Hildo's Zwartkruit! (page 35)
Neerlands hoop in bange dagen!

 BACK
Truus! Het Nederlandse infanteriegeweer van 1871 tot 1895

De M71-88 Beaumont-Vitali

De Denen met voorladers in de verdediging bij Sonderborg in 1864.

Tweede Deense-Pruisische oorlog

In 1864 krijgen Denemarken en Pruisen (Duitsers) het voor een tweede keer met elkaar aan de stok over de hertogdommen Sleeswijk en Holstein. Het draait er op uit dat Bismarck, de minister-president van Pruisen, de Denen de oorlog verklaart. Denemarken had de eerste oorlog in 1851 gewonnen, maar de Denen schieten in 1864 nog met voorladers. De Pruissen met hun Dreyse naaldvuurgeweer, een enkelschots grendelgeweer met papierpatronen. Maar waar dat wapen eerder problemen met gasafdichting bij de grendel had (waardoor het lastig was gerichte schoten af te geven doordat, met het geweer aan de schouder, de schutter een gedeelte van de gasdruk in het gezicht kreeg), is het Dreyse geweer nu geüpdatet en werkt het beter en afgezien daarvan zijn de Pruissen dit keer ook beter georganiseerd. Een achterlader heeft een groot voordeel voor de soldaat als hij zijn geweer moet laden: het gaat stukken vlotter en hij kan in dekking blijven liggen. Tijdens deze oorlog blijkt al snel dat de Denen geen schijn van kans hebben, zowel door ondermaatse organisatorische kwaliteiten, de overmacht aan Pruisische kannonnen maar zeker ook het grendelgeweld van de Pruisische Dreyse geweren. Dat laatste feit, overal wordt in Europa nog met voorladers geschoten, maakt zeer veel indruk. In 1866 is er nog een oorlog tussen Pruisen en de Oostenrijkers die alweer in het voordeel van de Pruisen uitvalt. Het einde van het voorlaadtijdperk is nu met onmiddellijke ingang aangebroken.

Nederland wil ook een achterlaadgeweer!

Ook de Nederlandse regering heeft goed gezien wat er gebeurd is met de met voorladers bewapende Denen. Europa is destijds tamelijk onrustig en een goede bewapening wordt op dat moment als van levensbelang beschouwd. Ieder voor zich en God voor ons allen. Wie Nederland op dat moment precies vreest? Iedereen kan een potentiële vijand zijn, maar de Pruisen staan op dat moment in ieder geval met stip op nummer één. De Nederlandse Regering besluit al in 1865 definitief dat er een achterlaadgeweer moet komen, maar intussen lopen de Nederlandse troepen nog steeds met hun 17,5 mm voorlaad musketten in het rond. Weliswaar met getrokken lopen, maar evengoed... Haast is geboden, want de technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en achterblijven mag niet gebeuren! De zwartkruit wapenrace is inmiddels in volle gang en er is al een poosje een commissie die voor de invoering van een nieuw en modern geweer voor Nederland moet zorgen.

Eerst omgebouwde voorladers

De angst voor het uitbreken van een oorlog en wantrouwen in de effectiviteit van de ouderwetsche voorladers is uitermate groot. Dermate groot dat zelfs als tussenmaatregel eerst een groot gedeelte van de M1815 en M1848 voorladers wordt omgebouwd naar achterladers volgens het 'Stelsel Snider' zodat Nederland in ieder geval íets heeft. In januari 1867 is de invoering van het Stelsel Snider (hedendaagse schutters zeggen meestal 'Snieder', maar Hildo vermoedt dat het best eens 'Snijder' geweest zou kunnen zijn) er vlot doorgedrukt. Er worden in 1867 eerste instantie 40.000 geweren van het kaliber 17,5 mm worden omgebouwd naar Sniders en in 1868 volgen er nog eens iets van 30.000. Uiteindelijk zijn er in 1868 72.000 geweren omgebouwd en de gehele Nederlandse infanterie is er vanaf dat moment mee uitgerust. Er zijn meer landen die hun voorladers snel naar achterladers hebben laten ombouwen... Denemarken hoort er ook bij.

Nederland wil ook een ´kleinkaliber´ achterlaadgeweer!

De ombouw van de grootkaliber voorladers naar 'stelsel Snider' achterladers was niets meer dan een tussenstap, alleen maar om eerst even snel een achterlader te hebben tot de invoering van een compleet nieuw geweer met een veel kleiner kaliber, want dat kleinere kalibers de toekomst hebben is ook dan al erg duidelijk. Al eerder, in 1864, waren er 800 17,6 mm voorladers omgebouwd naar 12,6 mm, het zogenaamde Boomgeweer. Maar het is bij een proefserie van 800 stuks gebleven. De voorlader is uit! De commissie van de Normaal Schietschool, die ook verantwoordelijk was voor de invoering van het Snider geweer, is uitermate goed op de hoogte van de ontwikkelingen en aan wat voor eisen het nieuwe Nederlandse infanteriegeweer uiteindelijk moet gaan voldoen. Dat is ´kleinkaliber´ met een diameter van maar 11 mm tot 11,4 mm, zoals de Franse Chassepot, en voorzien van het beste achterlaadsysteem dat er maar te krijgen is. Het naaldvuur systeem en papieren patronen van de Chassepot worden al snel als kwalitatief onvoldoende gezien. De commissie wil een metalen patroon met een boxer slaghoedje. Hoera voor het inzicht!

De keuze

De commissie is er nog niet over uit wat voor soort achterlaadsysteem het precies moet worden. Daarom worden van februari 1867 tot januari 1868 verschillende geweren aangekocht en beproefd. Het gaat om, bij Hildo gedeeltelijk bekende, namen als Peabody, Remington, Martini-Peabody, Werndl, Monseur, Desprez, Cooper, Comblain, Jenks, Benson-Poppenburg. De stelsels Werndl en Peabody vindt de commissie uiteindelijk geschikt, ondanks dat er wat veranderingen aan doorgevoerd zouden moeten worden. Er worden vijftig stuks van elk besteld, waaraan de veranderingen doorgevoerd zijn, voor beproeving door gewone soldaten. Dát zijn uiteindelijk de mensen die er goed mee om moeten kunnen gaan. Op dat moment ligt de keus in principe vast. Maar intussen worden nóg een paar geweren aangeboden, onder andere een Remington/Bout. In februari 1869 beginnen uiteindelijk de proefnemingen. In maart 1869 komt er nóg eentje aankakken met een geweer, en dat is Edouard de Beaumont met zijn 'De Beaumont' geweer, in feite een omgebouwde Franse Chassepot voor patronen met messing hulzen. Van dit wapen is de commissie dermate onder de indruk, dat ook dit geweer nog toegelaten wordt om beproefd te worden. Edouard levert er tien stuks. De tests worden uitgevoerd door één marine -en vier infanteriekorpsen en uiteindelijk is iedereen het er over eens dat het stelsel ´De Beaumont´ het beste, betrouwbaarste en sterkste is. Ook het eenvoudigst om uit elkaar te halen, schoon te maken en weer inelkaar te zetten. Een uitspraak in een rapport van de legereenheid die het Beaumont geweer testte ´Het gemak en snelheid van laden is boven allen lof verheven. Hierbij doet intelligentie niets af, hetgeen voor ons leger, uit jonge soldaten bestaande, een groot voordeel is´, lijkt er op te wijzen dat het Nederlandse leger destijds uit domoren heeft bestaan. De slimmeriken hadden waarschijnlijk voldoende geld om een vervanger voor het vervullen van de dienstplicht in te huren, dat kon toen. In ieder geval is het stelsel ´De Beaumont' aangenomen in januari 1870.

Een bijzonder interessant document van het legermuseum.nl over deze geschiedenis kunt u lezen door op de link te klikken.

Het hypermoderne stelsel 'De Beaumont'

In 1870 is dit absoluut een hypermodern wapen dat aan alle eisen van die tijd voldoet: enkelschots met een grendel, 11mm kleinkaliber en moderne messing hulzen met ingebouwd slaghoedje. Dezelfde combinatie is ook terug te vinden in zowel de Mle 1874 Gras van de Fransen als in de M1871 Mauser van de Duitsers, maar deze geweren hebben het levenslicht nog net niet aanschouwd op het moment dat het Beaumont geweer wordt ingevoerd.

Edouard de Beaumont

Edouard de Beaumont was een Nederlander die in Maastricht een wapenhandel runde. Hij werd tot voor kort gezien als de 'uitvinder' van dit geweer, maar was feitelijk, volgens Hildo, niets meer dan een handige harry, voorzien van een fikse kopieerdrift, een neus voor zaken doen en een vlotte babbel. Zijn de Beaumont geweer is dus uiteindelijk verkozen tot het nieuwe geweer van de Nederlandse infanterie. Hildo vindt hem een ondernemer en het verder niet de moeite waard om specifiek op deze man in te gaan. Wat Hildo overigens wél verbaast, is dat de Nederlandse regering een handelaar met een winkel in Limburg de opdracht verstrekte om het gehele Nederlandse leger van nieuwe geweren te voorzien.

De techniek

In feite is het Beaumont geweer zeer sterk gebaseerd op de Franse Mle 1866 Chassepot. 'Goed gejat is beter dan slecht bedacht', moet Edouard gedacht hebben, want het wapen lijkt een Chassepot-kopie die her en der wat aanpassingen ondergaan heeft. Ene J.J. Cloes, een  wapenfabrikant uit Luik, schijnt verantwoordelijk te zijn voor de aangepaste techniek van het Chassepot grendelmechanisme. Immers het wapen is, in tegenstelling tot de Chassepot, geschikt gemaakt voor gebruik van een moderne centraalvuurpatroon met messing huls. De papierpatroon zoals gebruikt in de Chassepot werd door de Nederlandse commissie die over de invoering van het nieuwe infanteriegeweer ging gezien als achterhaald, een goed inzicht destijds. De hoofdveer zit in de grendel, een systeem dat mogelijk gekopiëerd is van de Mauser Norris, een Duits geweer dat omstreeks diezelfde tijd, in 1867, getest is. In tegenstelling tot de Chassepot wordt de Beaumont gespannen tijdens het openen van de grendel, net zoals bij een modern grendelgeweer. Bij de Chassepot zijn dit nog twee afzonderlijke handelingen en dient, na het openen van de grendel, het spannen nog handmatig te gebeuren.

De productie

Het Beaumont geweer zou aanvankelijk geproduceerd gaan worden in Frankrijk. Helaas breekt daar in 1870 net de Frans-Pruisische oorlog uit waardoor de Fransen het even te druk hebben met het bouwen van Chassepot geweren. Een paar duizend lopen die al klaar lagen voor de Nederlandse Beaumont, zijn daardoor uiteindelijk op de Franse Chassepots beland. Edouard moet in ieder geval omzien naar een andere producent, want zelf maken kan hij ze niet. Hij is immers handelaar en geen producent. In 1869 zijn er een twintigtal Beaumont geweren in België gemaakt voor de tests door het Nederlandse leger. Uiteindelijk is het Beaumont geweer niet in België gemaakt maar werd het door meerdere fabrieken geproduceerd, waaronder de Werkplaats Voor Draagbare Wapenen in Delft, Stevens in Maastricht en fabrieken in Suhl (Thüringen) in (destijds) Pruissen. Dat laat tevens zien dat Edouard de Beaumont geen politieke voorkeur had, voor Pruissen of Frankrijk, die sterker was dan zijn drive om geld te verdienen. De Wapenfabriek P. (Petrus) Stevens in Maastricht is de fabriek die in 1874 Truus heeft gebouwd. Dit is duidelijk te zien aan de stempels op de kast. De latere modificatie van de wapens, in 1888 naar meerschots geweer, heeft Edouard de Beaumont wél in eigen beheer kunnen doen. Daartoe heeft hij destijds de geweerfabriek van Stevens in Maastricht aangeschaft. Na de Vitali-conversie heeft Edouard de Beaumont nooit meer iets gedaan wat vermeldenswaardig is voor de geschiedenisboekjes, behalve doodgaan in 1895.

De productieaantallen

138.000 stuks vanaf de eerste prototypes in 1869 tot en met de laatste geproduceerde geweren in 1880.

De inzet

Die valt tegen hoor. In de jaren dat het Beaumont geweer 'het geweer van de Nederlandse strijdkrachten' was, heeft Nederland niet veel gevochten, afgezien van de Atjeh-oorlogen. Geen mooie herinneringen voor Nederland, maar u moet het zien in een andere tijdsgeest. Truus zelf lijkt niet ingezet in wat voor oorlog dan ook, het geweer is nog steeds erg netjes en het hout verkeert in nog vrijwel ongeschonden staat.

Kaliber

Het exacte kaliber is een beetje onduidelijk, want er is destijds verschillende keren wat mee gerommeld. Was het de 11,4 x 51R? In 1879 is men een andere patroon is gaan gebruiken, de 'scherpe patroon no. 2', die ballistisch gezien beter presteerde. Dat zou dan mogelijk de 11,4x52R moeten zijn, geladen met 5 gram (77 grain) kruit, waar de oude het met 4,5 gram (69,5 grain) kruit deed. Een aanpassing aan de kamer, loop of grendel om de 'scherpe patroon no. 2' te kunnen verschieten is overigens nooit gedaan, elk Beaumont geweer is er geschikt voor. Hoe dan ook, als u wilt schieten met een Beaumont zit u wel vast aan dure hulzen, want Beaumont hulzen worden alleen in de Beaumont gebruikt. Zelf maken uit andere hulzen kan ook, onder meer uit de Amerikaanse 50-90 en vast nog wel andere, maar dat doet Hildo niet. Het is wat hem betreft een te grote investering in conversie-dies, want veel schieten zal hij met Truus niet gaan doen. Da's zonde, maar af en toe een keertje.... dat moet kunnen.

De meerschotsconversie

Ten tijde van introductie was de Beaumont een enkelschots geweer, niets mis mee. Hartstikke modern, maar de ontwikkelingen stonden op dat moment niet stil. Al in 1878 werd in Frankrijk, weliswaar alleen bij de marine, een Gras-Kropatcheck geweer ingevoerd, met het bekende buismagazijn. Rond die tijd werd een meerschotswapen steeds interessanter en uiteindelijk ook als noodzakelijk gezien. De Duitsers namen hun M71 Mauser onder handen en schroefden er een buismagazijn onder, de M71/84 Mauser. Nederland wist dat het (zwartkruit) geweer-tijdperk op zijn eind liep, want in 1886 was de Franse M1886 Lebel al uitgekomen en dat was het eerste militaire nitrokruit-geweer ter wereld. Nederland besloot ter overbrugging de bestaande wapens te converteren... dat was goedkoper dan een nieuw wapen dat binnen een paar jaar waarschijnlijk achterhaald zou zijn. De ontwikkelingen stonden niet stil! Na flink wat probeersels en testen met allerlei systemen, Nederland ging niet over één nacht ijs, is er voor gekozen de Beaumont te voorzien van een van boven te vullen niet verwijderbaar magazijn volgens een systeem dat is bedacht door de Italiaan Vitali. Dat geconverteerde geweer zag vanaf 1888 het levenslicht als de M71/88 Beaumont. Weliswaar konden er in de Beaumont Vitali minder patronen dan bij een geweer met een buismagazijn (vier stuks in het magazijn), maar met clips was de Beaumont Vitali veel sneller te laden. Bovendien kende dit systeem een vrijwel niet veranderend zwaartepunt naarmate er meer patronen werden verschoten. Het is het systeem van de toekomst gebleken en is uiteindelijk zelfs het standaardsysteem geworden voor heel veel grendelgeweren, voor de infanterie zelfs tot ruim na de Tweede Wereldoorlog en het wordt zelfs voor huidige grendelgeweren nog steeds gebruikt. Scheuren in het hout, onder bij het magazijn, is iets waar veel Beaumont-Vitali's last van hebben, maar Truus heeft het niet.

Nog best wat aanwezig

Het Beaumont geweer is een geweer dat u nog geregeld tegen kunt komen op Nederlandse schietbanen. Het 'oh, het is maar een Beaumont' is iets wat u sneller zult horen dan 'oh, het is maar een Sharps', om het even in perspectief te zetten. De gemiddelde zwartkruit georiënteerde medeschutter zal anno 2016 zeker niet zwaar onder de indruk zijn van uw Beaumont geweer. Hildo maakt het niet uit. Truus is een geweldig voorbeeld van de allerlaatste wapentechnische ontwikkelingen vlak voordat het nitrokruit-tijdperk aanbrak. Verder is het een mooi slank geweer, mooier dan de M71 Mauser en super Nederlands is zij ook nog, wat wil een rechtgeaarde Nederlander nog meer?

 

Grendel

In tegenstelling tot de grendel van de Chassepot wordt Truus automatisch gespannen als de grendel geopend wordt. Het geweer grendelt al echt als een modern wapen. De patroontrekker houdt de huls goed vast en werpt het daarna mooi het wapen uit. Alles functioneert nog perfect. De grendelknop is overgedimensioneerd omdat daarbinnenin de hoofveer terug te vinden is. Voordelen ziet Hildo niet voor deze afwijkende constructie, maar een nadeel is er wel: het is niet mogelijk de grendel om te buigen, zoals gebruikelijk voor de cavalerie die de geweren op de rug moet kunnen dragen. Voor de cavalerie heeft Nederland daarom destijds voor het Remington Rolling Block systeem gekozen.

 

De M71/79 conversie - de lange afstand

In de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 hebben de Fransen de oorlog duidelijk 'met de Franse slag' gevoerd. Slechts op één punt zijn de Fransen duidelijk heer en meester geweest en dat is op de lange afstand met hun superieure geweer. De Franse Chassepot heeft dat meermalen laten zien door vanaf zeer grote afstand op de Duitse infanteristen te schieten, op afstanden dermate groot dat de Duitsers niet eens terug hebben kunnen schieten omdat hun Dreyse naaldvuurgeweer niet bij machte was dat soort afstanden te overbruggen. Ook een lange vlakke kogelbaan is van belang, die wordt bereikt door een hoge kogelsnelheid. De kogel te licht maken zou betekenen dat het op de lange afstand onvoldoende penetrerend vermogen zou hebben. Dus meer kruit erachter, maar ook dat is aan beperkingen onderhevig om niet teveel terugslag te krijgen.

Het boogklepvizier van de Beaumont M71/79

Waar de meeste militaire geweren uit deze tijd zijn voorzien van een laddervizier, is de Beaumont voorzien van een zogenaamd 'boogklepvizier'. Ten tijde van invoering, dus van de Beaumont M71, zat er een ander vizier op, van hetzelfde principe maar kleiner/korter. En het vizier ging van 300 pas tot maximaal 1100 pas, waarbij een pas 0,75 meter was. Het eerste vizier was daarmee geschikt voor afstanden van 225 meter (300 pas) tot 825 meter (1100 pas).

Het vizier wat er nu op zit is er in 1879 opgezet, een aanpassing voor serieuze long range eigenschappen. Ene kapitein P.J. in de Betou ontwikkelt het vizier wat een 'In de Betou' vizier wordt genoemd. Het is in feite niets meer dan een vergote uitvoering van het oude boogklep vizier, maar het is geschikt voor langere afstanden. De ene kant laat de instelling zien van 200 t/m 1800 meter, aan de andere kant is het gegraveerd met 1.5, 2.5, 3.5, 4.5, 5.5 en 6.5 wat 150 meter t/m 650 meter voorstelt. In ieder geval was de vervanging van het vizier de ene helft van de aanpassing om van een M71 een M71/79 Beaumont te maken.

De andere aanpassing betrof de munitie.

Scherpe patroon No. 2

De Nederlandse minister van Oorlog (zo werd de minister van Defensie toen genoemd) ziet zowel die langere afstand alsook betere ballistische eigenschappen wel zitten. Om dat te bewerkstelligen, ontwikkelt ene kapitein Harsveldt de Harsveldt kogel die een gunstigere luchtweerstandscoëfficiënt heeft. Tevens wordt de kruitlading verhoogd van 4,25 gram maar 5,0 gram voor meer pit. In 1871 was het geweer ontwikkeld voor de 'scherpe patroon no. 8' en deze nieuwe patroon met Harsveldt kogel wordt 'de scherpe patroon No. 2' genoemd. Niet echt logisch, maar ze zullen hun redenen gehad hebben.

Er is ook naderhand nog voortdurend met de patronen geëxperimenteerd, er zijn allerlei verschillende 'scherpe patronen' geweest. Kalibertechnisch (is het nu 11x50R, 11x51R of 11x52R?) vindt Hildo het Beaumont geweer een rommeltje. Maar hij komt er wel uit hoor!

 

Op deze min of meer toepasselijke foto ziet u Ritmeester Hildo achter z'n bureau. Zie die drie sterren!

Gedachten van een officier in 1870 over het Nederlandse leger

Een ellenlang verhaal over de twijfels die een verder naamloos gebleven officier van het Nederlandse Leger heeft opgepend. Hildo heeft het wat ingekort, langdradig was men destijds wel, maar het laat nog steeds duidelijk de essentie van 's mans gedachten zien over het nut van remplaçanten. 

Doordat men nu remplaceering toestaat, kan de rijke, de gegoede onder de armen en broodeloozen wel altijd voor een zekere som gelds een plaatsvervanger vinden. Bij de militiewet van 1861 had men dus even goed kunnen bepalen, dat alleen het onaanzienlijkste, armste, dus ook het domste, onbeschaafdste en minst ontwikkelde gedeelte der natie (de heffe des volks) in tijden van gevaar het land met opoffering van haar bloed zou trachten te verdedigen.

Het eindresultaat is, dat men halve dieren eenigzins in menschen, maar volstrekt niet (met onmogelijk veel theorie en practijk) in bruikbare soldaten hervormd heeft.

Dan ziet men hier een wankelend bataillon in linie avanceeren, en daar eene kompagnie ellendig den voorposten- en tirailleursdienst uitvoeren. Nu, zoo mooi behoeft het niet te gaan, zegt men, wij zijn geen Pruissen. Neen, geen Pruissen, maar juist hun drilvelden, paradepas, regelmaat en orde zijn waarborgen, dat onder een vijandelijk vuur niet dadelijk alles in wanorde zal zijn. Bij ons, gedurende de oefening, avanceert wankelend een batallion in linie, maar hoe zal diezelfde linie wankelen onder een regen van kogels!

 

Dienstplicht in de 19e eeuw

Overgrootvader Frerik ging dus op 8 december 1868 in dienst en op 7 mei 1873 zwaaide hij af, vier jaar en vijf maanden later dus. De officiële diensttijd bedroeg volgens Hildo vijf jaar, beetje onduidelijk dus. De lange periode was in de praktijk minder ernstig dan u zou denken, want slechts 10 tot 15 maanden moest er daadwerkelijk gediend worden. De overige vier jaar was een tijd waarin men beschikbaar moest zijn en soms opgeroepen werd om te oefenen om zodoende het aangeleerde paraat te houden. Tevens werd de dienstplichtige tijdens deze periode in het dagelijks leven beperkt, hij mocht niet emigreren, niet zo maar ergens heen reizen zonder document, maar ook niet trouwen. Als hij jonger was dan 40 jaar diende hij een speciaal 'Nationale Militie' document te overleggen om te kunnen bewijzen dat hij aan de verplichtingen van de dienstplicht had voldaan. Vandaar het bestaan van dit 'Nationale Militie'-document van de 26-jarige Frerik, dat werd uitgegeven in 1876. In feite was het zijn vrijbrief tot verkrijging van een echtgenote.

Na Napoleon

Napoleon werd in 1815 in Waterloo verslagen en dat betekende, onder andere, het eind van zijn heerschappij over Nederland. Het Koninkrijk Nederland werd opgericht en aan het roer stond Koning Willem I. De dienstplicht was al voor die tijd ingevoerd, door Napoleon in 1810. Daarvoor waren het huurlingen die voor Nederland vochten. Na de giantisch fout gelopen veldtocht van Napoleon tegen Rusland, waar uiteraard ook Nederlandse dienstplichtigen bij betrokken waren, braken er in Nederland rellen uit tegen de dienstplicht tijdens de jaarlijkse dienstplichtloterijen. Er zijn zelfs doden bij deze anti-dienstplicht rellen gevallen, maar toch bleef de dienstplicht bestaan.

Dr. Eddie

Maar hoe zat dat nu eigenlijk verder met de militaire dienstplicht, die destijds 'conscriptie' werd genoemd, in die 19e eeuw? Daarover heeft ene Dr. Eddie van Roon 'De beleving van de dienstplicht in de 19e eeuw' geschreven. Een samenvatting daarvan en daarnaast flink wat leeswerk her en der heeft Hildo het één en ander verduidelijkt.

 

In 1870 de mobilisatie

Tijdens de Frans-Pruisische oorlog werd het Nederlandse leger gemobiliseerd, onder het motto 'Want je weet maar nooit of de vlam in de pan slaat'. Onder de gemobiliseerden bevond zich ook Frerik, Hildo's overgrootvader. Maar een behoorlijk aantal van de dienstplichtigen (miliciens) meldden zich ziek en de meesten leden aan 'haperende vaderlandse gevoelens'.

Enne... valt het ook ú op dat het metrische stelsel al ten tijde van Napoleon werd ingevoerd, maar dat er in de 'Oproeping' hierboven, uit het jaar 1870, nog steeds gebruik wordt gemaakt van mijlen om een afstand aan te geven?

In 1980 de 'Strijd tegen de Russen'

Die haperende vaderlandse gevoelens waren 110 jaar later niet anders, in Hildo's tijd in 1980, toen meer dan een paar dienstplichtigen Hildo toevertrouwden dat ze nooit zouden vechten, mochten de Russen komen. Iets waar Hildo zich aan ergerde. Na het behalen van het rijbewijs reed Hildo rond met een 'Beter een raket in de tuin dan een Rus in de keuken'-bumpersticker en aan dat diepgeworteld wantrouwen jegens Russische politici is na al die jaren nog helemaal niets veranderd.

                  ________________________________________ 

 

 

Truus, een geweer speciaal voor Nederland

Dit is Truus. Zij was een enkelschots M71 Beaumont, is omgebouwd rond 1988 naar meerschots wapen, en werd daarmee een M71/88 Beaumont-Vitali. Waarom wilde Hildo een geweer als Truus hebben? Zij is de laatste in de rij grendelgeweren die, alle tezamen, de volledige ontwikkeling weergeven van de historie van het grendelgeweer. Juliette de Mle1866 Chassepot, enkelschots naaldvuur. Bernadette de Mle 1866-74 Chassepot-Gras, omgebouwd van naaldvuur naar centraalvuur. Dan komt Claudette de Mle 1874 Gras, enkelschots. Daarna Antonia de M1886 Kropatschek, meerschots met buismagazijn. Als hekkensluiter is er dan Truus de M71-88 Beaumont-Vitali, meerschots met een modern, van boven te vullen, magazijn. En Voilà, hier heeft u de volledige grendelhistorie, want meer smaken zijn er niet.

Truus

Op dit moment is Truus Hildo's Beaumont-Vitali in 11x52R, 'het geweer kleinkaliber volgens het stelsel De Beaumont'. Als Hildo dood is, gaat zij natuurlijk weer over in andere handen. Zo gaat dat met antieke geweren en Truus is er vast geen uitzondering op, ze heeft gegarandeerd al heel wat eigenaren overleefd want zij werd gebouwd in 1874. Desalniettemin, voor haar leeftijd van 142 jaar ziet zij er nog zeer appetijtelijk uit. Zij is nummergelijk en voorzien van het serienummer 790, inclusief de pompstok (officieel 'ontlaadstok' om vastzittende hulzen te kunnen verwijderen). Alleen het serienummer 1975 op de linkerkant van de loop en op de kolfplaat kan Hildo niet thuisbrengen, misschien toch uit twee geweren samengesteld? Het houtwerk is nagenoeg perfect, onbeschadigd en mooi tijger-gevlamd, het is alleen niet goed te zien op de meeste foto's. Truus is een voormalig militair M71 Beaumont geweer, een wapen dat in 1871 werd ingevoerd in het Nederlandse leger. Later, het zal 1890 geweest zijn, te oordelen naar de dubbele stempeling van 1975 en 1890 op de kolfplaat, heeft zij een conversie ondergaan naar meerschots wapen en werd daarmee een M71/88 Beaumont-Vitali. In landen buiten Nederland is het 'De Beaumont' geweer nooit ingevoerd. Het is onder andere getest door de Fransen en de Duitsers, maar het geweer was niet goed genoeg, te duur of men is onder druk van nationalistische gevoelens tot een andere keuze gekomen, Hildo weet het niet. Ze hebben uiteindelijk toch voor hun eigen ontwerp, Gras en Mauser, gekozen. Het is en blijft daarom een product dat alleen in het Nederlandse leger is gebruikt. Het geweer kon het, volgens Nederland, uitstekend opnemen tegen zowel de Franse M1874 Gras als de Duitse M1871 Mauser. Truus is overigens, getuige de stempeling, door de Wapenfabriek Petrus Stevens te Maastricht gefabriceerd. Die firma heeft voor de fabricage van de overgrote meerderheid van de Beaumonts borg gestaan. Er zijn er ook geweren in Suhl, Duitsland gemaakt, maar die wilde Hildo niet. Truus is dus zowel door Nederland gebruikt als geproduceerd, dus... dubbel leuk!

 

Kolfplaat

De staat van de kolfplaat is geen duidelijke graadmeter voor de algehele toestand van Truus. Het is overigens meer oud vet dan roest wat u ziet. Evengoed gaat Hildo niet schuren, polijsten of anderszins bezig met de kolfplaat. Het bovenste nummer, 1890, is wellicht het jaar van de Vitali-conversie, die officieel in 1888 plaatsvond. Het nummer 1975 is tevens terug te vinden op de linkerzijde van de loop. De rest van het geweer is voorzien van stempels met het nummer 790, zowel op de kast als op de grendelonderdelen.

 

Vitali-ombouw

Als laatste update aan het Beaumont geweer, om de fire-power te verbeteren, werd er in een magazijn voorzien. Buismagazijnen waren er al, maar het Mannlichrer geweer kwam in 1886 met een magazijn welke door patroonclips van bovenaf razendsnel kon worden gevuld. Als het magazijn leeggeschoten was, viel de (te hergebruiken) clip onder uit het magazijn. De Beaumont was voor ombouw naar dit systeem niet geschikt, maar het Vitali magazijnsysteem zou prima gaan en ook dát was met een patroonclip met vier patronen razendsnel te vullen. Bovendien kon het Vitali magazijn met de hand stuk voor stuk bijgevuld worden. Hildo las ergens dat dat met het Mannlicher systeem niet mogelijk zou zijn en da's niet handig als er nog maar ééntje in zit. In mei 1888 werd geschreven dat een Vitali-ombouw ongeveer 6 gulden per geweer zou kosten, 40 patroonhouders per geweer zouden nogmaals 2 gulden kosten en een patroontas werd geschat op 1,25 gulden zodat de totale Vitali ombouw ongeveer 9,25 gulden per geweer zou kosten. Edouard de Beaumont heeft destijds de fabriek van P. Stevens in Maastricht gekocht en hem werd uiteindelijk de conversie gegund voor een bedrag van 8,10 gulden per geweer. De arbeiders die ook al verantwoordelijk waren geweest voor de productie van de meerderheid van de Beaumont geweren zijn tevens verantwoordelijk voor de Vitali-conversie.

 

De vlakkere kogelbaan

Bovenstaande afbeelding en ook best veel informatie is te vinden op 'Het Militair Magazijn', deze website is een bezoek zeker waard. Hildo vindt dit een uitermate interessante vergelijking tussen het 11 mm zwartkruit M71 Beaumont geweer en de opvolger, het 6,5 mm nitro M95 Mannlicher geweer. De bovenste grafiek laat duidelijk de vlakkere kogelbaan van het Mannlicher geweer zien op een afstand van 600 meter. De M95 nitro geweer kogel bereikt een maximale hoogte van 1,90 meter tegenover de 4,90 meter die de zwartkruit M71 kogel op die afstand valt. Een groot voordeel voor het 6,5 mm kaliber geweer.

Penetratieproef duimdikke droge grenenhouten planken

Hoe diep komt de kogel nu? Interessante vraag en ook hier verliest de Beaumont het duidelijk, maar penetratie is niet alleen waar het om gaat. Vanaf 10 meter is de peneratie van de 6,5 mm kogel groot. Hij dringt diep in het materiaal door, maar als er een persoon zou staan zou die al snel doorboord kunnen worden, met soms zeer weinig letsel. Dat effect is ook duidelijk te zien op de schietbaan waar er door high power nitrogeweren gewoon een gaatje in een houtblok wordt geschoten, soms zelfs zonder dat het houtblok omvalt. Dat is anders bij de relatief langzaam vliegende, maar erg zware loden kogels van groot kaliber, zonder mantel, die gemakkelijk vervormt tijdens de inslag en daardoor meer energie afgeeft. Dergelijke kogels gooien houtblokken op de schietbaan achteruit en/of versplinteren/splijten ze soms. Ouderwetse zware loden zwartkruitkogels zijn geen goed nieuws voor menselijk weefsel, bloedvaten en botten in oorlogstijd.

Conventie van Genève & dumdumkogels

Tijdens de conventie van Genève in 1899, die overigens gehouden werd in Den Haag, is onder andere afgesproken vervormende kogels te verbieden voor gebruik in oorlogstijd. Hieronder vallen gewone zwartkruit loden kogels zonder mantel, deelmantels of dumdum kogels waarbij slechts een klein stukje van de punt van de geweerkogel is afgehaald om het lood bloot te leggen, maar ook de net door de Engelsen ontworpen hollow point kogels en verder alle kogels die zijn geconstrueerd zijn om open te vouwen of in stukken uiteen vallen om zodoende meer schade te berokkenen. Op een toen gehouden Duits chirurgen congres wordt de dumdum kogel als inhumaan bestempeld. Na een demonstratie op 25 meter en 50 meter afstand  op 'preparaten', waarbij gebruik werd gemaakt van een 8 mm Mauser kogel waar 5 mm van de spits werd afgeslepen om het effect van de niet voorhanden zijnde dumdum kogels te simuleren, concludeerde men:

'De wonden zijn nauwelijks als door geweerkogels veroorzaakt te beschouwen, zij gelijken op die van groot geschut. Huid, weeke deelen en beenderen zijn verscheurd en gesplinterd, heele stukken zijn weggeslagen, zoodat de ledematen dikwijls slechts door reepjes huid en enkele pezen in samenhang blijven'.

Bij conventie van Genève gaat het om oorlogshandelingen. Hollow points mogen daarom wél voor de jacht gebruikt worden en vanwege het hogere stopvermogen gebruikt de politie ze wel in pistolen en ook sportschutters mogen er mee schieten.

De Beaumont maakt gebruik van een gewone kogel, maar over de stopping power van de 350 grain 11 mm Beaumont kogel tijdens de verschillende, discutabele, Atjeh oorlogen zijn de Nederlandse militairen best te spreken. Over de effectiviteit van de opvolger, het 6,5 mm M95 Mannlicher geweer, is men echter nooit tevreden geweest. Opboren richting 8 mm was een verbetering waar uiteindelijk toe besloten werd, maar door de veranderende politieke situatie en uit oogpunt van kostenbesparing is dat uiteindelijk nooit gebeurd in de 45 jaar die het geweer heeft dienst gedaan. Mazzel voor de Duitsers, want de M95 bleef in gebruik tot en met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Bronnen o.a. ntvg.nl, legermuseum.nl en 'Het Militair Magazijn'

 

Rapine Bullet Mold 446-355 kogel (11.34 mm)

Het Rapine gietblok voor deze kogel kreeg Hildo bij de Drie Gezusters, de drie Franse Chassepot/Gras geweren en van deze kogel heeft hij er een aantal gegoten. De loop van de Franse geweren zou in principe gelijk of vrijwel gelijk moeten zijn aan de Beaumont loop: 11 mm en in de prakrijk betekent dat meestal iets van 11,30 tot 11,40 mm in de trekken en daarom gaat het met deze Rapine kogel vast wel lukken.

 

11x52R Beaumont hulzen

Dit zijn Beaumont hulzen van Horneber. Er zijn niet veel hulsfabrikanten die dit soort antieke kalibers nog maken en echt goedkoop is het ook niet. Maar het lijkt goed, ze werken vast prima en erg veel schieten ligt niet in de planning. De hulzen passen mooi in het geweer, de grendel is prima te sluiten en ook past de Rapine kogel precies in de huls. Na de eerste maal schieten nemen de hulzen de maat van de kamer aan en dan zullen ze nog wel iets uitzetten. Eventueel kan er dan een nog iets grotere kogel gebruikt worden, eentje van 45-70, sizen van 457 (11,61 mm) naar 452 (11,48 mm) wellicht. Na de eerste keer zal de noodzaak tot krimpen duidelijker worden. Amerikanen hebben in ieder geval de neiging ongesizede 45-70 kogels te verschieten in 11 mm geweren. Een Beaumont die-set heeft Hildo niet. Die is erg duur, maar zolang u maar één geweer heeft en uw munitie niet uitleent aan een ander, hoeft u nooit te full length sizen. Zo is er prima te herladen zonder die-set. Om te krimpen kan Hildo misschien de .443" CH4D die-set van de Drie Gezusters gebruiken, mocht krimpen überhaupt nodig zijn.

 

Hildo's overgrootvader: in dienst van 1868-1873

Dit is een foto van Hildo's overgrootvader, de vader van Hildo's oma van zijn pa's kant. Van beroep een simpele dagloner, net zoals Hildo zonder fatsoenlijk beroep en gedurende zijn verdere leven is het ook nooit wat geworden. Hij schijnt overigens wel bijzonder aardig geweest te zijn... 'Hebben we nog meer overeenkomsten', lacht Hildo. De afbeelding zal van omstreeks 1890-1900 zijn, enne... ziet u het modieuze periode correcte baardje? Na de aanschaf van en het onderzoek naar Truus, het Beaumont geweer, komt Hildo erachter dat overgrootvader Frerik op twintigjarige leeftijd is ingelijfd bij het Nederlandse leger, waarin hij vervolgens ruim vier jaar gediend heeft, van 8 december 1868 t/m 7 mei 1873. Destijds was de dienstplichtige alleen het eerste jaar echt onder de wapenen. De rest van de tijd was hij als reservist oproepbaar en werd hij af en toe opgeroepen om het aangeleerde te oefenen. Een fantastische periode, vuurwapentechnisch gezien, omdat Frerik weliswaar waarschijnlijk net niet meer met de voorlader geschoten zal hebben, maar wel in dienst is gekomen ten tijde van het nieuwe Snider geweer, wat de naar achterlader geconverteerde voorlader is. Ook de invoering van het volledig nieuwe, hypermoderne Beaumont geweer in 1871 zal hij persoonlijk meegemaakt hebben. Zo komt het Snider- en Beaumont infanteriegeweer gevoelsmatig toch een stukje dichterbij! Enne... krijgt u nu ook het gevoel dat Hildo nu naar een Nederlandse Snider op zoek zou moeten gaan?

 

Huzaar Hildo, in dienst van 1979-1980

Het verhaal kan niet compleet zijn zonder een afbeelding van Freriks achterkleinkind Hildo die op slechts 17-jarige leeftijd, ruim 110 jaar later, eveneens als dienstplichtige ingelijfd werd bij het Nederlandse leger en het erg leuk vond, maar er na twee weken zat van was. Te laat! Bij Hildo gingen de nekharen omhoog bij allerhande onzincommando's. Een slechte eigenschap als u het ver wilt schoppen als militair, want in het leger moet u luisteren als een hondje. Logisch, want discipline is noodzakelijk omdat zonder discipline het militaire apparaat niet werkt, maar Hildo zag dat toen anders. Hij heeft vervolgens 14 maanden gediend. Vier maanden opleiding op de Elias Beekman kazerne te Ede, waar hij 42 keer tegen een Rapport CC opliep en zowaar Rapport-Kampioen van de kazerne werd. De laatste tien maanden was hij paraat bij de cavalerie als radiotelefonist/telexist bij de verbindingsdienst van het 103 staf staf verzorging bataljon in Seedorf, Duitsland, waar het luisteren hem niet veel beter af ging. Ongetwijfeld gedeeltelijk een leeftijdsgebonden probleem, maar een mening hebben en ervoor durven uitkomen, te pas en soms ook te onpas, is een blijvende karaktertrek gebleken. De bovenstaande foto is gemaakt op de hei bij Ede en dateert van september 1979. Dat was zo'n beetje op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, spannende tijden in de historie van niet alleen Nederland maar de hele mensheid. De atoombommen zijn nooit gevallen en de Russen zijn nooit gekomen. 'Mazzel voor die Russen', grapt Hildo.

 

Een lotingstrommel

Lotelingen

Lotelingen, zo werden de deelnemers genoemd die meededen aan het jaarlijkse fenomeen van de dienstplichtloterij. Door gemeenten werd een jaarlijkse loterij gehouden waar mannen van 20 jaar die opgeroepen waren voor de militaire dienst aan mee moesten doen. Ongeveer één op de vier mannen werd uiteindelijk opgeroepen en die werden aldus 'lotelingen'. De deelnemers moesten een nummer trekken uit de lotingstrommel, een soort lottoballenmachine. Degenen met de laagste nummers moesten in dienst. Overgrootvader Frerik trok nummer 8 en was daarmee het haasje. Anderen met hoge nummers, waarschijnlijk getallen boven de 100, werden uitgeloot en gingen vrijuit. Dat de loterij een spannende gebeurtenis was, is duidelijk: veel jonge mannen bij elkaar, het groeide uit tot een jaarlijks evenement waar emoties, sterke drank, vechtpartijen en natuurlijk vrouwen een rol speelden. Nog steeds erg herkenbare combinaties!

Zittingen van de militieraad

De militieraad regelde de lotingen en verleende ook vrijstelling. Net zoals in Hildo's tijd waren er ook toen genoeg aanstaande dienstplichtigen die de diensttijd helemaal niet zagen zitten. Gelukkig voor hen was het mogelijk om niet in dienst te hoeven. Er bestond de mogelijkheid tot broederdienst, maar ook ziekte, lichamelijke afwijkingen of een te kleine lichaamslengte konden reden zijn tot vrijstelling. Ook in die tijd waren er jongens die probeerden er onderuit te komen door het een of ander te simuleren waarbij ze zelfs overgingen tot zelfverminking, bijvoorbeeld door (ten tijde van de voorladers) het met opzet de voortanden uit de mond slaan zodat een papieren patroon niet open gebeten kon worden om de kruitlading in de loop te kunnen gooien. Het schijnt ook dat sommigen er toe zijn overgegaan de trekkervinger af te kappen, wat Hildo vreemd vindt omdat een middelvinger ook uitstekend in staat is een trekker over te halen.

Remplaçanten

Een remplaçant (vervanger, Engels: 'replacement') is één van de Franse woorden die zijn blijven hangen in de Nederlandse taal na de overheersing door Napoleon. Tegenwoordig wordt het woord nauwelijks meer gebruikt. Maar werd u in de negentiende eeuw ingeloot en had uw familie geld, dan was het de gewoonte om een remplaçant te nemen die tegen betaling uw dienstplicht vervulde. Over het algemeen uiteraard sukkels aan de onderkant van de maatschappij. Maar ook jongens die geronseld werden door tussenpersonen die er een flinke duit tussenuit trokken, als een soort louche uitzendbureau. U moet begrijpen dat mensen van stand zich niet in bepaalde kringen wensten op te houden, en zeker niet in het leger tussen al die figuren van laag en twijfelachtig allooi. Afgezien daarvan, was het soldatenleven in de kazerne niet iets waar men zich op verheugde. Het schijnt in de praktijk inderdaad geen feest geweest te zijn. Weer net zoals in Hildo's tijd, speelden verveling en drankmisbruik een gote rol. Toch was het destijds nog iets slechter gesteld want bij zowel de soldaten als het kader bleek dat ze zelfs overdag tijdens de dienst regelmatig onder invloed verkeerden. Omgangsvormen? Vloeken was gemeengoed. Net als vandaag de dag klonken ook toen holle tonnen het hardst.

Had u geen geld voor een remplaçant, zoals overgrootvader Frerik, dan was u de klos en moest u dienen. Over de jaren 1818 t/m 1898 was gemiddeld 18,9% van de dienstplichtigen een vervanger. Na 1898 werd de wet aangepast en was het niet langer mogelijk een remplaçant in te huren.

                  ___________________________________________ 

 

 

13 april 2016. 110 schoten met de Shadow

Direct met Truus, de Beaumont, naar de schietbaan? Alle mooie dingen komen langzaam en de Shadow moet niet het gevoel krijgen dat ie een beetje ligt te vereenzamen in de kluis. Om dat te voorkomen dacht Hildo dat het een goed plan zou zijn weer eens met 9 mm te knallen, nog leuk ook, en hij heeft sowieso nog een hele berg van die voor IPSC waarschijnlijk iets te zacht geladen patronen. Nog steeds geen power factor-chronograafcheck gedaan. Gelukkig is er geen haast. Sportschieten moet, in ieder geval voor Hildo, een ontspannen bezigheid blijven. De eerste serie is verantwoordelijk voor de hoogste score, Hildo is er niet van onder de indruk. In totaal drie series geschoten. De rest was voor de lol én oefening. Dus de volgende keer, misschien, beter?

 

13 april 2016. Shootin' Ladies

En als u denkt dat schieten enkel een mannenaangelegenheid is? Hildo staat hier als enige man veruit in de minderheid op de baan, want maar liefst vier vrouwen staan hier met voorlaadrevolvers te schieten. En niet met tegenzin hoor!

 

20 april 2016. De Shadow met twee handen

Ook de vorige keer leken de schoten iets hoog en rechts van het midden uit te komen. Snel draaien aan een vizier doet Hildo niet, maar ditmaal moest het even gebeuren. Da's dan weer handig met zo'n afstelbaar custom vizier. Even vergeten om het pistool op de kaart te leggen, maar u weet hoe de CZ er uit ziet.

 

20 april 2016. Hoog Sammie, kijk omhoog Sammie...

Voorzien van verse vetpillen met de Walker naar de baan. Richtpunt iets links van het midden, ruim onder het zwart. In principe zelfs halverwege de onderkant van de kaart, want de Walker komt hoog af. Al een poosje niet meer mee geschoten en daarmee is de score van 73 punten, die veel te laag is voor de Walker, verklaard.

 

20 april 2016. Kantelende wonderwads

Het laden van voorlaadrevolvers doet Hildo volgens het 'trommel rond'-systeem. Dus eerst zes kruitbuisjes klaar leggen, zodat hij zich niet kan vergissen. Een kruitbuisje leeggooien op een kamer die al vol zit, wil gemakkelijk als het vrij donker is of uw ogen niet de beste meer zijn en het geeft een bende. Dus eerst zes kamers met kruit vullen, dan zes wonderwads, dan zes kogels. Daarna zes percussiekapjes.

Alles gaat goed, maar die wonderwads hebben sterk de neiging tot kantelen. Rechtdrukken wil niet meer, daarvoor zitten ze al te diep in de trommel. Hildo's vetpillen zijn plakkeriger en daardoor beter onder controle te houden.

Drie series met Qwerty... te veel voor wonderwads!

Waar Hildo's vetpillen een revolver eindeloos blijft smeren, lijkt de smeercapaciteit van de wonderwads onvoldoende voor een revolver. De kamers zijn erg droog en het inpersen van de kogels gaat zwaarder. Het typische probleem: de trommelas komt zonder vet te zitten en de cilinder begint zwaar te lopen. Uiteindelijk moet de schutter óf stoppen óf de revolver uit elkaar halen om de trommelas opnieuw van olie te voorzien. Misschien zijn wonderwads iets voor geweren of pistolen, maar voor revolvers gaat Hildo niet mee in de hallelujaverhalen. Daarvoor vindt Hildo de smeercapaciteiten te ver beneden peil. Enne, door alle wonderwadtoestanden is Hildo nog vergeten zijn schietkaart te fotograferen ook. Tjonge...

 

27 april 2016. Nogmaals... de Walker!

Een nieuwe poging. Waar Hildo het vorige week tot slechts 73 punten bracht, weet hij het nu, tijdens de eerste serie, tot slechts 69 punten te brengen. Sterke afleiding op de baan is daar debet aan. Tijdens de tweede serie concentreert hij zich wel op z'n revolver en schiet hij ook vlot door, want dat ligt hem het best. Het vertaalt zich naar 82 punten, geen superscore maar wel een acceptabele. Het is nog even werken aan een ver boven gemiddelde score, die komt later. Hildo schiet nog even een paar weken door met de Walker . 'Historisch gezien stijgen de punten naarmate ik meer met hetzelfde wapen schiet', zegt Hildo. Binnen een paar weken weten we of die stelling klopt.

 

4 mei 2016. Brief van de Koningin

Tijdens het opruimen van de zolder van zijn huis, twee weken geleden, komt Hildo een brief tegen die tijdens de verhuizing uit het ouderlijk huis tussen zijn spullen moet zijn beland. Hij wist niet van het bestaan van deze condoleancebrief van koningin Wilhelmina, voorzien van het briefhoofd van paleis Noordeinde, gericht aan Hildo's vader. Gezien dat het vandaag 4 mei is, vindt Hildo het passend om deze, na 71 jaar opgedoken brief, én het verhaal van Berend met u te delen.

Het verhaal van oom Berend

Concentratiekamp Neuengamme in Duitsland. Er is nog nooit iemand van de familie geweest, maar Hildo kwam er in 2006, nu tien jaar geleden, bij toeval, langs en wist van het verhaal: Zijn oom Berend is tijdens de oorlog opgepakt, naar verluidt omdat hij om onduidelijke redenen zijn identiteitsbewijs met die van een Jood had geruild, of omdat hij het aan de stok had gekregen met een landwachter (een gewapende NSB'er) omdat hij het had aanlegd met diens vrouw, of omdat hij uiteindelijk tegen de lamp is gelopen toen hij in het verzet zat of een combinatie van het voorgaande. Het verhaal is onduidelijk en navraag doen is te laat; alle mensen uit die tijd zijn inmiddels overleden. Hoe dan ook, hij is opgepakt tijdens een razzia in Leeuwarden, waar hij ondergedoken zat. Hij is eerst naar Kamp Amersfoort gevoerd en van daaruit naar Neuengamme, in de buurt van Hamburg. Neuengamme was geen vernietigingskamp, maar een werkkamp. Toch zijn er van de 106.000 gevangenen die naar Neuengamme zijn gevoerd er uiteindelijk 55.000 omgekomen, meer dan de helft. De omstandigheden zijn gewetenloos abominabel geweest. Berend kwam er terecht in september 1944, vlak voor de beruchte hongerwinter. Bijzonder is dat hem vanuit het kamp is toegestaan een keer naar huis te gaan, met de waarschuwing 'als je niet terugkomt, schieten we hier tien mensen dood'. Waarom hij op verlof mocht is onduidelijk, maar hij heeft zijn familie daardoor kunnen vertellen over zijn belevenissen in het concentratiekamp, zoals bijvoorbeeld dat hij samen met andere gevangenen lijken moest optillen om ze tussen hen in heen en weer te wiegen. Een zinloos zieke bezigheid om een of andere commandant te plezieren. Berend is vrijwillig teruggekeerd naar Neuengamme opdat de tien medegevangenen niet gefusilleerd zouden worden. Hij is op 19 februari 1945 te Neuengamme overleden op 23-jarige leeftijd.

 

14 mei 2016. Otoplastieken

Otoplastieken zijn op maat gemaakte oordopjes. De universele oordoppen die Hildo gebruikt, dichten soms wel soms niet zijn rechteroor goed af. Geregeld moet hij weer van de baan af omdat zijn gehoorbescherming tóch niet optimaal in het oor zit en geluid blijft lekken. Dat is niet goed, want sportschutters hebben een goede oorbescherming nodig. Dozen vol oorpluggen kosten ook niet niks. Maatwerk lijkt een goede oplossing. Of dat zo is, leest u later.

Geschoren oren

Hildo heeft gauw nog even een neushaartrimmer aangeschaft. Daarrmee heeft hij snel en pijnloos de binnenzijde van zijn oren geschoren. 'Dan zijn de siliconen afdrukken naderhand gemakkelijker te verwijderen', zo vertelt hem de oorspecialist. Het is een trimmer van Philips, kost maar 13 euro en is een prima aanvulling op de gewone tondeuze. Hildo had nog nooit zo'n apparaat gezien, maar het is een hartstikke leuk apparaatje dat het in de praktijk nog eens uitstekend doet ook. Er zitten zelfs nog een paar wenkbrauwtrimmers bij waar Leonid Brezhnev een moord voor had gedaan. Een echte aanrader als u ook met hier en daar minder haar door het leven wilt gaan.

 

De procedure

U gaat zitten en iemand die er verstand van heeft spuit uw oren vol met tweecomponenten-siliconenkit. Die hardt in een paar minuten uit. Wel wordt er eerst een ingevet schuimrubbertje naar binnen gebracht om er voor te zorgen dat de siliconenkit niet tegen uw trommelvlies gespoten wordt. Zo kan de kit toch diep genoeg komen om een goede afdruk te maken. Aan het schuimrubber zit een draadje om, na het uitharden, de afdruk gemakkelijk weer uit het oor te kunnen halen. Het schuimrubbertje moet, na het verwijderen van de siliconen, aan de siliconen blijven plakken want alleen dán is de kit diep genoeg geweest om er goede oorpluggen van te kunnen maken. De siliconen-afdrukken, die nu precies de afmeting hebben van de gehoorgang, worden opgestuurd naar een bedrijf dat deze afdrukken gebruikt om de oordoppen te maken.

Geen filters

In de oordoppen kunnen gaten geboord worden zodat er filters geplaatst kunnen worden. Filters die bepaalde frequenties filteren zodat een gedeelte van het geluid wordt doorgelaten. Handig in het verkeer of situaties waarbij communicatie belangrijk is. Maar Hildo wil geen filters, maar de maximale demping van solide doppen. 'Magnumklappen en filters gaan niet samen', meent Hildo. Iets horen doet u altijd wel, ook al moeten anderen dan iets harder praten. Het zij zo.

 

25 mei 2016. Full semi-auto met Olga!

U leest het goed, geen full-auto, dan zou er pas echt iets mis zijn met Olga en waarschijnlijk ook met de lampen aan het plafond van de schietbaan. Maar gewoon volledig semi-auto is ook al heel wat, tenminste als u Olga's historie van weigeringen kent. Het lijkt langzamerhand de goede kant op te gaan terwijl Hildo er verder niets aan gedaan heeft, behalve schoonmaken natuurlijk. Vorige week slechts een paar weigeringen en vandaag zelfs geen enkel probleem meer. Dat schiet toch stukken leuker. Bam, bam, bam, etc. Jammer dat er maar vijf patronen in het magazijn mogen. Of dat écht zo is, weet Hildo niet, maar meer dan vijf is in ieder geval ongewenst bij regulier kaartschieten en Hildo gaat geen cowboy uithangen ook al heeft hij een hoed op.

Twee series, twee richtpunten en een verschuivende keep

Onderkant kaart en Hildo komt een beetje te hoog af, iets lager richten dus. Later blijkt dat Olga's keep, van 100 meter tot 800 meter verstelbaar, op de U-stand staat, dat is een soort van 'algemene aanvalsstand voor alle afstanden' waarbij het schot iets hoger afkomt dan in de 100 meter stand. Hoe lang de keep al verschoven is, Hildo weet het niet. Het kan vrij gemakkelijk gebeuren tijdens het vervoer in het foedraal. Volgende keer op 100 meter, onderkant zwart en de keep van tevoren checken. Die topscores komen er vast aan!

 

1 juni 2016. Los met de Shadow!

Vandaag even alleen met nitro aan het knallen, hoeft hij de Walker niet schoon te maken. Eerst met de Shadow een serie van tien schoten, gewoon met één hand. Het resultaat is niet bijzonder. Ligt vast niet aan het pistool, waarschijnlijk heeft Hildo zijn dag niet, net zoals de weken hiervoor, maar het schieten is niet minder leuk.

Een serie van 70 voor IPSC

U weet dat Hildo zijn IPSC-papieren heeft en NPSA-lid is, dus weer eens een  IPSC-wedstrijd schieten staat nog wel te gebeuren. Daarbij hoort het vlot schieten met twee handen, zie de blauwe gaten. Het wapen komt nu anders af dan met één hand, lijkt het. Had hij een poosje terug toch niet aan het vizer moeten draaien of rustiger moeten schieten, of iets anders? In ieder geval meer oefenen. Geen probleem hoor!

 

1 juni 2016. Nogmaals de Norinco

Te veel gaten in de kaart, daar wordt het niet duidelijker op. Dit is de laatste serie deze avond, maar echt klein wil het groepje niet worden. Geeft niet, want u weet: het schieten is altijd leuk en daarna nog even een bakkie choco. De avond kán dan niet meer stuk!

 

15 juni 2016. Interne competitie

Voor de verplichte interne competitie moet Hildo hoognodig weer een paar kaarten schieten en de eerste wordt vandaag geproduceerd. Hildo schiet in de klasse 'HWZKG' ofwel 'Historisch Wapen ZwartKruit Geweer' van SV de Vrijheid Hoogeveen. De officiéle KNSA-disciplines kunnen niet altijd aangehouden worden, dan zou er te veel versnippering plaatsvinden en van een echte wedstrijd als snel geen sprake meer zijn. Hildo heeft natuurlijk al een poosje niet meer met Eleanor geschoten, maar dat maakt zowel Hildo als Eleanor niet uit want het gaat weer als vanouds en hoewel het geen superscore is geworden, had het er best eentje kunnen zijn want het ging hartstikke fijn. Toch een redelijk groepje, alleen niet in het midden. De korrel een fractie naar rechts draaien? Hildo laat het nog even voor wat het is en als de gaten consequent op de rechterzijde blijven uitkomen, dan moet daar maar eens over nagedacht worden. Voor hetzelfde geld is het toeval.

 

15 juni 2016. Pluggerz otoplastieken

Voilà, de op maat gemaakte oordopjes zijn klaar. Kostten 119 euro, maar dan heb je ook de perfect passende en ultieme gehoorbescherming. Wel jammer dat er geen kleurverschil zit tussen rechts en links. Slechts een miniatuur L en R geven aan in welk oor de oorplug geplaatst dient te worden. Hildo heeft ze vanavond met Eleanor getest. De oordopjes inbrengen heeft wat voeten in de aarde, maar uiteindelijk zitten ze er, na flink met de vinger aandrukken en wat wiebelen zodat ze de gehoorgang mooi afsluiten, in. Hildo heeft hierbij het gevoel dat ze zich vacuüm gezogen hebben, maar niet lang. Ze beginnen langzaam geluid te lekken en er uit te vallen. Verscheidene malen van de baan afgegaan en opnieuw ingebracht, maar uiteindelijk geeft Hildo het, met al een beetje pijnlijke oren van het gepruts met de otoplastieken, op. De normale wegwerp-oorpluggen weer ingebracht. Die werken wel.

Terug naar de audicien

Voor 119 euro verwacht Hildo meer van op maat gemaakte gehoorbescherming dan wat deze oorpluggen bieden. Misschien doet hij iets fout, kan best, of er is iets anders mis. Wordt vervolgd.

22 juni 2016

Pluggerz otoplastieken geen succes

Nogmaals bij de audicien geweest voor een uitleg over het juist inbrengen van de pluggen. Lijken de custom-made oorpluggen voor iedereen die ze heeft een groot succes, niet voor Hildo. Alweer dichten ze niet goed af, blijkt op de baan. Het komt niet van het feit dat er geen filter in zit en er aldus druk tussen het trommelvlies en de otoplastiek wordt opgebouwd. Even slikken en de druk in het oor is gelijk buiten. Goed voor de prullenbak, jammer van 119 euro.

 

29 juni 2016. De interne Competitie

Bij SV de Vrijheid in Hoogeveen moeten er acht verplichte kaarten op jaarbasis geschoten worden, dus twee per kwartaal. Makkie, want Hildo staat er vaak genoeg. Natuurlijk moet hij wel even op het moment suprême, het moment dat er een echte wedstrijdkaart geschoten wordt, goed uit de verf komen. Het gaat hier wel ergens om! Echt wel. Gelukkig kent u Hildo goed, wit wegtrekken doet hij niet. Ondanks dat hij toch zijn uiterste best heeft gedaan, komt hij niet eens aan 80 punten met Eleanor. Hij heeft geen viltje tussen kruit en kogel gebruikt, maar volgens Hildo maakt dat niet veel uit. Misschien zijn de kogels al te oud, het kruit wat vochtig of is de loop iets slap geworden omdat ie te warm is geworden. ´Het kan zo maar hoor!´, meent Hildo terwijl ie met wapperende armen en wijd opengesperde ogen zijn stelling kracht probeert bij te zetten. Tuurlijk Hildo, vast wel. Ja, ja.

De korrel naar rechts

Hoewel de groep niet zo super was lijkt ie nu wel aardig in het midden, dat was de laatste tijd iets anders. De korrelstelschroef heeft Hildo een kwartslag naar rechts gedraaid zodat de korrel iets naar rechts gegaan is, dan gaat de loop iets naar links en die kwartslag lijkt wel aardig okay. Nu alleen nog kleinere groepjes schieten.

 

6 juli 2016. The BFR once more!

Vandaag functioneert de afzuiging beter. De mechanische inblaas staat aan. Die is geconstrueerd als verwarming. Dus als er lucht naar binnen geblazen wordt, staat automatisch de kachel aan. Later eens informeren of dat ook zonder kachel kan, want in de zomer is aanvoer van lucht net zo belangrijk, zonder kan er niet fatsoenlijk afgezogen worden.

De sportieve prestatie

Is nog niet op olympisch niveau, maar aan Hildo's determinatie heeft het niet gelegen. Toch blijft het vreemd dat de progressie met de zware BFR met sprongen omhoog is gegaan, zelfs tot 91 punten op 2 december 2015, en dat daarna de scores, ondanks de krachttraining en dat er niets aan de lading is veranderd, alleen maar omlaaggaan. De volgende keer de schietroutine eens onder de loep nemen om te zien of daar iets aan hapert, want... dit moet beter kunnen.

 

13 juli 2016. Nou?

De drie series van 10 schoten overtuigen niet. Hildo zit even in een precisie-dip, dat is duidelijk. Bij elke serie schiet Hildo sneller en de score wordt zowaar iets beter, maar het is verre van bijzonder. Een geweldige schutter is hij nog nooit geweest en zal hij ook nooit worden, wist u al, en nu is het nog erger. 'Ha, ha', lacht Hildo bij het horen van die uiteenzetting. 'Wat kan er beter zijn dan een dip? Dan heb je in ieder geval de mogelijkheid om er weer uit te komen. Een mogelijkheid is een uitdaging en uitdagingen houden je enthousiast!´

Vervolgens heeft hij het met de precisie blijkbaar even gehad want hij drukt de magazijnen vol en rost er alle patronen door die hij bij zich heeft. Ook leuk, vast wel. Het schiet er vanavond bij in om nog met Olga te schieten, doordat tijdens het ´even een beetje babbelen in de kantine´ de wijzers van de klok ineens in een nóg hoger tempo bewegen. Een bijzonder fenomeen in de schietsport en het gebeurt telkens weer.

13 april 2016. De Rogers & Spencer met 'Wonderwads'!

U weet, Hildo schiet in z'n voorlaadrevolvers altijd met vetpillen van eigen makelij. De samenstelling is 50/50 bijenwas/ossewit en soms nog iets anders, maar het maakt in feite weinig uit. Ze houden het zwartkruitresidu in de loop zacht en het mechaniek gangbaar, maar raken helaas wel een keertje op. Als vervanger schiet Hildo ditmaal voor de eerste keer met de zogenaamde wonderwads. Erg bekend, ze komen uit de Verenigde Staten en het zijn ronde schijfjes van waarschijnlijk vilt met vet/olie van een, uiteraard ultrageheime, samenstelling die tamelijk stinkt naar oplosmiddelen. De viltjes voelen erg droog aan. Net zoals Hildo's vetpillen dienen ook wonderwads tussen kruit en kogel geplaatst worden. Beide 'vulmiddelen' zorgen er voor dat er geen vuuroverslag of 'chainfire' plaatsvindt, ofwel het ongewenst afgaan van één of meerdere kamers die niet voor de loop zitten, veroorzaakt door het naar binnen dringen van vuur/vonken tussen kogel en kamerwand door. Smeert u uw revolver nog aan de voorkant van de trommel af? 'Ha, ha!', lacht Hildo, 'dat is écht een inferieure techniek die maar niet uit te bannen lijkt'.

Zijn de wonderwads beter dan Hildo's vetpillen?

Omdat de wonderwads vrij dun zijn, kantelen ze gemakkelijk terwijl u ze in de kamer drukt. Hildo's vetpillen zijn harder, dikker, iets plakkiger en een fractie groter in diameter, lijkt het. In ieder geval gaat het laden met 'Hildo's vetpillen' handiger, vindt ie zelf. Hij merkt verder niets van meer of minder loopvervuiling. Maar beter dan zijn vetpillen kunnen de wonderwads het niet doen omdat, als Hildo met de Walker schiet, de loop zelfs iets glimmend blijft. Maakt niet uit hoeveel hij schiet. Hildo's eigen vetpillen bevatten natuurlijk veel meer vet. Mag u raden wat het residu zacht houdt....

Natuurlijk is het zelf vetpillen maken wel wat arbeidsintensiever, maar het is ook véél goedkoper. Kortom: Hildo vindt z'n eigen vetpillen beter en goedkoper... Driemaal raden wie winnaar is van deze test!

 

18 april 2016. Hildo's vetpillen

Een serie nieuwe vetstaven gemaakt in de lopen van de Colt revolvers. Die vervolgens met een scherp mesje in stukjes gesneden en voilà, een serie Superieure Vetpillen!

 

20 april 2016. Qwerty... een klassieke replica uit 1972!

Deze revolver is gemaakt door Uberti en stamt, volgens de stempels, uit 1972. Op dit moment is het wapen dus 44 jaar oud. Als u een auto uit 1972 bezit is dat een klassieker, maar deze revolver is gewoon een replica uit de hoogtijdagen van de spagetti westerns en wordt derhalve niet als 'klassieker' gezien. Het is gewoon een ouwe replica. Een iets denigrerende opmerking en wat kort door de bocht, want deze zegt natuurlijk net zo leuk boem als een originele en laat het lood net zo vlot naar de kaart snellen. Deze specifieke revolver heeft Uberti niet langer in de prijslijst staan, een .36 1858 Uberti Remington Navy is zelfs helemaal niet meer leverbaar en deze is nog voorzien van een kortere 5 1/2" loop ook. De terugslag is te verwaarlozen. Iets minder gewicht aan de voorkant maakt dit een prettige revolver om mee te schieten, en niet alleen voor heren!

Qwerty?

De eigenaresse heeft deze revolver 'Qwerty' gedoopt. U weet dat Remington ook schrijfmachines (typemachines) heeft geproduceerd. Hildo heeft er zelfs zelf nog eentje gehad, een draagbare in 70's oranje. Vandaar Qwerty, logisch. Toch?

Schieten met Qwerty

De keep-korrel is een duidelijke, stukken duidelijker als Colt. De precisie lijkt goed. Nog even wennen natuurlijk, want dit soort revolvers heeft geen verstelbare richtmiddelen. Een afwijking moet u dus zelf corrigeren. Het lijkt erop dat er iets verder naar rechts gericht zou moeten worden.

Percussiekapjedrama

Om gek van te worden. Ze worden door de hamer hard op het schoorsteentje geslagen en zitten vervolgens shocking klem, en niet zo'n beetje ook. Er branden meestal gaatjes achter in het percussiekapje, maar uit elkaar scheuren en/of er afvallen na het schot doen ze bij deze revolver meestal niet. Met een tang eraf wurgen of een mespunt er aan wagen, is de enige optie. Volgende keer magnum style percussiekapjes proberen, die zijn krachtiger en exploderen/lossen zichzelf daardoor beter.

 

23 april 2016. Grotere hulzenbak

Met de 9mm gaan er al snel wat patronen door. Herladen voor dat kaliber doet Hildo op zijn, echt fantastische, XL650 Dillon progressieve pers. Maar daar gaat hij pas mee aan de gang als ie ook een serieuze hoeveelheid te herladen heeft. Inmiddels raakt z'n huidige 9mm hulzen bak een beetje vol dus een grotere, van 11 liter, aangeschaft. Hier passen wel 2 keer zoveel hulzen in, kan ie straks weer met een gerust hart met de CZ Shadow naar de baan om meer lege hulzen te maken.

 

4 mei 2016. Even stilte

Vandaag worden de doden herdacht van de Tweede Wereldoorlog. Bij SV de Vrijheid wordt de naam eer aan gedaan en wordt er deze avond om acht uur twee minuten stilte in acht genomen. Er wordt niet gesproken en ook de wapens zwijgen. Hildo vraagt zich af hoe lang dit gebruik nog zal voortleven. Van de mensen die de oorlog zelf bewust hebben meegemaakt leeft er vrijwel niemand meer. De kinderen van die mensen, Hildo is er natuurlijk eentje van, kennen de verhalen van de bezetting van hun ouders. Daardoor heeft Hildo vroeger altijd met een scheef oog naar die oudere Duitse mannen gekeken... ´Wat heb jij uitgevreten in de oorlog?´ Maar als we nóg een generatie verder zijn, heeft niemand meer een hekel aan die Duitsers, is er niemand meer die er iets van weet. Wat resteert, zijn dan wat monumenten en zwart/wit films van een oorlog die ooit werd gevoerd. Zo gaat dat telkens weer en zo belanden alle oorlogen, drama's en afgekapte levens uiteindelijk onontkomelijk in de vergetelheid.

Concentratiekamp Neuengamme

U ziet Hildo op een muurtje zitten bij dit kamp, nu 10 jaar geleden. Waarom hij daar zit? Leest u het verhaal over oom Berend, onder 'Brief van de Koningin'.

 

4 mei 2016. De kaart

'Niet te lang bij het verleden, concentratiekampen en doden stilstaan', meent Hildo, 'het heeft weinig zin en roept alleen maar onmacht en frustratie op want er is door niemand meer iets aan te veranderen. Bijzonder deprimerend. Dus terug naar de schietsport!' Hildo vindt vuurwapens fantastische dingen, zolang ze maar fatsoenlijk gebruikt worden. Knallen op een schietbaan, daar is helemaal niets mis mee en er kan zelfs groot plezier aan beleefd worden. Vandaag zitten er alweer geen topscores in, maar het plezier is er niet minder om. De eerste kaart is de slechtste, de tweede beter maar nog steeds niet boven de 82 punten. Hoe kan dat nou, ondanks de krachttraining ook nog. Misschien niet genoeg rust?

 

11 mei 2016. Momenteel geen haperingen meer met Olga

Druk op de pistoolbaan, dus eerst even met Olga. Twee series en geen hapering. Eindelijk is Olga een geweer dat schiet zoals het hoort... en dat is een verademing. Gewoon lekker knallen. Hoe het mogelijk is dat Olga het nu opeens wel doet, is Hildo nog steeds niet duidelijk, maar hij vermoedt dat het iets te maken heeft met de stang die de afsluiter/grendel weer open drukt om het wapen opnieuw te spannen. Het schoonmaken van de zuiger is in ieder geval bijzonder belangrijk. De surplusmunitie is corrosief en met een aangetaste zuiger/cilinder, die daardoor te weinig druk levert, gaat het reperteren vast niet goed. Bij sommige geweren is die gasdruk afstelbaar, bij Olga niet.

De score

Niets om over naar huis te schrijven, maar Hildo ziet er binnenkort wel wat verbetering in komen. Het wapen schiet hartstikke leuk en is behoorlijk nauwkeurig. Hildo schiet alleen maar staand en dan is de grootste overwinning uiteindelijk toch de controle die de schutter moet hebben over het eigen lichaam.

 

11 mei 2016. Omhoog met de Walker

Hildo kon altijd heel aardig overweg met de Walker. De laatste tijd iets minder, maar vaker schieten met hetzelfde ding laat de scores toch vaak iets omhoog kruipen. Dat lijkt ook hier weer te gebeuren. De eerste serie (rood) is maar 79 en daarmee toch onder het gemiddelde. Maar de tweede (blauwe) serie zit met 85 punten iets boven het gemiddelde. Het gaat dus langzamerhand weer iets beter met de Walker. Wat wil Hildo nog meer? Méér punten natuurlijk en daar werkt hij aan.

 

18 mei 2016. De beste score?

Hildo weet zo even niet of hij met Olga ooit een hogere score heeft gehad dan 73 punten. Vandaag wel weer twee weigeringen op het laatst maar het gaat de goede kant op, het wapen begint steeds beter te schieten lijkt het. Een mooi betrouwbaar functioneren vertaalt zich toch in iets hogere scores, lijkt het.

 

18 mei 2016. Het hangt er een beetje om...

Soms wil het wel, soms niet. Beneden de 80 punten met de Walker is beneden gemiddeld. Waar het aan ligt, is onduidelijk. Hildo traint zijn schouder en nekspieren wat meer. Misschien dat dat een positieve invloed heeft, want de Walker is geen lichtgewicht.

 

25 mei 2016. Nogmaals de Walker

Wat het is weet Hildo niet, maar hij lijkt niet tot nauwelijks meer boven die 80 punten uit te komen. Toch lijken de groepen helemaal niet zo beroerd, maar er zitten gewoon te weinig in het midden. Geeft niet, Hildo blijft proberen, maar binnnenkort zijn de kogels wel op. Gelukkig is het mooie weer er binnenkort ook weer en dat is prima te combineren met onder andere kogels gieten, kajakken, mountainbiken, wandelen, wadlopen, motorrijden en zo kan Hildo nog wel even doorgaan. Met de gebeurtenissen van vorig jaar nog helder voor de geest denkt hij dat dit een fantastisch jaar wordt, mogelijk het beste ooit!

 

1 juni 2016. Golden Oldie

Deze 1911 was Hildo's eerste nitro-pistool en nog steeds is het een fijn ding,. Ziet er goed uit ook, tenminste voor een nitro-wapen. Hildo vindt 'm stukken mooier dan de Shadow, hoewel, dat mag gezegd, de Shadow toch wel het modernere wapen is wat ook beter in de hand ligt. De eerste schoten (rode serie) komen een beetje rechts boven uit. Halverwege een serie gaat Hildo niet corrigeren, want dan lijkt de groep zo raar. De tweede serie heeft hij iets links en een beetje verder beneden het zwart gericht. Dat gaat prima. Dat de score uiteindelijk maar één punt hoger ligt dan die van de Shadow ligt niet aan het wapen. Het schiet werkelijk prima, zeker met die 3,2 grain Vectan BA10. Het schiet mooi rustig, maar nog altijd is er meer opslag dan met de Shadow. De kogel is zwaarder en dat is te merken.

 

6 juni 2016. Twee kaarten en wat een verschil!

Ditmaal een sok vol patronen, dus Hildo komt niet zonder te zitten. Da's best belangrijk want 'op de baan staan, munitie op, maar u wilt nog wel even' is een vervelende, maar te voorkomen gebeurtenis. Hildo blaast daarom, zonder enige vorm van medelij, twee kaarten vol gaten. Dat gaat lekker! Alleen een beetje jammer dat de baan, en vooral het schietpunt, direct vol rook staat. 'Ik vind het niet erg hoor', komt de troostende mededeling van een schutter naast hem, erg aardig. Maar Hildo vindt het wel degelijk een ernstige zaak. Dit soort afzuigtechnieken hoort thuis in de 20e eeuw, bovendien er is gemakkelijk en goedkoop wat aan te doen. Het inzicht en de wil ontbreekt echter bij de verantwoordelijken en dat is erg jammer.

Eerste kaart

Een beetje teleurstellend, want die 73 punten schoot hij vroeger, voor de krachttraining, ook. Nog eens 13 patronen uit de sok geschud...

Tweede kaart

Ditmaal er even goed voor gaan staan en niet 'automatisch' knallen. Diep ademhalen, uitblazen tot halverwege en dan is inmiddels de korrel op het richtpunt aanbeland. De revolver houdt hij losjes vast, maar de concentratie is maximaal. Zo worden er 13 kogels richting de kaart gestuurd en zie het resultaat. Met maar liefst 85 punten is Hildo dik tevreden. Concentratie is altijd van belang en voor deze 2,3 kilo zware revolver zijn geoefende nek- en schouderspieren dat ook. Hoewel het niet aan Hildo te zien is, zijn ze toch wel wat sterker geworden en dan is de BFR een fijn wapen. En, erg belangrijk, met een prima zwartkruitlading en lichte Lyman kogel is het nog gewoon lekker schieten ook.

 

22 juni 2016. Missende kogels?

Bij een schietbeurt werkt Hildo volgens een strak stramien, zoals alle serieuze schutters dat doen. Hij legt 13 kruitbuisjes neer, maakt het bakje met kogels los, zet het bakje met percussiekapjes, de pompstok, het geweer en uiteraard zichzelf in de goede positie om het festijn te laten beginnen. Als alle kruitbuisjes leeg zijn, zijn er dertien schoten gelost. Hij haalt de kaart naar zich toe, dan ziet hij pas hoe hij geschoten heeft want gaten zien op 50 meter, daarvoor zijn de ogen te slecht. Altijd weer een verrassing dus. De verrassing is des te groter als er maar 11 gaten in de kaart zitten. Twee naast? Dat lijkt Hildo sterk, de kaart missen doet hij echt niet. Er liggen toch dertien lege buisjes en ook missen er dertien kogels uit het bakje. Hildo houdt het op twee zogenaamde dubbelschoten, door hetzelfde gat dus.

 

22 juni 2016. 10 stuks precisie & 42 stuks vlot

Hildo gaat er even voor staan, voor de precisie. Een echt mooi groepje weet hij niet te produceren. Dan even hoog tempo schieten met twee handen, het groepje wordt er niet kleiner van, maar de oefening is goed en... leuk. Best belangrijk. Dan de Shadow weer in het koffertje, want er staan nog meer mensen op de baan, da´s z´n sociale inborst anders was Hildo nog even doorgegaan.

 

29 juni 2016. Rokende BFR

Drie schoten met de BFR, niet geheel in het midden. Maar dat is niet de reden dat er niet meer gaten in de kaart zitten. De afzuiging is vanavond wel heel erg slecht en Hildo, die gestopt is met roken, gezond eet, wandelt, fietst en fitness beoefent, heeft helemaal geen zin om de betonnen bunker vol te blazen met rook die eerst rechtstreeks terugwaait naar het schietpunt en vervolgens zeer traag afgezogen wordt. Anderen hebben er duidelijk geen probleem mee, gezien de gevleugelde woorden ´die rook hoort erbij´. Hildo blijft erbij dat de gezondheid van de schutter niet onder druk mag komen te staan tijdens het beoefenen van zijn/haar sport. Dat zou erg fout zijn, toch?

 

6 juli 2016. Een dubbele met Olga

Hildo schiet vaker twee series op één kaart. Van de eerste kaart maakt hij een foto zodat naderhand, bij het bewerken van de foto, de gaten van de twee schietseries door middel van verschillende kleuren uit elkaar gehouden kunnen worden. De tussentijdse foto is dit keer niet gemaakt, zodat nu alle gaten rood zijn. Eentje heeft de kaart gemist. Van de 20 afgevuurde kogels is de totale score 122 punten, dus het gemiddelde per serie is 61 punten. Niet zo best. Volgende keer beter want alles zit tussen de oren, dus daar moet wat gerangschikt worden. Gaat ie doen en de resultaten daarvan ziet u volgende week,

 

20 juli 2016. Olga in de precisie-modus

Het is een feit dat Olga een extreem licht, kort en klein geweertje is. Het gebrek aan looplengte en gewicht komt de stabiliteit niet ten goede en doet ook geen wonderen voor de lengte van de vizierlijn. Klein en licht is een voordeel, maar als het op precise aankomt is het een nadeel. Natuurlijk is de surplus munitie ook geen wonder van nauwkeurigheid. Maar eerlijk is eerlijk, de grootste beperking ligt bij Hildo zelf. Olga wijkt iets af en Hildo moet ongeveer op de 8/9 richten onder het midden en dan iets naar links, u ziet de rode vlek in het zwart, dat is het richtpunt.

 

A) 27 juli 2016. The Great Walker Speed Shoot!

Hildo is de trotse eigenaar van een Colt Walker, net zoals Kruitloze Jan. Meer Walker-eigenaren zijn er niet in Hoogeveen bij SV de Vrijheid. Daarom daagt Hildo Mr. Kruitloos uit tot een Walker Speed Shoot. Nooit van gehoord? Dat kan heel goed, want het is net verzonnen.

De regels

De wedstrijd wordt gestart met een lege revolver. Het gaat er om wie zo snel mogelijk twaalf gaten in de kaart heeft. Het gaat niet om de punten, maar er moeten wel twaalf gaten in de kaart zitten. Een afspraak voor het treffen wordt gemaakt en dan is het afwachten... en vandaag is het zover!

Hildo's voorbereiding

Snelheid zit in de details en een goede voorbereiding is noodzakelijk voor maximale efficiëntie. Twaalf vetpillen worden netjes neergelegd, daarnaast twaalf percussiekapjes die allemaal met de opening naar onderen op tafel staan. Kan ie ze pakken en gelijk op het schoorsteentje duwen zonder eerst te moeten kijken wat onder en boven is. De kruitbuisjes worden allemaal geopend en daarna weer zeer licht afgesloten zodat het openen van de kruitbuisjes niet tot vertraging leidt, maar er geen vonken in het kruit kunnen vallen. Daarnaast nog een serie kogels in een rolletje afplaktape zodat ze niet wegrollen. Klaar.

Kruitloze Jan's voorbereiding

Helemaal niets. Hij staat gewoon te wachten en te grijzen tot Hildo eindelijk klaar is met z'n eindeloze voorbereiding.

 

Leedvermaak

Leedvermaak heet dat, lachen, gieren brullen. En dubbel zo leuk Hildo te zien verliezen na z'n macho-gebral. Nog nooit heeft iemand Jan zien dansen, maar behalve klappen in z'n handen en schaterlachen deed ie even later zowaar en public de horlepiep!

En Hildo?

Hildo kijkt beteuterd en komt niet verder dan de legendarische woorden 'Hoe kán dat nou?'

Jan: 'Ha, ha, ha, ha!!'

 

3 augustus 2016. Training Speed Shoot

Dat Hildo vorige week zo overduidelijk werd afgedroogd en smakelijk werd uitgelachen door Kruitloze Jan zit hem natuurlijk helemaal niet lekker. Een revanche is hem toegezegd, maar eerst een beetje oefenen om met name de laadtechniek te verbeteren lijkt hem verstandig. Als ie nog een keer verliest, dan is dat zo, maar dat gaat niet gebeuren zonder dat hij het uiterste van zijn kunnen in de strijd heeft gegooid.

Snellere laadtechniek

Hildo heeft het vorige week met name verloren op de laadsnelheid. Wat Hildo doet, is eerst zes kruitbuisjes leeggooien, dan zes vetpillen erop, daarna zes kogels die hij in setjes van twee op de trommel legt om er in te persen. Hij draait dus de trommel drie keer rond tijdens het laden. Kruitloos doet dat anders: hij laadt kamer voor kamer en roteert de trommel pas tijdens het inpersen van de kogel. Ook hij perst een set van twee kogels direct na elkaar erin, daarna roteert hij pas naar de volgende twee kamers. Als alle kamers geladen zijn, heeft hij de trommel maar één keer rondgedraaid. Dat scheelt tijd.

Hildo's nieuwe oefentijd: 6.09 seconden

Kruitloos had maar 5.37 seconden nodig tijdens de wedstrijd, dus Hildo is met 6.09 nog te langzaam, maar het is sneller dan de 6.41 van vorige week. Hij had ook twee missers... door platgeslagen percussiekapjes die op het frame blijven liggen en zo onder de hamer komen. De hamer bereikt dan het percussiekapje net niet en het schot gaat niet af.

Veer van de laadhevel

Die is al jaren stuk en Hildo gebruikt een stukje schilderstape waarvan hij een bandje gemaakt heeft om de laadhevel omhoog te houden tijdens het schieten. Ook het gefrummel met dat bandje vertraagt natuurlijk. Een nieuwe veer staat daarom in bestelling.

 

17 augustus 2016. Blow the competition away!

De rest van de deelnemers van de interne competitie in het stof laten bijten is de bedoeling, maar het loopt anders. Het eerste schot is hier niet zichtbaar, maar was duidelijk te zien: een sleutelgat helemaal in de hoek bovenin-links. Daarvoor is dus het olieschot bij zwartkruitwapens gedacht. De hoogste precisie bereikt het wapen later, om na een x-aantal schoten door excessieve vervuiling die precisie weer te verliezen. De loop doorhalen tijdens de serie van dertien schoten is niet de bedoeling en dat is waarom Hildo altijd vol overgave staat te blazen in de loopmonding, vlak na het schot. Het vocht in de uitgeademde lucht helpt om het zwartkruitresidu van het goedkope en sterk vervuilende zwartkruit vochtig te houden. Het vergemakkelijkt het laden en verhoogt ook de precisie aan het eind van de serie. De theorie is leuk, maar in de praktijk bakt Hildo weinig van superscores. Het ligt in ieder geval niet aan het niet doorblazen van de loop.

 

31 augustus 2016. High Score! Please enter your initials

Was Olga een flipperkast geweest, dan had Hildo nu z'n initialen kunnen invoeren als beste speler. Misschien lijken 78 punten niet zo veel, maar voor Hildo is dit toch de beste serie die hij tot nu toe met Olga heeft geschoten. Dat die beste serie de laatste is, da's ook bijzonder. Immers: de verder intredende vermoeidheid, naarmate de series vorderen, verhogen de scores meestal niet. Tijdens het schieten, alle sportschutters zullen het kunnen beamen, maakt u een zen-moment door: 'De Rust Komt Tot U', zoiets. Echt relaxed is hij in het begin nog niet, maar naarmate Hildo kalmer wordt, klimmen de scores steeds verder omhoog. Super-relaxed de baan weer af, dat begrijpt u. Hildo heeft geen zielenknijper nodig met Olga als therapeut. Lekker knallen, daar kan niets tegenop!

 

7 september 2016. De Dan Wesson Action Cup van Marcel

Marcel, van de Wapenkamer te Hoogeveen, staat elke week te schieten met allerhande wapens om er zeker van te zijn dat ze het doen zoals het hoort.

Marcel: 'Even mee schieten Hildo?'

Hildo: 'Tuurlijk'. Marcel weet ook wel dat Hildo altijd een stukje over het schieten schrijft en zo snijdt het mes aan twee kanten: een bijzonder wapen voor Hildo waar hij nog nooit mee geschoten heeft en u weet dat deze Action Cup bij De Wapenkamer te koop is.

Hildo's mening

Even wat gegoogeld en de Dan Wesson Action Cup blijkt een best bijzondere revolver. Er zijn weinig van geproduceerd, gedurende slechts één jaar. Het kaliber is 357 Magnum/38 special. Er wordt geschoten met 38 special, dus niets extreems. Wel extreem is het gewicht, rond de twee kilo volgens Hildo. Waarvoor deze revolver gedacht is? Misschien een action-discipline als steel plate of IPSC? De kijker is een red dot. Het beeld wordt niet vergroot, maar wat u in het vizier hebt is erg duidelijk, niets mis met de richtmiddelen! Omdat het wapen zwaar is in combinatie met 38 special, heeft u weinig last van terugslag. Met de revolver is zowel dual als single action schieten mogelijk. Hildo heeft het single action gedaan, voor de betere precisie. De trekker is een heel fijne, dat mag gezegd. De trommel gaat lastig open, het zal gewenning zijn. Turend door het vizier ziet Hildo duidelijk dat hij vandaag geen stabiele hand heeft en de iets tegenvallende score zag hij met het duidelijke red dot systeem al aankomen.

Wil Hildo hem?

Nee. Met de BFR heeft Hildo al een bijzondere revolver, nog meer bijzonders erbij hoeft niet, daarvoor is het verlof te klein. De Action Cup is door het gewicht in ieder geval geen allemansvriendje. Maar als u wat speciaals zoekt, met een soort van sci-fi uiterlijk? Dan is een bezoek aan De Wapenkamer te overwegen.

 

14 september 2016. En nóg een kaart

De patronen zijn nog niet op, vandaar nog twee series. Geen bijzondere score, maar leuk is het wel. Waarom de puntenaantallen niet hoger zijn? Hildo is natuurlijk geen topschutter, maar aldoor met verschillende wapens schieten zorgt er ook niet voor dat het steeds beter gaat. Misschien is het binnenkort tijd om een wapen uit te kiezen, en door er een langere periode mee te schieten te proberen daarmee topscores te halen? Misschien ook wel niet, want misschien is de afwisseling ook wel leuk.

 

22 september 2016. De Noorderlicht Kogel voor de Kropatschek

Een poos terug is Hildo al uitvoerig aan het testen geweest met full power ladingen met Antonia, zijn Kropatschek geweer. In die tijd kreeg hij een slagaderontsteking in zijn hoofd, gevolgd door een herseninfarct. Een herseninfarct is geen griepje. Door het revalideren is het verder testen met Antonia eerst op de lange baan geschoven. Maar nu is het tijd om verder te gaan, want zelfs met Hildo voor pampus in het ziekenhuis stonden de ontwikkelingen niet stil!

Meneer Noorderlicht

Hildo raakt vanaf april 2015 aan het mailen met Meneer Noorderlicht over Kropatschek-ladingen, ook al heeft Hildo hem nog nooit in levende lijve ontmoet. Ook Meneer Noorderlicht is aan het testen met volle kruitladingen. Dat zijn de full power oorlogsladingen van weleer die vandaag alleen maar hopeloze schotbeelden geven. Vroeger werd er natuurlijk niet gereduceerd geladen en waar Hildo bezig ging met het paper patchen van kogels, zoals gebruikt zou zijn in de Kropatschek voorloper, het Guedes geweer van 1885, nam Meneer Noorderlicht een andere, meer moderne en naar nu blijkt ook enig juiste route.

Het probleem van de Kropatschek

In tegenstelling tot andere zwartkruitwapens uit die tijd heeft de Kropatschek een loop met velden van ongeveer .317" en trekken van zo'n .331" terwijl de maximale diameter van de kogel van een patroon, die nog te kameren is, ongeveer .327" is. De originele kogelmaat van de twee antieke patronen die Hildo heeft, zijn .317" en .321", superdun en ze zitten maar nauwelijks strak in de velden! De exacte maten tussen wapens onderling zullen wat afwijken, maar het gaat erom dat in alle gevallen de trekken veel dieper zijn dan de kogel dik is. Originele kogels waren volmantel van gehard lood. Van een alsnog opstuikend effect in de loop van een kogel die al op gang is gelooft Hildo helemaal niets. Er is dus gascutting omdat de gasdruk tussen kogel en loop ontsnapt. Met een volle lading geeft dat smeltende loden kogels en lood in de loop. Hildo's paper patch was daarom gedoemd te mislukken want papier beschermt de kogel tegen frictie bij zeer hoge kogelsnelheden, maar niet als er ruimte tussen kogel en loop zit: het papier brandt onmiddellijk weg.

De Noorderlicht kogel

Meneer Noorderlicht heeft heel wat afgetest met de hulzen vol kruit. Dat zijn onvervalste full power ladingen van rond de 70 grain met zowel goedkoop Explosia als Zwitsers kruit. Op de foto helemaal bovenaan ziet u de koperdraadkogel. Geschoten is er met zowel enkel als dubbel koperdraad. De koperdraad kogels zijn gemaakt door elektriciteitsdraad om een stokje van de juiste diameter te wikkelen en na één of twee wikkelingen af te knippen. Deze worden in de gietmal geplaatst, waarna de kogel gegoten wordt. Deze kogels zijn gegoten van hard lood in een Lapua 338 gietmal, gesized naar .329 en ze schieten goed, zonder kantelaars. Het koperdraad en het lood van de kogels zouden onder bepaalde omstandigheden los kunnen komen van elkaar en wellicht in de loop kunnen blijven zitten. Gevaarlijk, want u wilt geen obstructies in de loop! Loodafzettingen in de loop, zelfs met zacht lood en een paper patch, had Meneer Noorderlicht niet. Misschien toch een verschil in loop? Kogels gewikkeld met latoenkoper, naar voorbeeld van de 1885 Guedes kogel, zijn niet gelukt. De mantel komt soms los van de kogel, net als bij de originele patroon, en het is buitengewoon gevaarlijk als die als obstructie in de loop blijft zitten. De absolute top in precisie en functionele kwaliteit blijkt de Noorderlicht Kogel te zijn. Deze is gegoten in een zelfgemaakte mal waarin de huls, zonder bodem, van een M1 patroon geplaatst is. Daarna wordt de mal gesloten en het lood er in gegoten. De kogel uit de mal is met 36,7 mm te lang, wordt gesized naar .323" en weegt tegen de 270 grain. Deze kogel begint te tuimelen, maar bij de officiële lengte van 32 mm schiet ie prima en een gas check kan, maar hoeft niet. Na het schot even door de loop kijken of hij vrij is van obstructies, is aan te raden. Een 9 mm viltje uit een schietkaart, 5 mm vetpil van ooiervaarskuitenvet ('of gewoon kogelvet', grijnst Hildo), weer een 9 mm viltje en de huls vol met Zwitsers II (FFFG)... Dát is de Noorderlicht Patroon. De Kropatschek klinkt zoals ie hoort te klinken en die Noorderlichtkogel? Die prikt écht wel een gaatje in het papier!

Veiligheid voor álles!

Hildo wil u er nogmaals op wijzen dat alle herlaadactiviteiten op deze website voor eigen risico zijn en alleen voor ervaren herladers met gezond verstand die begrijpen dat de hoeveelheid variabelen en daarmee mogelijke risico's vrijwel oneindig zijn. Heeft u vragen over schietsportprocedures, wapens, munitie, herladen of wettelijke voorschriften? Niet geloven wat Hildo u voorschotelt, maar altijd contact opnemen met het bestuur van uw schietclub, wapenhandel of de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA). Dát zijn de mensen die eventuele vragen correct kunnen beantwoorden.

 

A) 16 oktober 2016. Caliber change, schroef, schroef

De 45ACP patronen voor de 1911 zijn op. De pers is nog steeds voorzien van 9 mm spul, dus is er opnieuw een kaliber-ombouw van de Dillon XL650 noodzakelijk. Het is op zich niet moeilijk, maar omdat hij het pas één keer gedaan heeft, november 2014, is Hildo de exacte procedure allang weer vergeten, dus even Youtube erbij, vreselijk handig. Gewoon méér herladen en vaker kalibers wisselen helpt natuurlijk ook. Hildo heeft een caliber conversion kit met de kaliberspecifieke ombouwonderdelen voor de pers, zoals een primer punch, primer disc, primer tube (omdat er van small pistol naar large pistol gewisseld wordt), shell plate, en wat kaliber specifieke busjes in het traject van de automatische hulsaanvoer. Hildo heeft ook een vreselijk handige quick change kit, met een extra toolhead en kruitmolen waarin de juist afgestelde die-set én de kruitmolen gewoon blijven zitten. Die toolhead schuift hij in één seconde de pers uit en hij vervangt hem door een andere toolhead waar de reeds afgestelde dies en kruitmolen inzitten. Kruitmolens en dies hoeven daarom niet te worden afgesteld bij het wisselen van kalibers, zolang hij niet van kogeltype of kruitlading wisselt. Een fantastisch systeem, want het scheelt erg veel tijd... Even kruitafgifte en patroonafmetingen checken, voor het herladen full speed losbrandt. Checken is natuurlijk iets wat iedere herlader tóch even doet omdat veiligheid voor alles gaat. De powder check is het enige wat Hildo nog wel moet omzetten van de ene naar de andere toolhead, want daar heeft hij geen twee van. Enne, mocht u zich het afvragen... Hildo heeft nog geen dag spijt gehad van de Dillon XL650 aanschaf. Hij is kritisch, maar het is écht een fijn apparaat. Het is een flinke investering, maar zit toch in een prijsklasse die haalbaar is voor mensen zonder een buitensporig inkomen. Uiteindelijk verdient ie zichzelf misschien wel terug!

Van de gegoten LEE 452-228RN naar de LOS 450-230RNCP

Vanuit gezondheidsoverwegingen wil Hildo met de semi-automatische pistolen af van zelf gegoten kogels vanwege het vrijkomen van lood tijdens het schieten. De afzuiging bij SV de Vrijheid is niet best en het lijkt erop dat het bestuur niet voornemens is daar op korte termijn iets aan te gaan doen. Jammer, want tegen een onwillig bestuur valt weinig te doen behalve weggaan bij de club, maar andere opties zijn er nauwelijks en vast niet beter. Hildo probeert daarom met deze LOS 450-230 Round Nose Copper Plated kogels iets aan die omstandigheden te verbeteren, want wáár hij mee schiet heeft hij wél zelf in de hand. De maat is .450" tegenover de .452" van het zelfgegoten LEE exemplaar. Nu maar hopen dat die LOS kogels (ruim 10 cent per stuk) net zo goed schieten als die wielloodkogels uit de LEE zesvoudige giettang.

 

C) 16 oktober 2016. Ineens superdiep?

U weet: progressief herladen gaat vlot, dus het is wel even opletten. Voor de zekerheid heeft Hildo een powdercheck op de pers. Maar als de kogel ineens erg diep gezet de pers uitkomt, dan moet dat gewoon met de ogen gezien worden. Het ontgaat Hildo uiteindelijk ook niet, maar op het moment dat hij er achterkomt liggen er al wel minstens 30 in het kogelopvangbakje. Dat wordt, jazeker, uit elkaar kloppen. Hoe het kan, weet Hildo niet, maar het ligt aan de Factory Crimp Die van LEE die in station 5 zit. Een carbide ring houdt de maximale buitendiameter van de patroon in de gaten, en sizet (krimpt) 'm automatisch als ie boven de fabrieksdiameter komt, zodat alle munitie die uit de pers komt gegarandeerd gekamerd kan worden. Verder zit er een  soort 'taps busje' in die de tromp aan de huls, nadat de kogel gezet is, weer terugdrukt. Na het verwijderen en uit elkaar schroeven van de Factory Crimp Die blijkt als snel wat het probleem is: er is een kogel in het taper crimp busje blijven plakken. Had nooit moeten kunnen gebeuren, maar in een herlaadleven is blijkbaar van alles mogelijk. Goed blijven opletten is de enige remedie.

 

E) 16 oktober 2016. Vastgelopen 9 mm

Een niet onbekend fenomeen voor de herlader: Een kleinere huls verstopt zich in een grotere of er komt gewoon een ander kaliber tussendoor. Tijdens het schoonmaken of invetten van de huls valt het vrijwel altijd wel op, maar soms niet. Hier in station 1, waar decapping & full length sizing plaatsvindt, loopt de pers op een 9 mm huls vast. Logisch en verder geen probleem. Zolang er maar geen geweld gebruikt wordt, gaat er niets stuk. Direct alles checken. De 9 mm huls is gemakkelijk te verwijderen en verder gaat het alweer.

 

19 oktober 2016. Twee dubbele kaarten met de Shadow

De eerste kaart ziet u bovenaan, de tweede beneden. De eerste werd vrij vlot geschoten, de tweede een stukje langzamer. Dat lijkt te helpen, maar misschien heeft het ook wel wat met gewenning aan het wapen te maken. Volgende week weer!

 

2 november 2016. Drie dubbele schietkaart met de Shadow

Oefenen, oefenen en nog eens oefenen en dan gaat er wat gebeuren! De scores gaan omhoog, jazeker. Vergelijk maar eens met vorige week. En mocht het daar niet aan liggen, dan zou het best het wapen kunnen zijn, vervuilde loop of zo. Heeft Hildo al een hele poos niet schoongemaakt. Beter schieten doet een loop met gedeeltelijk met koper dichtgeslibde trekken vast niet.

 

2 november 2016. Drie dubbele kaart met de 1911

Er zijn pistolen en er zijn pistolen, goeie en slechte, mooie en lelijke, oude en moderne en natuurlijk precieze en pistolen waar geen schuurdeur mee te raken is. Zo erg is het niet met de Norinco, maar ze schiet duidelijk minder scherp dan de Shadow. Hij was even aan het zoeken naar het juiste richtpunt, iets hoger en verder naar links. Daardoor is de laatste schietbeurt ook gelijk de beste, toch wist Hildo de 70 ditmaal niet te halen. Zou het die nieuwe munitie zijn? Zijn de LOS kogels toch niet zo best of is het misschien een kwestie van te weinig kruit? Of is het gewoon Hildo's eigen schuld?

 

16 november 2016. Eleanor

Kaartje schieten. Niets bijzonders, of het moet al zijn dat er maar 11 gaten in de kaart zitten. De kaart twee maal gemist? Zou kunnen, anders zaten er wel 13 gaten in de kaart. Eén schot ging wel erg krachtig af, misschien twee kogels tegelijk. Maar waarschijnlijk een dubbele kruitlading, naar het scherpere geluid te oordelen. Niet dat er dan wat gebeurt, het wapen kan 100 grain Explosia gemakkelijk hebben, maar het is wel een kwestie van blijven opletten. Als voorlaadschutter bent u, als u even afgeleid wordt, zomaar de volgorde van de componenten kwijt of vergeet u wat. Een memorabele kaart is het verder niet geworden. De superhoge scores bewaart Hildo wel voor de laatste twee kaarten die hij nog moet inleveren voor de interne competitie dit jaar. Eerst nog even wat nieuwe viltjes uit bierviltjes slaan. Het zal erom spannen... onder of boven de gemiddelde schutter?

 

6 december 2016. 11x52R Beaumont patronen... voor Truus!

Eindelijk maar toch. Hildo heeft Truus de Beaumont-Vitali al ruim een jaar. Pas nu heeft hij de munitie er voor klaar gemaakt. Een zwartkruitschutter heeft geen haast. Duidelijk is dat de patronen voor Truus iets korter zijn dan de 11x59R van Claudette, de Gras. Toch hoeft Truus zich niet te schamen voor haar punch want er past, inclusief een vetpil onder de kogel, gewoon 70 grain in. Vroeger misschien nog wel meer omdat de hulzen dunner waren. Een 45-70 huls bijvoorbeeld kon vroeger 70 grain bevatten, maar nu echt niet meer. In de 45-70 Starline hulzen past 65 grain met dezelfde kogel als die van Truus. Met een vetpil in de 45-70 blijft de maximale kruitlading zelfs al steken op 60 grain. Kortom: in 11x52R Beaumont patronen past gewoon netto 10 grain méér kruit dan in de roemruchte 45-70 waar destijds hordes Noord-Amerikaanse buffels mee zijn geschoten. Meer power dan de 45-70...  Respect!

Maximale lading

Hildo kiest ervoor om de de maximale lading te verschieten. Het wapen is in uitstekende staat en het gebruikte Explosia zwartkruit is naar verhouding vrij zwak. Hildo is altijd voorzichtig maar dit is geen probleem, weet hij. De kamer van Truus zal hij droogmaken en de patronen ook zodat, wanneer de hulzen uitzetten om hun uiteindelijk vorm aan te nemen, ze een goede grip hebben op de kamerwand. Olie tussen hulzen en kamer is niet goed. De grip op de kamerwand is dan minder en dan komt er meer druk op het grendelsysteem.

 

7 december 2016. Interne Competitie kaart!

Vorige week niet geschoten, maar deze week wel. Een interne competitiekaart zowaar. De zevende van de acht verplichte kaarten bij SV de Vrijheid. Beste beentje voor en met 85 punten zit Hildo iets boven zijn eigen gemiddelde. Niets mis mee, behalve dan dat de meerderheid van de kogels iets rechts van het midden zit.

Korrelafstelling

Vrijwel alle kaarten van de laatste tijd hebben een afwijking naar rechts. Daarom heeft Hildo de afstelbout van de korrel na deze schietbeurt een halve slag naar rechts gedraaid. Ze gaat straks dus iets verder naar links uitkomen, daarmee meer in het midden, en dat zou zich moeten gaan vertalen in een iets hogere score. Afwachten.

Leuk schieten

Op het gevaar af in herhaling te vallen, wil Hildo toch nog even kwijt dat zijn absolute voorkeur in vuurwapens toch bij de voorlaadgeweren ligt. Toch heel erg geweldig. Hij gaat toch weer eens uitkijken naar een fijne vuursteen musket, tweedehands uiteraard. Een Brown Bess of andere .75 geniet de voorkeur omdat hij de gietblokken etc. nog heeft van Bessie & Lucy. Als de afzuiging straks verbeterd is wil hij weer veel meer zwartkruit gaan schieten.

 

 

 

 

 

 

 

B) Wie is de snelste?

Hildo heeft in ieder geval de grootste babbel en een t-shirt to match. Bluf kan nooit kwaad, heeft ie vroeger al geleerd. Hildo: 'Oh, ik dacht al dat je niet durfde komen', onder het uitstoten van wat kip-geluiden. Maar Kruitloos is niet op zijn mondje gevallen en lijkt van Hildo's blufpogingen niet onder de indruk.

 

C) En de winnaar is?

U ziet hierboven dat Kruitloze Jan al zijn laatste schot afvuurt... terwijl Hildo nog druk bezig is met het laden van de laatste trommel.


De kaarten

Het wedstrijdreglement is duidelijk: wie het eerst twaalf gaten in de kaart heeft, is winnaar en dat kan er maar eentje zijn...

Hildo's kaart

Hildo had te veel haast met schieten, en telt zelfs niet meer dan tien gaten. Er is duidelijk wat te verbeteren in zijn techniek van zowel laden als schieten.

Kruitloze Jan zijn kaart

Waar Kruitloos stukken sneller was met zijn laadprocedure, deed hij het iets rustiger aan met schieten en dat ziet u aan de kaart! Alle twaalf in de kaart en er zitten zelfs tienen bij! Tijdens een westernweekend zou Kruitloze Jan best hoge ogen gooien met zo'n score.

Kruitloze Jan's tijd

Hij weet er twaalf schoten uit te persen in een tijd van 5.37 minuten, en dat is best rap voor een voorlaadrevolver als u leeg begint. 

Hildo's tijd

Zijn tijd is 6.41 minuten, ruim een minuut langzamer!

 

3 augustus 2016. Tijgertje sproeit

Naast de Walker Speed Shoot training blijft Hildo natuurlijk wel serieus bezig met de schietsport. 'Talent blijft niet zo maar hangen, neen, dat dient te worden gepolijst en onderhouden', aldus Hildo. Vandaar dat Tijgertje ditmaal weer mee mocht naar de baan. Voorzien van een volle 52 grain lading kruit is het geweer misschien wel een beetje under-powered, maar de 50 meter is geen enkel probleem en met de 460 grain Big Punch Hensel kogel lukt het wel om een gaatje in het papier te prikken. Wat het precies is, weet Hildo niet maar hij staat toch een beetje te wiebelen en dat vertaalt zich duidelijk in het schotbeeld. Algeheel wat hoog, maar met name een niet erg klein groepje. Dat Tijgertje sproeit ligt in ieder geval niet aan het geweer of aan de munitie. Dat is en blijft het mooie aan de schietsport, altijd weer iets te verbeteren en altijd weer een nieuwe kans. Waar hebt u die mogelijkheid verder?

 

10 augustus 2016. Kleinkaliber, zo maar!

Dit is een FN Browning Challenger, een clubwapen. Hildo heeft het even opgezocht en het pistool schijnt te stammen uit midden jaren zestig van de vorige eeuw en werd destijds verkocht als een goedkoop wedstrijdwapen voor informeel schieten. Het is een fractie jonger dan Hildo, maar het doet het nog steeds prima en het is eigenlijk zelfs verrassend leuk schieten. Het verbaast Hildo zelf. Het wapen is niet zwaar en de trekker gaat licht. De schutter hoeft niet tegen de terugslag op te zien. Hard boem zeggen doet ie ook niet. U kunt zich volledig concentreren op het schieten. Hildo heeft er twee series mee geschoten. Geen bijzondere resultaten, maar wel een erg mooi oefenwapen. Het feit dat het vizier fout staat afgesteld, helpt de score natuurlijk niet. De schoten komen veel te laag af, maar aan het vizier gaan draaien van clubwapens is niet gewenst. Daardoor is er geen goed richtpunt en doet Hildo aan 'area-aiming', maar een kleiner groepje moet zeker kunnen.

 

10 augustus 2016. Browning Jam

Dat er zelfs met een kleinkaliberwapen iets mis kan gaan, ziet u hier. Toeval of is het clubwapen aan een onderhoudsbeurt toe?

 

7 september 2016. Knallen met een clubwapen

Soms kan het handig zijn om even geen wapens bij u te hebben. Een doosje munitie heeft Hildo wel mee, door hemzelf gemaakte munitie zelfs die altijd garant staat voor uitstekende resultaten zolang de schutter zijn werk doet.

Goede wapens zijn belangrijk

Met de 9 mm CZ 75 van de club, al jaren berucht onder leden van SV de Vrijheid vanwege de slechte kwaliteit, van 25 schoten zes keer de kaart gemist en drie weigeringen. De vorige keer dat Hildo er mee schoot, in 2014, was het ook geen succes en een andere 9 mm is er niet. Bij een schietvereniging moeten de clubwapens in goede staat verkeren, meent Hildo. Aspirantleden, mensen in het eerste jaar, maar ook leden die om wat voor reden dan ook geen eigen wapen ambiëren, hebben voor hun contributie van meer dan 200 euro recht op toegang tot fatsoenlijk materiaal vindt Hildo. Slechte clubwapens hebben derhalve geen bestaansrecht en dit ding mag zo de shredder in. Toch wordt de CZ telkens 'gerepareerd' bij een wapenhandel waar Hildo nog nooit geweest is... en gezien het resultaat zal dat ook nooit gebeuren. Waarom de reparatiecyclus niet beëindigd wordt om te investeren in een ander wapen is Hildo een volledig raadsel.

 

14 september 2016. De ene CZ is de andere niet!

Wat een verschil met het CZ clubwapen. Hildo's eigen Shadow is toch echt wel superieur en dat op alle gebieden. Het ligt beter in de hand, de trekker is beter en het schiet nog een stuk zuiverder ook. Belangrijk, want ook als u niet zo best schiet kan een 3 zomaar een 4 worden. Dat een goed wapen alleen besteed is aan geweldige schutters, is daarom niet waar. Vergelijk de groepjes maar even van Hildo´s Shadow met de afbeelding hierboven van het CZ clubwapen. Hildo wordt in ieder geval stukken gelukkiger van zijn eigen CZ. Echt een heel fijn en storingsvrij pistool.

 

22 september 2016. De antieke patronen van Napoleon

Marcel brengt Hildo in contact met Napoleon, en dat is geen alias. Een fantastische naam, al helemaal omdat hij historisch schutter is. Napoleon schiet sinds zijn achttiende en doet dit al weer 15 jaar. Bijzonder is dat hij, ondanks zijn jeugdige leeftijd, die hele periode een sterke voorkeur heeft gehad voor zwartkruit. Hij heeft daardoor erg veel ervaring opgedaan in het schieten daarmee. Zelfs Chassepot papierpatronen vouwen komt hem niet onbekend voor. Wat de schietsport betreft, ligt zijn voorkeur met name bij zwartkruit kleiduiven. Dat doet hij met zowel achterladers, percussie als onlangs zelfs met vuursteen. Hij doet dit niet onverdienstelijk, want hij is dit jaar Nederlands kampioen geworden!

Kropatschek

Naast kleiduiven heeft hij ook wel iets met antieke wapens. Zo heeft hij onder andere een Kropatschek en dat maakt alvast dat Napoleon en Hildo prima door één deur kunnen. Napoleon heeft een Kropatschek munitieverzameling bestaande uit... antieke scherpe patronen, oefenpatronen met houten kogel en zelfs een huls met een Guedes bodemstempel, heeft Hildo gezien. Daarnaast heeft hij een Rapine giettang voor een 327-240 kogel. Hildo krijgt van hem twee scherpe patronen, twee oefenpatronen en wat losse verkoperde kogels van H&N. Geld hiervoor weigert Napoleon ten enenmale. Dat zit Hildo niet lekker, maar dat komt te zijner tijd wel goed; het zwartkruitwereldje is niet zo groot.

De maten van de originele patroon!

Eindelijk heeft Hildo nu originele patronen om op te meten! De originele Kropatschek kogel is 323-247 en 32 mm lang, volgens Hildo. Hoe graag hij het een en ander ook uit wil zoeken, een originele patroon haalt hij niet uit elkaar. Dat is zonde, vindt hij. Zo´n patroon is wellicht nog niet erg zeldzaam, maar wel een niet te vervangen historisch object. Op het oog, door de verdikking in de huls, kan de zetdiepte van de kogel toch wel aardig bepaald worden en die lijkt gewoon 32 mm te zijn, zoals Hildo ook al bekend was. Het gewicht is niet weegbaar (zou 247 grain moeten zijn), maar de diameter is wel precies op te meten en die blijkt .321 bij de ene en zelfs een schokkend kleine .317 bij de andere patroon. Nóg dunner dan Hildo dacht. Met zo´n diameter zou de kogel krap aan in de velden zitten, want die zijn rond de .317, wat Hildo een keer gemeten heeft, direct na de kamer in de loop van Antonia, zijn eigen Kropatschek. De originele kogelmantel lijkt op het oog te bestaan uit nikkel.

H&N kogels

Beide kogeltypes zijn van H&N (Haendler & Nattermann, een bekende Duitse kogelleverancier) Deze zijn 324-195 en 26,3 mm lang (de H&N 8 mm RN=round nose) 323-190 HS (HS=High Speed) en de andere kleinere heeft een afgeplatte kop met schuine zijden (Truncated Cone=TC) 322/323-171 en is 22,4 mm lang (de H&N TC 321-170 HS). De H&N kogels zijn van verkoperd lood met een kunststof laagje, waarschijnlijk tegen corrosie, en worden veel gebruikt in de Kropatschek, met tot 40 grain kruit. Ze doen het goed, maar toch schijnt bij volle ladingen de precisie niet meer goed te zijn. Over de korte TC 321-70 HS was Napoleon niet tevreden. Waarschijnlijk door een te grote vrije vlucht, denkt Hildo. De lange RN 323-190 HS heeft Napoleon in verschillende OAL gebruikt en de langst mogelijke, waarbij de kogel nog net in een 8x60 huls blijft zitten, geeft een OAL van 82,80 mm, wat een fractie langer is dan de beide originele patronen met 82,07 mm en 82,20 mm exact. Toch is duidelijk te zien dat de patroon met de H&N kogel door het verschil in ogive een langere vrije vlucht zal hebben dan de originele patroon. Overigens is de gegoten kogel uit het 327-240 Rapine blok prima aan de maat met 328-239 en 30,25 mm lengte. Het lijkt Hildo een heel redelijke kandidaat voor gehard lood in combinatie met gereduceerde ladingen. Ook bij deze kogel is het ogive weer dusdanig puntig dat er wel een 8x60 huls gebruikt moet worden, een 8x56 levert een langere vrije vlucht op dan met de originele rondneus kogel.

De hulzen

Buitenmaat hulsmond: onverschoten originele patroon .350" en een Horneber (verschoten in Antonia, Hildo's Kropatschek) .356". Binnenmaat Horneber .325"

Hulsmond materiaaldikte van de originele antieke en van de onverschoten Horneber huls zijn beide identiek met .014" (0.36 mm).

 

Mail ontvangen van Meneer Noorderlicht

Mr. Noorderlicht is niet beroerd om wat te delen, gezien de tekst:

'Hildo, er is een Kropatschek doe-het-zelf pakket naar jou onderweg.
Het bevat:
Koppen op maat 323
Hulzen 56 mm van Hege
Berdan primers
9 mm kartonnetjes
Ooievaarskuitenvet.'

Glunderende oogjes

Hildo heeft dit pakket (zie de foto) met glunderende oogjes ontvangen! De 'Hege 8 mm Krop' hulzen zijn originele hulzen die destijds voorzien waren van een houten kogel. Dat was oefenmunitie, want zo'n houten kogel versplintert tijdens het schieten. De Berdan slaghoedjes zijn noodzakelijk in deze 8x56 hulzen, maar lastig te de-primen voor wie daar geen gereedschap voor heeft. Hildo gaat gewoon schieten met z'n 8x60 Horneber hulzen en is ervan overtuigd dat ze heel blijven. De Noorderlicht kogels zijn hier op hun volle lengte van 36,7 mm. Ze vertoonden bij Mr. Noorderlicht kantelneigingen. Hildo zal ze eerst inkorten naar de originele maat van 32 mm in de hoop dat de kogels niet gaan tuimelen. Hij zal  er nog niet direct mee gaan schieten, maar wel binnenkort!

 

28 september 2016. Rampkaart

Dit zijn scores waar Hildo zich over verbaast. Zie die groepering! Trekken met het wapen? De viltjes, geslagen uit een bierviltje, zijn op. Misschien maakt het toch uit dat er geen viltje tussen zit? Volgende keer weer, zonder viltje uiteraard, om te zien of het echt aan het viltje ligt of gewoon aan een Hildo die opeens voor geen meter schieten kan? Toch, hij slaapt er vannacht niet minder om. Dat scheelt.

 

5 oktober 2016. Kijk eens aan

Die 74 punten van vorige week met Eleanor waren een uitschieter naar beneden. Die horen erbij, anders is er niets te verbeteren en vandaag 8 punten meer schieten dan vorige week is een prima verbetering. Mooi hè? Het blijkt geen geweerprobleem, maar, net als meestal, gewoon het kereltje dat er achter staat te wiebelen. Het zicht via het diopter is erg duidelijk en afwijkingen zijn dan ook niet op het zicht terug te voeren. De groepering is ditmaal stukken beter. Jammer dat die twee kleine groepjes van vier schoten zover uit elkaar liggen én niet in het midden zitten, anders had het zo maar een hele goede kaart kunnen zijn. Had... had...

 

B) 16 oktober 2016. De lading

De kogel is de LOS 450-230 en de kruitlading Vectan BA10, een snel pistoolkruit. Hoe sneller het kruit, hoe minder u er van nodig hebt om de benodigde druk op te bouwen. Hildo gaat voor polsvriendelijke ladingen en vindt 3.3 grain een uitstekend uitgangspunt. Met de LEE 452-228 loden kogels werd 3.2 grain verstookt en ook dat was prima schieten.

Zetdiepte LOS 450-230?

1.196" OAL, dat is waar Hildo voor gaat. Die patroon ziet u rechts op de bovenstaande foto. Optisch vindt Hildo de kogel erg diep zitten en gek veel ruimte in de huls lijkt er niet over: de middelste kogel zit gewoon op het kruit. Maar het ogief, de vorm van de spits toelopende voorkant van de kogel, is de bepalende factor en het ogief is bij deze kogel vrij bol. Hij raakt daardoor de velden al snel, net zoals de LEE gegoten kogel, waarbij de maximale OAL ook kort was. De kogel wordt in ieder geval zo ver mogelijk naar buiten gezet, in de praktijk gemeten met de loop van het wapen erbij, zodat de kogel net heel licht de velden raakt. Een korte vrije vlucht is goed voor precisie. De kogel blijkt vrij gemakkelijk de loop in te gaan (getest met een patroon zonder kruit en alleen een slaghoedje) en er wordt met een lage kruitlading gewerkt. Dus dat de kogel net de velden raakt? No Problemo!

 

D) 16 oktober 2016. Lee Factory Crimp Die

Opnieuw geïnstalleerd na de kogel te hebben verwijderd en ook schoongemaakt, want er zat nogal wat vette smurrie door het gebruik van gevette loden kogels. De pers draait weer super!

 

E) 16 oktober 2016. Ontladen, helaas

Iets om niet naar uit te kijken. De hevel van de pers bedienen en kogels op de huls zetten is echt leuk, patronen uit elkaar kloppen toch wat minder.

 

19 oktober 2016. De 1911 met de nieuwe kogel & lading!

Zwaar onder de indruk van het resultaat is Hildo niet, maar hij denkt dat het wellicht iets te maken heeft met de vier series die hij al met de Shadow geschoten heeft. De Norinco 1911 is en blijft in ieder geval een geweldige klassieker waarmee het goed schieten is, zeker met die 3,3 grain BA10 achter de kogel. Polsvriendelijk, maar er gebeurt best nog wel wat. De trekkerdruk, die in het begin zo zwaar was maar door Brede Jan van Slendebroek is aangepast, is nog steeds goed. Deze 1911 gaat het nog heel wat jaartjes doen, vermoedt Hildo.

 

26 oktober 2016. Honderd 9mm's

Vandaag moest er een heel doosje aan geloven. Practice makes perfect, zeggen de Amerikanen, maar Hildo denkt daar anders over. Perfect zal het niet worden, maar het helpt natuurlijk wel om de resultaten omhoog te krijgen. Bovendien is schieten gewoon leuk! Gelukkig heeft Hildo, omdat ie NPSA (IPSC) lid is, en daarom verwachtte veel te gaan schieten, behalve die snelle pers, destijds ook 10.000 LOS 9 mm kogels aangeschaft. Was goedkoper. Veel IPSC-schieten heeft hij helaas nog niet gedaan door het herseninfarct van vorig jaar. In hoeverre het IPSC schieten nog gaat gebeuren, wil Hildo nog even aanzien. Want dat veiligheid bovenaan staat, dat staat onverminderd op de allereerste plaats. Afgezien daarvan... veel kogels hebben heeft een voordeel: hij zit voorlopig nog niet zonder. En ze verschieten... dat verveelt nooit!

 

9 november 2016. 180 kilometer voor niets?

Een schietavond betekent voor Hildo zo'n 180 kilometer rijden. Zes schoten ditmaal en Hildo is er al helemaal klaar mee. De afzuiging lijkt niet te zuigen, maar de rook recht in Hildo´s gezicht te blazen, letterlijk!

Hildo heeft hier vanavond over gesproken met El Presidente, de voorzitter van SV de Vrijheid Hoogeveen.

Nieuwe afzuiging/Nieuwe hoop!

El Presidente vertelt Hildo dat er 4000 euro gereserveerd is om de afzuiging aan te pakken. Het wordt, gelukkig, een luchtwand. Zo'n systeem werkt goed, het tocht niet en is bij Hoogeveen vrij eenvoudig aan te leggen. Het is nog even afwachten of het spul ook daadwerkelijk goed werkend aangelegd gaat worden, maar de vooruitzichten zijn in ieder geval nog nooit zo positief geweest als nu. Het lijkt in ieder geval een fantastische overwinning te worden voor de gezondheid van de sportschutters van SV de Vrijheid en hun bezoekers. Van dat geld moeten in verband met roestvorming ook de ventilatoren vervangen worden. De roest zal voornamelijk door zwartkruit schieten komen, vermoedt Hildo. Ook wordt op de 50 meter het zand van de kogelvanger verwijderd omdat het zo langzamerhand tot stuivend stof geschoten. Het is erg duur om het zand af te voeren. De nieuwe oplossing zal waarschijnlijk uit rubbergranulaat bestaan. Hier is 7000 euro voor gereserveerd. Een kogelvanger van staal, zoals op de 25 meter pistoolbaan, kan niet omdat het kapot geschoten zou worden bij het gebruik van sommige geweerkalibers.

Verhoogde contributie

De contributie bij SV de Vrijheid is verhoogd tot boven de 200 euro. Dat heeft hier onder andere mee te maken. Het kost wat, maar er gebeurt na al die jaren van stilstand uiteindelijk ook wat! Leden kunnen hun contributie aanmerkelijk verlagen door zich als vrijwilliger in te zetten. Zo kunnen de kosten toch binnen de perken blijven.

 

A) 23 november 2016. Precisie met de 1911

Als u deze kaart vergelijkt met die van 2 november 2016, dan valt u vast op dat het vandaag stukken beter gaat. Dat de blauwe gaten een wat grotere spreiding vertonen komt mede door de verstoring van de concentratie doordat het wapen weigerde. Niet de schuld van het pistool, maar van Hildo zelf.

Zie hieronder: 'Kapotte hulzen'.

 

B) 23 november 2016. Kapotte hulzen

De hulzen gaan niet altijd goed. Een zogenaamd schoorsteentje is tot daar aan toe, maar ze komen er telkens ernstig beschadigd uit. Ditmaal blijft een huls voor de eerste keer echt vastzitten tussen slede en frame, hierboven ziet u wat er gebeurt. Weer een huls kapot. Drie stuks deze avond en eerder gebeurde het ook al. Dit is geen toeval, maar een kwestie van te weinig kruit, ook te zien aan de iets zwart geroete huls. Ondanks dat er met de loden kogels met 0,1 grain minder geschoten werd (3,2 grain) werkte dat wél goed. De wiellood-loden kogels uit de 5-voudige LEE gietmal zijn 45.2" en deze verkoperde LOS kogels slechts 45.0", gewone volmantels zijn ook maar 45.0. Door de grotere diameter van de loden kogel loopt de druk hoger op. Om voldoende druk te krijgen met deze dunnere LOS kogels moet er daarom iets meer kruit in, maar het wapen moet wel lekker rustig blijven schieten. De volgende keer naar 3.5 grain Vectan BA10. Helpt vast.

 

14 december 2016. Interne Competitie, de laatste dit jaar

De laatste kaart voor de interne competitie van 2016. Hoewel het erg lekker ging, en Hildo naar eigen idee prima stond te schieten, zag het er op de kaart anders uit. Al weer te veel naar rechts, ondanks de halve slag van de korrelbout vorige keer. Het groepje is gewoon ook groter. Het blijft een raadsel voor Hildo waarom de korrelafstelling geen verschil te zien geeft. Gewoon nóg een halve slag, het gaat ongetwijfeld een keer naar links. Hoe hij het er dit jaar afgebracht heeft in verhouding tot de rest van de interne competitie-deelnemers moet nog blijken, bovengemiddeld zou al heel wat zijn.

 

28 december 2016. 3.3 grain Vectan

Vanavond patronen mee met twee verschillende ladingen, 3,3 grain en de nieuwe hogere lading van 3.5 grain. Om de verschillen in precisie te kunnen zien eerst twee series met de lage en daarna twee met de hogere lading. Geweldig lijkt het niet, maar het kan zijn dat Hildo z'n dag niet had.

Twee series met 3.5 grain lading - kapot magazijn

Vijf patronen laden voor de eerste serie van de zwaardere lading en het magazijn valt zomaar uit elkaar. Het onderste plaatje, dat de veer tegenhoudt, is gepuntlast en dat laat los. Maar één magazijn mee, dus... volgend jaar een nieuwe poging!

 
 BACK

 ---- Western wedstrijdkalendertje  ----

Zwartkruit wedstrijden worden vrijwel het gehele jaar door georganiseerd. Een klein gedeelte van deze evenementen, waar wat te doen is op welke data, ziet u in Hildo's wedstrijdkalendertje. Klik hier!