buitendiameter en dat is de 508 Hensel nét niet.

 

58 grain is te veel kruit

De beschadigingen in het ogief komen door de kogel met een combinatietang uit het panlubevet te trekken. Maar deze beschadigingen maken voor het richting de kaart vliegen niets uit, zolang de bodem maar onbeschadigd is. Maar ziet u de vervorming aan de kop door het zetten van de kogel? Er zat te veel kruit achter en de kogel kon niet meer fatsoenlijk op de juiste diepte gezet worden. Bij een volle huls denkt Hildo voor de volgende lading aan een 54 grain.

 

Lyman 55 Classic blackpowder kruitmolen met drop tube

Een speciale molen voor zwartkruit. De behuizing is van gietijzer en het grote draaiende gedeelte dat de kruitlading afgeeft, is ook van gietijzer of staal. Twee andere verstelbare schuiven zijn wel van messing. Dat er tóch geen statische elektriciteit wordt opgewekt, is omdat het draaiende gedeelte in een messing bus loopt. Het zal. Een probleem van zwartkruit is evenwel dat het hygroscopisch is, dus vocht aantrekt. U snapt natuurlijk ook dat vocht in combinatie met het ijzeren binnenwerk van de Lyman 55 Classic roest kan vormen... en dat doet het ook. Het is dus zaak de kruitmolen goed leeg te maken en in ieder geval op een warme, droge plaats op te bergen. Inoliën, wat met wapens wordt gedaan lijkt Hildo niet verstandig, tenzij u het ding voor gebruik eerst ontvet met remreiniger. Het mag gezegd: de neiging tot roestvorming vindt Hildo best een nadeel van de Lyman. Waarom niet van RVS-materiaal gemaakt? Het ding is duur genoeg.

 

Afstellen kruitmolen 

Hildo heeft deze Lyman 55 Classic sinds december 2009, maar is in de praktijk de goedkopere Palmetto molen blijven gebruiken. De Palmetto, die volledig van messing is, heeft een enkelvoudig schuifsysteem en is sneller af te stellen voor verschillende kruitladingen. De Lyman heeft een heel precies systeem van drie verschillende afstelbare schuiven met markeringen. Maar het van tevoren op het oog instellen van de Lyman met behulp van de markeringen waarvan Hildo de logica ontgaat, is ondoenlijk. Wat werkt is het gewoon op het gevoel wat doen en dat na te wegen. 'De schaalverdelingen had Lyman zich kunnen besparen', meent Hildo, de schaalverdeling is volledig onbruikbaar. De grote zwarte schuif op de foto hierboven moet met de hand heen en weer geschoven worden. De twee messing schuiven worden bewogen door het verdraaien van de knoppen. Als u er mee klaar bent, wordt de afstelling geborgd met borgschroeven. Verlopen doet het niet. Consistent is de Lyman best wel. Hildo heeft 'm veel gebruikt voor het gooien van 3,2 grain Vectan BA10 nitroladingen voor de 45ACP. Deze kruitmolen kan met zowel nitro als buskruit prima overweg.

In de praktijk

Een mooie kruitmolen voor mensen die altijd dezelfde kruitlading nodig hebben én die een warme droge plek hebben waar de molen opgeborgen kan worden. Bij Hildo hangt ie in de woonkamer aan een kast. Vrij hoog in de kamer, want daar is het warm en droog. Dat gaat heel redelijk maar als het zwartkruit erin blijft zitten wordt het uiteindelijk toch wat klonterig, heeft Hildo gemerkt. Na gebruik leegmaken dus.

 

Drop tube effect

De linker huls heeft Hildo gewoon met de hand gevuld, de rechter is met de drop tube gedaan. U ziet duidelijk dat het niveau in de drop tube huls lager is, het kruit is dus meer gecomprimeerd. Iets om rekening mee te houden als u de kogel gaat zetten.

 

Zwarte 12.7x44 patronen

De patronen zijn ready to rumble! Zoals u ziet, zit er verschil in de hulskleur. Dat is een keertje gebeurd bij een schoonmaaksessie in de ultrasoon. Niet té veel azijn gebruiken en zeker niet te lang in laten zitten. De lading is dus de Hensel 508-460 kogel met 58 grain Explosia Jagd 0 en een CCI large rifle primer.

Krimp en zetdiepte

U ziet wat verschil in zetdiepte, Hildo was nog wat aan het proberen. De taper krimp is stevig omdat anders de kogels in de krimp/zet die blijven zitten en de huls leeg naar beneden komt, het komt door teveel kruit in de huls. Misschien was een kogel van 510 ook beter geweest, maar daar is niets meer aan te doen. Dit gaat 'm worden!

 

7 januari 2015. Het eerste schot

Zelfs met 58 grain kruit en een 460 grain kogel gaat het super. Er gebeurt wel wat, maar niets extreems. De Rolling Block schiet zelfs verassend zacht met niets meer dan een flinke duw. Hele dagen doorknallen is geen probleem, een schutter houdt hier geen blauwe schouder aan over. Voor serieuze power heeft de 12.7x44R huls gewoon een te kleine inhoud en lijkt daardoor een beetje underpowered.

 

7 januari 2015. Schietkaart Tijgertje!

Wat afzwaaiers omdat Hildo aan het zoeken was naar het juiste richtpunt. Daarna was het geen gat in gat, want daarvoor heeft Hildo niet de juiste capaciteiten in huis. Maar het is zeker niet slecht. U mag niet vergeten dat het een wapen met een open viziering betreft. Het heeft niet de diopter viziering van Eleanor. Met 81 punten vindt Hildo dat ie een erg mooi groepje geschoten heeft. Tijgertje is ongetwijfeld tot meer in staat. En misschien Hildo ook wel, iets wat vanzelf zal blijken. U zult hem ongetwijfeld meer kaarten zien schieten met Tijgertje, want... nu is het wél leuk!

 

7 januari 2015. Hulzen drogen

Hulzen vuil laten liggen is een slecht idee, net zoals het vuil opbergen van een wapen. Niet te lang wachten met schoonmaken is noodzakelijk om uw spullen in goede conditie te houden. Eerst maakt Hildo Tijgertje schoon en voorziet het wapen van een verse laag olie. WD40 gaat prima, gemakkelijk en geeft geen problemen in combinatie met nitro of zwartkruit. De hulzen worden daarna eerst met de hand schoongemaakt in heet water met zeepsop en een wolborstel. Daarna nog kort in de ultrasoon. Het laatste wat dan nog moet gebeuren is het drogen, wat prima op de kachel gaat. De slaghoedjes verwijdert Hildo later wel, ergens houdt het op hoor!

Geen zwarte hulzen meer

Na deze reiniging zijn de zwarte hulzen minder zwart, maar wel iets rood van kleur.

Dat komt van een eerdere schoonmaaksessie toen Hildo de hulzen in teveel azijn heeft laten liggen of ze er te lang in heeft laten liggen. Naar het schijnt wordt koper uit de messing huls getrokken als deze te lang in zuur (azijn) zit. Een scheut azijn in het hete water van de ultrasoon is voldoende om het meeste vuil te kunnen verwijderen. Wel een scheutje afwasmiddel er bij in zodat het vet zich niet opnieuw aan de huls hecht. Dat werkt prima.

 

18 januari 2015. SV de Vrijheid Hoogeveen op werkbezoek bij Schietsportcentrum IDC te Baexem

Het bezoek van Hildo aan de schietbaan in Baexem, Limburg, tijdens een IPSC wedstrijd liet Hildo een afzuigsysteem zien wat perfect werkt. El Presidente, de voorzitter van SV de Vrijheid, is een man met een goed verstand, inzicht en een open mind voor veranderingen en mogelijke oplossingen. Daar kan Hildo wel wat mee! Een overleg over de afzuigingsproblemen in Hoogeveen mondt dan ook uiteindelijk uit in een gezamenlijke trip naar Baexem, samen met nog twee technische heren van de Vrijheid. Doel: daar het perfecte afzuigsysteem eens onder de loep te nemen.

Marcel, de aardige eigenaar

Al tijdens het eerste telefoongesprek dat Hildo met Marcel, de eigenaar van Schietsportcentrum I.D.C., voerde bleek zijn welwillendheid om het systeem te laten zien. 'Bijzonder', meent Hildo, 'omdat het een commerciële instelling betreft en 'even kijken naar de afzuiging' kost alleen maar tijd en levert niets op'. Hoe dan ook, de afspraak werd gemaakt. Tijdens de rondleiding blijkt Marcel behalve sympathiek, ook een man met verstand van zaken die op elke vraag een antwoord heeft. Hij runt de schietbaan al 18 jaar en heeft derhalve het een en ander aan ervaring.

Een goede afzuiging is belangrijk voor de gezondheid

Een goede afzuiging vindt Marcel uitermate belangrijk, want een sportschutter die ziek wordt komt niet weer. Dus er is alle reden, ook commercieel gezien, om de gezondheid van de sportschutter hoog in het vaandel te hebben. Dat is zeker niet bij iedere vereniging het geval. Dit gebeurt vaak als een bestuur jarenlang uit dezelfde functionarissen bestaat die vastgeroest zijn in hun denkbeelden en elke verandering als slecht zien, want 'We doen het al 30 jaar zo'.

Een langzame kolom van lucht

De rondleiding langs de schietbanen, met de geperforeerde achterwand die over de gehele hoogte en breedte van de schietbaan verse lucht toevoert, is verhelderend. Een ingebouwd kleppensysteem zorgt voor de verstelbaarheid van de luchtstroom. Een volledige kolom van schone lucht verplaatst zich vervolgens langzaam, tot een halve meter per seconde ongeveer, richting afvoer en daar komt geen rookwolkje of looddamp tegen in. Bij een 25 meter baan wordt zodoende in 50 seconden de hele luchtinhoud ververst. Er is niets te merken van tocht. Het is zelfs niet/nauwelijks te merken dat het systeem aanstaat, zelfs al u recht voor het rooster staat. En dat terwijl er toch een niet misselijke 27.000 kuub lucht per uur verplaatst wordt!

Filters

De afzuiging zit aan het eind van de baan. Wat niet zichtbaar is, is de verdieping, boven de schietbaan. Die is geheel gevuld met een ingewikkeld ogend luchtfilter- en recirculatiesysteem die 1/8 gedeelte van de lucht naar buiten afvoert en 7/8 via het filtersysteem weer naar binnen inblaast. Dat systeem heeft gigantische afmetingen en lijkt wel een fabriek. 'De ingeblazen lucht is', aldus Marcel, 'zelfs schoner dan buitenlucht'. Bovendien zit er een verwarming in het systeem en de eveneens gerecirculeerde warmte is een prettige bijkomstigheid in de stookkosten. Zelfs als het vriest, is het prettig schieten. En dat is op een reguliere baan, waar het net zo koud is als buiten, echt anders.

Haalbaar in Hoogeveen?

Een verdieping heeft de schietbaan in Hoogeveen niet, dus een luchtrecirculatiesysteem zoals bij Schietsportcentrum I.D.C. zit er niet in. Afgezien daarvan, behoort het financieel niet tot de mogelijkheden. Maar hoe de aanvoer van verse lucht de schietbaan moet gaan binnenkomen, is nu in ieder geval glashelder. Ondanks dat er een paar ruiten en een deur achterin de schietbaan zitten, moet het systeem aardig één op één overgenomen kunnen worden. Dat scheelt een paar zwarte neusgaten. Hildo haalt alvast opgelucht adem, want daar ging het om!

 

21 januari 2015. Vlotjes 100 schoten

Hildo heeft last van z'n rug. Voor de eerste keer in weken weer wat knallen met de Shadow, maar Eleanor mag in de koffer blijven zitten want een geweer is toch een stuk zwaarder. Binnenkort zit er weer een IPSC wedstrijd aan te komen en Hildo wil niet ongeoefend aan de start verschijnen, dat begrijpt u. De precisie blijft iets achter, maar de schoten zitten op de kaart. Dit was een poging om in een zo hoog mogelijk tempo te schieten en dat valt niet mee. Twee handen aan het wapen en zodra keep-korrel weer op het doel is, nogmaals 'pang'. Het tempo opvoeren tussen pang, pang, pang, is gemakkelijk genoeg, maar niet als u nog wat wilt raken. Toch duurt het magazijnen vullen duidelijk langer dan ze leegschieten. Hildo is vanavond z'n UpLula magazijnvuller namelijk vergeten. Naast het schieten zitten er in de IPSC discipline erg veel andere handelingen die allemaal meetellen in het eindresultaat. Hoe u staat, beweegt, loopt, magazijnen wisselt en vast nog veel meer. Alles oefenen in Hoogeveen zit er, voorlopig, helaas niet in, maar gewoon veel schieten kan nooit kwaad en is nog leuk bovendien.

 

24 januari 2015. Rat onder de vloer

Het valt Hildo op dat de vloer onder het tafeltje toch iets zwakker is, dus is het tijd voor een korte inspectie. En wat ziet hij? Muizenkeutels kent Hildo wel, maar deze zijn groter. Een spitsmuis schijnt dikke keutels te poepen. Deze zijn  drie centimeter. Er zitten ook vrij dikke gaten in de grond. Dit zou kunnen betekenen dat er een knots van een muis onder de vloer zit, maar Hildo houdt het op een bruine rat. Zolang die onder de vloer zit, maakt het hem niet zo veel uit.

 

4 februari 2015. Quick, quick, slow with the Shadow

Twee weken niet geschoten door tamelijk ernstige rugklachten. Niet voor de eerste keer, maar gelukkig biedt de chiropractor uitkomst en Hildo staat weer op de baan.

Geen IPSC wedstrijd op 1 februari

Erg jammer is dat Hildo de IPSC level 1 wedstrijd voor beginners die op 1 februari in Noord Holland is gehouden, vanwege zijn rugklachten heeft moeten missen. Met name jammer omdat er een aantal Nederlandse topschutters in het parcoursschieten aanwezig waren om de beginners te coachen en goede tips te geven. Helaas.

Dan maar een kaartje

Niet te lang getreurd, de rug doet het weer redelijk en Hildo gaat ditmaal voor precisie. Eerst tien schoten zeer rustig schieten, waarbij hij het wapen telkens afsteunt voordat hij schiet. Dit is de manier waarop topschutters topscores op de kaart realiseren. Hildo schiet 61 punten. Iets wat hij al een beetje zag aankomen, want traag schieten heeft zijn score nog nooit verbeterd. De volgende serie van tien gaat een stuk vlotter en... 85 punten!

 

10 februari 2015. Houtwormvrije herlaadtafel

Deze kreeg Hildo via via voor noppes. Da's mooi, nog mooier is dat de voet van staal is. Dit wordt een lastige voor de hongerige houtworm. De hoogte is zelfs traploos instelbaar. Luxe!

 

10 februari 2015. De diameter is... .515"

Deze kogel is een .500" kogel van puur lood uit een gietblok van Lyman. De diameter zit tussen de 502 en 504, het gewicht rond de 392 tot 394 grain. Het is de 501-375 semi-wadcutter kogel uit het Lyman 501680 gietblok voor de 500 Smith & Wesson revolver, maar deze kan net zo goed in een .50 zwartkruit geweer. Deze kogels kreeg Hildo destijds, in 2007, van zijn instructeur voor zijn Rolling Block en zijn inmiddels dus acht jaar oud. Hier en daar zit er een rimpeltje in vanwege te koud lood of mogelijk omdat het gietblok nog niet goed op temperatuur was. Maar wat kan het schelen, een patch er omheen en ze passen vast!

Een paper patch uit printer papier

Gewoon 80 grams pinterpapier blijkt .0035" dik. Het één keer omwikkelen van de kogel geeft dus een extra dikte van .007". Hildo kiest ervoor om de kogel twee keer te omwikkelen en de kogels komen uit op iets van .515", wat iets groter is dan de trekken van de Rolling Block. De kogel is van puur lood en zal prima en gemakkelijk vervormen wanneer hij door de loop gaat en zich precies aan de binnenkant van de loop aanpassen.

Een paralellogram

Een parallellogram is de wiskundige benaming voor een ruitvorm, een zoutjemodel. Twee zijden lopen parallel en beide uiteinden zijn onder dezelfde hoek afgesneden. Dat is in principe de vorm van een paper patch. De omtrek van de kogel berekent u door de diameter met 3,14 (pi) te vermenigvuldigen.

Vochtig

Het papiertje moet kort in water worden gedoopt en dan kunt u beginnen met wikkelen. Hildo merkt dat het vanzelf vastplakt, lijm heeft hij niet nodig. Te weinig water en het papier plakt niet, te veel en het scheurt. Dan de onderkant nog een beetje bijelkaar draaien/frommelen en de kogel op de kachel zetten. Tijdens het drogen krimpt het papier iets. Daardoor trekt het zichzelf strak om de kogel. Of het een beetje schiet? Dat zal de tijd leren.

 

11 februari 2015. Knallen met Frontier kogels

Zo precies mogelijk geschoten met één hand. De resultaten vallen eigenlijk best wel een beetje tegen. Hildo meent dat het wel eens aan de Frontier kogels zou kunnen liggen. Overal op het internet is te lezen dat ze het niet erg goed doen en als dat waar is is dat een beetje jammer. Hij heeft er duizend van aangeschaft en dat betekent dat sowieso nog wel even mee geschoten zal worden. Met de supersnelle pers zijn er misschien wel 600 of meer van gemaakt met deze lading. Misschien valt het best mee en ligt het gewoon (weer) aan die schutter achter het wapen die zijn dag niet heeft.

Niet méér geschoten?

Wist u dat het soms best erg gezellig kan zijn op een schietvereniging, waarbij mensen van allerlei pluimage allerlei dingen te vertellen hebben die soms best interessant, informatief of vermakelijk zijn? Op zo'n moment vliegt de tijd voorbij en is het al snel te laat om nog meer te schieten. Volgende keer meer gaten in de kaart!

 

Poosje geleden: Juli 2007

Inmiddels 7,5 jaar terug kocht Hildo Tijgertje van iemand in Den Haag. Helaas bleef de verwachte precisie uit en sindsdien is het wat aanmodderen geweest met allerlei kogels die het misschien wél goed zouden doen. Na diverse jaren schieten en langzaam verzamelde ervaring denkt Hildo nu te weten waaraan de tegenvallende resultaten liggen. Nee, niet aan het schoonmaken, niet aan het opnieuw moeten kronen van de loopmonding of uitvoeren van een regendans. Een laatste investering in de juiste kogel moet er voor zorgen dat de precisie gaat veranderen of... Tijgertje gaat in de verkoop.

 

Past niet?

De maat 508 heeft Hildo gekozen omdat de gebruikte hulzen een binnendiameter tussen de 508 en 509 hebben. Helaas, de poging om de kogel zó in de huls te schuiven lukt nét niet.

 

Hulsmond .508 binnendiameter

Soms 507, meestal 508 tot maximaal 509. Verder naar binnen wordt de huls opeens ruimer. Hoeveel het over de volledige lengte is kan Hildo natuurlijk niet meten, maar het wordt al snel .510". Da's in ieder geval zat ruim voor de Hensel.

 

Lege huls & herladen patroon beide 0.5395"

De lege huls heeft de maximale diameter, bepaald door de kamer van Tijgertje. Een dikkere kogel plaatsen wil prima in een herlaadpers, maar de uiteindelijke patroon moet nog wel te kameren zijn.

Na taperkrimpen is ie weer 0.5395" 

Er is behoorlijk wat krimp nodig voordat de kogel blijft zitten in de huls en niet binnen in de krimp-die blijft hangen... De taperkrimp raakt de huls over ongeveer de helft van de patroon, maar het uiteindelijke resultaat is dat de hulsmond exact dezelfde buitendiameter heeft als die van een lege huls.

Kan de patroon gekamerd worden? 

Met uiterste voorzichtigheid (hij wenst geen gat in de vloer) laadt Hildo een paar patronen en ze kameren allemaal prima. Hildo is dik tevreden. Tijgertje kan mee naar de schietbaan.

 

Compressie met de drop tube

De hulzen zijn gevuld met de Lyman 55 Classic kruitmolen in combinatie met de optionele powder drop tube. De powder drop tube is een holle aluminium buis van 61 cm lang waardoor het kruit naar beneden valt alvorens in de huls aan te komen. Door de lange val heeft het kruit een relatief hoge snelheid en het schijnt zich daardoor uniformer in de huls te verdelen voor een gelijkmatiger verbranding. Ook is de verdichting van het kruit groter, en daarmee ging Hildo de fout in: de huls leek nog vrij leeg en toen hij de kogel zette, ging hij ervan uit dat het kruit wel wat te comprimeren was, u kent dat wel als u tegen een met kruit gevulde huls tikt. Maar door het gebruik van de powder drop tube blijkt het kruit nauwelijks meer te comprimeren.

 

Van drop tube in huls

Een trechter heeft u niet nodig. De drop tube loopt het allerlaatste stukje taps aan de binnenkant en als u de huls er tegenaan duwt, sluit de tube de huls daardoor af en valt het kruit, zonder te morsen, mooi in de huls. De binnendiameter is iets van .38 en het houdt op bij dik .54. Hildo denkt dat u alle hulzen met kalibers tussen .40 en .54 kunt gebruiken met deze drop tube. In de praktijk werkt het vullen van de hulzen goed en vlot.

 

Drop tube uniformiteit

De linker is de met de hand gevulde huls, de rechter is de drop tube gevulde huls. Ditmaal heeft Hildo tegen de linker huls getikt om het kruit te comprimeren en, inderdaad, na flink wat tikken bereikt Hildo dezelfde kruithoogte, dus dezelfde compressie, als die van de drop tube.

Verschil?

Er blijft een gek genoeg een verschil. Het kruit van de met de hand 'getikte' huls (links) ziet er wat grover uit, maar het is hetzelfde Explosia Jagdschwarzpulver 0, wat overeen komt met FFFG granulatie. Het kruit in de met de drop tube gevulde huls (rechts) ziet er domweg uniformer uit. Bijzonder, aldus Hildo, die het gevoel krijgt dat het kruit in de rechter huls ook uniformer zal branden dan in de linker. Continue uniformiteit wil elke sportschutter dus Hildo zal voorlopig zijn zwartkruithulzen gaan vullen met de drop tube!

 

7 januari 2015. Nu of nooit!

De verwachtingen zijn hooggespannen. Is dit de superpatroon die van Hildo een Rolling Block fanaat maakt? Ach, als je haar maar goed zit!

 

7 januari 2015. Spannend moment

Spannend moment na het eerste schot, want... waar zit het gat? Hildo is in nog iets terughoudende feeststemming, u ziet het. Iets van gaten zien op 50, maar ook op 25 meter, kan hij niet. Even kijken door de baankijker.

 

7 januari 2015. Ik zie, ik zie...

Afzwaaier? 'Ojee', denkt Hildo, 'Het zal toch niet?'

Gelukkig blijk het resultaat uiteindelijk uitermate mee te vallen voor een geweer waarmee hij de afgelopen jaren de kogels soms nauwelijks op de kaart wist te krijgen op 25 meter!

 

7 januari 2015. Schietkaart Shadow

Nog wat oefenen met nitro want in februari komt er weer een IPSC wedstrijd aan. Double tappen met hoge precisie blijft onveranderd een uitdaging.

Linkerhand

Ditmaal voor het eerst met de weak hand (linkerhand) geschoten. Dat heeft Hildo nog nooit gedaan, maar het schijnt wel eens voor te komen bij IPSC wedstrijden. Het groepje rechtsonderaan schiet Hildo er met zijn linkerhand in. De precisie valt mee, alleen een afwijking naar rechtsonder. Met de andere hand schieten is wel heel bijzonder. Het wapen voelt toch anders aan, zeker als het schot afgaat.

El Presidente

De onvolprezen voorzitter van SV de Vrijheid, El Presidente, is een zeer goede schutter maar zit momenteel met een probleempje... dat we kunnen omschrijven als iets minder zuiver schieten. Hij probeert het vanavond ook met zijn weak hand en schiet vier keer achter elkaar een 10! Dat vindt hij, net als Hildo, verbazingwekkend. Hij zegt serieus het linkshandig schieten te gaan proberen / oefenen. Wellicht een onvermoed getalenteerde linkerhand of waren die vier tienen daadwerkelijk toeval?

 

14 januari 2015. Dubbele serie met Tijgertje

Hildo heeft er zin in, dat ziet u. Twee series van 13 schoten. De eerste serie is de rode, de tweede de blauwe. Een volle huls, met gebruik van de drop tube, blijkt 51 grain te zijn. Dan past de kogel er precies bovenop, zonder vulmiddel of kartonnetjes, zonder het kruit verder te hoeven comprimeren. Voor de tweede serie patronen heeft Hildo de kruitmolen niet veranderd, alleen het kruit verwisseld. Het Elephant kruit lijkt een fractie zwaarder. Of het grovere Elephant inderdaad het betere kruit is voor Tijgertje? Dat weet Hildo niet want tijdens de eerste serie moest hij er duidelijk nog even inkomen: wat teveel zwaaien met de loop. Dat ging tijdens de tweede serie beter.

Warmteontwikkeling

Ook u weet dat, als u vrij snel achter elkaar schiet, de loop behoorlijk warm kan worden. De hete loop geeft luchtwervelingen en vervormt het beeld van de schietkaart. Evengoed toch nog 84 punten. 'Niet gek', aldus Hildo.

 

18 januari 2015. Twee series met Tijgertje en... het lijkt niet goed!

Op 14 januari jongstleden schoot Hildo twee kaarten met Tijgertje. De eerste met Explosia 0 kruit (FFFG) 68 punten en de tweede met Elephant kruit (FFG) waarmee maar liefts 84 punten werden behaald.

Alle hulzen geladen met 52 grain Elephant

Na die score van 84 punten dacht Hildo 'Dát lijkt goed, ik laad alles met Elephant FFG'. Dus iets van 77 patronen klaargemaakt met Elephant en de Hensel 508-460, want dat zijn alle hulzen die Hildo heeft. En vandaag? Geen topkaart en de tweede kaart is zelfs bedroevend: 67 punten en met kantelende kogels, wellciht door de grotere vervuiling met Elephant, hoewel Explosia ook niet schoon schiet. Opnieuw hulzen laden met Explosia 0, of zelfs Zwitsers, zit er niet in want de kogels zijn op. Hildo kijkt nu een beetje beteuterd en verwacht meer slechte scores met Tijgertje. Wil hij dat niet, dan pakt hij Eleanor er bij want deze voorlaaddame doet het nog altijd voortreffelijk en de enige scorebeperkende factor die zij kent is Hildo zelf.

 

24 januari 2015. Houtworm in de salon, euhhh... herlaadtafel

De ontdekking dat er houtworm in zijn salontafel zit, schokt Hildo niet echt: hij weet dat hij er veel meer in zijn huisje heeft. Maar toch zal de salontafel in de woonkamer, waarop ook de Rock Chucker pers gemonteerd zit, het huis uit moeten. Daarna zal Hildo op zoek gaan naar een andere tafel zodat hij zijn single stage herlaadwerkzaamheden weer voort kan zetten.

 

24 januari 2015. Kat onder de vloer

Bijtie, Hildo's kat is niet bang voor een bruine rat en meent ook dat het tijd is voor een inspectie. Nadat hij weer is opgedoken en Hildo een kopje koffie en een kleine versnapering tot zich heeft genomen, wordt het tijd voor een nieuw stukje hout. Dan kunnen de houtwormen weer een paar jaartjes kauwen voordat Hildo weer door de vloer zakt. De herlaadplek is voorlopig weer zeker gesteld. Nu nog een tafeltje.

 

4 februari 2015. De rest van het doosje

Hildo heeft z'n 9 mm patronen in een doosje van 100 zittten. Omdat er op de eerste kaart 20 schoten zitten, zitten er op deze 80. Helemaal duidelijk is de score niet omdat zich na verloop van tijd een groot gat in de kaart begint te vormen, in de 9 een fractie naar rechts boven de tien. Dus Hildo heeft daar wat rode stippen gegokt. Deze 80 schoten zijn er met beleid ingeschoten, u ziet het aan de relatief kleine groep. Gewoon met één hand, zoals het een kaartschutter betaamt. Niet snel, maar ook niet zo traag als sommige treuzelaars dat heel goed kunnen.

115 grain copper plated round nose Frontier kogels

Hildo heeft nog Frontier kogels en heeft daar de rest van zijn N320 kruit mee opgemaakt. De patronen zijn geladen met 4,2 grain. Of ze een beetje schieten? Volgens allerhande berichten op internet zijn het geen geweldige precisiekogels, maar met 59 euro per duizend wel goedkoop. Wat Hildo er mee kan ziet u al snel, want volgende week gaat hij ze proberen.

 

10 februari 2015. De eerste paper patched kogel!

'Paper patch' heet het in het Engels, vrij vertaald in het Nederlands is het iets als 'papier omwikkeld'. Paper patchen wordt al lang gedaan, al vanaf zo'n 1865 of nog iets daarvoor. Een paper patch is een vroege voorloper van de full metal jacket en dient hetzelfde doel: het beschermen van de kogel om loodafzetting in de loop tegen te gaan. Vetgroeven in de kogel zijn daarbij in principe niet meer nodig. Het beschermen van de kogel is niet nodig als deze relatief langzaam door de loop gaat, maar met stevige kruitladingen in lange lopen kan ook met zwartkruit de snelheid en druk nog behoorlijk oplopen. 'Gascutting', ofwel het snijbrandereffect van hete gassen die tussen loop en kogel kunnen komen, veroorzaakt ook loodafzetting door het smelten van de kogel. Kogelvet wordt onder meer gebruikt om die gassen tegen te houden, maar papier kan ook een goede hulp zijn.

Een dikkere kogel voor Tijgertje, de Rolling Block

Hildo heeft nog nooit last gehad van loodafzettingen in de loop van zijn zwartkruitwapens, zoveel kruit gebruikt hij niet. Maar als u een wat dunne kogel hebt is paper patchen een gemakkelijke manier om de kogel dikker te krijgen en daarmee de precisie te verhogen. Theorie is één, praktijk is wat anders. Hoe het uit gaat pakken zal Hildo binnenkort zien.

 

10 februari 2015. Setje van acht patronen voor Tijgertje

Klaar om te schieten. Worden het allemaal tienen of zal Hildo nog het een en ander moeten aanpassen? Ander papier, ander kruit of een andere kogel? Er zit overigens geen vet in de vetgroeven van de kogel en ook het papier is niet gevet. Er zit 51 grain Explosia 0 (FFFG) kruit in de huls. Hildo is benieuwd.

(edit: als de kogel met papier onwikkeld en opgedroogd is is het nog wel de bedoeling het papier iets in te vetten. Dat las Hildo later).

 

- Grendelen naar Oostenrijks principe -

Antonia: De Portugese Kropatschek M1886. Het meest moderne zwartkruitgeweer ooit?

14 februari 2015. Antonia, een Steyr Kropatschek M1886 in 8x60R

Hildo's allernieuwste aanwinst heet Antonia. Met dank aan Kropatschek-expert Mr. Mouse voor de levering. Dit in Oostenrijk ontwikkelde en geproduceerde Portugese legergeweer is antiek en telt niet mee voor de maximaal vijf verlofplichtige wapens die een sportschutter op het verlof mag hebben staan. Dat scheelt. Leuk om te verzamelen voor wie nog wacht op het schip met geld want vreselijk duur zijn ze niet, maar wel erg leuk. In mint-staat verkeert het geweer niet: het hout heeft nogal wat butsen en de grendel is tamelijk gepit aan de buitenzijde, maar de technische staat is uitstekend. Dit is de gewone infanterie-uitvoering. In die uitvoering zijn de grootste aantallen gemaakt, een kleine 50.000 stuks, voorzien van een buismagazijn voor acht patronen. Da's even wat anders dan een voorlader! Er is ook nog een iets kortere uitvoering, de lichte infanteriekarabijn (4800 stuks) met een magazijn voor zes patronen en een korte cavaleriekarabijn (4000 stuks) waar vijf patronen in het magazijn passen. Van het infanteriegeweer zijn er verscheidene in 1889 voorzien van een stuk hout boven op de loop om de opstijgende hitte die het richten bemoeilijkt tegen te houden. De met-hout-boven-op-de-loop geweren zijn een koloniale uitvoering en hebben, u raadt het al, dienst gedaan in de Portugese koloniën.

Waarom een Kropatschek?

Een grendelgeweer had Hildo nog niet en de Kropatschek is een mooi geweer om te zien, van uitstekende kwaliteit en voor een redelijke prijs. Het geweer is absoluut ondergewaardeerd want in schuttersland is het al snel 'Ach, het is maar een Kropatschek'. Het is inderdaad één van de goedkoopste antieke grendelgeweren, voor 500 euro mag u een heel mooie verwachten. Tien jaar geleden kreeg u het nog voor 250 of minder. Maar dat heeft niets van doen met de kwaliteit, want die is prima.

De Mle1878 Marine

Het eerste Kropatschek grendelgeweer, ontworpen door de Oostenrijkse artillerie generaal Alfred Ritter von Kropatschek (1938-1911) en gemaakt door de Oostenrijkse wapenfabriek Steyr en gedeeltelijk door de Fransen zelf, is de M1878 voor de Franse marine. Een zwartkruit grendelgeweer met ruimte voor acht patronen in het buismagazijn onder de loop en in het kaliber 11x59 van de Franse Mle1874 Gras. Het is uiteindelijk niet de opvolger geworden van de Gras, die plaats werd toebedeeld aan de Mle1886 Lebel, die eveneens was uitgerust met een buismagazijn. Overigens, de Mauser 71/84 is rechtstreeks gebaseerd op de grendel en het buismagazijn van deze Mle1878 Kropatschek.

De Kropatschek M1886: Het modernste zwartkruitgeweer ooit?

Rond 1886 willen de Portugezen een nieuw militair geweer en bij Steyr wordt in eerste instantie het door de Portugese luitenant Castro Guedes Dias ontwikkelde M1885 Guedes geweer besteld, een enkelschots achterlader met een systeem wat wel wat lijkt op de Martini-Henry. In eerste instantie ontworpen voor de 11 mm Gras patroon, maar uiteindelijk is er gekozen voor een modern 'kleinkaliber' van maar 8 mm, de 8x60R Guedes. Het geweer heeft wat technische issues met de actie/het afsluitmechanisme en extractie van de huls. Ook komen de Portugezen er tamelijk laat achter dat een enkelschots echt niet meer van die tijd was, een schrijnend gebrek aan inzicht. De order bij Steyr wordt uiteindelijk tijdens de productierun geannuleerd, maar er zijn dan, volgens Steyr, al 18.000 gemaakt. Het werkelijke aantal schijnt echter rond de 8000 stuks gelegen te hebben. Portugal heeft Steyr voor de M1885 Guedes, al dan niet gedeeltelijk, betaald, al heeft het land deze geweren nooit ontvangen. De geweren zijn uiteindelijk door Steyr verkocht aan Zuid-Afrika, waar ze zijn gebruikt in de Boerenoorlog. De Portugezen hebben hun bestelling waarschijnlijk in 1885 gewijzigd naar een grendelwapen met een buismagazijn, net zoals de populaire 71/84 Mauser dat heeft. Het wordt de M1886 Kropatschek, ook door Steyr gemaakt, en voorzien van hetzelfde 8 mm 'small bore' kleinkaliber van de Guedes. De Kropatschek is het eerste militaire zwartkruit grendelgeweer, maar wél in een modern nitrokaliber(!) terwijl de rest het nog 'doet' met ouderwets grote zwartkruit kalibers van rond de 11 mm. Dat is best bijzonder!

Nitro/rookloos kruit

De ontwikkelingen gaan echter razendsnel en al in datzelfde 1886 komt het einde van het zwartkruit tijdperk rap in zicht. De Fransen waren in 1884 al in het geheim bezig met het ontwikkelen van bruikbaar nitrokruit en komen in 1886 zomaar op de proppen met de 8 mm Lebel, het eerste militaire nitrogeweer ter wereld. 'Sodeknetters zeg', zullen de Portugezen gedacht hebben want het maakt hun gloednieuwe Kropatschek M1886 bij introductie al achterhaald. Want ondanks het moderne 8 mm kaliber doet die het nog steeds met de beperkte kracht van het sterk rokende 'kijk hier zit ik' zwartkruit. In 1895 stapt de Krop de moderne tijd in door in plaats van zwartkruit in de 8x60R patroon nitrokruit in de 8x56R patroon te stoppen. De hulzen zijn verder gelijk, alleen is de nek vier millimeter korter. Het geweer zelf  blijft ook ongewijzigd, zelfs de kamer verandert niet. Het enige wat wijzigt, is het laddervizier dat een andere graduatie krijgt. Het doek voor de M1886 Kropatschek valt uiteindelijk in 1910 wanneer het Portugese leger wordt voorzien van Mauser M1904 geweren in 6,5 mm. De M1886 Kropatschek is na die tijd nog in gebruik geweest bij inlandse troepen in de Portugese koloniën tot aan, naar het schijnt, 1961 en dat is, als Hildo goed rekent, 85 jaar. Da's een best lange diensttijd. En nu, na 130 jaar, is Hildo eigenaar van zo'n wapen. Mooi hè?

 

Kamer

Het is allemaal erg netjes. De kamer lijkt roestig maar het is alleen bruin, meer een soort patina. Van pitting lijkt geen sprake. Er zit hier en daar ook nogal wat vet. Een voormalige eigenaar heeft klaarblijkelijk het wapen uit elkaar gehad en het geprobeerd zo goed mogelijk te conserveren. Goede zaak.

Buismagazijn

De ingang van het buismagazijn zit onder de kamer, net als bij een shotgun. Er kunnen acht patronen naar binnen geschoven worden, eentje kan op de patroonlepel blijven liggen en eentje in de kamer. Tien stuks dus. De munitie mag niet voorzien zijn van een spitse kogel, omdat de punt daarvan tegen het slaghoedje komt te liggen van de patroon die ervoor zit. Patronen die afgaan in het buismagazijn is dan een mogelijkheid en bepaald ongewenst.

Regulier magazijn

Zelfs al tijdens, en nog iets vóór, de invoering van de Kropatschek M1886 worden geweren uitgerust met een regulier magazijn, zoals de Mannlicher M1885 en in verbeterde vorm in de Mannlicher M1886. Een groot voordeel daarvan is dat er spitse kogels, met betere ballistische eigenschappen, gebruikt kunnen worden en dat een pakketje patronen in één keer in het wapen gestopt kan worden. Dat gaat stukken vlotter dan het patroon voor patroon laden van een buismagazijn. In oorlogstijd kan het verschil tussen langzaam en snel van levensbelang zijn. Saillant detail... ook de Mannlicher geweren met regulier magazijn werden door Steyr gemaakt, op hetzelfde moment als de Kropatschek.

Steyr, ooit de grootste wapenfabriek ter wereld, bestaat overigens nog steeds onder de naam... Steyr Mannlicher. Frappant is dat Steyr Mannlicher een hele serie militaire geweren op hun site hebben staan die ze over de jaren heen gebouwd hebben, waarbij het 1885 Guedes geweer dat door de Portugezen geannuleerd werd wél wordt afgebeeld, maar de M1886 Steyr-Kropatschek schittert door afwezigheid...

 

OE.W.F.G. Steyr 1886

Op de linker voorkant van het grendelhuis staat de stempel van de producent: Österreichische Waffenfabrikgesellschaft Steyr 1886.

 

Kroontje met L.I.

Ten tijde van de invoering van deze Kropatschek was Portugal een koninkrijk en Koning Ludwig I zat op de troon. Vandaar.

 

M.1886

Model 1886, de invoerdatum van deze Kropatschek.

 

Loop

Met 8 mm erg klein voor een zwartkruitgeweer. De voorkant van het geweer zit aardig vol met handige attributen. De pompstok zit links en het buismagazijn zit  onder de loop. Rechts van de loop zit de aansluiting voor een bajonet. De korrel is verstelbaar met een zwaluwstaartverbinding.

 

Binnenzijde loop

De binnenkant van de loop fotograferen is en blijft lastig. Dit is de foto met het beste resultaat. In het echt ziet het er veel beter uit. De velden zijn glimmend, de trekken donker. En de precisie? Daar gelooft Hildo wel in.

                    _______________________________________ 

 

15 februari 2015. Schietkaart Walker

Vandaag even knallen met de Walker, dat een fantastisch wapen blijft. Beetje zwaar, dat wel. Niet te lang richten en dan gaat het buitengewoon. Met 85 punten schiet Hildo vandaag zelfs bovengemiddeld. Misschien piekt hij op wat latere leeftijd, sommige mensen hebben dat. Het zou dus nog wat kunnen worden!

 

18 februari 2015. Schietkaart Shadow

De rode gaten zijn de eerste tien, de blauwe de tweede tien. Beide enkelhandig en zo zuiver mogelijk geschoten. Het houdt nog steeds niet over. Het lijkt ook of er te weinig kruit achter de kogel zit om goed te ontbranden, want de hulzen komen er relatief zwart uit. De tien patronen die Hildo aan Kruitloze Jan geeft om te proberen in zijn Glock 17 zijn ook niet geweldig. Jan vertelt hem dat de precisie van de patronen goed is, maar dat het wapen af en toe niet goed repeteert. 'Mmmm', denkt Hildo, 'hier moet ik eens even over gaan denken', intussen schiet hij de rest van de patronen, de gele gaten, er nog even doorheen.

 

21 februari 2015. Schietkaart Eleanor

De uitgestanste bierviltjes raken een beetje op, er moeten binnenkort opnieuw wat bierviltjes aan geloven. Vandaag even zonder proberen. Eerder schoot Hildo al een verrassend goede score zónder viltjes en ook ditmaal lijkt het in de precisie niet uit te maken... of Hildo heeft mazzel. Met 86 punten is hij dik tevreden.

 

25 februari 2015. Schietkaart Eleanor

Na een dagje werken even relaxen op de schietbaan. Eleanor uit de koffer, loop monteren en de ´splitpen´ die de loop vasthoudt met plakband afplakken anders schuift de pen weg en valt de loop van het geweer, of, als u op dat moment net de loop net vasthoudt, ligt de rest van het geweer op de grond. Doet figuurlijk pijn, want ook de diopter zit erop. Moet nog een keertje wat aan gebeuren. Kruitbuisjes op een rijtje, percussiekapjes erbij, kogeldoosje open en de uitgestanste bierviltjes op tafel. Alles staat klaar en het feest kan beginnen. Elk schot gaat volgens exact dezelfde routine. Ook blaast Hildo na elk schot door de loop om het kruitresidu zacht te houden, dat werkt en vergemakkelijkt het laden, vooral wat verderop in de serie.

 

28 februari 2014. De 9 mm patroon check

De 9 mm patroon met de Frontier 115 grain Hollow Base Copper Plated Round Nose kogel en 4,2 grain Vithavuori N320 kruit schiet slecht. Zwarte hulzen en slappe, onregelmatige schoten. Net of er nauwelijks kruit achter zit. Nu is 4,2 grain N320 niet erg veel, maar ruim voldoende om er probleemloos mee te kunnen schieten. Een powerfactor van 125 zou er met een 115 grain kogel mee gehaald moeten kunnen worden.

Kruit wegen

Kruit wegen doet Hildo bovenop de kast in de kamer, dat is de enige stabiele en met name horizontale plek in de kamer. Alles staat bij hem uit het lood, inclusief de muren en de vloer, maar de kast staat stabiel en toevallig horizontaal.

Te weinig kruit?

Misschien is er iets mis gegaan tijdens het herladen met de XL650, zou de kruitmolen verlopen zijn en een grain minder gooien? Hildo klopt één van de patronen uit elkaar en weegt het kruit: 4,1 grain, wellicht dat er nog een kruimeltje in de ontlaadhamer is blijven zitten. Het zit in ieder geval zeer dicht in de buurt en te weinig kruit kan dus de oorzaak niet zijn. Of zouden het de goedkope Ginex slaghoedjes zijn? Magnum primers ontsteken de kruitlading beter en zorgen voor een hogere kogelsnelheid, maar zó veel kan het niet schelen.

Hollow base kogel

De 115 grain Frontier kogel is bijna net zo lang als een 124 grain exemplaar. De gewichtsbesparing zit aan de achterkant van de kogel die een holle achterkant heeft. En dat is, denkt Hildo, mede oorzaak van het probleem..

Te veel volume, te weinig druk?

Hildo speculeert dat door de holle achterkant van de kogel, als die op de normale OAL wordt gezet, er extra ruimte in de huls ontstaat. Meer ruimte betekent lagere drukken, misschien wel zo laag dat het een slap schot wordt. Meer kruit achter de kogel lijkt aan te raden of het projectiel iets dieper zetten. Evengoed: het maakt niet uit, Hildo gaat niet verder met de Frontier kogels. Hij houdt het bij de 123 grain copper plated kogel van LOS, die schiet prima.

 

4 maart 2015. 115 grain kogel, 4,2 grain N320 en nauwelijks repeteren

De schoten zijn niet echt fel om soms zelfs duidelijk slap, ondanks de kruitlading van 4,2 grain N320. De hulzen vliegen nauwelijks het wapen uit en blijven zelfs geregeld zitten, zie de foto hierboven van het 'schoorsteentje'. Er zit ook veel verschil tussen de kracht van de schoten. Om de haverklap weigert het wapen om goed te repeteren. Waar een Glock weigert, schiet de Shadow meestal nog steeds lekker door want de sledeveer van de Shadow is niet echt een sterke. Rustige munitie, ver onder de power factor, kunt u prima met een Shadow verschieten, maar dit is te rustig.

                       ______________________________________ 

 

 

Herladen van Antonia, de M1886 Steyr Kropatschek!

9 maart 2015. Schietaccessoires voor Antonia!

Als u denkt dat u er met een relatief goedkoop geweer wel bent, zit u er naast. Er zijn nogal wat attributen nodig, hulzen en kogels zijn wel het minimale. Daarnaast is een die-set een optie, maar niet direct noodzakelijk want de kogel kan er ook los in gezet worden, hij blijft wel plakken op het kogelvet. Hildo heeft zijn eigen kijk op het herladen... gewoon een paar kogels door de loop blazen is niet voldoende voor hem. Hij wil er alles van weten.

8x60R Kropatschek hulzen

Gemaakt in Duitsland door Horneber, een fabrikant van hulzen die in het reguliere circuit uit productie genomen zijn. Goedkoop zijn ze niet, maar ruim drie euro per stuk is beter dan geen hulzen. Ook bestaat er de mogelijkheid om hulzen van een modern kaliber die er een beetje op lijken, 348 Winchester in dit geval, om te vormen zodat ze passen, alhoewel ze niet helemaal 60 mm lang zijn. Voorlopig hoeft Hildo dat nog niet te proberen, want met de Horneber hulzen gaat het vast prima lukken.

Flinke inhoud

Hildo gooit even wat kruit in de huls en laat de nek leeg. Even tikken en de inhoud blijkt 74 grain zwartkruit te zijn, met nog steeds voldoende ruimte voor de kogel. 'Verbazingwekkend veel', meent Hildo, want vreselijk groot lijken de hulzen niet. Het zal de relatief lichte kogel vast een flinke snelheid kunnen geven. Met een gereduceerde lading schieten lijkt hem beter. Misschien voor de precisie, maar zeker voor de portemonnee.

 

CH4D die-set 8x60R Kropatschek

Diepte-investering want ze zijn stukken duurder dan die-sets van Lee. Met een Lebel 8 mm die-set van Lee schijnt bij de Kropatschek-patroon de kogel gezet en gekrompen te kunnen worden, maar de full length sizer-die is niet de juiste. Daarom gaat Hildo voor de CH4D die-set, kan hij ook full length sizen mocht dat, om wat voor reden dan ook, nodig zijn.

 

Cerrosafe

Om de kamer van de Roling Block op te meten, heeft Hildo een keer kaarsvet gebruikt. Dat werkt heel redelijk en u krijgt een behoorlijke indruk. Een loop en kamer afgietsel maken met Cerrosafe is nog veel mooier en de resultaten duidelijker. Cerrosafe is een metaal dat al bij 85 graden Celcius smelt. Nadat het gestold is, krimpt het en dient u het afgietsel onmiddellijk te verwijderen. Daarna begint het weer uit te zetten. Dat is bijzonder én erg handig, want een uur na het stollen bereikt het afgietsel de juiste afmeting en kunt u de exacte dimensie van uw loop of kamer opmeten. Na 200 uur zet het niet meer verder uit en zal het 0,025% groter zijn. Het is eindeloos opnieuw te gebruiken.

 

Lee universal decapping die

Deze had Hildo al en het ding is echt super handig, kaliber onafhankelijk, inzetbaar. Hiemee kunt u een huls decappen zonder dat ie gesized wordt met de reguliere full-length sizer die, want als u niet hoeft te full length sizen doet u dat toch ook niet? Zoiets betekent alleen maar een onnodige belasting voor de hulzen. Tot nu toe  gebruikt voor de 45-70 en 12,4x44R en binnenkort voor de 8x60R voor Antonia.

 

Lee nr.17 shellholder

Dit is de passende shellholder voor de 8x60R hulzen. Jammer dat Lee shellholders niet op een RCBS slaghoedjeszetter te gebruiken zijn, tenzij u aan de onderkant van de shellholder er een stuk uit haalt/boort waardoor ze wél op het plastic tapse gedeelte van de slaghoedjeszetter geplaatst kunnen worden. Maar Hildo gebruikt een RCBS nr.31 shellholder o.a. voor de 12,7x44R van de Rolling Block. Deze past ook, alhoewel hij iets aan de brede kant is. In de RCBS Rock Chucker past de Lee nr.17 shellholder wel.

 

RCBS 321-170 kogels

Gekregen van Paint Peter, super aardig natuurlijk. Met deze kogels schiet hij prima groepjes. Wel met gereduceerde ladingen. Hoe hard het lood is, weet Hildo niet. Hij zal een gereduceerde lading gebruiken om het strippen van de kogel te voorkomen. Veel lood zal er in de trekken niet zijn, deze kogel is gemaakt voor gebruik met een gascheck wat alweer een stuk driving band weghaalt. Niet direct de ideale kogel voor een Kropatschek.

 

The Paper Jacket

Een boekje van 140 bladzijden, uitgegeven in 1991 door Wolfe Publishing Company en geschreven door Paul Matthews. Dit boek is wat u hebben wilt als u meer wilt weten over paper patched bullets. Het heeft inmiddels de tweede druk achter de rug en is weer nieuw leverbaar. Maar ook tweedehands exemplaren circuleren nog voldoende op het internet.

De inhoud

Hildo is soms best een beetje kritisch, maar dit boekje vindt hij erg interessant leesvoer voor historisch geïnteresseerden en al helemaal voor diegenen die de theorie van het paper patchen in de praktijk willen brengen. Van alles komt uitvoerig aan bod én de schrijver lijkt zo op het oog heel aardig te weten waarover hij het heeft. Op verschillende forums wordt de man gezien als een soort halfgod. Allerlei combinaties worden door de heer Matthews geprobeerd en geanalyseerd. Er wordt niet alleen over zwartkruit gesproken als voordrijvende lading, er worden met name veel voorbeelden gegeven van moderne, stevige nitroladingen. Soms zelfs met van puur lood gegoten zachte kogels, voor jachtdoeleinden. Paul  Matthews' paper patch interesse lijkt voornamelijk te liggen bij nitrowapens voor de jacht op groot wild.

Toch kritiek? 

Het boek is al wat ouder en mogelijk daardoor is het gebruik van verduidelijkende plaatjes zeer beperkt. Dat is jammer, want een plaatje zegt soms meer dan duizend woorden. Waar wel foto's gebruikt worden zijn ze zwart/wit en af en toe van stencilkwaliteit, dus slecht. In sommige technische stukken is het voor Hildo lastig om precies te volgen wat de goede man nu uiteindelijk precies bedoelt, en dat ligt niet aan een gebrek aan Hildo's kennis van de Engelse taal. Evengoed, u komt gegarandeerd een stuk beter beslagen ten ijs als u wilt gaan paper patchen. Als u het hele boekje doorgelezen heeft, kunt u niet zeggen dat u minder weet.

Veilig?

Rustige nitrokruit ladingen gebruiken in antieke zwartkruit achterlaadgeweren, is iets waar Amerikanen hun hand niet voor omdraaien. Ook de auteur van dit boekje niet. Zogenaamde duplex ladingen, een mix van nitro en zwartkruit, om hogere kogelsnelheden te bereiken en, door een optimalere verbranding, een groot gedeelte van de zwartkruitvervuiling weer uit de loop te branden, zijn voor deze man geen enkel probleem. Hij heeft het niet over eventuele risico's, die niet onaanzienlijk zijn. Exploderende wapens kunnen u in het ergste geval het leven kosten. Als u een Nederlandse sportschutter hard gillend weg wilt zien rennen, hoeft u alleen maar te zeggen dat u uw zwartkruitwapen met een combi van nitro en zwartkruit geladen heeft. Kortom, in Nederland worden deze praktijken gezien als absoluut onaanvaardbaar herlaadgedrag. In Amerika ligt dat duidelijk anders. Voor Hildo ligt hier de grens, hij gaat hij zich op geen enkel moment bezig houden met duplex ladingen of nitroladingn in antieke zwartkruitwapens, hij wil er zelfs geen trailboss in hebben.

 

18 maart 2015. 'Blaasjes' op de hulsnek!

Inspectie na het schieten leert Hildo dat er nu een soort van blaasjes op de nek van de huls zitten. Alle verschoten hulzen hebben dit, maar de grootte, plaats en vorm van de uitstulpingen zijn niet niet overal gelijk. Dat de kamer de schuldige zou zijn lijkt Hildo derhalve onwaarschijnlijk, dan zou er minder verschil tussen de hulzen zitten.

Rijst?

Hildo heeft rijst als vulmiddel gebruikt, gemalen in een oude koffiemolen. Niet alle rijstkorrels zijn evengoed gemalen, soms zaten er nog bijna hele korrels bij. Tijdens het schot wordt de rijst met grote kracht uit de hulsnek geperst en daarom vermoedt Hildo dat rijstkorrels de deuken hebben veroorzaakt.

Paint Peter advies: lichtgewicht vulmiddel voor genekte hulzen

Paint Peter, een zwartkruitschutter met veel ervaring in het herladen van allerlei historische kalibers, meent dat het vulmiddel dat Hildo heeft gebruikt te zwaar is. Niet alleen rijst, maar ook koffie, couscous, e.d. ziet hij als ongeschikt omdat ze te zwaar zouden zijn. Het is allemaal onverbrande massa die door de vernauwing (de hulsmond) geperst moet worden en daarbij komen grote krachten vrij. Hij is in het bezit van een Martini-Henry in 577-450. Dat is de knots van een huls van de 577 Snider met een nek voor een .45 kogel. Er past erg veel kruit in en gereduceerd laden is iets wat derhalve aan te raden is. Het gebruik van couscous als vulmiddel heeft hem verscheidene gescheurde hulzen opgeleverd. Brinta is wat hij nu gebruikt en met uitstekend resultaat, hij heeft sindsdien geen gescheurde hulzen meer gehad. Hildo denkt daarom dat ie ook maar weer 's aan de Brinta gaat, eens zien of de hulzen dan zonder deuken uit Antonia komen.

 

18 maart 2015. Teruggeblazen primers?

Wat Hildo ook opvalt is dat de slaghoedjes, CCI large rifle, buiten de hulsbodem uitsteken. Na het primen zaten alle slaghoedjes wel degelijk diep genoeg. Of dat komt doordat de drukken erg hoog opgelopen zijn door het gebruik van rijst of dat de, wel erg dikke slagpin, de slaghoedjes dusdanig naar binnen geperst heeft dat het metaal er omheen naar buiten gedrukt is? Hildo weet het niet, maar ook deze vragen zullen beantwoord worden tijdens een tweede serie met Antonia waar zij geladen zal worden met dezelfde kogel, slaghoedjes en kruitlading, maar zonder vulmiddel. Hildo is benieuwd naar het resultaat.

 

22 maart 2015. Lee 324-175 kogel

Gegoten van puur lood en de kogels vallen tussen de 3235" en 3240" uit het gietblok. Ze zijn nét en erg strak met de hand in de hulzen van Antonia te plaatsen.

 

25 maart 2015. Schietkaart Eleanor

Nee, Antonia gaat vandaag niet mee. Hildo is nog bezig de munitiecomponenten bij elkaar te krijgen. Gelukkig schiet hij erg graag met Eleanor, een fantastisch geweer. Helaas maar twaalf gaten op de kaart. Waar de dertiende gebleven is, weet hij niet, vast het olieschot. Evengoed zit Hildo met 84 punten ditmaal rond wat hij normaal schiet, toch is het groepje een beetje groot. Gelukkig is het geen ramp, want herkansingen zijn er schier eindeloos. Dus de volgende keer....

 

29 maart 2015. Patroonpapier, what's in a name?

Via het internet besteld en binnengekregen: 1 meter breed en 10 meter lang patroonpapier. Dit wordt gebruikt door dames en heren om kleding op uit te tekenen. Het is dun, 30 grams, en sterk. En dat is precies wat Hildo nodig heeft om zijn kogels mee te kunnen onwikkelen. Of het werkbaar spul is, zal blijken.

Hoe dik is dik?

Regulier printerpapier is 80 grams, dat houdt in dat een vierkante meter van het spul 80 gram weegt. Hildo meet het en komt op 0,004" (0,10 mm). Dit patroonpapier is maar 30 grams en meet een dikte van ongeveer 0,0015" (0,04 mm).

Binnen- en buitenzijde?

De ene kant is wat glanzend, de andere mat. Wat de binnen- en buitenkant is, weet Hildo nog niet. De eerste keer zal hij de gladde kant naar binnen doen. De papier onwikkelde kogel moet, pas als hij klaar is, gevet worden en Hildo denkt dat het vet beter hecht op de niet gladde kant.

 

29 maart 2015. Wikkelen

U maakt het papier zo nat mogelijk zonder dat het gaat scheuren. Even wat proberen. Hildo vindt het patroonpapier overigens ook nat verrassend sterk en heeft geen last van scheurend papier gehad, printer papier is er gevoeliger voor. Vervolgens wikkelt u het zo strak mogelijk om de kogel. Als het papier droogt krimpt het en trekt het vanzelf snoeistrak om de kogel.

Rechtsom of linksom?

U kunt met de trekken en velden mee wikkelen, of er tegenin. In het laatste geval zal de patch de kogel eerder los laten als deze de loop verlaat. Het is niet de bedoeling dat de patch aan de kogel blijft hangen tijdens de vlucht, maar het is ook niet de bedoeling dat de patch al los komt van de kogel binnen in de loop.

De trekken en velden van Antonia gaan rechtsom en Hildo wikkelt zijn kogels linksom, de patch draait zich in principe dus los. Dat is geen bewuste keuze, maar toeval: hij dacht er later pas aan, toen het papier al geknipt was.

 

29 maart 2015. Gesizede en ongesizde kogel

Het is gelukt en dit is het eindresultaat. De maat zit rond de .335" voor een ongesizede .329"/.330" Lee kogel. Daarna is het papier van de kogel gevet en door de Lee .329" sizer-die gedrukt, die toevallig en gelukkigerwijze naar .327" sizet. Dat gaat prima en het papier blijft mooi zitten tijdens het sizen. De buitendiameter van de driving bands is nu .327", de kogel zelf is wat dunner. Maar hoe dan ook, zo gaat ie de huls in.

 

29 maart 2015. 8x60R Kropatschek of de 8x60R Guedes patroon?

Al zegt Hildo het zelf, deze zien er toch wel heel autentiek uit! Eigenlijk is dit niet de juiste patroon voor de Kropatschek, maar wél voor haar illustere voorganger, de destijds door Portugal geannuleerde M1885 Steyr Guedes. De eerste M1886 Steyr Kropatschek kogels zijn nooit papier gewikkeld geweest, maar werden gemaakt van gehard lood die met een losse koperen patch omwikkeld werden. Hetzelfde patch procedé als een papiermantel kogel, alleen van koper. Even later werden het loden kogels met een dunne mantel van een, waarschijnlijk, koper-nikkel-ijzer legering, een échte volmantel dus.

 

1 april 2015. Volle kruitlading maar... wa's dat nou?

Fatsoenlijke dreunen uit Antonia, heel wat mooier dan die ondermaatse knalletjes met die gereduceerde ladingen. Dit is de kaart na 10 schoten met Hildo's superieure paper patched kogels waar hij zoveel van verwachtte. De eerste drie schoten komen niet eens op de kaart, ook niet na wat pielen met de hoogte van de keep.

Van 50 naar 25 meter

Als u geen idee heeft waar de kogels blijven, is het tijd om de afstand van loop naar kaart te verkorten. Hildo stelt het kaarttransport daarom in op 25 meter en tracht met de overgebleven zeven patronen de kaart op 25 meter wél te raken. Peulenschil voor een geweer, zelfs met een musket een makkie. Helaas lukt het met Antonia maar vier keer, drie missen de kaart volledig. Dit is iets wat Hildo helemaal niet had verwacht: zijn patronen sucken big time en de paper patch werkt niet!

 

1 april 2015. Aha, duidelijk!

Komt het u bekend voor? Dit is een close-up van een schoonmaakdoekje en wat erop ligt, is lood. Alle schoonmaakdoekjes vertonen sporen van lood.

Het Snijbrandereffect

Patch na patch haalt Hildo door de loop en er komt steeds meer lood uit. Het is zelfs te voelen waar het zit, over de gehele looplengte. Hildo heeft geleerd, met z'n Norinco 1911 .45 ACP pistool, dat loodafzettingen met zacht lood en kleine nitro ladingen, snel kunnen gebeuren. Het strippen van de kogel ontstaat wanneer de kogel niet snel genoeg op toeren komt, loodafzetting daarvan vindt u in het begin van de loop, niet verder richting loopmonding. Als de loodafzetting terug te vinden is over de gehele looplengte, dan is dit veroorzaakt door brandend gas tussen kogel en loop. Het lood van de kogel smelt dan gedeeltelijk tijdens de tocht door de loop en wordt over de hele looplengte uitgesmeerd. Erg vervelend, met name het schoonmaken is tijdrovend en lastig.

Waarom dan?

Hildo's theorie: De trekken van Antonia zijn diep en die zouden in volledig gevuld moeten worden door de kogel zodat er geen gas tussen de kogel en de loop kan ontsnappen, zo werkt dat normaal bij zwartkruitwapens met loden kogels. De kogel moet eigenlijk iets groter zijn dan het diepste gedeelte van de trekken, zodat de kogel de loop hermetisch afsluit, kogelvet zorgt daar mede voor. Dat is echter bij de Kropatschek niet het geval. De trekken zijn diep, maar de diameter van de kamer, waar de kogel zit, is vrij klein. Dus een grotere kogel is niet te plaatsen. De ruimte tussen kogel en de diepe gedeeltes van de trekken zijn vast gedacht voor het opvangen van zwartkruit residu. Een grotere kogel plaatsen is onmogelijk. Dat de kogel opstuikt in de loop na het schot, en zo de trekken vult, lijkt zelfs met dit zachte lood niet te gebeuren. Het gas vliegt tussen kogel en loopwand door en de paperpatch heeft geen schijn van kans: het papier brandt gewoon weg.

 

2 april 2015. Borstels en zo

Vanwege het lood in de loop is Hildo gegaan voor wat extra rigoureuze poetsmiddelen, onder andere een paar messing borstels. Dit lijkt Hildo de beste manier om de resterende loodafzettingen uit de loop te krijgen, al dan niet in combinatie met een speciaal loopreinigingsmiddel als bijvoorbeeld 'Shooter's Choice'. De zwarte is een nylonborstel die, uiteraard, de loop minder aantast, maar niet zo goed schrobt. Normaal gebruikt Hildo geen borstels, maar schoonmaakdoekjes in combinatie met de onderste twee afgebeelde opzetstukken.

Een schoonmaakdoekje in combinatie met een nylonborstel schijnt ook goed te voldoen, omdat het schoonmaakdoekje beter in de trekken wordt geduwd. Witte wolborstels, om de loop in te oliën, gebruikt Hildo nooit want dat doet ie ook met een schoonmaakdoekje. Waarom hij deze in 8 mm gekocht heeft, zal wel een raadsel blijven. Witte wolborstels gebruikt hij wel om zijn rechte 45-70 hulzen in afwaswater schoon te maken, best handig. Het grappige? Iedere schutter ontwikkelt zijn eigen, persoonlijke, manier om zijn/haar wapens weer spik en span te krijgen.

 

2 april 2015. Originele Kropatschek patroon met een headstamp uit 1885

Deze afbeelding vond Hildo op een forum. Het laat de eerste uitvoering van de 8x60R Kropatschek zien met een losse koperen mantel, mogelijk gelegeerd met nikkel, om de kogel. Leuk hè? De bodem heeft een stempel uit het jaar 1885, waarschijnlijk werd de munitie al in 1885 gemaakt, een gedeelte van de M1886 Kropatschek geweren misschien ook wel. De opvolger van deze patroon, het jaar daarna, had een kogel met een dunne mantel van een, waarschijnlijk, koper-nikkel legering met, mogelijk, ook nog wat ijzer. Heden ten dage wordt volmantelmateriaal, naar wat Hildo ervan begrijpt, gemaakt uit een legering van koper-zink om afzettingen van het mantelmateriaal in de loop beter tegen te gaan.

 

5 april 2015. De kogel zit in de loop

U kijkt hier achter in de loop, de grendel is verwijderd. U kunt de kogel zien zitten. Op één grain kruit kwam hij niet ver, net uit de kamer en ìn de trekken en velden.

 

5 april 2015. Het 1 grain kruit schot

De kogel is met één grain zwartkruit als voortdrijvende lading in de trekken en velden terecht gekomen. Het had ook 1,5 grain mogen zijn, want de kogel zit net niet helemaal in de loop. Het papier is er niet afgestroopt, iets waar Hildo aan twijfelde of dat zou gebeuren. De velden hebben een duidelijke afdruk gemaakt en omdat de Kropatschek er zes heeft, is de diameter gemakkelijk op te meten. Hildo komt op 0,317". De trekken lijken niet of nauwelijks geraakt en de kogel heeft daar nog steeds een diameter van .327". Ook lijken de velden dieper aan de ene zijde dan aan de andere zijde in de kogel te staan. Mogelijk gaat de kogel wat scheef de loop in. De kogel corrigeert zich natuurlijk niet weer tijdens de reis door de loop. Maar de snelheid lag erg laag op het moment dat de kogel de loop in ging en de vrije vlucht is erg groot, dat zou een oorzaak kunnen zijn én de kogel is van zacht lood.

Erg zwart

Dat er veel van de gassen bij de kogel langs geperst zijn is duidelijk te zien aan het zwarte roet, vooral in de trekken die dieper zijn dan de kogel dik is. Een garantie voor het snijbrandereffect, wat het probleem was tijdens de laatste schietbeurt. Dit heeft er ook voor gezorgd dat er loodafzettingen in de loop terecht kwamen.

Alfred von Kropatschek

Het gezicht achter het geweer: Alfred. Een echte lolbroek lijkt het niet, maar u mag niet vergeten dat lachen iets was wat vroeger op foto´s niet werd gedaan. Misschien viel de man in de praktijk wel mee. In ieder geval, hij is geboren in het jaar 1838 in Bielitz (Bilsko), tegenwoordig heet het Bielsko-Biala, gelegen in het zuiden van het huidige Polen. Alfred is overleden in 1911 in Lovrana op het schiereiland Istrië, het huidige Kroatië. In de tussentijd een glansrijke carrière gemaakt in het leger, het tot generaal geschopt en met medailles overladen. Nauwelijks boeiend, wat Hildo betreft. Maar enig technisch talent kan de man niet ontzegd worden. Hij is in ieder geval mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling van dit wapen dat, naar het lijkt, zich nooit in een grote populariteit heeft mogen verheugen. De naam 'Kropatschek' is niet daadwerkelijk te vinden op het geweer, ondanks dat iedereen het een Kropatschek noemt. Sneu voor Alfred, maar het is en blijft gewoon een 'Steyr 1886'. Wilt u meer over Alfred weten? Het wereldwijde web is uw vriend.

 

Grendel

Helaas voorzien van nogal wat pitting, de prijs was ernaar. De pitting zit alleen aan de buitenkant. De grendel lijkt niet bij het geweer te horen, het is niet nummergelijk, minpuntje voor de verzamelwaarde. Achterop zit een hevel, de veiligheidspal. Aan de rechterkant van het geweer zit ook een heveltje. Daarmee kunt u kiezen of u single shot wilt schieten of dat de patronen automatisch aangevoerd worden vanuit het buismagazijn. Een handige constructie omdat u, als soldaat in nood, bij een charge van de tegenstanders bijvoorbeeld, over uw volledig gevulde magazijncapaciteit kunt beschikken terwijl u de rest van de tijd gewoon enkelschots schiet. De grendelwerking gaat licht en soepeltjes. De hoofdveer voor de slagpen wordt gespannen als u de grendel naar de verticale positie beweegt. Om de veer te ontspannen haalt u vanaf die stand de trekker over en begeleidt u de grendel weer naar beneden.

 

Open grendel

Voor wie alleen maar voorladers gewend is, herbergt een grendelgeweer als dit toch wel ingenieuze techniek die zelfs de automatische aanvoer van patronen mogelijk maakt.

 

Patroonlepel

Tijdens het grendelen wordt de lege huls uit de kamer getrokken. De lepel die u hier ziet, lift de nieuwe patroom die uit het buismagazijn komt omhoog. Als u de grendel sluit, wordt de nieuwe patroon de kamer ingeschoven en bent u klaar voor het volgende schot.

 

Ingewikkeld laddervizier

Het laddervizier kan voorover geklapt, achterover geklapt en natuurlijk rechtop gezet worden. In liggende stand voorover is 100 meter (niet afgebeeld). De liggende stand achterover is voor 300 meter. Het is in deze stand nog iets afstelbaar door middel van het horizontaal verschuiven van de ladder, misschien een traploze verstelling van 200 tot 300 meter. Staand zijn er drie verschillende kepen waar overheen getuurd kan worden.

Met de schuif in de onderste stand, kijkend naar de linker cijferrij, staat het vizier op stand 5 en dat loopt op van 5, 6, 7, 8, enz. tot en met 15 (=1500 m). Dit geldt voor de onderste keep van het verschuifbare gedeelte. De bovenste keep in het onderste vaste gedeelte van het laddervizier is voor 1600 meter. De rechter rij is voor de hoogste keep, daar zijn de afgebeelde nummers 17, 18, enz. tot en met 22 (2200 m). De originele kogel was een kleine 250 grain en dan lijkt méér dan twee kilometer schieten wel heel erg optimistisch en waarschijnlijk weinig zinvol, tenzij het een wel heel erg groot doel betreft.

Nitrovizier

De schaalverdeling laat zien dat dit geweer is voorzien van een vizier voor een Kropatschek waar nitroladingen mee verschoten werden want in 1896 werden de vizieren aangepast aan de ballistiek van de 8x56R patroon die met nitrokruit geladen werd. Het nitrovizier begint op de linker schaal verdeling met 500 m, het zwartkruitvizier begint met 400 m. Nitrostempels staan echter niet in de loop, het is en blijft derhalve een vrij geweer. Nitroladingen verschieten gaat Hildo sowieso niet doen. Het is staal uit 1886 en veiligheid voor alles. Het blijft voor Hildo niets anders dan een gewoon zwartkruitgeweer.

 

Bevestiging van het vizier

De vizierbevestiging en een stempeltje van een kroontje. Ondanks dat het hout niet nieuw is en de grendel gepit, is het wapen van dichtbij toch best wel netjes, meent Hildo, die er erg blij mee is.

Verlofplichtige spullen

Binnenkort even bij de politie langs voor de bijschrijving van het geweer op het verlof zodat hij de noodzakelijke verlofplichtige artikelen, zoals hulzen en kogels, in bezit mag hebben. Afgezien daarvan, als een antiek wapen niet op het verlof is bijgeschreven mag er niet mee worden geschoten en dat is iets wat Hildo toch graag af en toe zou willen doen. U ziet het vanzelf als het zover is!

                       _____________________________________ 

 

 

 

18 februari 2015. Schietkaart Hensel vs Paper Patched

De acht paper patched kogels die Hildo 10 februari gemaakt heeft, zijn vandaag verschoten met Tijgertje, de Zweedse Rolling Block. Daarna nog acht patronen geladen met de 508-460 Hensel kogel.

Welke is nu de beste?

De puntenaantallen zijn identiek, behalve dat er één Hensel in de 5 zit en de laagste paper patched was een 7. Vandaar twee punten verschil. Dat zegt niets over de patronen, Hildo kan best wat gezwaaid hebben. Het maakt in ieder geval niet veel verschil, maar de paper patched versie doet het wel erg goed.

 

18 februari 2015. Close-up: Hexagonale .50 gaten van Tijgertje

Dit zijn de gaten van de paper patched kogels. Het ziet er prima uit met de mooie hexagonale gaten die de Lyman kogel, een semi-wadcutter, in het papier prikt. De Hensel kogel heeft veel meer een puntvorm. Vast een ballistisch voordeel, maar mooie uitgestanste gaten schiet Tijgertje niet met puntkogels: alleen rafelige.

 

21 februari 2015. Schietkaart van Roger

De Rogers & Spencer doet het wederom prima en het blijft een goede revolver om een leuke kaart mee te schieten. De aftermarket keep is natuurlijk een doorn in het oog van de verzamelaar maar hij zit er nu eenmaal op en in de praktijk is het wel een heel duidelijke. Niets mis mee. Dat Hildo op 79 punten blijft steken heeft niets met de revolver te maken. Binnen afzienbare tjd wil Hildo het nog wel eens proberen, want dit kan wel stukken beter! Niet eens vanwege de score, maar wel omdat het zo ontzettend leuk is om te doen. Echt!

 

25 februari 2015. Schietkaart Shadow

Eerst precisie. Dat gaat niet echt lekker. 'Nou laat dan maar' denkt Hildo, en knalt vervolgens met twee handen in rap tempo de rest van de munitie erdoor. Uiteindelijk nog niet eens zo beroerd, gezien het tempo. Echt zuiver schieten met de Shadow lukt Hildo nog steeds niet. Ligt vast aan de munitie. Hoort hij daar nu iemand lachen?.

 

4 maart 2015. De magische Negentig!

Het lukt niet altijd, het lukt eigenlijk vrij zelden om de 90, of meer, punten te halen. Ditmaal is het zover. Het eerste schot ziet u niet, daarmee heeft Hildo de wasknijper van de schietkaart geschoten. De kogel ging dwars door de kaart en dat is iets wat eigenlijk nooit gebeurt, zelfs niet bij het olieschot. Dat er geen viltje onder de kogel zat, zal er mede aan toe bijgedragen hebben. Vanaf het tweede schot is het viltje weer geplaatst. Ook het vuil in de loop zorgt ervoor dat het vanaf dat moment uitstekend gaat.Drie tienen, vier negens en drie achten. Niets mis mee.

 

4 maart 2015. Beetje laat & een beetje haast?

De tijd vliegt op de schietvereniging. Dat is een goed teken, dan heeft Hildo het vast naar zijn zin. Hij besluit om toch nog even vlot er een serie door te jassen. De Frontier kogel geladen munitie moet op want het schiet voor geen meter en Hildo is er een beetje zat van. Met twee handen aan het wapen en zo gaat de munitie er zeer vlot door. Het laden gaat in ieder geval stukken langzamer dan het schieten.

 

5 maart 2015. Een schone loop na 4000+ schoten

De CZ Shadow schoonmaken is iets wat Hildo regelmatig doet. Slede loshalen, loop eruit, borsteltje erdoor, alles lichtjes met olie behandelen, wapen weer in elkaar zetten en de kluis in met het ding.

Koperafzettingen

Op een gegeven moment blijkt gewoon schoonmaken niet meer voldoende. Door het gebruik van volmantel en verkoperde kogels blijft er een beetje van dat materiaal achter in de loop, wellicht in combinatie met ook nog wat lood. Het is een hardnekkige vervuiling die u tijdens een reguliere schoonmaakbeurt niet uit de loop krijgt. Voor dit probleem heeft Hildo een speciaal middeltje.

Shooter's Choice

Wat het precies is, weet Hildo niet, maar het ruikt tamelijk sterk naar een oplosmiddel. De geur komt hem bekend voor, maar hij kan het zo niet thuisbrengen. Van dit soort loopreiniginsmiddelen is er een groot aanbod want uiteindelijk heeft iedereen het nodig, tenminste voor wie met volmantel schiet. Van loodafzettingen in zijn voorladers heeft Hildo nog nooit last gehad. Waar hij dit flesje ooit vandaan heeft gehaald, weet hij niet eens meer. Het staat er inmiddels al verscheidene jaren te wachten op inzet en dat gaat nu gebeuren!

Inweken, wachten en borstelen

Het lost koper, lood en zelfs plastic op. Plastic betreft uiteraard een hagelgeweer waarbij er met plastic cupjes wordt geschoten. In principe is het de bedoeling dat u het spul in de loop aanbrengt. Sommigen schenken de loop vol en laten het een paar uur staan. Wel uitkijken dat u dat niet te lang doet en het spul de loop van uw wapen beschadigt, dat schijnt het uiteindelijk te doen. Hildo doopt een wolborstel in het schoonmaakmiddel en haalt het ding een aantal keren door de loop heen. Even laten liggen, weer even heen en weer, etc. Na een kwartier verwijdert hij de wolborstel, waarop hij al kleine flinterjes koper kan zien zitten. Het werkt! Daarna nog een keer met een koperborstel door de loop en de loop is weer brandschoon.

Geen koperborstel weer

Die koperborstel gebruikt Hildo evenwel nooit weer, want het krast toch wat in de loop. Een bronsborstel is beter of misschien een nylonborstel als u helemaal op safe wilt spelen.

Superprecisie?

Voorlopig kan er weer geschoten worden. Misschien vliegt de kogel nu wel sneller en is de precisie beter. Zou Hildo er nog wat van merken?

                     __________________________________________ 

 

9 maart 2015. Lee giettangen voor Antonia

Kogels moeten er zijn en veel zwartkruitschutters gieten ze zelf. Hildo doet dat ook en voor Antonia zal hij ze ook gieten. De originele 8x60R kogel weegt 247 grain. Gietmalfabrikant Lee Precision maakt er twee die wel geschikt zijn, maar ze zijn er niet in het historisch juiste gewicht. Niet getreurd, schieten zullen ze vast wel en een speciaal gietblok laten maken, ruim 130 euro voor een enkelvoudige versie, dat gaat Hildo op dit moment even te ver. Eerst is nader onderzoek nodig. Beide kogels zijn geschikt voor het monteren van een gascheck (een koper of messing kuipje dat om de voet van de kogel gekrompen kan worden) in een sizer die om de kogel voor hete gassen te beschermen. Gaschecks wil Hildo niet gaan gebruiken. 'Dat is voor nitro', meent hij.

324-175-R giettang (bovenste foto)

.324" in diameter en 175 grain zwaar. Een tamelijk lichtgewicht, voor zwartkruitbegrippen in ieder geval. Dit is ongeveer de originele kogeldiameter, maar die kogel had een mantel. Manteltje maken kan Hildo inmiddels zelf, dus dit lijkt een goede kandidaat om te gaan paper patchen. Officieel was de 8x60R ontwikkeld voor het Guedes geweer in 1885 en die patroon was voorzien van een papier omwikkelde kogel.

329-205-1R giettang (onderste foto)

Deze is met 329" wat dikker en kan waarschijnlijk geladen worden zonder verdere toestanden, behalve invetten, en zal naar verwachting de trekken behoorlijk kunnen vullen.

 

Lee .329" bullet sizer die-set

.329" is de binnenmaat van de trekken in de meeste Kropatschek lopen, naar het schijnt, dus deze is goed te gebruiken met de .329-205 Lee kogel. Maar misschien ook wel niet, want Hildo heeft inmiddels van medeschutter Spaghetti begrepen dat een 329 kogel niet fatsoenlijk in een Kropatschek huls past en dat de patroon zelf klem kan komen te zitten in de kamer. Verder onderzoek is daarom noodzakelijk.

 

Lee .22 tot .42 universal expanding die-set

Met deze die is de tromp aan een huls te maken, zonder de full length sizer te gebruiken. Te gebruiken bij allerlei kalibers, van .22 tot .42 volgens Lee. Hiermee wil Hildo de hulsmond iets verder open kunnen zetten, alleen als het nodig is. Bijvoorbeeld met paper patched kogels, zodat de kogel probleemloos naar binnen geschoven kan worden zonder de paper patch te beschadigen.

 

RCBS past

Hildo meet de RCBS 321-170 op en hij komt op de maat 323 uit, schommelend van 322 tot 324, met een praktijkgewicht van 181 grain. Deze kogel past strak in een nieuwe, nog niet verschoten, Horneber huls die een binnenmaat heeft van 8,2 mm. Hoeveel de huls zal groeien na het eerste schot, weet Hildo nog niet. Dat zal de bepalende factor zijn voor de grootst mogelijke diameter kogel die te gebruiken is in Antonia. Natuurlijk is ook deze kogel veel lichter dan het originele 247 grain exemplaar.

 

15 maart 2015. De eerste patronen voor Antonia

Hildo is een beetje grieperig, maar het lukt hem om even een paar patronen te maken. Veel stelt het niet voor: slaghoedje, kruit, vulmiddel en de kogel kan in de meeste gevallen zelfs zonder pers op de huls gezet worden. De patronen zijn geladen met de RCBS 321-170 kogel, 35 grain Explosia 0 (FFFG) kruit en opgevuld met rijst, net zoals hij ook bij de 45-70 patronen doet. In de 45-70 gaat er een viltje tussen kruit en rijst. In deze flessenhalshuls gaat dat niet zo gemakkelijk. Daarom is de rijst eerst even door een koffiebonenmachine gegaan, dan is de rijstgranulatie wat fijner, en wanneer de kogel met een tikje compressie erop gezet wordt zal vermenging van kruit en rijst, naar Hildo's verwachting, niet plaatsvinden. Niet te veel, maar ook niet te weinig vulmiddel gebruiken.Hildo heeft bij een paar patronen wat weinig rijst gebruikt, vandaar dat deze kogels wat dieper zitten. Maar het schiet vast wel.

Zwartkruit opvulmiddelen met een flessenhalshuls?

Met een gewone recht-voor-z'n-raap rechte huls is er geen enkel probleem, maar de flessenhals betekent een vernauwing. Dat boudt in dat bij de ontbranding het vulmiddel door een vernauwing perst moet worden. Het is immers niet brandbaar, zoals het kruit zelf. De rijst mag natuurlijk niet gaan verstoppen of een prop gaan vormen. Sommige kalibers zijn daar gevoelig voor, heeft Hildo begrepen. Hij meent dat de 577-450 Martini Henry huls de neiging heeft om uitelkaar getrokken te worden bij vulmiddel met een te hoog eigen gewicht, maar hij weet dat niet zeker.

 

18 maart 2015. Schietkaart Antonia

Dit is de eerste keer, na tien dagen, dat Hildo weer schiet. Dergelijk grote tussenpozen tussen het schieten heeft hij niet vaak. Maar gelukkig schijnt het hardnekkige griepje goeddeels overwonnen. Deze eerste kaart van Antonia laat geen geweldige resultaten zien, maar dat is iets wat waarschijnlijk met name aan Hildo ligt.

Onderkant zwart

Gericht is onderkant zwart en daar lijken de kogels ook uit te komen. Dit is met de basisinstelling van het vizier zoals die door mr. Mouse aan Hildo is verteld. Maar het vizier is achterovergeklapt en de schuif staat op '10', dat zou iets van ergens tussen de 200 en 300 meter moeten zijn, mits Hildo het vizier goed geïnterpreteerd heeft.

 

18 maart 2015. Zwaar sluitende grendel

Het valt Hildo op dat het kameren van de patroon prima gaat, maar het sluiten van de grendel gaat zwaar, te zwaar. Na het schot blijk dat er krassen op de huls zitten, net onder de nek, waar de huls van dun naar dik gaat. Hildo denkt dat de nek van de Horneber hulzen een fractie hoger zit dan de kamer van Antonia toelaat, duidelijk te zien aan de krassen op de huls. Met de overall lengte van de hulzen is niets mis. Komt vast vanzelf goed tijdens gebruik, een huls zet zich immers naar de kamer van het wapen. Een lege huls grendelt nu al een stuk gemakkelijker.

 

22 maart 2015. Lee 329-205 & Lee 324-175 kogels

Tijdens een gietsessie vandaag heeft Hildo voor het eerst een kleine serie kogels gegoten van beide Lee giettangen die aangeschaft zijn voor Antonia de Kropatschek. Het gieten valt niet mee, het lood is slecht op temperatuur te houden met de relatief lage buitentemperatuur. Een frisse wind die de gietlepel en het gietblok verder afkoelt, helpt ook niet. Flink wat kogels zijn niet helemaal perfect en laten tekenen van te koud lood zien. De 329-205 is geschikt voor een gascheck. De 324 kogel laat bovenaan een schuine inkeping zien, geschikt voor een roll krimp, vreemd. De voet van de 324 is wat onduidelijk vorm gegeven, geen driving band, maar de voet lijkt Hildo ook niet geschikt voor een gascheck.

Puur lood

Beide kogels zijn gegoten van puur lood en waarschijnlijk niet echt geschikt om zonder paper jacket te schieten. Op een met lood versmeerde loop zit Hildo niet te wachten.

 

22 maart 2015. Lee 329-205 kogel

Ook gegoten van puur lood en ze vallen behoorlijk consistent, een duizenste inch te groot, als 330" uit het gietblok. Omdat Hildo ook een .329" sizer-die heeft, heeft hij daar gelijk een paar doorheen gehaald. Over het algemeen heeft Lee de afmetingen aardig correct, maar de .329 sizer-die blijkt naar .327 te sizen. Gelukkig komt dat in dit geval prima uit. Nog een fractie te groot, maar met een beetje geluk is na het zetten van de kogel en een taperkrimp de patroon straks nog nét te kameren.

Paper patchen?

Natuurlijk kunnen straks ook papier omwikkelde kogels door de sizer-die om ze op maat te krijgen. Eerst nog even op zoek naar wat dunner papier dan 80 grams printerpapier, dat heeft een dikte heeft van rond 0.0035" en dat is teveel van het goede.

 

25 maart 2015. De Frontier is bijna op!

De Frontier kogels doen het in Hildo´s Shadow niet bijzonder, zeker niet in combinatie met de 4,2 grain N320. Daarom knalt Hildo ze er in hoog tempo door, weg ermee! Gelukkig zijn de kogels bijna op. Binnenkort gaan er nieuwe aangeschaft worden en zal Hildo een lading proberen te ontwikkelen waarbij de patroon goed en zuiver schiet én de IPSC power factor haalt. Het ligt in de bedoeling dat hij daar niet meer van af gaat wijken. Als u eenmaal een goede patroon hebt, dan is het goed, toch? Of de schoongemaakte loop van de CZ hier voor een kleinere groep heeft gezorgd, durft Hildo niet te zeggen.

 

29 maart 2015. Paper patches uittekenen

Eerst is wat rekenwerk noodzakelijk om de juiste patchlengte te kunnen bepalen. Alles is logisch, dat scheelt, want Hildo is geen bijzonder rekentalent en heeft geen wiskundeknobbel. De maten zijn die van Hildo's kogel, maar u kunt de berekening natuurlijk voor alle kogels gebruiken, alleen de kogeldiameter aanpassen en eventueel de dikte van het papier.

Lengte van de patch

U neemt de diameter van de kogel en vermenigvuldigt die met pi (3,14) om tot de omtrek te komen.

8,42 mm x 3,14 = 26,44 mm

Dit is één omwenteling en het is de bedoeling dat het papier twee keer rond gaat. De tweede keer is de kogel dikker omdat hij al een keer gewikkeld is, de dikte van het papier moet er nu bij.

8,42 mm + 2 x .004 mm papierdikte = 8,50 mm diameter, dus...

8,50 mm x 3,14 = 26,69 mm

26,44 mm + 26, 69 mm = 53,13 mm totaallengte van de paper patch.

Schuine kanten

Met schuine kanten is het gemakkelijker om te wikkelen en zo blijft de patch ook beter zitten. Aan de ene kant springt de schuine kant wat in, aan de andere kant springt ie er weer uit. De hoek is verder niet van belang, u kunt ze anders maken, zolang de hoeken maar gelijk zijn. Hildo houdt een hoek van 45 graden aan. De lengte van de patch moet 53,13 mm zijn. Hildo zet dus, bij benadering, om de 53,13 mm een streepje. De juiste hoeken tekent Hildo daarna af met een geo-driehoek... komt die na 40 jaar toch nog een keer van pas, wie had dát ooit gedacht?

 

29 maart 2015. Kogels drogen

Natuurlijk kunt u uw kogels na het wikkelen in de vensterbank zetten maar geforceerd drogen kan natuurlijk net zo goed. In deze tijd van het jaar heeft Hildo de verwarming aan en de bovenkant van de kachel lijkt wel geschapen voor het drogen van de papier gewikkelde kogels. Droog voor u het weet.

De hoogte van de patch

Op de afbeelding hierboven is goed te zien dat het papier iets onder de kogel uitsteekt, dan kunt u het in een puntje draaien om later, als ze zijn opgedroogt, het puntje eraf te knippen. Het in een punt draaien of anderzins vouwen is lastig want het overstekende stuk is iets te kort. Volgende keer maakt hij de patch iets hoger, dan gaat het vast beter.

 

29 maart 2015. Huls getrompt... het past!

De hulsmond heeft Hildo een kleine tromp gegeven met behulp van de, prima werkende, Lee universele expander-die. Daarna is het een fluitje van een cent om de kogel in de huls te stoppen.

Kropatschek CH4D seat & crimp die

Als de bodem van de kogel er maar in zit. De volgende stap is de kogel op de juiste diepte te zetten en de juiste krimp te bepalen, zoveel krimp dat de patroon te kameren is. Niet meer dan dat, want dat betekent een onnodige belasting van de huls.

Buitendiameter hulsmond

Een gebruikte huls komt uit Antonia's kamer met een buitendiameter van .355" en de nieuw herladen huls heeft telkens iets meer krimp gekregen tot dat de buitendiameter ook .355" is, precies dezelfde maat dus. Er moest overigens wel behoorlijk wat krimp gebruikt worden om tot die maat te komen.

Niet alleen de nek

Dit is de eerste keer dat Hildo met genekte 'flessenhals'hulzen werkt en het valt hem op dat de krimp-die niet alleen de nek krimpt, maar ook de onderkant van de huls voor een groot gedeelte meepakt. Het zal wel zo horen, maar hij had liever alleen de nek gekrompen.

 

29 maart 2015. Kameren... het gaat!

Nu is het even oppassen, want een patroon kameren betekent dat uw wapen geladen is. In principe geen wenselijk scenario thuis, maar er is niet aan te ontkomen. Het is belangrijk om te weten of de patroon het wapen in wil en er ook weer uit kan. Loop de goeie kant op, zodat wanneer het wapen afgaat de kogel geen ongelukken veroorzaakt. Grendel dicht en de grendel weer open, hartstikke goed, hier kan straks mee geschoten worden.

Een historisch correcte kruitlading. Tot aan de nok toe vol!

De kogels zijn gegoten van puur daklood en de kruitlading bedraagt 73 grain Explosia 0 (FFFG), een fijne granulatie om zo hoog mogelijke drukken te genereren zodat de kogel kan opstuiken. Iedereen schiet gereduceerd met een Kropatschek omdat het goedkoper is, maar ook omdat de kogels dan geen sleutelgaten produceren, dus niet zijwaarts door de kaart gaan. Die sleutelgaten worden veroorzaakt door het strippen van de kogel, want de spoed is behoorlijk vlot voor een zwartkruitwapen, iets van 1:16, heeft Hildo gemeten (Edit: het opzetstuk draaide zichzelf los! Een latere meting gaf zelfs waarden tussen de 10.43 en 11.02 aan), en een kogel van .323" is niet erg dik en vult de trekken niet goed. Bovendien wordt er met lichte kogels geschoten, de originele was 247 grain, 32 mm lang en had geen vetgroeven en dus maximale grip over vrijwel de gehele lengte van de kogel. Als er gehard lood wordt gebruikt, kan het strippen verergeren omdat de kogel zich minder goed kan uitzetten in de trekken. Vroeger werd er niet met een gereduceerde lading geschoten, dus moet dat nu ook niet nodig zijn. Kortom... Hildo denkt dat Antonia met de zachtloden kogels en de huls tot aan de nok toe gevuld toch mooie ronde gaten schiet in de kaart. Of hij daarin gelijk krijgt, of de loop versmeerd raakt met lood, zal binnenkort blijken.

 

1 april 2014. Sleutelgat

Op 25 meter is dit gat in de kaart geschoten. Nog nooit is zijn trefzekerheid zo beroerd geweest. Er gaat duidelijk iets faliekant mis met de kogels. Wat dat precies is, weet Hildo niet. Strippen van de patch? Strippen van de kogel? Gas cutting, of in het Nederlands: het gasbrandereffect? Veel meer kan het niet zijn, want het geweer zelf is best wel goed. Het ging bij de vorige schietbeurt, met gereduceerde lading, heel aardig.

Weer blaasjes op de huls

Ook ditmaal is er met gloednieuwe hulzen geschoten, maar zonder vulmiddel. De blaasjes vlak onder de hulsnek die zich op 18 maart aftekenden, zijn ditmaal wéér aanwezig. De blaasvorming heeft duidelijk niet gelegen aan de gemalen rijst die Hildo toen als vuldmiddel heeft gebruikt. Het zal liggen aan bepaalde onregelmatigheden in de kamer op de plek waar de nek van de huls begint. Het is lastig om de nek te inspecteren, maar met een Cerrosafe afgietsel van de kamer zal vast duidelijk worden wat er aan de hand is.Dat gaat Hildo later nog doen.

 

1 april 2015. Langzaam en snel

Nog een keertje langzaam en snel schieten. De uitkomst is duidelijk: als u langzaam schiet, bent u nauwkeuriger. Niets nieuws! Dit waren overigens de laatste LOS copper plated hollow point kogels, de resultaten zijn duidelijk beter dan met de Frontier copper plated hollow base round nose kogels. Het schot is duidelijk harder en repeteren doet de Shadow ook weer, ondanks dat er 0,4 grain minder N320 kruit in deze patroon zit.

 

2 april 2015. 8 mm holpijp

Hildo gaat niet naar gereduceerde ladingen, maar zoekt naar een andere oplossing. Dus snel een holpijpje gehaald bij de bouwmarkt in 8 mm. De uitgeslagen viltjes, uit gewone bierviltjes, passen prima in de huls. Ze zitten relatief strak. Uit de huls vallen doen ze niet. En ook met de mond, via het zundgat, eruit blazen, lukt niet. Dit lijkt goed.

Wat is de bedoeling hiervan?

De bedoeling is de huls volgooien met kruit, daarna een viltje erop, daarna een vetpil en daarna weer een viltje en dan de papier gewikkelde kogel. De vetpil achter de kogel werd vroeger ook gedaan. Hildo gebruikt het altijd in zijn voorlaadrevolvers, dan blijft de zwartkruitvervuiling mooi zacht. Hildo denkt dat op het moment dat het schot afgaat het vet tussen de viltjes uitgeknepen wordt. Daardoor kan het vet de kogel beschermen tegen het snijbrandereffect. Het kogelvet dat hij gaat gebruiken is het reguliere 50/50 buienwas/ossewit. Mocht dit niet afdoende zijn, dan laat hij het onderste viltje weg en zet hij de vetpil direct op het kruit zodat het beter kan smelten.

 

8x60R Kropatschek met koper mantel (klik plaatje groter)

Fantastisch plaatje met een doorsnede van de eerste Kropatschek patroon met een in dun koper gewikkelde kogel, compleet met verduidelijkende tekst in het Frans. Of de tekening en tekst uit 1886 komen weet Hildo niet, maar het lijkt er wel op. Vooralsnog ziet hij geen reden tot het in twijfel trekken van deze gegevens. Het laat duidelijk zien dat onder de kogel een vetpil zit met zowel onder als boven een viltje. Volgens de tekst is de kogel van gehard lood, 16 gram (247 grain) en heeft deze een lengte van 32 mm. De totale patroon was 82 mm, wat bij een hulslengte van 60 mm zou betekenen dat de kogel er 22 mm uitsteekt en 10 mm in de huls zit. De huls is van messing en aan de binnenzijde gelakt, volgens Hildo's beste Frans. De patch is van koper en waar deze buiten de huls uitsteekt is hij gevet.

De snelheid

De opgegeven snelheid van deze patroon was 532 m/s, maar tijdens testen met een chronograaf kwam l'Ecole Normale de Tir (Franse militaire schietschool en wapentesten) maar tot een snelheid van 510 m/s. De kruitlading lijkt te hebben bestaan uit 4,5 gram, wat 70 grain is. Wat de Franse schietschool moest met de Portugese Kropatschek is Hildo onduidelijk. Misschien geïnteresseerd in de ballistiek van de 8x60R Kropatschek? De Fransen zelf waren in 1886 druk bezig met het 8 mm nitro Lebel geweer en het testen van de munitie, voorzien van een koper-nikkel legering volmantel kogel, onder supervisie van Nicolas Lebel zelf.

 

5 april 2015. Met 0,5 tot 1 grain kruit en een paper patched kogel

Knallen in de schuur met een Kropatschek lijkt onverstandig, maar er is iets anders gaande dan wat u mogelijk zou kunnen denken. De kogel moet in de loop blijven steken!

0.5 grain kruit

Met alleen het slaghoedje de kogel in de loop krijgen, wat met een pistool wel wil, gaat met zo'n grote huls waarschijnljk niet lukken. De kleinste schijfladingen waar mee geschoten wordt, liggen wellicht rond de 9 grain met een .36 bal, en hard gaat dat niet. Hildo heeft een 8x60R Kropatschek huls geladen met een halve grain zwartkruit en de bedoeling is dat de kogel de huls uitgaat en in de loop blijft steken, voor nader onderzoek.

0,5 grain kruit: het schot

De huls is voorzien van een CCI 200 large rifle primer, maar hij lijkt te weigeren. Het enige wat Hildo hoort, is de klik van de slagpin. Hildo wacht even, je weet maar nooit of ie alsnog afgaat, en opent de grendel. De kogel blijkt gewoon nog in de huls te zitten en is geen millimeter verschoven. Hij klopt de kogel uit de patroon met de ontlaadhamer. De kogel is zwart aan de onderkant. Het kruit is dus wel ontbrand, maar er was te weinig druk om de kogel uit de huls te krijgen.

1 grain kruit: het schot

Een verdubbeling van de lading, en Hildo prepareert nogmaals een patroon met ditmaal één grain zwartkruit. Hij haalt de trekker over en wederom lijkt er niets te gebeuren, alleen de klik van slagpin is hoorbaar. Na het openen van de grendel blijkt de kogel echter niet meer in de huls te zitten. Succes!

 

5 april 2015. Het 0,5 grain kruit schot

Onvoldoende kruit om de kogel de huls uit te krijgen, maar er zijn wel interessante dingen te zien. De onderkant van de kogel is zwart, maar ook verder omhoog is de kogel niet schoon meer. Dat betekent dat ook daar hete verbrandingsgassen in contact komen met het papier, zelfs al voordat de kogel de huls uit is. De ruimte tussen hulsnek en kogel wordt dus niet goed afgesloten, ondanks het 'pakking-effect' en de sterke krimp. Dit is niet goed.

 

5 april 2015. Het 1 grain kruit schot... de onderkant

Is het de kogelbodem, kogelbasis of kogelkont? In ieder geval is hier heel erg duidelijk te zien wat er bij deze kogel misgaat. Het papier op de kogelbodem zat er na het 0,5 grain schot nog een beetje op, na dit 1 grain schot is het papier op het kogelkontje helemaal weggebrand. Ook op de zijkant is de paper patch ernstig aangedaan aan de onderzijde van de kogel. Dit was een schot met 1 grain kruit, u kunt zich voorstellen wat een volle lading van 70 grain met de paper patch doet... Het omvouwen van de paper patch aan de onderkant van de kogel om de kogel te beschermen is zinloos. Het beschermt de kogel niet, het brandt gewoon weg. Het iets omvouwen dient alleen om te voorkomen dat de paper patch zich loswikkelt.

Bodembescherming is noodzakelijk

De volgende patronen zullen voorzien gaan worden van viltjes ter bescherming van de kogel en de paper patch. Viltjes zijn duidelijk noodzakelijk. Tevens gaat er een vetpil gebruikt worden, en dan maar zien of het wel werkt. Hildo heeft goede hoop!

 

 Beter dan een Kalashnikov?

Olga, de CZ 858 Tactical in 7.62 x 39

6 april 2015. CZ 858 Tactical
Om maar met de deur in huis te vallen: zij heet Olga, komt uit Tsjechië, ze is geen lid van de Kalashnikov familie en Hildo is niet ineens een fout figuur. Dit is een hartstikke leuk karabijntje hoor. Bovendien: een nieuwe, goede AK kost momenteel iets van 850 euro en een goede gebruikte nog altijd wel iets van 400. Of u nu kiest voor een 'echte' Russische of voor één van de vele klonen gaat, het blijft relatief prijzig. Andere van dit soort semi-automatische aanvalswapens, zoals bijvoorbeeld de AR15 types, doen een nog veel zwaardere aanslag op uw geldbuidel.
De CZ 858, een prikkie!
Uitzondering is de CZ 858 Tactical, of ook wel VZ 58 in de volautomaat legeruitvoering. De verkoopprijzen in Nederland gaan vanaf 299 euro voor een nieuw geweer, en dat is geen typefout. Hildo betaalde voor Olga 225 euro, inclusief een flinke klets surplusmunitie. Dit is veel geweer (karabijn) voor weinig geld, dat past Hildo precies!
Waarvoor dit wapen?
Dát moet nog even bekeken worden. In principe is het met surplus legermunitie in ieder geval goedkoop schieten, altijd welkom. Momenteel iets van 200 euro voor 1400 stuks en dat is, op kleinkaliber na, het goedkoopste wat er is. Iets van tien jaar geleden was dat zelfs nog 125 euro, de munitieprijzen stijgen duidelijk in een hoger tempo dan Hildo's loon. Misschien is het ook wel leuk voor IPSC rifle. Alhoewel, als u echt wilt winnen is dit daarvoor niet het juiste geweer. Goed meekomen met de meer gesofisticeerde AR15 modellen van tegen, en vér over, de 2000 euro zal er niet in zitten. Maar wie zal het zeggen waar het nog heengaat met Olga? En mocht Hildo er zat van zijn... het heeft in ieder geval niet veel gekost.


6 april 2015. Ammo!
De 7.62x39 is een patroon die veel gebruikt wordt. Natuurlijk in de Kalashnikov, maar ook in veel andere wapens. Het is geen full-size patroon, meer een halfwas geweerpatroontje. De kogel weegt iets van 124 grain, net zoveel als een standaard 9 mm kogel maar de diameter is kleiner. De punt is spits en er zit veel meer kruit achter. Iets van 25 grain, denkt Hildo. Een beetje geweerpatroon kan zomaar richting de 50 grain kruitlading gaan met een kogel van 160-180 grain. Het betekent dat de 7.62x39 prettig te schieten is in een lichtgewicht wapen zonder dat er sprake is van veel terugslag.
Surplus munitie
Surplus is overbodige legervoorraad, in dit geval uit Rusland. Als een land een leger heeft moet het munitie hebben, en genoeg. Daarom worden er oorlogsvoorraden aangelegd. Als die voorraad erg lang in een magazijn ligt wordt het oud en wellicht minder betrouwbaar. Dan wordt het verkocht aan, bijvoorbeeld, de wapenhandel die het vervolgens weer verkoopt aan de sportschutter. Weggooien is zonde en de sportschutter knalt lekker goedkoop. Deze munitie wordt lucht- en waterdicht verpakt in een blik van 700 patronen wat overeenkomsten vertoont met een blikje haringen in tomatensaus. In zo'n blik zitten de patronen verpakt in kartonnen doosjes van 20 stuks. Twee van die blikken gaan in een houten kist met een stalen band erom. Op die manier zitten de patronen geduldig hun tijd uit tot het uiteindelijk tijd is om ingezet te worden, bijvoorbeeld op de schietbaan in Hoogeveen!



7.62x39 die-set, hulzen en kogels
Tweedehands overgenomen, maar in absolute nieuwstaat: een RCBS die-set met shellholder, veertig nieuwe hulzen en een doosje kogels, beide van Sellier & Bellot. Volledig zinloos eigenlijk, want goedkoper schieten dan met surplus munitie kan niet. Evengoed, van wat experimenteren is Hildo niet vies en daarvoor zijn deze attributen noodzakelijk. In ieder geval de die-set, maar ook de hulzen want in surplus munitie worden stalen hulzen gebruikt en die lijken Hildo niet te herladen, tenminste niet voor wie zijn die-set heel wil houden.

8 april 2015. Antonia: SuperCharge met vetpil!

Hildo heeft 2 x 5 schoten met 70 grain Explosia 0 gedaan, maar is vergeten de tweede keer de kaart te fotograferen. U zult het met vijf gaten minder moeten doen. Van de tweede serie misten er twee kogels de kaart.

Twee verschillende patronen

1e serie van 5: papier gewikkelde kogel + viltje + vetpil + kruit

2e serie van 5: papier gewikkelde kogel + viltje + vetpil + viltje + kruit

Bij de tweede serie zat er nog een viltje tussen vetpil en kruit, bij de eerste niet. Hoe dan ook: beide series zijn geen succes waar het de precisie betreft en Hildo weet niet precies wat hij daar aan moet doen.

Harde kogels?

Er is tot op heden nog steeds met kogels van puur lood geschoten. Mogelijk doen kogels van gehard lood het beter. Misschien gaan die rechter de trekken en velden in, maar die moet hij eerst nog gieten. Ook kan er natuurlijk zonder of met paper patch geschoten worden. En dan zijn er nog de verschillende soorten papier, verschillende diktes...

Langere OAL?

Misschien is het ook beter om de kogel nog verder naar buiten te zetten zodat de kop dichter of zelfs al iets in de trekken en velden zit.

Slaghoedjes?

Hildo gebruikt momenteel CCI 200 large rifle. Met nitro zit er verschil in kogelsnelheid, dus in de verbranding van het kruit, met gebruik van magnum slaghoedjes. Ook met zwartkruit maakt het merk of type slaghoedje vast wat uit.

Ander kruit

De volgende keer gaat er eerst ander kruit gebruikt worden, het veel grovere Explosia Jagdschwarzpulver 0 met een granulatie die ongeveer overeen komt met FG. Ook kan er nog Zwitsers kruit gebruikt worden. Dat is een stuk krachtiger en dat komt misschien meer overeen met het orginele kruit.

Veel combinaties

Er zijn zeer veel combinaties met lading en kogels mogelijk en minstens eentje ervan zou de goede moeten zijn, want vroeger schoot het wapen natuurlijk ook met volle zwartkruitladingen en was er best iets mee te raken. Hildo geeft niet op!

Kwaliteit

Het wapen is gemaakt in Tjechië en dat land is bekend om zijn technische competentie. In feite komen er fijne wapens vandaan voor vaak redelijke prijzen, maar de CZ 858 is wel heel erg goedkoop. Toch lijkt de CZ 858 in de praktijk prima te voldoen, met een betrouwbaarheid en precisie die niet onderdoet voor de AK.

De ontwikkelingshistorie

Hildo pretendeert zeker geen kenner te zijn, dus de info kan best wat rammelen. Naar wat hij ervan begrepen heeft, is de CZ 858 in 1958 op de markt gekomen, ongeveer 11 jaar na de AK 47 (1947). Destijds viel het hele oosten onder de Sovjet-Unie en alles was AK wat de klok sloeg. In Tjechoslowakije, nu de afzonderlijke landen Tsjechië en Slowakije, meenden ze iets anders te moeten ontwikkelen. Geen AK maar een verbeterde AK en, hoe bijzonder in die tijd, ze kregen zowaar goedkeuring voor het project! Het wapen diende wel de standaard 7.62x39 Kalashnikov munitie te kunnen verschieten. Het is gebouwd van 1958 tot 1984. De huidige nieuwe CZ 858 modellen schijnen te worden geassembleerd van nog bestaande onderdelen. Of er nog nieuwe onderdelen gemaakt worden, weet Hildo niet. Het schijnt dat het leger van Tjechië ook nu nog voor een groot gedeelte is uitgerust met dit wapen, net als in Slowakije. Uiteraard in de volautomatische variant. Hoe het verder tot in detail zit, Hildo weet het niet en het maakt hem ook weinig uit.

De techniek

Een beetje onduidelijk voor Hildo als zwartkruitschutter. De CZ 858 ziet er ongeveer uit als een AK, kan hetzelfde als een AK en verschiet dezelfde 7.62x39 munitie. Maar in technisch opzicht is het wapen anders, naar het schijnt in principe zelfs beter. Onderdelen zijn in ieder geval niet uitwisselbaar, wat wel een beetje jammer is omdat er voor de AK natuurlijk veel en goedkoop te krijgen is omdat het nu eenmaal erg gangbaar is. De kast is van gefreesd staal dat sterker is en minder vervormbaar als de gestampte stalen plaatkast van de Kalashnikov. Een CZ 858 zou daardoor zuiverder zijn. Het wapen is ook iets korter en lichter dan een toch wat lomper overkomende Kalashnikov. Het weegt inclusief leeg magazijn op Hildo's elektronische keukenweegschaal 3,1 kilo en da's niet veel.

 


6 april 2015. En het bouwjaar is?
Op de bodem van de huls staat bovenaan het nummer van de fabriek en onderaan het bouwjaar. Hildo heeft twee soorten patronen, groen gelakte en koperkleur verzinkte. Beide komen uit fabriek nr. 60 van de voormalige Sovjet Unie, waarbij 60 voor de Frunze Machine Tool Plant staat. Frunze ligt in het huidige Kirgizië en heet tegenwoordig (weer) Bishkek. Het onderste getal geeft de productiedatum weer, dus de '63' staat voor 1963 voor de linker en de rechter gelakte patroon met '75' komt uit 1975. Daarmee zijn deze patronen op dit moment 40 en 52 jaar oud!
Corrosief
De gebruikte slaghoedjes zijn voorzien van corrosief slagsas. Dat betekent het wapen schoonmaken, met name de loop, anders gaat het roesten. Als zwartkruitschutter is Hildo met de noodzaak van snel schoonmaken bekend, dus niet iets wat hem vreemd voorkomt.
Precisie
Hildo heeft het al meermalen gehoord: surplus munitie is geen wedstrijdmunitie. Als u écht kleine groepjes wilt schieten, is surplus niet wat u wilt. In hoeverre de leeftijd van de patronen of de kwaliteit van de gebruikte componenten hier een rol in speelt, durft Hildo niet te zeggen. Of er nog wat mee te raken valt? Vast wel!

 

6 april 2015. Lee .312-155-2R gietmal voor Olga

Deze had Hildo al een poosje liggen. Hier kunnen kogels mee gegoten worden voor Olga, dus voor de 7.62x39 patroon. De spoed in de loop van Olga is vlot, dus gehard lood is noodzakelijk. Zelfs dan nog verwacht Hildo dat hij tegen de minimale lading aan moet gaan zitten met snelste kruit wat voor deze patroon gschikt is. Het opgegeven gewicht van 155 grain is ook een stuk zwaarder dan de 124 grain van de standaard volmantel kogel.

 

8 april 2015. De eerste kaart met Olga

Wat de precisie betreft valt Olga niet tegen. Haar loop is nog geen 15" lang en het wapen is erg licht, dus een beetje wiebelen gaat gemakkelijk. Het vizier valt ook niet tegen, het is aardig duidlijk waar u zit te richten ondanks de iets korte kolf. Die 68 punten van vandaag gaan binnenkort zeker verbeterd worden.

Beetje leuk?

Best wel, en het schiet tamelijk rustig. Wel veel kabaal, iets waar de korte loop waarschijnlijk debet aan is. Dit is Hildo's eerste nitrogeweer. Het schieten met patroonwapens gaat natuurlijk al stukken vlotter dan met voorladers en met een semi-automaat gaat het niet langzamer. Olga is leuk maar Hildo weet, en wist, dat zijn echte voorkeur toch bij Eleanor blijift liggen.

Betrouwbaar?

Iets van vier weigeringen in tien schoten. Het is duidelijk: een Brown Bess met een vuursteenslot is betrouwbaarder! De gelakte patronen lijken wat beter te ontsteken, of het is toeval. Er lijkt iets met de slagpin niet in orde, net alsof het slaghoedje soms niet goed wordt aangetikt. Nadere inspectie is noodzakelijk, Olga eerst maar eens uitelkaar halen en schoonmaken. Misschien zit er wel vuil in of is er iets stuk. Maar zoals het nu gaat lijkt het nergens op. Of had Hildo toch beter eerst kunnen gaan proefschieten alvorens tot aanschaf over te gaan? Hmmm...

 

15 april 2015. 76 grain FFG Elephant met Antonia

De huls vol, met het kruit tot in de nek want het onderste viltje wil Hildo in de nek hebben, niet iets eronder. Na het kruit dus een viltje, vetpil en nog een viltje. Er is dan niet bijster veel ruimte meer over om de kogel te zetten. Wat compressie met behulp van de Rock Chucker zorgt er voor dat de kogel wel gezet kan worden. Relatief ver naar buiten, maar nog lang niet in de trekken en velden. Als de kogel iets verder naar buiten gezet wordt, is er blijkbaar iets te weinig grip tussen huls en kogel en heeft de kogel de neiging om in de kogelzetter te blijven zitten in plaats van in de huls.

De kogel

Weer dezelfde Lee 329-205 die papier gewikkeld wordt en iets vettig gemaakt en gesized wordt naar .329. De kogel is ook ditmaal van gewoon zacht lood.

Lood in de loop?

Nee, helemaal niets van te bespeuren tijdens het schoonmaken. De paper patch doet, in combinatie met de vetpil, zijn werk uitstekend.

Op de schietbaan... precisie is drama

Tien patronen zijn er gemaakt en Hildo knalt ze er stuk voor stuk door. De klap is hard en wat scherp, duidelijk te horen dat er veel kruit in zit, maar de terugslag valt erg mee omdat de kogel niet erg zwaar is. Erg stabiel staat Hildo vanavond niet, maar de kaart missen, zo erg is het niet. Toch treffen van de tien kogels maar drie de kaart. De precisie is, wederom, ver te zoeken. Het gebruik van grover FFG kruit maakt geen verschil.

De volgende keer

Hildo denkt dat hij de oplossing heeft: hard lood. Hij vermoedt dat de kogel, na het afgaan van het schot, de huls verlaat en vervolgens niet helemaal recht in de trekken en velden terechtkomt. De punt van de kogel is erg zacht en laat zich gemakkelijk vervormen. Daardoor komt de kogel iets scheef in de loop en is het schotbeeld beroerd. Hij vermoedt dat bij hard lood de kogel zich beter zal centreren en dat daarmee de precisie zal verbeteren. Of hij gelijk heeft? Dat ziet u als Hildo met harde kogels de baan op gaat. Ze moeten nog wel even gegoten worden.

 

 BACK

 ---- Western wedstrijdkalendertje  ----

Zwartkruit wedstrijden worden vrijwel het gehele jaar door georganiseerd. Een klein gedeelte van deze evenementen, waar wat te doen is op welke data, ziet u in Hildo's wedstrijdkalendertje. Klik hier!